1e zondag van de Advent – jaar C

C-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Homilie op de eerste zondag van de advent 2012: Geen zwartkijkers, maar lichtzoekers (Lc. 21, (Lc. 21, 25-28.34-36)

Tielt, 2 december 2012

Geboren worden we allemaal. Mens worden is een kunst die je moet leren.

De advent is een proces van menswording.

Opvallend is dat vele mensen in onze tijd het noorden kwijt zijn. Best begrijpelijk! De duistere kanten op een rijtje zetten is niet zo moeilijk. De woorden van Lucas op de eerste zondag van de advent zijn meer dan ooit actueel: “Er zullen tekenen zijn aan zon, maan en sterren en op de aarde zullen volkeren in angst verkeren, radeloos door het gebulder van de onstuimige zee (21, 25). Die tekenen zijn er zeker in onze tijd. Denk maar aan de zee- en aardbevingen zonder weerga, de alles verwoestende nooit geziene stormen en overstromingen, hongersnood in zoveel landen: apocalyptische taferelen! Om nog maar niet te spreken over de ellende die mensen elkaar wereldwijd aandoen: oorlogen, aanslagen, geweld en terrorisme… Ook dicht bij onze huid is er veel kommer en kwel zeker in deze crisistijd: financiële zorgen in ongeveer alle landen en in vele gezinnen, grote angst, pijn, lijden, ruzie, tegenwerking, vereenzaming, teleurstelling, radeloosheid, depressie, gebrek aan zingeving…, allemaal woorden die je kan kleuren met triestige verhalen met meestal tragische gevolgen.

Dat doemdenken is en wordt in de media breed uitgesmeerd. Het is alsof het duister meer aantrekkingskracht heeft dan het licht. Geen wonder dat er meer zwartkijkers zijn dan lichtzoekers. Meer dan ooit is er behoefte aan een reddend gebaar en een opbeurend woord. Je moet geloven dat het kleinste lichtpuntje de diepste duisternis doorbreken kan. Geloven wat in een simpel gedichtje te lezen staat: “Een goed mens is als een klein licht dat wandelt door de nacht en op zijn tocht gedoofde sterren aansteekt.”

De adventstijd, die we vandaag beginnen, is een zoektocht naar het licht in je eigen leven en een oproep om de gedoofde sterren bij anderen aan te steken.

De lichten die gedoofd zijn in je eigen leven of in de mensen om je heen: het vuur dat verdwenen is in de relatie met je man of vrouw, de stukgeslagen dromen over je kinderen, de ontgoochelingen in het beroep waarvan je zoveel had verwacht, de verbittering omdat mensen je pijn deden, de onrust over de ongeneeslijke ziekte die je gestel ondermijnt en je alle levensvreugde ontneemt… Een triestig heden en vooral in onze tijd een toekomst met zoveel apocalyptische draken, die mensen futloos maakt en levensmoe, depressief zoals na het bekijken van de milieufilm van Al Gore: zwartkijkers!

De advent moet weer licht brengen bij alle zwartkijkers: het geloof dat de waarde van je leven niet wordt bepaald door wat je overkomt, maar door de manier waarop je ermee omgaat. Dat vraagt innerlijke kracht en waakzaamheid, wakker zijn, je antenne uit hebben staan. De ergste fout die een waker maken kan, is de onverschilligheid. Moeders weten dat. Als één van hun kinderen ziek is, dan doen ze ’s nachts geen oog dicht. Als één van hun grotere kinderen ’s avonds te laat thuis komt en heel voorzichtig de trap opkomt, dan heeft moeder dat gehoord. Waakzaamheid is liefdevolle bezorgdheid.

Misschien hebben we die waakzaamheid een beetje verleerd. Waken hebben we uitbesteed aan politie en brandweer, stadswachten en alarmsystemen; de naastenliefde aan het O.C.M.W.; zorg voor mensen met zorgen en problemen aan psychiaters.

Waakzaam zijn is zelf je niet gewonnen geven aan de machten van het duister. Doen wat de grote adventsprofeet Jesaja deed. Zijn leven lang heeft hij gevochten tegen onrecht en duistere praktijken en heeft hij geprobeerd zijn volksgenoten wakker te schudden. Hij voelde zich als een soort nachtwacht. Hij was altijd aan het speuren naar hoop en dageraad voor mensen die het niet meer zagen zitten. Met een nuchtere kop.

Eenvoudig is dat niet. Misschien ken je de spreuk die zegt: “Dronkenschap doet en beetje zeer, maar nuchter leven nog veel meer.” Lucas zei het ons vandaag in het evangelie: “Zorg ervoor dat je geest niet afgestompt raakt door een roes van dronkenschap.” Voor de pijn van een nuchtere kijk op mensen en gebeurtenissen mogen we niet op de loop gaan; voor een nuchtere aanpak evenmin.

In de advent worden we uitgedaagd om in en tussen al het duister wat op ons afkomt, weer een lichtpunt te zien. Een moeilijke levenskunst, die je niet alleen aankan. Je hebt daarvoor God en de anderen nodig, die je leren zien niet met je ogen maar met je hart, niet als waarnemer maar als ziener, die je telkens weer boven je zwaartekracht uittillen.

Dan zal je op het komende Kerstfeest niet alleen veel feeërieke lichtjes zien in de straten en de winkelramen, maar een licht in de ogen van veel mensen, licht dat gedoofde sterren aansteekt: letterlijk aanstekelijk!

Ik wens je een deugddoende en aanstekelijke adventstijd.

G. Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online