OPENINGSWOORD
Lieve mensen, groot en klein, fijn, dat jullie er allemaal zijn. Er is vandaag een heel bijzondere tijd begonnen. Onze kerk ziet er dan ook een beetje anders uit dan normaal. Wie van de kinderen kan zeggen wat er in de kerk is veranderd of is er iets bijgekomen? Kijk eens goed rond. Wat is er anders in de kerk?
Paars is de kleur van het nadenken over ons leven. Wij doen goede dingen, maar er zijn ook dingen die wij niet goed doen. Daar doen wij God en mensen verdriet mee. Wij willen de komende tijd proberen daar een beetje meer spijt over te voelen. Wij willen proberen ze niet meer te doen. Waar zien wij allemaal paars?
De adventskrans. Het is een soort telmachine. Als de eerste kaars brandt is het de eerste week van de advent. Als de tweede kaars brandt de tweede week. Hoe meer kaarsen er branden, hoe meer licht er komt. Het is als met een auto, die in het donker komt aanrijden. Eerst zie je maar weinig licht, maar hoe dichterbij de auto komt, hoe sterker het licht wordt. Zo ook, hoe meer kaarslicht er komt, hoe dichterbij Jezus komt. Want daar gaat het om: in de adventstijd bereiden wij ons voor op de komst van Jezus. Wij proberen ons hart mooier te maken, zodat Hij zich bij ons helemaal thuis voelt.
Gaan wij samen vergeving vragen voor onze zonden, voor wat wij niet goed hebben gedaan.\
PREEK
Wie kan zeggen wat het feest van Nieuwjaar is? Is er al een kleintje, die weet hoe de eerste maand van het jaar heet? Hoeveel maanden zijn er? Het gewone nieuwe jaar begint in januari en duurt 12 maanden.
Maar wanneer begint het schooljaar? Duurt dat ook een heel jaar?
Vandaag is het kerkelijke jaar begonnen. Hoe heet deze tijd ook al weer? Wat komt er na? (kersttijd) En daarna? (tijd door het jaar; vastentijd, paastijd)
In de adventstijd maken wij onszelf klaar voor het grote feest van Jezus’ geboorte. Hoe doen wij dat? (lieve dingen) Doen wat God wil. “Uw wil geschiede”. Er moet gebeuren wat U wilt. Maar hoe weten wij nu wat God wil? Moeten wij naar boven roepen: Hallo, God, wat moeten wij doen?
Wat Gods wil is? Ik denk dat het vaak heel eenvoudig is: gewoon doen wat je nú moet doen. Sommige mensen denken heel vaak na over volgend jaar. Kunnen wij daar nu al iets aan doen, aan volgend jaar? Sommige mensen denken heel vaak na over vroeger. Kunnen wij iets aan vroeger veranderen? Nee, wij moeten niet zo veel nadenken over vroeger
Ragheed: Pastoor, vorige week had ik een leuke voetbalwedstrijd… en volgende week…
Pastoor: en wat ga je vandaag doen?
Ragheed: dat weet ik nog niet.
Pastoor: wel vorige week en volgende week, maar niet vandaag. Wat is nu belangrijker? Iets doen kun je alleen maar nú. Wij moeten niet te veel nadenken over vroeger.
Ragheed: Ja, maar vorige week had ik een fijn proefwerk over geschiedenis en over 2 weken weer, dan…
Pastoor: Ik heb van je moeder gehoord dat je morgen ook een proefwerk hebt. Hoe zit het daarmee? Je weet wel van vorige week en van over twee weken, maar niet over het proefwerk van morgen. Wat is belangrijker? Waar kunnen wij wat aan doen? Wat zou je liever hebben: dat wij praten over snoepjes die je vorige week kreeg of over snoepjes die je misschien over twee weken krijgt of over snoepjes die je misschien vandaag krijgt?
(tot alle kinderen) Als mama vraagt of wij willen helpen met afwassen en wij zeggen: Vorige week heb ik je al geholpen en ik beloof je - over 3 weken, als het kerstvakantie is - ga ik je weer heel veel helpen. Vindt God dat goed? Nee, want mama heeft nú een probleem. Nú moet ze de afwas nog doen en boodschappen en eten koken. Zij wil nu geholpen worden. “Mama, ik heb honger”. Ja, maar zegt mama, je hebt vorige week nog gegeten!?
Nú staat er een kind alleen op de speelplaats. Nú vraagt de juffrouw om je rekenboek te pakken. Nú vraagt papa om je speelgoed op te ruimen. Dan moeten wij het ook nu doen.
Wat zou Jezus vroeger hebben gedaan als Maria rep om binnen te komen? Meteen of na 5 minuten? Opletten allemaal en luister goed. Kijk goed naar wat er gedaan moet worden. Dan weet je wat de wil van God is.