Je brengt je zoontje van 8 naar school en je krijgt hem terug, … van
het leven beroofd. Zomaar een dag, gewoon een dag zoals alle dagen.
Ineens. Had een ander kind de klas uitgelopen, had een leerkracht daar
gelopen, een onderwijzeres …; een moord op klaarlichte dag, opnieuw
zinloosheid die toeslaat. Een dorpsgenoot zit vast, maar niemand weet
of hij de dader is. En stel dat hij niet de dader is. De absurditeit
van onze wereld.
En het enige dat we willen is gewoon in vrede leven, niet te moeilijk
doen naar elkaar, gewoon werken en eten en drinken en slapen. Samen
zijn en genieten van de mooie dagen. Blij zijn met je kind en met
elkaar. Het is je niet gegund.
Nederland is geschokt door deze laffe, antimenselijke daad. Bloemen,
opvang, begeleiding, een stille tocht, zorgelijke gezichten.
‘s-Avonds zetten we de televisie aan en kijken ondertussen naar
de brandhaarden in de wereld, politieke schermutselingen, reclame
spotjes tussendoor, dan wat amusement, je wilt toch ook wel eens iets
anders.
En dan is het twee dagen later de eerste zondag van de Advent. We lezen
uit Jeremia, uit de brieven van Paulus en uit het Evangelie. We vieren
Eucharistie, dankzegging. Midden in deze wereld die al vanaf het moment
dat er mensen op aarde rondlopen met dezelfde problemen kampt, midden
in de tijd, die als een vicieuze cirkel ronddraait, staan wij hier stil
bij een stille verwachting.
Advent, verwachting in een wereld die heen en weer geslingerd wordt
tussen overmoed en wanhoop, tussen genoeglijkheid en zinloosheid,
tussen eigenmachtigheid en onmacht, tussen euforie en wanhoop. Advent
in een wereld waarin evenwicht altijd onevenwichtig is, waarin wijsheid
nooit onbaatzuchtig is, waarin politiek altijd een belangenstrijd is en
wetenschap gebonden is aan commercie; onze wereld, deze wereld die wij
opbouwen …, of … ontrekt deze wereld zich aan onze invloed?
Advent. De komst, de aankomst, advenire. Maar wie komt, wat komt er?
Vieren we dit niet reeds tweeduizend jaar en langer? Spreken we niet
steeds opnieuw over die toekomst, die beter moet zijn dan het heden? Is
dit nog wel reëel, is dit nog wel verstandig, kijken we niet naar
een fata morgana, lopen we niet een droom achterna?
We worden doodgegooid met spotjes die voor de volledigheid moeten
waarschuwen: ‘Resultaten uit het verleden bieden geen garantie
voor de toekomst’. Dat is wel verstandig, aangezien er heel wat
financiële drama’s zijn geweest bij kleine mensen die zich
een mooie toekomst lieten voorspiegelen, als ze maar tekenden.
Maar het lijkt erop dat we dit ook zijn gaan toepassen op God, op de
Kerk, op de hemel. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie
voor de toekomst. Inderdaad, dat geldt voor onze wereld. Dat geldt voor
onze economie, voor de AEX, voor de auto-industrie, voor de olie, voor
de huizen en natuurlijk voor de politiek. Nieuwe gezichten oude fouten,
de geschiedenis herhaalt zich, soms wel en soms niet, soms ten
voordele, soms ten nadele.
Zijn wij, Katholieken, Christenen, dan gewoon rasoptimisten die ondanks
tegenvallende resultaten in verleden en heden, toch hopen op beter?
Vieren wij Advent omdat we gewoon halsstarrig vasthouden aan een
onverwoestbaar optimisme? Nee, in Gods wereld mogen we deze
reclameregel omkeren: ‘Resultaten uit het verleden bieden ons
garantie voor de toekomst’. Welke resultaten en welke toekomst?
Het verleden toont ons Gods Zoon die door God gezonden een nieuw begin
heeft gemaakt, een werkelijk nieuw begin, met een nieuwe visie op God
en de mens, een nieuwe visie op liefde, op dood, op eeuwig leven, een
nieuwe visie en een nieuwe ervaring. Onze Adventverwachting steunt op
het woord van Jezus: ‘Zie, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan
het einde van de tijd’. Onze hoop steunt op het resultaat van
ontelbare heiligen die in tweeduizend jaar in het klein steeds weer
iets van Gods Koninkrijk mochten realiseren. Onze droom is niet
ontstaan uit wanhoop en onmacht, is geen projectie om aan de
werkelijkheid te ontsnappen. Onze droom is niet eens een droom, het is
een groeiend besef dat God doorgaat met dat waarmee Hij al lang
begonnen.
Advent. Het Evangelie lijkt vandaag een herhaling van zo’n
doemscenario, waar ik twee weken geleden over sprak. Volkeren in angst.
Gebulder van een onstuimige zee. Mensen die het besterven van schrik.
Hemelse machten in opperste verwarring. Spanning om wat de wereld gaat
overkomen.
Jezus geeft ons een tip, een advies hoe we hiermee om moeten gaan. En
tussendoor geeft Hij een antwoord aan hen die vinden dat God het
allemaal niet zo best regelt; aan mensen die vragen: ‘Waarom laat
God dit toe?’ Jezus’ antwoord begint niet met daarom….
Hij zegt eenvoudig: ‘… Die dag zal komen over alle mensen, waar
ook ter wereld’. Misschien is dat ons probleem. We willen
zo’n dag niet, waarom mogen we niet gewoon in vrede leven, niet
te moeilijk doen naar elkaar, gewoon werken en eten en drinken en
slapen. Samen zijn en genieten van de mooie dagen. Blij zijn met je
kind en met elkaar. Meer willen we toch niet?
En dan zegt Jezus: ‘… Die dag zal komen over alle mensen, waar
ook ter wereld’. Alsof Hij zegt: Wat jij wil, dat is een droom,
dat is een fata morgana, is een terugverlangen naar de moederschoot,
want zo is deze wereld niet. Dit is een wereld waarin het kwaad zijn
intrede heeft gedaan en als je het kwaad eruit wilt krijgen, is er maar
één weg: Mijn weg. Wees dus waakzaam, en houdt ook de
hoop levend. Wat Ik in het verleden heb getoond, zal Ik ten volle tonen
aan het einde. Wat Ik ben begonnen, zal Ik voltooien.
Advent. Uitzien naar Hem die de strijd aanbindt met de machten van het
kwaad. Hem welkom heten die de zonde verdrijft. Hem tegemoet gaan die
alle lijden trotseert. Maar dan wel zoals de wijze maagden, met onze
lampen brandend, bereid de zonden aan te pakken. Steeds opnieuw, omdat
we steeds opnieuw tegen onze zwakheden oplopen.
Advent. Standhouden voor het aangezicht van de Mensenzoon. Dat is
standhouden in het geloof, in de hoop en vooral in de liefde.
Standhouden in de liefde die Hij heeft voorgeleefd, waarmee wij een
andere wereld opbouwen, een wereld die niet ten onder gaat, maar
blijft, omdat God zijn Koninkrijk opbouwt op zijn koninklijke liefde,
op zijn Goddelijke liefde, die dit leven verandert in eeuwig leven, die
deze wereld verandert in het Rijk der hemelen. Amen.
1e zondag in de advent (2006)
C-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars