Goede Vrijdag : Nu opstaan en verder trekken
Het touw ligt opgerold aan de lezenaar.
Bij het binnenkomen wordt een klein kaarsje aangestoken en in de schaal geplaatst
en allen krijgen een wierookstokje mee.
De brandende kaarsjes op schalen worden tijdens de intrede bij het kruis geplaatst.
Het kruis staat vooraan met de 7 armige kandelaar, voorzien van 7 kaarsen.
De wierrookstaafjes worden in schalen met zand gestoken tijdens de kruishulde
Intrede en intrede lied
L : Bij het binnenkomen hebben jullie een kaarsje aangestoken en op de schaal geplaatst. Het lichtje is het teken van onze innerlijke rijkdom, onze gedachten, onze inzet, datgene wat ieder van ons uniek maakt. We zijn hier niet alleen met onze zichtbare buitenkant aanwezig, maar ook met onze onzichtbare binnenkant.
Openingswoord door de priester
Welkom u allen hier bijeen, op deze Goede Vrijdag.
Op dit uur staat de tijd een ogenblik stil.
Wij volgen de weg die Hij is gegaan ten einde toe:
Jezus Christus, mens en God, om Hem te erkennen in de weg
die heden ten dagen velen mensen gaan:
lijden aan de wereld, sterven voor nieuw leven.
Het touw ligt nu op een hoopje aan de lezenaar, dit is een symbolische versterking van wat de liturgie uitdrukt: net als bij de leerlingen slaat na Jezus ‘ dood de vertwijfeling toe. Wat valt er nog te trekken? We hebben het touw gelost. Onze hoop is op de bodem geslagen.
L: Geboren en getogen als mensenkind, gemaakt om beeld te zijn van God die leeft en liefde is, is Jezus de weg gegaan die langs de zelfkant voert, het duister in. Hij is niet halverwege omgekeerd, hij wou verder trekken, tot het einde toe. En daarom noemen wij zijn naam: slaaf, Jezus, mensenkind, beeld en gelijkenis van Hem die leeft en liefde is.
Hem gedenken wij, en al die honderden of duizenden die net als Hij vernederd, geslagen en gekruisigd werden. Zij die Zijn weg gingen, de weg van de man die door wou gaan.
Pr : God, het is goed om samen stil te staan,
oprecht stil te worden bij het kwaad in de wereld.
En vinden we hier samen de kracht
om er uit op te staan en erin te geloven.
- Dat doen we in de naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest.
Amen.
Lied “ Naam van Jezus…” ZJ nr. 352
Openingsgebed
Onuitsprekelijke God,
wij roepen om Uw aanwezigheid
op deze Goede Vrijdag.
Op het kruis werd uw Zoon aan handen en voeten en aan zijn hoofd en in zijn hart gepijnigd en gekwetst, omdat hij zonder ophouden uw woord wilde spreken. Laat ons nu rond dit kruis stilstaan en naar Hem opkijken:
neergehaald maar niet verloren
breekt straks een toekomst open.
Aan deze belofte vertrouwen wij ons toe,
vandaag en morgen en altijd.
Amen.
Bezinning met de zeven laatste woorden
Zeven-armige kandelaar: na elke tekst wordt
een kaars aangestoken door de lector (om beurt na het lezen)
L Wij willen nu stil staan bij de zeven laatste woorden van Jezus.
Ze laten ons de weg zien vanuit Gods standpunt, bij het volgen van Jezus’ weg, vanuit ons gezichtspunt. Heel bijzonder is dat Jezus’ gezichtspunt ook vanuit menselijk perspectief is: Hij is op onze plaats gaan staan.
Steeds is Hij met mensen begaan. Hij leefde een leven met de mensen, in blijdschap en verdriet, maar in helende overgave tot de dood toe. Dat vieren wij in de aanbidding van het kruis.
Woorden…
Tussen afgrond en onbekende overkant.
Ze schudden het leven tot in de fundamenten.
Rotsgrond wordt on-grond.
Een ondoorgrondelijke hoop blijft overeind.
Verrijzenis komt in zicht!
Pr “ MIJN GOD, MIJN GOD, WAAROM HEBT U MIJ IN DE STEEK GELATEN? “
1° kaars (lector wacht om te lezen tot de kaars is aangestoken)
L Zich verlaten voelen door de meest geliefde.
Zich verlaten voelen door de meest nabije.
Zich verlaten voelen door wie de sterkste steun moest zijn.
Zonder antwoord, zonder uitleg, zonder troostend woord.
Allen Jezus heeft één huis waar hij zich thuis weet,
ook al hoort hij doorheen al zijn emoties zijn Vader niet, en ziet hij Hem niet
Maar hij roept Hem, troosteloos,
en klampt zich aan hem vast.
Pr “ VADER, VERGEEF HET HUN, WANT ZIJ WETEN NIET WAT ZE DOEN! “
2° kaars (lector wacht om te lezen tot de kaars is aangestoken)
L Jezus bidt, maar niet voor zichzelf. Hij bidt voor zijn medemens in nood,
in verwarring, in wanhoop. Ondanks zijn eigen pijn opent hij zijn hart voor de andere.
Mensen zitten vast aan zichzelf. Ze kunnen niet eens beseffen hoeveel pijn ze anderen aandoen. Het is hun vergeven…
Allen Jezus vraagt vergeving. Hij vraagt dat God zijn hart zou openen voor hen, want hij weet dat God liefheeft.
Pr “ IK BELOOF JE, VANDAAG NOG ZUL JE BIJ MIJ ZIJN IN HET PARADIJS! “
3° kaars (lector wacht om te lezen tot de kaars is aangestoken)
L Met het sterke geloof van Jezus in een leven na de dood,
omarmt Hij nu ook de zondaar die zijn fouten beseft.
Hij geeft hem niet alleen vergeving maar geeft hem hoop in wat komen gaat.
God blijft immers God, ook na de dood, na de misstap.
Allen Altijd blijft er een nieuwe horizon. Liefde wordt warmte van blijvende verbondenheid over de dood heen.
Pr “ VADER, IN UW HANDEN BEVEEL IK MIJN GEEST! “
4° kaars (lector wacht om te lezen tot de kaars is aangestoken)
L De eigen waarom-vragen stilleggen.
De innerlijke rust temmen.
De eigen projecten loslaten.
Blijven hopen voorbij de afgrond.
Vertrouwvol het leven in Gods handen leggen.
Dat doet Jezus.
Allen God is niet ver, maar nabij. Trouw tot in de laatste overgave
en de verbondenheid blijft.
Pr “ IK HEB DORST “
5° kaars (lector wacht om te lezen tot de kaars is aangestoken)
L Geledigd worden.
Gebroken worden.
Uit-doven.
Afgrond van angst en ellende die ondraaglijk veel pijn doet.
Er is geen ontsnappen aan voor wie bewust sterft.
Allen Jezus kent een langzame dood, geslagen en verwond,
doornen takken en spijkers dringen door zijn lichaam.
Uitputting wacht Hem op het kruis.
Pr “ VROUW, DAAR IS NU JE ZOON … DAAR IS JE MOEDER
6° kaars (lector wacht om te lezen tot de kaars is aangestoken)
L Oog in oog met de dood.
Loslaten van banden,
nieuw herschikken van oude verbanden,
het is vooruitziende zorg.
Allen Na het leven blijft er geen bezit meer.
Jezus beseft dit ten volle. Het is overgave.
Pr “ HET IS VOLBRACHT “
7° kaars (lector wacht om te lezen tot de kaars is aangestoken)
L Inzet, zoveel verder reikend dan eigen belang en eigen zorg.
Verantwoordelijkheid nooit ontvlucht.
Aan de gelofte trouw gebleven tot het einde.
Allen Tot het uiterste is Jezus gegaan in liefde voor naaste en God.
Alles is volbracht.
Lied “ Jezus, om uw lijden…” ZJ nr. 372 str. 1/4/8
Evangelie uit Joh. 18,1-19,42
Lijdensverhaal
Verraden en verloochend
L.
Jezus wordt verraden en verloochend door zijn vrienden,
hij wordt opgeofferd omwille van het zelfbehoud van de machtshebbers. Ook vandaag wordt dit mensen aangedaan.
Na elk stukje uit het lijdensverhaal wordt er op de gong geslagen, de klank ervan begeleidt telkens het stiltemoment dat daar op volgt
Luce : Jo. 18, 1-24.
Jezus ging hij met zijn leerlingen naar de overkant van de Kidronbeek.
Daar liep hij een olijfgaard in, met zijn leerlingen.
Judas, zijn verrader, kende deze plek ook,
want Jezus was er vaak met zijn leerlingen samengekomen.
Judas ging ernaartoe, samen met een cohort soldaten
en dienaren van de hogepriesters en de Farizeeën.
Ze waren gewapend en droegen fakkels en lantaarns.
Jezus wist precies wat er met hem zou gebeuren.
Hij liep naar hen toe en vroeg: ‘Wie zoeken jullie?’
Ze antwoordden: ‘Jezus uit Nazaret.
’ ‘Ik ben het,’ zei Jezus, terwijl Judas, zijn verrader, erbij stond.
Toen hij zei: ‘Ik ben het,’ deinsden ze achteruit en vielen op de grond.
Weer vroeg Jezus: ‘Wie zoeken jullie?’ en weer zeiden ze: ‘Jezus uit Nazaret.’
‘Ik heb jullie al gezegd: “Ik ben het,”’ zei Jezus.
‘Als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.’
Zo gingen de woorden in vervulling die hij gesproken had:
‘Geen van hen die u mij gegeven hebt, heb ik verloren laten gaan.’
Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had,
haalde uit naar de slaaf van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af;
Maar Jezus zei tegen Petrus: ‘Steek je zwaard in de schede.
Zou ik de beker die de Vader mij gegeven heeft niet drinken?’ De soldaten en de Joodse gerechtsdienaars grepen Jezus en boeiden hem.
Ze brachten hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kajafas.
Kajafas was dat jaar hogepriester en hij was het die de Joden had voorgehouden: ‘Het is goed dat één man sterft voor het hele volk.’
Simon Petrus liep met een andere leerling achter Jezus aan.
Deze andere leerling kende de hogepriester en ging met Jezus het paleis van de hogepriester in, maar Petrus bleef buiten bij de poort staan.
Daarop kwam de andere leerling, de kennis van de hogepriester, weer naar buiten; hij sprak met de portierster en nam Petrus mee naar binnen.
Het meisje sprak Petrus aan: ‘Ben jij soms ook een leerling van die man?’
‘Nee, ik niet,’ zei hij.
De slaven en de gerechtsdienaars stonden zich te warmen bij een vuur dat ze hadden aangelegd omdat het koud was; ook Petrus ging zich erbij staan warmen. De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer.
Jezus zei: ‘Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb ik iets in het geheim gezegd.
Waarom ondervraagt u mij?
Vraag het toch aan de mensen die mij gehoord hebben, zij weten wat ik gezegd heb.’ Toen Jezus dat zei gaf een van de dienaren die erbij stonden,
hem een klap in het gezicht: ‘Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden?’
Jezus zei: ‘Als ik iets verkeerds gezegd heb, zeg dan wat er verkeerd was,
maar als het juist is wat ik heb gezegd, waarom slaat u me dan?’
Daarna stuurde Annas hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester.
(de misdienaar slaat 1 maal op de gong.)
Overgeleverd aan spot en machtsspelletjes
**Luce **Een mens schenden in zijn waardigheid, hem bespotten en gebruiken in allerlei machtsspelletjes is hem diep onrecht aandoen. Ook dit lijden werd Jezus niet gespaard. Zo werd Hij gelijk aan alle vertrapten, waar ook in deze wereld.
Lector . Jo. 19, 1-16.
Toen liet Pilatus Jezus geselen.
De soldaten vlochten een kroon van doorntakken,
zetten die op zijn hoofd en deden hem een purperen mantel aan.
Ze liepen naar hem toe en zeiden: ‘Leve de koning van de Joden!’,
en ze sloegen hem in het gezicht.
Pilatus liep weer naar buiten en zei:
‘Ik zal hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken
dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.’
Daarop kwam Jezus naar buiten,
met de doornenkroon op en de purperen mantel aan.
‘Hier is hij, de mens,’ zei Pilatus.
Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars hem zagen
begonnen ze te schreeuwen: ‘Kruisig hem, kruisig hem!’
Toen zei Pilatus: ‘Neem hem dan maar mee en kruisig hem zelf,
want ik zie niet waaraan hij schuldig is.’
De Joden zeiden: ‘Wij hebben een wet die zegt dat hij moet sterven,
omdat hij zich de Zoon van God heeft genoemd.’
Toen Pilatus dat hoorde werd hij erg bang.
Hij ging het pretorium weer in en vroeg aan Jezus: ‘Waar komt u vandaan?’
Maar Jezus gaf geen antwoord.
‘Waarom zegt u niets tegen mij?’ vroeg Pilatus.
‘Weet u dan niet dat ik de macht heb om u vrij te laten of u te kruisigen?’
Jezus antwoordde: ‘De enige macht die u over mij hebt, is u van boven gegeven. Daarom draagt degene die mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.’
Vanaf dat moment wilde Pilatus hem vrijlaten.
Maar de Joden riepen: ‘Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer,
want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer.’
Pilatus hoorde dat, liet Jezus naar buiten brengen
en nam plaats op de rechterstoel.
Het was rond het middaguur op de voorbereidingsdag van Pesach.
Pilatus zei tegen de Joden: ‘Hier is hij, uw koning.’
Meteen schreeuwden ze: ‘Weg met hem, weg met hem, aan het kruis met hem!’ Pilatus vroeg: ‘Moet ik uw koning kruisigen?’
Maar de hogepriesters antwoordden: ‘Wij hebben geen andere koning dan de keizer!’ Toen droeg Pilatus hem aan hen over om hem te laten kruisigen.
Zij voerden Jezus weg;
de misdienaar slaat op de gong
Het einde van een mens
L. Tot op het einde wordt geprobeerd met hem ook zijn boodschap te doen verdwijnen. Als alles hem ontnomen is, blijven enkel een paar geliefden over.
Liefde alleen stelt mensen in staat om het ondraaglijke te dragen en mee te gaan tot op de grens van dit bestaan.
Pr. Jo. 19, 17-30.
Jezus droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats,
in het Hebreeuws Golgota.
Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één,
en Jezus in het midden.
Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd.
Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’.
Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks.
De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus:
‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven,
maar “Deze man heeft beweerd: “Ik ben de koning van de Joden”.
‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus. Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren,
voor iedere soldaat een deel.
Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden.
Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn mantel.’ Dat is wat de soldaten deden. Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala.
Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield,
zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling:
‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis. Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’
Er stond daar een vat water met azijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond.
Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.
de misdienaar slaat op de gong
Stilte moment
Lied “ Jezus Christus is het beeld …” ZJ nr. 364
Kruishulde , Kruisverering
Pr. Een houten kruis met nagels doorboord, is teken van lijden en pijn. Een houten kruis met bloemen getooid, is teken van hoop en bevrijding. Dit kruis eren, is de nagels uittrekken en het met bloemen tooien zodat het ten volle een getuigenis van hoop en toekomst mag zijn.
L. Als een doorn binnendringt in de huid van de mens, dan doet dit pijn. Als mensen Jezus een doornenkroon opzetten, dan willen ze Hem pijnigen. Te veel had Hij in zijn spreken hen getoond, hoe medemensen pijn leden.
Te veel had Hij in zijn spreken opgeroepen, om op te komen voor mensen die lijden. Te veel had Hij in zijn spreken, hen geraakt in hun doen en laten. Nu wilden ze met Hem afrekenen. Gekwetst in zijn gezicht maakte men Hem te schande.
Pr : God, met de doornenkroon van Jezus voor ogen bidden wij:
Voor alle mensen die gekwetst worden, omdat ze opkomen voor de zwakke medemens, voor alle mensen die gekwetst worden, omdat ze onrecht en onmacht tegenspreken, voor alle mensen die gekwetst worden, omdat zij in het spoor van uw zoon leven en getuigen, dat zij in dit teken van Jezus weer hoop vinden.
(iemand brengt een klein bloemstukje bij het kruis )
Pr: God, deze bloemen op het kruis nodigen ons uit,
hierin uw zoon te blijven volgen.
We bewaren een moment van stilte.*
L. Als de handen van mensen worden vastgebonden, maakt men hen weerloos. Door Jezus’ handen op het kruis vast te nagelen, wilde men Hem weerloos maken. Te veel had Hij met zijn handen mensen, die door hun omgeving werden verlamd, aangeraakt waardoor zij zich weer konden oprichten. Te veel had Hij met zijn handen mensen, die door hun omgeving alle zicht op de toekomst ontnomen waren, de ogen aangeraakt waardoor zij weer konden zien. Te veel had Hij met zijn handen mensen, die het zwijgen werd opgelegd, aangeraakt waardoor ze weer durfden spreken. Nu zouden ze daar een definitief einde aan stellen. Nu wilden ze zijn handen aan banden leggen.
Pr: God, met de door nagels gekwetste handen voor ogen bidden wij:
voor elke mens die uit jaloersheid van medemensen zijn handen afgesneden wordt, voor elke mens die omwille van roddels en verhalen zijn handen niet meer durft uitsteken, dat zij in dit teken van Jezus weer vertrouwen vinden.
(Er worden twee bloemstukjes aangebracht bij het kruis )
Pr: God, deze bloemen bij het kruis nodigen ons uit;
hierin uw zoon te blijven volgen.
We bewaren een moment van stilte.*
L. De voeten van Jezus werden vastgenageld, zo zou Hij geen stap meer kunnen verzetten. Als Hij niet meer naar de mensen toe kan gaan, dan zal zijn faam wel snel uitsterven. Vast gekluisterd aan dit kruis, teken van schande en verraad, zouden mensen Hem wel vaarwel zeggen. Dan wordt alles weer gewoon, dan kan alles weer verdergaan zoals het was.
Pr:
God, met de door nagels gekwetste voeten voor ogen, bidden wij U:
voor mensen die vastgebonden zitten in hun eenzaamheid en niemand vinden die hen tussen medemensen brengt, voor mensen die vastgenageld worden op hun verleden en niet meer tussen mensen durven komen, dat zij in dit teken van Jezus weer durf vinden.
(Iemand brengt een klein bloemstukje aan tot bij het kruis)
Pr:
God, deze bloemen op het kruis nodigen ons uit, hierin uw zoon te blijven volgen.* (We bewaren een moment van stilte)*
L. De laatste stoot, de ultieme genadeslag: een mens raken in zijn hart. Om zeker te zijn dat Hij dood was, om zeker te zijn dat zij nu weer hun eigen weg konden gaan, doorboorden ze zijn hart. Zijn hartelijkheid, zijn liefde, zijn spreekkracht om op te komen voor elke mens die ten ondergaat, werd nu definitief het zwijgen opgelegd. Zonder hart was Hij niemand meer.
Pr:
God, met het gekwetste hart voor ogen bidden wij U:
Voor mensen die versteend zijn van hart, voor mensen die met een klein hartje leven uit schrik voor anderen, voor mensen die met een gebroken hart leven en niet meer durven dromen, voor mensen die harteloos geworden zijn, dat zij in dit teken van Jezus weer moed vinden.
(Iemand brengt een klein bloemstukje aan tot bij het kruis )
Pr:
God, deze bloemen op het kruis nodigen ons uit, hierin uw zoon te blijven volgen.
. We bewaren een moment van stilte.
Lied:
Kruishulde. Pr: Met deze gebeden en onze eigen stille intenties en bezorgdheid in gedachte willen wij nu hulde aan Jezus, onze gekruisigde broeder.
L. De oorspronkelijke betekenis van het woord wierook is ‘ gewijde rook ‘
Ook vandaag is wierook nog steeds een link naar het religieuze, het spirituele.
Wierook wordt gebrand om te mediteren, om lichaam ,ziel en geest in harmonie te brengen om te zuiveren en ons zo te verbinden met de allerhoogste, de God van alle leven.
Bij het binnenkomen hebben jullie een wierookstokje gekregen.
Mag ik jullie vragen dit wierookstokje te nemen , naar voren te komen en het aan te steken aan één van de kaarsjes om dan hier vooraan vóór het kruis neer te zetten in de schaal met zand.
Tijdens de kruishulde : orgel
Communiedienst
Pr. Mensen nabij blijven, kwetsbaar, aanwezig zijn in hun donkerste momenten. Hiervan gaf Jezus ons de avond vóór Zijn lijden en sterven een teken:
Hij deelde zichzelf uit in gebroken brood. Hij vroeg ons dit teken te blijven stellen, om Hem te gedenken. Bidden we dan, vooraleer aan tafel te gaan, samen Zijn gebed:
Onze Vader: samen bidden
Communie
Pr. Breken en delen " Dit is mijn lichaam voor U gegeven." Moge het eten van dit brood ons kracht geven om deelgenoot van noodlijdende mensen te worden en in gemeenschap met Hem en elkaar te leven.
Daarom zalig gij allen die genodigd zijt aan de tafel van de Heer: Heer ik ben niet waardig…
Communielied
Bezinning na de communie
Toen Jezus de zure wijn gedronken had zei Hij: “Het is volbracht”.
Hij boog het hoofd en stierf.
Telkens opnieuw zal er iemand
– alleen met het evangelie van Jezus Christus –
in de rug op de barricade staan en sneuvelen.
Als men de dode opraapt komt de bezinning en schaamte.
Men zal zeggen:
misschien wees hij wel de weg naar de vrede
misschien schreeuwde hij iets dat zeer belangrijk is
voor de toekomst van de mens.
En telkens opnieuw
zal men zich trachten te herinneren
de weg die hij wees en de woorden die hij zei.
Zijn geest zal leven.
En weer zal iemand zich klaar maken
om de barricade te beklimmen.
(W. Bruyninckx: Tussen en morgen)
Slotgebed
Trouwe God, U hebt zich laten kennen als Vader van Christus. Hem hebt Gij door de duisternis van de dood heen
bestemd tot leven bij U. Wij bidden U: haal ons omhoog als wij in wanhoop verzinken,
en doe ons nu opstaan en geloven. Maak ons tot mensen die op U vertrouwen, die geloven in Uw Naam: Ik zal er zijn.
Neergehaald maar niet verloren
willen wij ons aan U vasthouden.
Verbonden mee de weg gaan
waarin U zal opstaan.
Amen.
Zending en zegen
Laten wij dan nu in stilte de nacht ingaan,
en geloven op een nieuwe morgen.
+ Moge God ons daartoe zegenen: Vader, Zoon en Heilige Geest.
Amen. Gaat nu allen heen in vrede!