Als ik een vraag aan God zou mogen stellen, wat zou ik dan vragen? Ruim
50 reacties zijn er binnengekomen, waaronder ook deze: Mijn vraag aan
God is een zoektocht. Een verlangend uitgaan naar God. Een verlangen om
me toe te vertrouwen. Ik weet dat al mijn verstandelijk geredeneer mij
niet op het spoor brengt. Ik zal dichter bij mijzelf moeten zoeken. Het
zoeken naar mijn vraag aan God wordt innerlijk stil gebed. Stil en
zwijgend aanwezig zijn.
Prachtig. Een vraag die de richting van
een antwoord in zich draagt: God in de stilte. De Bijbel kent veel
verhalen van Godsontmoeting. De verhalen en beelden vertellen allemaal
hoe Hij aan het licht komt in mensen. Ieder mens is nu eenmaal geroepen
om een ander stukje van God te laten zien. Zonder jouw deel ontbreekt
er iets van God in de wereld. Ook in ons leven gebeurt God. Hij
verwezenlijkt zichzelf in ons dagelijks leven “Ik zal er voor jou
zijn”. En Hij trekt zijn spoor van liefde en mededogen, zorgzaamheid en
vreugde wanneer wij respectvol omgaan met elkaar.
Maar hoe kom je tot een ontmóeting met God?
Alle
mensen die belangrijke dingen gezegd hebben over God die hebben zich
teruggetrokken in de stilte. Boeddha, Mozes, Jezus, Mohammed, meester
Eckhart, Benedictus, Thomas, Franciscus, Theresa van Avila: allemaal
kennen ze het belang van rust en stilte. Maar als we ons de tijd en de
rust gunnen om in die stilte naar God te zoeken, dan zien we wel
allerlei beelden van de God van onze jeugd in stukken vallen. Dat is
eerst even schrikken, maar tegelijk kan dat heel heilzaam zijn.
God
was daar altijd oorzaak, helper, doel, beloner, rechter. Maar de echte
volwássen vraag naar God is belangeloos. God is een geschenk, genade,
zomaar daar waar wij Hem toelaten.
Het zou inderdaad wel eens
kunnen zijn dat stilte de geheime deur is naar zijn verblijf. Ieder van
ons draagt die kern van stilte in zich. Vóór het ontstaan van alles was
die stilte er. Ze is het hoofdbestanddeel van het merkwaardige heelal
dat ons omsluit, en de diepste kern van elk wezen. Ze is de grondtoon
van alle leven. De moeder van alles, zou je ook kunnen zeggen. Ze weet
meer dan wij.
Misschien, misschien is zij wel Degene Die Is,
Liefde, God. In de Joodse en Christelijke traditie wordt God soms
verstaan als stilte. Het is een van zijn namen.
De middeleeuwse
mysticus Meister Eckhart zegt: “Stilte is de zuster van het
goddelijke… Niets ter wereld lijkt zozeer op God als stilte…En
niets ter wereld is zozeer verbonden met ons eigen diepste wezen als
juist de stilte..”.
Daarom zoeken we haar in de nacht, we
beklimmen er bergtoppen voor en bouwen hele abdijen, allemaal voor zijn
stille aanwezigheid. Je staat letterlijk stil bij wat echt belangrijk
is in het leven. Daarom vraagt leven in stilte ook moed. Want er komt
dan heel wat op je af. Maar als je het aandurft, brengt ze je weer in
contact met jezelf en met de bodem van je bestaan.
Toch is die
stilte niet zo gemakkelijk verkrijgbaar. Ze is te vinden in een lege
ruimte, een open plek in het lawaai van alledag. Maar die ruimte moet
je wel maken. Je zult zelf de eerste stap moeten zetten, die pas op de
plaats. Dat kan ieder ogenblik, elke dag, elk moment van je leven. Wat
zou je tegen houden haar te zoeken? Je hebt niets te verliezen, alleen
maar te ontvangen. Eckhart zegt dat de stilte zich op in het hoogste
deel van onze ziel. Daar bevindt zich een binnenkamer, zegt hij, waar
je eigen gedachten tot zwijgen komen. Daar zwijgen onze zelfverwijten,
onze boze gevoelens, ons mopperen op anderen, onze ontevredenheid. Daar
wordt het helemaal stil in ons.
Maar waar is dan de deur naar Góds
verblijf? Misschien is het onze overgave. Ons geduldig wachten op
genade, op liefde, op de groet van God zelf die zich in die stille
ruimte verbergt. Die genade wordt je pas geschonken als je je eraan
durft overgeven. Dat is een weg van oefening, van loslaten, van steeds
meer durven, steeds dichter komen bij de kern. Jezus ging daarvoor het
gebergte in. Of zoals vandaag: naar de Olijfberg. En daar ontmoet Hij
God en deelt met Hem zijn levensangst.
Je kunt er ook voor in een
Moskee zitten, in een kathedraal, op een bergtop of in een klooster. In
de liturgie kun je haar beleven, in de natuur, bij een gedicht,
luisterend naar muziek. Toch hoef je niet altijd naar een speciale
plaats te gaan. Uiteindelijk zit die plek in je eigen ziel.
En het
gaat ook niet altijd om afzondering, dat je wegtrekt uit je gezin, je
werk, je wereld. Je draagt die heilige plaats met je mee, waar je ook
gaat. De stilte is het koninkrijk van je ziel. Uiteindelijk is stilte
veel meer een levenshouding die misschien wel het dichtst bij de
werkelijkheid komt en waarin je de Ander het meest nabij bent.
Belangrijk is dat je je ontdoet van het kleed van je eigen behoeften en
verlangens, van angsten en gevoelens, ideeën en fantasieën. Je treedt
binnen in je eigen kern van stilheid, soms temidden van het lawaai van
de straat. Je probeert tot jezelf te komen en zo uiteindelijk bij God.
Maar dat hoeven we ook niet allemaal uit elkaar te halen. Het zou wel
eens één beweging, één gebeuren kunnen zijn: die zoektocht naar onszelf
en de weg naar God.
En het klinkt misschien paradoxaal, maar juist
die stilte van je binnenkamer kan je ook nog eens verbinden met alle
mensen die zoeken naar het wezen van de dingen. Want die stilte is een
fluisteren dat iedereen verstaat, van welke religie dan ook. Het gaat
voorbij aan credo’s, riten, tijd, geschiedenis, grenzen, namen,
begrippen en theologieën. Het is bij uitstek de plek waar God verblijf
houdt. In die stilteruimte kunnen mens en God incognito samenkomen en
even geluidloos in elkaar verdwijnen. Daar, in God, met Hem, vindt een
mens ook zijn eigen kern.
“Zie, ik sta aan de deur en klop. Als
iemand mijn stem hoort en de deur opent zal Ik bij hem komen en met hem
samen eten en hij met Mij”.
Die zegening van Gods nabijheid is
niet een kwestie van geloof. Zo van: als je maar goed gelooft, dan
ervaar je dat wel. Nee, alleen de geest die stil is kan haar ontvangen,
die zegening waarover geen kerk of geloof beschikt. Alleen voor de
stille geest gaat die hemel open en is de kern van het leven
toegankelijk. Ze is noodzakelijk, al is het alleen maar om God God te
laten zijn.
Dat betekent dat je er echt voor moet kiezen om de
tijd te nemen om af te dalen in die stille ruimte. Je zit alleen of met
anderen neer in stilte tegenover God en je voelt je opgenomen in zijn
aanwezigheid. “Als je wilt dat God spreekt moet je stil zijn”, zegt de
mysticus Tauler. God heeft onze woorden niet nodig. Samen met Hem ben
je daar gewoon, zonder woorden, zonder bepaalde bedoelingen, vrij van
alles. De vreugde over zijn aanwezigheid is genoeg. Je komt in God tot
rust en je proeft iets van de eeuwigheid.
Misschien is God die
genezende stilte zelf wel, een stilte die ons geneest van onszelf, van
ons ego. Hij zoekt het stilzwijgen van de mens, de ruimte binnen het
mensenhart waar zijn scheppend woord opnieuw kan klinken: “Zie, Ik maak
alles nieuw”.
Stil worden en jezelf aanvaarden: wie je bent, wat
je hebt, de levenskeuze die je eens gemaakt hebt, datgene wat je kunt
en niet meer kunt; je leeftijd aanvaarden, de gebreken van de ouderdom,
de plek waar je woont, de gemeenschap waarin je leeft. Het is zoals het
is. Stil worden, tevreden en je hart vol aandacht laten uitgaan naar de
Ander en dan heel bewust te doen wat je doen moet. En wat dat is, dat
hoor je dan wel in je ziel.
De theoloog Sören Kierjegaard schrijft
in zijn dagboek dat hij, naarmate zijn gebed dieper en inniger werd,
ontdekte dat hij eigenlijk niets meer te zeggen had. En dus werd hij
stil, vanzelf. Hij werd héél stil. Hij dacht toen: de diepste vorm van
bidden is stilte. Zwijgen. Maar midden in die stilte luisteren, wakker
zijn, aandacht hebben voor alles: voor wat er in je opkomt, voor alles
wat je probeert weg te houden. Aandacht ook voor elke vraag die naar je
toekomt.
We hebben uit de Schrift het verhaal van Elia gelezen. Hij
wilde niet meer leven en had zich in de woestijn al aan de dood
overgegeven. De dood is mij liever dan het leven, had hij gezegd…
Maar een engel, God zelf dus, kwam hem wekken, reikte hem water en
brood en op de kracht daarvan liep hij een veertigdagentijd lang naar
de berg van God. Daar overnacht hij in een spelonk. Hij moet naar
buiten komen, daar zal hij God ontmoeten. Niet in de alles verwoestende
storm, niet in de aardbeving, niet in donder en bliksem is God. Nee,
God hult zich in de stem van de stilte. Dan bedekt Elia zijn gezicht en
kan het gesprek tussen hem en God beginnen. Daar waar wij afdalen in
ons binnenste en niet meer bang zijn onszelf te ontmoeten, daar is de
Ander te vinden. Hij is daar waar wij thuiskomen bij onszelf.
God en de stilte (2006)
B-cyclus · Vasten · 4e zondag van de Vasten · roze