Aan het einde van de dag waren de jubelklanken uitgestorven.
Van het juichen bleef enkel nog een verre echo.
De mantels waren weer opgeraapt
en de palmtakken lagen achtergelaten op straat.
Maar thuis zal aan wie er niet bij was geweest
nog honderduit verteld zijn over die feestelijke intocht.
’s Anderendaags ging het leven dan weer zijn gewone gang.
Of toch niet?
Waar is het fout gelopen?
Wat sluimerde er al allemaal dat nu ten volle naar boven kwam
en waardoor plots alles een andere wending nam?
Ze hadden een man toegejuicht
omdat ze in hem de leider zagen zoals ze die zélf voor ogen hadden.
Ze hadden zich een land voorgesteld
waarin hij een nieuwe orde zou vestigen
op de manier dat het vólk het verwachtte.
Toen ze begonnen te begrijpen
dat voor die nieuwe wereld ook hun eigen inzet zou gevraagd worden,
dat ze daarvoor hun zekerheden en gewoontes moesten verlaten,
toen vonden ze dat hij echt te ver ging.
En toen lieten ze die man vallen.
Erger nog: stonden ze hem naar het leven.
Van het juichen bleef zelfs niet eens meer een verre echo.
In de verte klonk het al…. Barrabas.
Ook wij vieren vandaag dat Jezus onze verlosser is.
Blijven we even enthousiast wanneer het tot ons doordringt
dat Hij ons uitnodigt om daar zelf aan mee te werken?