Feest vlak voor het sterven (1997)

B-cyclus · Vasten · Palmzondag · rood

LICHAAMPJE EN ZIELTJE

Een moeder vertelde over haar vierjarig dochtertje. In het gezin was een kindje gestorven. Ze moest aan haar dochtertje uitleggen wat er gebeurd was. “Sanne is dood. En nou brengen we haar lichaampje naar het kerkhof, maar haar zieltje is bij God.” Het is de vertrouwde taal voor ons om over de dood te spreken. De andere moeders keken ongelovig. We vormden een gespreksgroep met ouders van kinderen die enkele jaren geleden gedoopt waren. “Zo’n kind van vier snapt van dat onderscheid tussen lichaampje en zieltje toch niets!” wierp een moeder tegen. “Die van jou misschien niet…”, luidde bedachtzaam het antwoord, “maar die van mij wel, want die had haar zusje gezien, levend, pratend, bewegend, en even later dood in bed, koud en levenloos. De vierjarige zag dat er iets weg was. Dat verschil tussen haar levende zusje en het dode lichaampje, dat kon ze zien en dat noemden we zieltje. Die is ergens, niet op een plek, niet in een tijd, maar bij God.” Er viel een stilte, toen zei ze: “Een week voor het sterven wilde mijn dochter met alle geweld in het ziekenhuis bij Sanne blijven… Typisch… Wat ben ik blij dat ik het hoofd van de afdeling gevraagd heb of het kon. Het kon. Het was een rustige nacht, wij met zijn drietjes. Om zes uur kwam mijn man erbij!”\

EEN DOODSVERHAAL

Doodsverhalen zijn niet alleen bij ouderen actueel. Ook voor kinderen is het een spannend onderwerp. Als ik na een les in de klas van eerste-communicantjes zeg: wie heeft nog iets te vragen, dan gaat het op zijn laatst bij de vijfde vinger over de dood. De stille week die thans aanvangt vertelt een doods verhaal. Donderdag gedenken we met communicantjes en gemengd koor hoe Jezus Pasen vierde. Zijn laatste. Vrijdag is er ’s middags en ’s avonds een lijdensdienst. En zaterdag is het Pasen. In mystieke gebaren vertelt deze week over het geheim van de dood. Ik nodig u van harte uit om dit triduüm mee te vieren.\

EEN “FEESTJE” IN ELK VERHAAL

Het valt mij op dat veel doodsverhalen die nabestaanden vertellen erg gedetailleerd zijn. Het is net alsof de menselijke geest hyperactief en gevoelig wordt. De kleinste geluiden in huis worden waarge nomen, de geringste spierbewegingen van de zieken worden onthouden. In de eerste dagen na het verlies ontstaat een gedetailleerd verhaal dat steeds wordt herhaald, elk condoléance-bezoek opnieuw; kennelijk wordt het zo verwerkt. De nabestaande vertelt het ook om zichzelf te overtuigen dat de ramp werkelijk echt gebeurd is.
Het valt mij op dat in bijna elk doodsverhaal ook een feestje voorkomt. Er wordt bijna altijd ook verteld dat er nog een opleving was, een helder moment, een zoen, een herkenning. Dat er nog een samenzijn was, nog net die veertigjarige bruiloft in stilte gevierd, nog net even samen op de foto; gelukkig die verjaardag nog met allemaal erbij. Het is zo’n droevig lot dat lieve mensen een einde vinden, dat we pratend over dat einde, toch ook een feestelijk moment toevoegen.\

MOTIVATIE

Zo deden de gelovigen. Zij herinneren zich die rampzalige Pasen, toen Jezus, die niets kwaads in zin had, enkel goeds; Jezus die over liefde sprak en niet over de wet; hoe hij terecht gekomen was in comploten van overheden en angstige bezetters en zo in enkele dagen tijd als een slaaf was gehangen. Ze vertellen het verhaal met enkele heldere details, een afgesneden oor tijdens de arrestatie, een haan op de binnenhof van het gerechtsgebouw…., en ze vertrellen het met een feestje. Gelukkig dat Jezus dat ook nog meemaakte, dat hij zo welkom was, zo populair bij het betreden van de stad. Wat waren ze trots geweest en hoe hadden ze de wereld willen veroveren.
Dat verhaal hoort erbij, want alleen met het doodsbericht kun je niet verder leven. Aan de triomf ontlenen ze moed en motivatie.\

NARE SMAAK WEGSPOELEN

Daarom wordt de intocht in Jeruzalem al in de eerste eeuwen gevierd met een heuse optocht. De dood van een dierbare is beter te verwerken als bij de afschuwelijke herinneringen ook wat vertederende momenten zijn, die horen bij het doodsverhaal. De leerlingen vertelden het trots.
Ze hadden er wat van gemaakt. Na maanden angstig en aarzelend onderweg te zijn geweest, na discussies, zeg maar ruzies, of de risico’s niet te groot waren, was er die glorieuze entree geweest. Die herinnering moest de nare smaak wegspoelen die er overbleef toen ieder een laf op de loop was gegaan, toen het ineens allemaal uit de hand was gelopen.
We vertellen een doodsverhaal deze week, en we doen dat omdat we ook tegenover de dood niet zonder hoop zijn. En al worstelen met de taal om het uit te spreken, om het te zeggen aan onze kinderen, en om het zelf te kunnen geloven, het wezenlijke is dat we nooit zonder hoop zijn en dat we ons kunnen overgeven in het vertrouwen dat God het goed met ons voor heeft.\

KINDER-OPTOCHT

Lieve kinderen. Vroeger hielden de grote mensen een optocht. Ze sleepten een heel groot beeld mee van een ezel met Jezus daarop en ze zongen in de straten. Dat was zo een paar honderd jaar geleden. ’s Middags gingen de kinderen het nadoen. Ze trokken zingend door de straten en ze maakten kleine mei-boompjes. De schors werd in spiraalvorm afgesneden, want onder de schorst woonden boze geesten dachten ze. Een vogel van brood kwam er bovenop, want die begonnen juist te leggen, een zwaantje, een eendje of een haan. Er omheen kwamen dan de prachtigste versieringen en ze zongen in de straten: “een ei is geen ei, twee eieren is een half ei en drie eieren is een paas ei.” Want dat gaven de mensen elkaar op palmzondag: paarse eieren. Op goede vrijdag zelfs zwarte en met Pasen heel vrolijke, want iedereen was blij met het voorjaar, met het nieuwe leven, en vooral met het nieuwe leven voor Jezus.

Zoeken in Preken Online