Het geheim onthuld

B-cyclus · Vasten · Palmzondag · rood

Op zijn proces zegt Jezus, tot grote verbazing van zijn ondervragers, bijna niets. Slechts twee keer neemt Hij het woord. Wanneer de hogepriester Hem vraagt of Hij de Christus is, de Zoon van de Gezegende, antwoordt Hij: ‘Ja, dat ben Ik,’ en Hij voegt er nog een korte profetie aan toe over de komst van de Mensenzoon. Op Pilatus’ vraag of Hij de koning der joden is, reageert Jezus raadselachtig: ‘U zegt het zelf.’ In feite heeft Hij maar op één vraag duidelijk geantwoord: Hij is de Messias.

Nu is dat nogal verrassend, want in de loop van het Marcusevangelie hebben mensen geregeld gezegd dat Hij de Messias was. Maar telkens wees Jezus dat antwoord af, of juister: Hij verbood hun dat door te vertellen. Dat moest alsnog ge¬heim blijven. Het zogenaamde Messiasgeheim is typerend voor heel het Marcusevangelie. Het doet des te vreemder aan omdat de hele vraag van dit evangelie juist is: wie is Jezus? Herhaaldelijk wordt het juiste antwoord gegeven en toch wijst Jezus het telkens af. Nu zegt Hij het zelf. Ronduit en zonder omwegen. En het is het enige klare antwoord dat Hij geeft. Al de rest laat Hij aan zich voorbijgaan, als zijnde van geen belang. Zelfs de valse beschuldigingen laat Hij passeren. Ook op zijn proces blijkt dus dat maar één vraag echt van belang is: wie is Jezus?

Nu wordt ook duidelijk waarom wie vroeger al het juiste antwoord kende, het toch niet mocht doorvertellen. Onmiddellijk na zijn bekentenis wordt Jezus gefolterd en gekruisigd. Zijn levensweg is ten einde en de ene grote vraag is beantwoord. Nu komen ook de heftigste verwijten naar boven: ‘Kom van dat kruis af en red U zelf!’ En: ‘De Messias, de Koning van Israël; laat Hij nu van het kruis afkomen, zodat we zien en geloven!'

Vóór Golgota mocht niemand Hem Messias noemen. Alleen wie Hem op het kruis ziet sterven, mag die naam gebruiken. Maar nu is de aanstoot al te groot geworden, nu gaat men voorwaarden stellen. Hij moet eerst zichzelf redden en van dat kruis afkomen. Het kan toch immers niet dat de Messias, de Christus, de Zoon van de Gezegende op die manier ten onder gaat. Dat gaat vierkant in tegen alles wat van Gods almacht verwacht mag worden. In feite zijn de verwijten tegen Jezus rechtstreeks tegen God zelf gericht: het kan niet dat de Almachtige de schande van Golgota laat gebeuren zonder in te grijpen.

Het schandelijke verhaal van Jezus’ laatste uren krijgt in de evangeliën buitengewoon veel aandacht. Dat is geen toeval. De christelijke verkondigers zullen altijd weer moeten ervaren dat daar het grootste bezwaar tegen Jezus ligt: dat Hij zich vernederd heeft door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan het kruis.
Eén man op Golgota durft Hem wel de Zoon van God te noemen: de Romeinse honderdman die ‘zag dat Hij op deze manier de geest gaf'.

Zoeken in Preken Online