Vijfde Zondag in de Veertigdagentijd - B 17 maart 2024
Evangelie: Johannes 12, 20-33
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan zijn preek van vandaag de titel: “Veertigdagentijd, voorbereiding om het Paasverbond te vieren”. Bij de bouwstenen voor de homilie van deze zondag kiezen we een citaat dat gelinkt is aan een deel van zijn commentaar bij de evangelietekst, voorzien voor de Vijfde Zondag in de Veertigdagentijd-B.
“Wie zijn ziel wil redden - met een Bijbelse uitdrukking wil dat zeggen: ‘Wie het goed wil hebben, wie zich niet wil engageren, wie niet in de problemen wil komen, wie buiten schot wil blijven (door weg te kijken of de ogen te sluiten) of wie veilig aan de kant wil gaan staan terwijl de crisissituatie zo ernstig is dat we ons allemaal zouden moeten inzetten… - die zal finaal zijn leven verliezen.’ Wat is het verschrikkelijk om in comfort te hebben geleefd, zonder te lijden, zonder in de problemen te komen, kalm aan, goed gesetteld, goed verbonden en veilig verzekerd op politiek, economisch en sociaal gebied! Hij/zij heeft niets en niemand nodig, hij/zij heeft alles – maar wat is het nut daarvan? Hij/zij zal zijn ziel verliezen. ‘Maar wie uit liefde voor Mij uit zijn/haar comfortzone stapt en met het volk meegaat, en het lijden van de armen mee opneemt, en zich met hen identificeert, en de pijn en de verontwaardiging van hen voelt als waren het de zijne/hare, die zal zijn leven winnen, want mijn Vader zal hem/haar belonen.’ Broeders en zusters, dit is waartoe het Woord van God ons vandaag oproept. En ik zou echt alle mogelijke overtuigingskracht waarover ik beschik willen aanwenden om jullie te zeggen: het is de moeite waard om christen te zijn!”
In deze tijd is het niet evident van christen te zijn. En actief christen-zijn binnen een kerkelijke gemeenschap is heden ten dage misschien nog minder vanzelfsprekend. Want het christelijk tijdperk is voorbij. Waar zullen de Kerken staan over pakweg tien jaar? Traditionele (soms eeuwenoude) publieke manifestaties zoals processies, bedevaarten en ommegangen evolueerden mettertijd meer en meer tot cultureel erfgoed of ze vielen haast geruisloos weg. We zien her en der ook nogal wat kerkelijk conservatisme opduiken, en er zijn bewegingen aan het werk die duidelijk ageren tegen de openheid en de nieuwe wegen die Paus Franciscus aangeeft voor de Kerk van vandaag en morgen. Af en toe zien we dat in de praktijk de kerkelijke klok eerder teruggedraaid wordt, bijvoorbeeld wat betreft de reële participatie van leken, de volwaardige erkenning van de vrouw in de Kerk en het streven naar een levensnabije liturgie. Wanneer dan ook nog het seksueel misbruik dat door een minderheid van kerkmensen is gepleegd, en dat mede is kunnen blijven duren omwille van de niet adequate respons door bisschoppen, geregeld publiekelijk ter sprake komt, wordt de geloofwaardigheid van de Kerk steeds meer uitgehold. In economie en politiek spelen het christelijk geloof en het officiële kerkelijk spreken zo goed als geen enkele rol meer. In die domeinen van het maatschappelijk leven gaat het alleen maar om macht en rijkdom, en het zijn deze ‘(af)goden’ die de zaak sturen. Soms wordt de christelijke ‘vlag’ gekoppeld aan een naam waarin de ‘K’ of ‘C’ nog te lezen valt, schaamteloos misbruikt om sympathie te vinden bij een traditioneel christelijke cultuur, terwijl de machthebbers ondertussen een ware kerkvervolging uitvoeren, zoals dat het geval is in het Nicaragua van vandaag. Vanuit de Kerken horen we nog zelden sterke evangelisch kritische profeten spreken. Massasbijeenkomsten bij bepaalde bedevaartplaatsen, manifestaties zoals de Wereldjongerendagen,… - het lijken eerder strovuren waarvan het enthousiasme vlug afkoelt bij de terugkeer naar huis. et
En toch… Mgr. Romero zegt ons vandaag nadrukkelijk: “Het is de moeite waard om christen te zijn*!”* We zien het gebeuren op kleine en lokale vlakken. En dikwijls aan de rand van de formele kerkelijke structuren. Op alle terreinen van de samenleving vinden we (kleine) minderheidsgroepen van christenen die heel bewust beantwoorden aan de aanwezigheid van Jezus bij mensen die het moeilijk hebben in het leven. Daar zien we christenen bezig, mannen en vrouwen, die “… uit hun comfortzone stappen en met het volk meegaan, en het lijden van de armen mee opnemen, en zich met hen identificeren, en de pijn en de verontwaardiging voelen als waren het die van henzelf”. Zij engageren zich daarbij samen met anderen die niet of anders gelovig zijn. Die christenen kunnen meestal (zij het misschien niet voldoende) rekenen op één of andere vorm van gelovige gemeenschap waar ze elkaar helpen om duidelijker te ‘zien’, scherper te ‘onderscheiden’ (oordelen), van daaruit heel concreet solidair te ‘handelen’ - en om ook regelmatig hun engagement creatief te ‘vieren’ en in wederzijdse uitwisseling elkaar te bemoedigen en hun geloof te versterken. Soms gebeurt dat ook al een beetje (of gelukkig nog altijd min of meer) binnen parochies of andere kerkelijke structuren, maar heel dikwijls situeert dit fenomeen zich aan de rand van de officiële Kerk of er net buiten. De mensen die hier aan meedoen zijn er van overtuigd dat het inderdaad meer dan “… de moeite waard is om christen te zijn.“ Ook op vandaag zijn er in de wereld christenen die omwille van hun gelovig engagement en hun evangelisch-profetisch spreken en handelen soms ten dode toe vervolgd worden.
Zou het niet evangelisch noodzakelijk zijn dat kerkelijke verantwoordelijken met grote eerbied en luisterbereidheid veel meer oog en hart zouden hebben voor al die christenen die het toch maar doen? Bij hen gaat het niet over de ware doctrine, noch over de officiële liturgische voorschriften, maar over de evangelische praxis die zich situeert op wegen waar ze ‘de Heer’ ontmoeten in ‘de armen’ (in alle dimensies van de menselijke armoede). Dat is het fundament van ons gelovig zijn. Dat is de vaste grond van waar de wegen vertrekken die christenen moeten gaan. En die gelovige praxis is ook oecumenisch belangrijk. Want alleen samen kunnen Kerken getuigen van het Evangelie. Ja waarlijk, het is meer dan de moeite waard om christen te zijn in de wereld van vandaag, ook al moeten we stroomopwaarts varen (en vaak roeien met de riemen waarover we beschikken).
Het citaat uit de preek van Mgr. Romero dat ons vandaag leidt, ontmaskert ook een bepaalde manier van leven. “… In comfort leven, zonder te lijden, zonder je bezig te houden met de problemen van mensen, het kalm aan doen, goed gesetteld leven, goed verbonden en veilig verzekerd op politiek, economisch en sociaal gebied! Niets en niemand nodig hebben. Alles hebben.” Het gaat hier uiteraard niet alleen over dat kleine aantal multimiljardairs in de wereld, maar over allen die (meer dan) voldoende inkomen en reserves hebben opgebouwd om ruimschoots van het leven te kunnen genieten in onze comfortzone. Dat zullen in Europa en de USA andere niveaus van bevolkingsgroepen zijn dan in de landen van het Zuiden van onze aarde. Wanneer zo’n situatie leidt tot “… zich niet willen engageren, niet in de problemen willen komen, buiten schot willen blijven (door weg te kijken of de ogen te sluiten), of veilig aan de kant gaan staan terwijl de crisissituatie zo ernstig is dat we ons allemaal zouden moeten inzetten…”, dan, zegt Mgr. Romero - met het Evangelie van Jezus voor ogen -, verliezen we ‘onze ziel’, het hart van ons mens-zijn, ons eigenlijke leven. Zo’n radicaal-evangelische interpretatie van wat het leven van mensen al of niet waard is, botst natuurlijk met de ‘normale’ gang van doen en laten in onze neoliberale kapitalistische samenlevingen. En toch zouden we als christenen de moed moeten hebben om mensen op te roepen om het anders te gaan doen. We zouden de eersten moeten zijn die geloven in en strijden voor een ‘andere’ wereld, voor gerechtigheid die uitmondt in vrede.
We mogen het aandurven om, zoals Mgr. Romero, te getuigen dat het anders kan, dat dienstwerk aan ‘kleine mensen’ vreugde betekent en volheid van leven meebrengt. We mogen er voor uit komen dat het Evangelie van Jezus ons daartoe aanzet, ons kracht geeft en hoop om het vol te houden. Ons eigen leven kan dan een bevraging worden, een uitdaging en een oproep naar anderen toe. Alleen wie bereid is zijn of haar leven te geven aan anderen, zal ten volle leven. De evangelietekst van deze zondag wil ons bemoedigen om dit alles toch maar te doen en het proberen vol te houden.
Suggestie van vragen voor bezinning en actie**, persoonlijk en in onze gemeenschappen:**
Waarom is het voor mij/voor ons écht de moeite waard om christen te zijn? Hoe en wanneer ervaren we dat?
Waarom is het de moeite waard te blijven geloven in de ‘andere’ mogelijke wereld? Wat doen wij daar concreet voor? Wat is onze aanbreng daarin, individueel en als gemeenschap?
Hoe houden we het vol? Wat geeft ons vandaag de nodige veerkracht en het uithoudingsvermogen om toch maar dat zaad van Gods Rijk te blijven zaaien?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 146. Vijfde Zondag in de Veertigdagentijd-B – 17 maart 2024.
Extremismen zijn gevaarlijk.
“Extremisme, vooral de kortzichtigheid die ertoe leidt om alles in de tegenovergestelde kleur te zien, is erg gevaarlijk*. Tegen hen die vanuit dergelijk extremisme redeneren en handelen zou ik willen zeggen wat de Bisschoppenconferentie van Medellín zei toen de bisschoppen het over vrede hadden: ‘We willen onze oproep in de eerste plaats richten tot degenen die een groter aandeel hebben in rijkdom, cultuur of macht. We weten dat er leiders zijn in Latijns-Amerika die gevoelig zijn voor de noden en die daarin proberen te bemiddelen. Ze erkennen zelf dat de bevoorrechten in hun sector en op hun niveau vaak met alle middelen die ze tot hun beschikking hebben druk uitoefenen op de machthebbers en zo de noodzakelijke veranderingen in de weg staan of verhinderen. Soms neemt deze druk zelfs drastische vormen aan, met de vernietiging van levens en eigendommen.’* En hier wil ik dan de woorden van Paus Paulus VI citeren: ‘Het zijn zij die de explosieve revoluties van de wanhoop uitlokken.’
In veel Latijns-Amerikaanse landen leven we in tijden van tegengestelde extremismen, en in tijden van enorme politieke polarisatie. De extremen overschatten ieder op hun beurt het goede dat ze zelf doen, ze zwijgen over hun eigen fouten en maken tegelijkertijd het goede dat het andere uiterste doet belachelijk door hun mislukkingen te overdrijven en uit te vergroten tot een karikatuur. In verkiezingstijd worden deze spanningen en conflicten tussen politieke extremismen nog scherper en acuter. De werkelijkheid is echter meestal niet zo zwart-wit. Er zijn in dat alles vele grijstinten en tal van gevarieerde kleuren.
Monseigneur Romero stelt in het citaat dat wij voor de reflectie van deze week hebben gekozen aan de kaak dat “… de bevoorrechten in hun sector en op hun niveau vaak met alle middelen die ze tot hun beschikking hebben druk uitoefenen op de machthebbers en zo de noodzakelijke veranderingen in de weg staan of verhinderen”. De rijksten in de onderscheidene landen en op internationaal niveau gaan tot het uiterste om de media te controleren, om verkiezingspropaganda te financieren en de politici die hen onderdanig zijn te steunen, zodat ze - eenmaal verkozen - miljardenwinsten voor zichzelf kunnen (blijven) garanderen. Wie de gelegenheid heeft om het boek: ‘Het is OKÉ om kwaad te zijn op het kapitalisme’ van de voormalige Amerikaanse presidentskandidaat Bernie Sanders te lezen, zal zich realiseren hoe deze corrupte machine met miljarden dollars werkt en zowel democraten als republikeinen stelselmatig omkoopt. Op Latijns-Amerikaans niveau zijn dezelfde processen continu aan het werk. Degenen met economische macht oefenen op talloze manieren druk uit op ‘hun’ politici om er voor te zorgen dat er geen serieuze, tijdige of structurele veranderingen in de economie kunnen plaatsvinden, met als enige bedoeling de onstuitbare bevrediging van hun honger naar meer en meer geld te blijven garanderen. Er zijn in alle landen sterke politieke families die aan de macht komen - vaak via zogenaamd democratische verkiezingen - en die ongegeneerd de verworven politieke macht gebruiken om hun familiale economische imperium in vele sectoren van de samenleving verder uit te bouwen. Een wijze man zei ooit: ‘Macht corrumpeert, en veel macht corrumpeert nog meer…’
Extremisten aan de macht doen veel moeite om hun eigen partij te ‘zuiveren’ van potentiële kandidaten die een nieuw leiderschap zouden willen invoeren. Ze vinden altijd wel ergens een ‘haar in de boter’ om hen in diskrediet te brengen en van het voorplan te verdringen. Er is geen tekort aan landen waar ze hen gevangen zetten, hun nationaliteit afnemen en hen het land uitzetten, henzelf en hun families beroven van hun bezittingen en bankrekeningen, en zelfs hun schoolcijfers en diploma’s uitwissen. Ze zijn nog harder in hun controle over mogelijke afwijkende of kritische stemmen van andere partijen of uit de media. Extremisten aan de macht laten koudweg geen afwijkende of kritische stemmen toe. Ze gaan tot het uiterste om die het zwijgen op te leggen. Ze herschrijven zonder blikken of blozen de geschiedenis waar het hen goed uitkomt, ze leggen overdreven veel nadruk op wat hen aan de macht heeft gebracht en prijzen hun eigen grote daden en prestaties de hemel in, terwijl ze ook maar het minste protest en de geringste kritiek verbieden en hun eigen falen zorgvuldig verbergen. In onze tijd gebruiken ze de media om de bevolking te bombarderen met hun eenzijdige en tendentieuze lezing van de gebeurtenissen en ze presenteren deze onverbloemd en onverkort als ‘dè waarheid’, de enige en voor altijd vaststaande juiste versie van de feiten.
Als het waar is dat de werkelijkheid veel grijze gebieden kent (in plaats van zwart-wit en dat dan nog enkel gesitueerd aan de uitersten), is het des te meer belangrijk dat mensen kunnen leren om zowel de werkelijkheid zelf als de politieke discoursen van degenen die aan de macht zijn (of die proberen de macht te veroveren) kritisch te onderscheiden en te beoordelen. Mensen hebben de verantwoordelijkheid om de historische herinnering levend te houden, vooral wat betreft gebeurtenissen die veel pijn, dood, wanhoop, armoede en ellende hebben veroorzaakt. Ze kunnen niet toestaan dat heersers bepaalde historische tijdperken uit het collectieve geheugen wissen omdat het hen politiek beter uitkomt. Het onderwijs in school en maatschappij moet zich richten op het vormen van het kritisch bewustzijn van de nieuwe generaties. Wanneer een regering een nieuw school- of universiteitsjaar begint met evenementen waar nationale vlaggen worden gehesen tezamen met de vlaggen van de partij die op dat moment aan de macht is, wordt er op die manier de duidelijke boodschap meegegeven dat dit een ‘geïdeologiseerd onderwijs’ is: wie daar school lopen en gevormd worden zullen er vooral leren om gedweeë volgelingen van de leider te zijn, ze zullen er leren om de geschiedenis en de realiteit te begrijpen zoals de partij die (al jaren) aan de macht is die informatie en interpretatie verspreidt; ze zullen er eer en loyaliteit leren te geven aan de hoogste politieke macht. En zo groeit de corruptie nog sneller en nog sterker.
Monseigneur Romero citeert daarbij een uitspraak van Paus Paulus VI: “… Het zijn zij die de explosieve revoluties van de wanhoop uitlokken”. In processen van grote ideologische politieke polarisatie waar de extremen elkaar bestrijden; in processen waar het grootkapitaal politici omkoopt om hen en hun belangen te dienen; in processen waar ideologische interpretaties van de realiteit van het leven van bovenaf worden opgelegd…, wordt de wanhoop van de mensen geboren en groeit ze beetje bij beetje aan. Emigratie naar andere landen is dan al gauw een eerste stap om de wanhoop te ontvluchten op zoek naar meer rust en een betere levenskwaliteit. In landen met veel emigratie zouden politieke actoren, vooral degenen die aan de macht zijn, zich ten diepste moeten afvragen welke koers ze varen die ervoor zorgt dat steeds meer mensen weg willen uit hun land. Maar wanneer de interne druk blijft toenemen, wanneer de armoede alsmaar toeneemt, wanneer de leugens van de overheidspropaganda aan het licht beginnen te komen, wanneer de voortdurende schending van mensenrechten niet langer kan worden getolereerd, wanneer het geduld opraakt…, dan zullen er vroeg of laat zeker “explosieve revoluties van wanhoop” aankomen. Deze zullen dan hoogstwaarschijnlijk radicaal worden afgewezen en gewelddadig worden neergeslagen door de machthebbers, gesteund door de sterke economische machten. Maar ook al proberen de machthebbers dergelijke explosie in diskrediet te brengen, de betrokkenen te vervolgen en de gebeurtenis snel uit het geheugen te wissen - dat proces van ‘revolutie van de wanhoop’ zal toch altijd opnieuw de kop opsteken.
Vanuit het gezin, de school en de sociale organisatie hebben we de verantwoordelijkheid om te leren hoe we het zwart-wit denken, de ideologische lezingen van de geschiedenis en allerlei vormen van extremistische actie kunnen vermijden. Echte participatie zonder druk van de machthebbers, van onderaf, vanuit een kritisch-gevormd geweten en een open geest, het leidt tot een constructieve manier om ons open en vrij op te stellen in de samenleving. De Kerken hebben hierin ook een profetische verantwoordelijkheid om de vinger op de wonden van de mensen te leggen, om het machtsmisbruik van politieke leiders en de accumulatie van rijkdom aan de kaak te stellen en de hoopvolle horizon open te houden van een andere wereld in het perspectief van het Koninkrijk van God.
Laten we extremistische gedachten, houdingen en handelingen koste wat het kost vermijden. De werkelijkheid is veel complexer dan de extremisten beweren en ons proberen wijs te maken. Laten we eerlijk leren onderscheiden wat waar is en vals, en laten we dat steeds weer doen vanuit het echte leven van de armen. We hoeven niet bang te zijn.
Tere en Ludo Van de Velde
Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog enkele andere citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero op de Vijfde Zondag in de Veertigdagentijd-B van 1979, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:
192 Dar la vida por los demás:
https://www.facebook.com/watch?v=416392953866526
191 Interioridad:
Overdenking voor zondag 17 maart 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Vijfde Zondag in de Veertigdagentijd-B, 1 april 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p 348.