Afgelopen donderdag werd ‘het evangelie van
Judas’ openbaar gemaakt, althans in een voorlopige Engelse vertaling.
De tekst, geschreven ruim vóór het jaar 180, was opgedoken in
Midden-Egypte in de jaren zeventig van de vorige eeuw, maar het heeft
lang geduurd voordat wetenschappers hem konden ontsluiten. Volgens dit
tot nog toe onbekende evangelie was Judas de apostel die wist wie Jezus
echt was. Daarom leverde hij Jezus over, opdat Jezus’waarlijk
spirituele zelf, de innerlijke mens, uit zijn aardse lichaam zou
vrijkomen. De tekst is ontstaan binnen een belangrijke stroming in het
vroege christendom, die nogal haaks staat op het traditionele
christendom, zoals ons dat is overgeleverd. Deze stroming uit de tweede
eeuw verkondigde het heil van een alleen voor ‘geestelijke mensen’
bereikbare kennis. Alles wat samenhing met het lichaam en de aardse
werkelijkheid namen zij niet serieus, of ontkenden zij zelfs.
Maar als wij naar ons eigen leven kijken of aanstonds het passieverhaal
horen, weten wij uit ervaring hoezeer het lichamelijke en het lijden
evenzeer een deel is van ons leven als het spirituele en het genieten
van onze geliefden en van het goede dat ons geschonken wordt. Het
lijdensverhaal, dat we ieder jaar met Palmzondag in zijn geheel kunnen
horen, in de kerk of in de concertzalen van Nederland, daagt ons juist
uit om in de duisternis van het lijden te blijven zoeken naar licht en
troost, van de kant van mensen en van de kant van God. Wij kunnen niet
weglopen van de realiteit van ons leven, en evenmin onze ogen sluiten
voor de realiteit van het leven en het lijden van Jezus, die mens is
geweest zoals wij.
Ook al hebben we dit passieverhaal al vele keren gehoord, toch zou het
ons niet als zó bekend in de oren moeten klinken, dat het ons niets
meer te zeggen heeft. Je zou kunnen proberen om het verhaal als nieuw
bij je binnen te laten, door heel concreet in het verhaal binnen te
stappen en niet op een afstand te blijven staan. Dat zou je
bijvoorbeeld kunnen doen door de woorden, die Jezus tot anderen richt,
telkens te horen als woorden tot jou persoonlijk gericht. Zo wijst
Jezus helemaal aan het begin van het passieverhaal zijn leerlingen
terecht als zij uitvaren tegen de vrouw, die hem kwam zalven, en hij
vraagt hen: ‘Waarom val je haar lastig?’ Dat is ook een gewetensvraag
aan ons: ‘Waarom val je een ander lastig, die goed wil doen op een
manier die niet in jouw straatje past?’ Of als Jezus in de tuin van
Getsemané tot zijn vrienden zegt: ‘Blijft hier zitten, terwijl ik bid’,
is dat ook een verzoek aan ons om niet van hem weg te lopen als het ons
te moeilijk wordt. Of als Jezus het uitschreeuwt ‘Mijn God, mijn God,
waarom heb je mij verlaten!’, dan kunnen we in die kreet misschien ook
onszelf herkennen als wij onze zwartste ogenblikken doormaken.
Dus: zie wat er gebeurt in het passieverhaal, hoor wat er gezegd wordt,
voel het tot in het diepst van je ziel, proef het brood en de wijn van
het laatste avondmaal, sluit je hart niet voor de doodsangst én het
godsvertrouwen van de mens Jezus, wacht vol hoop bij de ingang van het
graf.
Inleiding palmpassie (2006)
B-cyclus · Vasten · Palmzondag · rood