Ik geloof in het eeuwig leven

C-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

In onze geloofsbelijdenis bidden wij: Hij - Christus - zal wederkomen in heerlijkheid om levenden en doden te oordelen. Het kost ons wel enige moeite om aan dat geloofspunt een werkelijke inhoud te geven. Dat komt voornamelijk doordat de beelden die het evangelie daarvoor gebruikt ons nogal vreemd voorkomen. Die beelden zijn ontleend aan de voorstelling die de tijdgenoten van Jezus zich maakten van het heelal en van de ondergang van dat heelal.

Maar de woorden van Jezus kunnen toch niet alleen maar betekenis hebben voor de mensen die er zullen zijn op het ogenblik dat de wereld echt vergaat. Het evangelie is geschreven voor alle mensen, op welk ogenblik van de wereldgeschiedenis ze ook leven. Daarom beschrijft het evangelie van vandaag ook niet een verre toekomst, het echte einde van de wereld over zo en zoveel jaar, of over zo en zoveel eeuwen. Het evangelie handelt over het nu, het nu van elk mensenleven. Het komen van de Heer is niet een gebeurtenis die zich alleen op het einde van de tijden, bij de ondergang van de wereld zal voordoen. Het komen van de Heer is iets dat zich in de loop van de hele mensheidsgeschiedenis én in ieder mensenleven voltrekt.

Dat verdringen van het geloofsgegeven van de komst van de Heer hangt samen met een andere verdringing. Wij hebben namelijk niet alleen de komst van de Heer uit ons bewustzijn gebannen, maar wij doen dat ook zoveel mogelijk met de gedachte aan onze eigen persoonlijke dood. Wanneer wij sterven is voor ieder van ons in zekere mate het einde van de wereld aangebroken in zoverre wij dan komen bij de uiteindelijke ontmoeting met God. En die ontmoeting zou wel eens erg onverwachts kunnen komen. Daarom zegt Jezus dat we waakzaam moeten zijn. Dat wil zeggen dat we ons enerzijds niet volledig mogen laten overrompelen door het succes, de welstand van het ogenblik en dat we anderzijds ook niet mogen wegzinken in wanhoop, wanneer tegenslag ons treft. Wees waakzaam zegt Christus, en zorg ervoor dat uw geest niet afgestompt raakt. Wanneer onze toekomstverwachting beperkt blijft tot binnenwereldse dingen: een hogere levensstandaard, meer luxe, meer comfort, meer vrije tijd… dan hebben wij van de vermaning van Jezus nog niets begrepen. Onze hoop en verwachting moet gevestigd zijn op dingen die boven de duur en de ruimte van deze wereld en van deze tijd uitgaan, want de wereld zal voorbijgaan, zegt Jezus.

Wij zijn slechts onderweg. Juist omdat we onderweg zijn naar de vrede van het Rijk van God, daarom moeten wij er nu al voor zorgen dat we hier de vrede onder elkaar bewaren of herstellen. Juist omdat we onderweg zijn naar de gerechtigheid van het Rijk van God, moeten we nu al alles in het werk stellen opdat hier reeds de arme en de zwakste mensen tot hun recht komen. Omdat we onderweg zijn naar een Rijk waarin geen leed en geen tranen meer zullen zijn, moeten we nu al alles doen wat we kunnen, opdat hier geen nutteloos leed geleden, geen tranen nutteloos vergoten worden.

Dat wij bij de dood de Heer zullen ontmoeten, geeft aan dit leven eigenlijk een ongehoorde veerkracht. Want die ontmoeting zal bepaald worden door het leven dat we geleid hebben. Zo moeten wij voortdurend waakzaam zijn, want elk ogenblik van ons leven is kostbaar, elke handeling die wij verrichten belangrijk.

Waakzaam zijn betekent: bewust, actief leven, bewust werken, bewust onze plicht doen, in de overtuiging dat wij de komst van het Rijk van God kunnen voorbereiden.

‘Ik geloof in de opstanding van de doden en het leven van het komend Rijk.’ Dit is het laatste artikel van onze geloofsbelijdenis. Wij zouden het helaas ook het meest vergeten artikel van het credo kunnen noemen. Wie niet meer gelooft aan dat leven van het komend rijk kan zich geen christen meer noemen, die heeft het christendom verloochend. Christenen zijn mensen die weten en beamen dat zij het betere en het beste nog altijd te verwachten hebben van Hem, die de God van de beloften heet.

Laten wij daarom proberen zo te leven dat Hij, op onverschillig welk moment komen mag. Wanneer de Heer zal komen, weten we niet, maar dat Hij komen zal, dat geloven wij zeker. Dat zal het grootste en hopelijk ook het mooiste ogenblik van ons leven zijn.

Zoeken in Preken Online