Wanneer wij, mensen, tegen iemand zeggen: “Kom maar eens gezellig eten”, of: “Dan gaan we eens gezellig eten”, dan bedoelen we daarmee niet alleen “eten”, maar dan zeggen we daarmee dat een maaltijd veel meer is dan alleen maar voedsel tot ons te nemen. Inderhaast een boterham eten in de middagpauze of tussen twee afspraken, dat is geen maaltijd. Wanneer wij iemand uitnodigen om “gezellig” te komen eten, dan is dat een maaltijd, dan bedoelen we daarmee dat we de tijd nemen, dat het eten misschien alleen maar bijzaak is, en dat de feitelijke bedoeling is elkaar te ontmoeten, nader tot elkaar te komen, te komen tot een uitwisseling.
Wanneer Jezus aan tafel gaat, gaat het nooit over het eten, maar gaat het altijd over iets anders, en altijd iets heel bijzonders. Wanneer Jezus aan tafel gaat, gebeurt er altijd iets, gebeurt er altijd iets met mensen, gebeurt er altijd iets bijzonders, geschiedt er heil, komen er mensen tot bekering, komen er mensen tot ontmoeting.
Jezus vindt het fijn om met mensen gezelligheid te delen. Wanneer op de bruiloft van Cana de wijn op is (Joh 2,1-11), – een ramp bij een bruiloft !–, dan helpt hij het bruidspaar uit de problemen. Dan is er weer vreugde, dan kan het feest doorgaan tot in de kleine uurtjes.
Maar wanneer hij bij Marta en Maria wordt uitgenodigd, en Marta volledig opgeslokt wordt door het huishoudelijke, poetsen, koken en bedienen en alles klaarmaken, dan zegt Jezus dat het Hem toch vooral gaat om het gesprek met Maria.
Jezus gaat zelfs bij voorkeur aan tafel met mensen die niet deugen, met degenen die het hardste bekering, verzoening en ontmoeting nodig hebben. Zondaars en tollenaars. Het wordt Hem dan ook heftig verweten: “Die man gaat aan tafel met zondaars en tollenaars …!” “Hij is bij een zondaar zijn intrek gaan nemen …!” (Lucas 19,7). Maar wanneer Jezus aan tafel gaat met zondaars en tollenaars, dan gebeuren er mooie dingen. Dan komen mensen tot bekering. Dan besluiten mensen anders te gaan leven. Dan is die maaltijd de beslissende ontmoeting die hun leven volledig verandert.
Dat gebeurt bij Zacheüs, de zondaar, de tollenaar, die door Jezus uit zijn boom wordt geroepen: “Zacheüs, klim vlug naar beneden, want vandaag wil ik in jouw huis te gast zijn” (Lucas 19;5). Zacheüs betert zijn leven, begint een nieuwe leven.
Dat gebeurt wanneer Jezus wordt uitgenodigd door Simon de Farizeeër, die denkt een goed gesprek met Hem te hebben, totdat er wéér iets bijzonders gebeurt: een vrouw, een slechte vrouw, een zondares, komt binnen en balsemt de voeten van Jezus (Lucas 7,36-50). Wat gebeurt er? Iemand komt tot bekering. Maria Magdalena betert haar leven, zij gaat Jezus volgen.
De maaltijd is slechts het kader. Het gaat ook om wat er met mensen gebeurt, wat er ín mensen gebeurt. Aan tafel wordt het Koninkrijk van God gesticht.
Het lijkt er wel eens op dat alle belangrijke dingen in Jezus’ leven bij voorkeur gebeuren tijdens een maaltijd. En dat geldt dan zeker voor Zijn laatste maaltijd. Ook Zijn allerlaatste, definitieve boodschap, geeft Jezus tijdens een maaltijd. Bij die laatste maaltijd geeft Jezus Zichzelf:\
- in de voetwassing, waarmee Hij aangeeft in welke geest wij met elkaar moeten omgaan;\
- in de lange toespraak, het Hogepriesterlijk Gebed, waarin Jezus spreekt over Zijn band met de Vader, Zijn leven, Zijn zending, en de komst van de Heilige Geest belooft,\
- in de opdracht aan Zijn leerlingen gegeven, Zijn lijfelijke aanwezigheid voort te zetten … in de vorm van een maaltijd, in de gedaanten van brood en wijn: “Dit is Mijn lichaam … dit is Mijn bloed”…
Wanneer Jezus aan tafel gaat, gebeurt er altijd iets bijzonders. Bij deze maaltijd, het Laatste Avondmaal, breekt het volle licht van Christus door. Deze maaltijd wordt het tijdloze, volledige samenzijn met de Heer,\ - méér dan een samenzijn: een samensmelting, een maaltijd die kerk sticht, gemeenschap sticht,\
- méér dan een ontmoeting: een éénwording, een maaltijd waarin Hij Zichzelf geeft;\
- méér dan een nieuwe levensoriëntatie, een bekering: een overrompeling door het goddelijke, een maaltijd die ons nieuw leven geeft.
Hij blijft bij ons, alle dagen, en wij herkennen Hem, net als de leerlingen van Emmaus, aan het breken van het brood. En dat, óók weer tijdens een maaltijd …
Wanneer Jezus ons uitnodigt voor een maaltijd, dan weten we het: nu gaat er iets heel bijzonders gebeuren.