Vierde Zondag in de Veertigdagentijd - B 10 maart 2024
Evangelie: Johannes 3, 14-21
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan zijn preek van vandaag de titel: “Veertigdagentijd, een oproep tot ware verzoening”. Voor de bouwstenen van deze zondag kiezen we hieruit een citaat dat gelinkt is aan enkele verzen uit de evangelielezing van deze zondag, met name het stuk waarmee hij zijn homilie afsluit.
“Het Concilie nodigt ons uit om in de vastentijd onder mekaar een soort broederschap te creëren van alle mensen, rechtvaardigen en zondaars. Gedoopten, boetelingen, zondaars – we zijn allemaal broeders en zusters van elkaar, want we zijn allemaal zondaars. Laten we, net als in de Babylonische ballingschap, horen naar de Stem van de Heer die ons komt bevrijden. ‘Zozeer heeft God de wereld liefgehad’, zegt het evangelie van vandaag, ‘dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat de wereld zou gered worden en opdat niemand die in Hem gelooft verloren zou gaan…’ Dit is de voorwaarde om gered te worden: geloven, geloof hebben, onze hoop vestigen op Hem. Mogen alle mensen van El Salvador vandaag de pelgrimsstoet vormen van de veertigdagentijd – een lange tocht van mensen die, vanuit hun geloof in Christus, hopen dat Paaszondag ons niet alleen de herinnering zal brengen aan een verrezen Christus van twintig eeuwen geleden, maar de ware verrijzenis van een volk dat zo vernederd is, maar dat juist daarom ook zo effectief tot verrijzenis wordt opgeroepen door de Stem van de Heer zelf. Het zij zo.”
Wie durft het aan om op vandaag te spreken over ‘verzoening’? Niet zomaar in het ijle en buiten de historische realiteit, maar midden in de meest droevige en gewelddadige conflicten die zich in onze wereld afspelen? Paus Franciscus zei begin dit jaar dat hij met diepe bezorgdheid de situatie in Nicaragua opvolgt, en hij vroeg om voor dat land en voor de Kerk daar te bidden. De aartsbisschop van Managua bidt voor de vele parochies waar geen priester meer is die kan voorgaan in de eucharistie (ze werden immers één voor één ontvoerd, gevangengenomen of buitengezet door het regime). Uiteraard verwijzen we ook naar de vernietigende oorlog van Rusland tegen Oekraïne en die van Israël tegen Palestina. Maar ook nog naar vele andere plaatsen in onze wereld waar zich gewelddadige conflicten afspelen. Wie heeft de evangelische moed om op al die plaatsen wegen van verzoening te zoeken en uit te bouwen?
Mgr. Romero zegt ons dat het daarbij absoluut noodzakelijk is dat we eerst en vooral allemaal erkennen dat we zondaars zijn. Verzoening is nooit en nergens mogelijk als we vertrekken van een zwart-wit denken (wij zijn de goeden en zij zijn de slechten), als we niet erkennen dat we allemaal met de voeten in de modder staan en er alleen maar samen uit kunnen geraken. Laten we ons de boodschap herinneren van de Palestijnse Lutherse pastor Munther Isaac die – met Kerstmis 2023 – schreef: ‘Gaza is vandaag de dag het morele kompas van de wereld geworden. Als u niet geschokt bent door wat er in Gaza gebeurt, als u daar niet diep door geschokt bent, dan is er iets mis met uw menselijkheid. Als wij als christenen niet verontwaardigd zijn over de genocide die daar gebeurt, en over het gebruik van de Bijbel als wapen om deze genocide te rechtvaardigen, dan is er iets mis met ons christelijk getuigenis en brengen wij de geloofwaardigheid van onze evangelieboodschap in gevaar. Sommigen hebben bij dat alles niet eens opgeroepen tot een staakt-het-vuren. Ik heb het met name over Kerken die dat niet hebben gedaan.’
In de wereld van vandaag mogen we de Bijbelteksten over de ballingschap herlezen en opnieuw verstaan in onze eigen historische context. Neen, het is op dit moment geen geschikte tijd om te zingen en te vieren en te juichen in onze wereld. Tegelijkertijd zouden wij als christenen echte promotoren en getuigen moeten zijn van verzoening en vrede, precies omdat we willen luisteren en “… horen naar de Stem van de Heer die ons komt bevrijden”. Daarom moeten we onze medeverantwoordelijkheid erkennen in veel leed dat aan andere mensen en andere volkeren wordt aangedaan. We zagen en hoorden het op TV, we hadden er kennis van via alle mogelijke communicatiekanalen, en we hebben gezwegen, we hebben het kwaad laten begaan. We staan met zijn allen midden in het lijden van de wereld. En met de Lutherse predikant moeten we dan ook zeggen: Er is iets grondig mis met onze menselijkheid en dus uiteraard ook met ons christelijk getuigenis. Wat betekent het voor de wereld dat we met 2,4 miljard christenen zijn, als we met die grote groep niet bekwaam zijn om wegen van verzoening te gaan, en om gist te zijn van Gods bevrijding van zoveel onrecht en geweld?
We staan op enkele weken van Pasen. Mgr. Romero dringt er op aan dat we zouden “… hopen dat Paaszondag ons niet alleen de herinnering zal brengen aan een verrezen Christus van twintig eeuwen geleden”. Mooie teksten, licht en bloemen in de kerken en gebedsplaatsen, een plechtige paasliturgie, een triomfantelijke zang van ‘Christus is verrezen, alleluja’ – dat is allemaal heel goed en zinvol, maar wat betekent het concreet voor de wereld van vandaag? Welk impact heeft ons Paasgeloof in onze praktijk, in ons dagelijks leven, in ons gemeenschappelijk optreden en spreken? Het gaat immers om ‘… de ware verrijzenis van een volk dat zo vernederd is, maar dat juist daarom ook zo effectief tot verrijzenis wordt opgeroepen door de Stem van de Heer zelf.’ Is het niet zo dat het onmogelijk is om iets van de verrijzenis van de Heer te ervaren, zonder open te staan voor verzoening, voor de wederzijdse erkenning van (grove historische) fouten en voor het schenken van vergeving?
Hoe kunnen wij op dit moment, in onze tijd, getuigen van “… het evangelie van vandaag, dat zegt dat God Zijn eigen Zoon heeft gegeven, opdat de wereld zou gered worden”? Waar staan wij, Jezusgelovigen, Paaschristenen, in deze wereld van onrecht en geweld? Hoe en in welke mate zijn wij instrumenten van de redding van de wereld? Mooie woorden herhalen in de liturgie, in het gebed en de meditatie – het is vrijblijvend, als we niet tegelijk ook onze verantwoordelijkheid opnemen voor het heil van de mensen, voor de bevrijding uit alle vormen van slavernij en onderdrukking, van uitsluiting, enz…
Onze hele mensengeschiedenis wordt tot verrijzenis geroepen. Daaraan mogen / moeten wij als getuigen meewerken, en daaruit bestaat de praktijk van ons geloof. Dit jaar zijn er in verschillende landen ‘verkiezingen’ van nieuwe regeringsleiders, op verschillende bestuurlijke niveaus. In wiens handen leggen wij als christenen onze toekomst, ja, de toekomst van de hele mensheid? Aan de basis voelen we ons soms zo onmachtig en verloren tegenover de grote (nationale en internationale) politiek. Maar ons verrijzenisgeloof heeft ook gevolgen voor onze politieke keuzes, onder andere bij verkiezingen. Geloven dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft om de wereld te redden en dat Hij Hem door de dood heen heeft gehaald en Hem heeft doen verrijzen, betekent meteen ook dat wij bereid zijn om op te komen voor verzoening, voor gerechtigheid en duurzame vrede. Laat ons, waar en wanneer we kunnen, tekens van hoop stellen, tekens die mensen troosten en bemoedigen.
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
Waarom is het voor ons als christenen zo moeilijk om (mee) te werken aan verzoening tussen mensen, tussen bevolkingsgroepen en tussen volkeren?
Welke stappen kunnen we als christenen zetten opdat ons Paasgeloof inderdaad en metterdaad bron van bevrijding zou zijn, van redding en vrede?
Welke hoopvolle tekens kunnen we heel concreet stellen, nu ter gelegenheid van Pasen 2024? (in onze familie, in onze leef- en werkomgeving, in onze stad, in ons land, wereldwijd…)
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 145. Vierde Zondag in de Veertigdagentijd-B – 10 maart 2024.
Jullie kunnen het volk zo gelukkig maken…
“Ja, dierbare broeders en zusters, van de president tot en met de politie, (…) wees een regering van hoop, wees een veiligheidsmacht, wees mensen van orde, maar wees vooral werkelijk instrumenten van God voor de bevrijding van ons volk*. Laten we, beste kapitalisten, de afgoderij van het geld, de macht van het bezit, niet gebruiken om de armste mens uit te buiten. Jullie zouden onze mensen zo blij kunnen maken als er een beetje liefde in jullie hart was. Wat voor instrumenten van God zouden jullie kunnen zijn met jullie koffers vol geld, met jullie gevulde bankrekeningen, met jullie boerderijen, met jullie grond…, als jullie dit alles niet zozeer zouden gebruiken om jullie egoïsme te bedienen, maar om dit volk gelukkig te maken dat zo hongerig is, zo behoeftig en zo ondervoed.**
Dit is niet zomaar wat demagogie van mijn kant om applaus te krijgen. Het is wat de mensen voelen en graag willen zien. (…) Ons Salvadoraanse volk is niet gemaakt voor haat; het is gemaakt voor samenwerking, voor liefde, en het wil broederschap vinden in alle sectoren die een volk vormen dat zo gezegend is door God, dat zulke overvloedige goederen van God heeft ontvangen, maar die vanwege de slechte verdeling ervan de oorzaak worden van zoveel verdriet. Dit is de structurele zonde, door mensen veroorzaakt en in stand gehouden. (…)
En ik zou graag willen dat zij allen die nu via de radio luisteren, dit niet zomaar doen als politici, als nieuwsgierigen of als vervolgers, maar als katholieken die proberen de boodschap van hun pastor te leren kennen, en als mensen die zich mee willen oriënteren naar en engageren voor de opbouw van de ware Kerk. En dat zij uit wat ze horen zouden besluiten: beste katholieken, wij engageren ons mee met jullie om van onze Kerk het ware volk van God te maken, een lichtgevende fakkel die de paden van het land verlicht, een heilbrengende kracht voor heel ons volk. Laten wij samen Kerk zijn.”
Mgr. Romero doet hier een oproep aan degenen die de grootste verantwoordelijkheid hebben voor de ontwikkeling van het volk, voor de bevrediging van de behoeften van de mensen en hun vooruitzichten op levenskwaliteit: de machthebbers, de overheidsbestuurders, de veiligheidstroepen, de gezinnen met veel middelen. Die oproep luidt kort samengevat: wees een regering van hoop, maak onze mensen gelukkig. "… Wees werkelijk instrumenten van God voor de bevrijding van ons volk". Maar om die instrumenten van bevrijding te kunnen zijn, moeten jullie eerst en vooral erkennen dat de mensen “… zo hongerig, zo behoeftig, zo ondervoed” zijn. Het is niet zo dat er geen middelen beschikbaar zouden zijn om daar iets aan te doen. Het is veeleer de slechte verdeling van die middelen die het onderliggende probleem blijkt te zijn, en dat maakt de structurele zonde uit: de rijken worden rijker, de machthebbers worden machtiger en de meerderheid van het volk lijdt ondertussen honger, leeft in ellende, verliest de hoop. Mgr. Romero vraagt de verantwoordelijken om hun rijkdom niet langer voor egoïstische doeleinden te gebruiken, om niet langer hun geld-god te aanbidden, maar om de arme mensen gelukkig te maken. Alleen dan zullen ze Gods instrumenten zijn voor de bevrijding van het volk.
De harde historische realiteit is dat de goden van macht en geld blinde gehoorzaamheid lijken te eisen van hun aanhangers: zij die hen aanbidden leven in een gesloten wereld, ze mogen niet meer horen en niet meer zien wat er buiten gebeurt. Jezus had zijn oordeel al geveld over degenen die zich de macht hebben toegeëigend en de luxe tot zich hebben genomen. Zij leven niet meer in de historische werkelijkheid (waarin de overgrote meerderheid van de mensen in ellende leeft), maar ze vertoeven in de zelf gecreëerde luchtbel van hun eigen wereld. En daar zit een heel andere logica in.
Dit geldt voor individuen en hun naaste familie, maar ook voor degenen die de politieke, economische en militaire macht in handen hebben in de naties. Degenen die – in het begin misschien met de nobelste bedoelingen - toetreden tot de staatsinstellingen of tot de parastatale structuren, worden vroeg of laat verleid tot het aanbidden van deze goden. In een (soms langzaam) proces worden ze er toe geleid om te leven boven de gemiddelde levensstandaard, om te profiteren van privileges en van allerlei aanbiedingen, om op de duur dronken te worden van macht, gekoppeld aan eindeloze rijkdom. Slechts weinigen zijn in staat om aan zulke aantrekkelijke en bevoorrechte verleidingen te weerstaan. Zij die iets van macht in hun mond smaken, zijn nauwelijks in staat om hun potentieel om goed te doen en anderen te dienen sterker te maken. ‘We hebben leiders nodig die niet verliefd zijn op geld maar op rechtvaardigheid, die niet verliefd zijn op publiciteit maar op menselijkheid…’, zei Martin Luther King ooit.
Wat waar is voor degenen aan de top van de macht die in luxe leven, is tot op zekere hoogte ook waar voor ieder van ons, op kleinere en lagere niveaus. ‘Er zijn altijd armere gezinnen dan dat van ons.’ En we lopen allemaal het risico dat we ons opsluiten in onze luchtbel van kleine macht en kleine rijkdom. Deze beslotenheid verblindt ons en maakt ons doof voor het leven van degenen die het moeilijker hebben dan wij. De oproep van Monseigneur Romero om "… werkelijk instrumenten van God te zijn voor de bevrijding van ons volk", geldt voor ons allemaal. Dit vereist dat we niet vervallen in de verleidingen van het comfort dat we hebben bereikt. We moeten de beslissing nemen om onze ethische gevoelens niet te verlagen. We moeten geloven dat we in opstand kunnen komen tegen deze valse goden en dat we via kleine stappen in staat zullen zijn om naar een nieuwe toekomst (de bevrijding van ons volk) op weg te gaan.
‘Het gaat over eenvoudig en sober leven in een gecompliceerde en vijandige wereld, over rechtvaardig zijn te midden van onrecht, om eerlijk handelen te midden van corruptie, om barmhartigheid betonen te midden van onverschilligheid, vreugdevol zijn te midden van verdriet. We moeten er zeker van zijn dat we het resultaat zijn van ons eigen doen en laten, en dat we niet gemanipuleerd worden door allerlei machten en krachten buiten ons. Want alleen het heden behoort ons toe en gehoorzaamt aan onze eigen beslissingen. Laten we besluiten onze geest leeg te maken van alles wat niet bijdraagt aan waarheid, gerechtigheid en broederschap. Laten we ons huis ook leegmaken van alles wat niet bevorderlijk is voor gemeenschapsvorming, voor participatie en een hartelijk welkom. Laten we de ontmoeting, de vereniging, de organisatie tussen buren en medewerkers mee in gang zetten en vorm geven. Laten we onszelf trainen om op een integrale manier te groeien, individueel en collectief. Laten we verantwoordelijkheid nemen voor onze lokale en nationale samenleving, om deze harmonieuzer te maken. Laten we gelovigen zijn die ontwaken tot de spiritualiteit die onze tijd nodig heeft en die helpt om de contouren van een nieuwe generatie te ontplooien, ver van de traditionalismen die ons verlammen. Het is geen kwestie van wachten tot anderen het doen of van afstandelijk te kijken wie er eerst zal beginnen. Nee, het komt er op aan om nu zelf te beginnen. We zullen oogsten wat we zaaien, maar we hebben het geduld en de vasthoudendheid nodig van de boer die de grond omwoelt, verzorgt, met water besproeit, die het onkruid bestrijdt en de onontbeerlijke groei en rijping geduldig begeleidt. Het gaat om de overgang van ‘wat van mij is’ naar ‘wat van ons is’. Het komt er op aan ons allemaal te verenigen. We kunnen dit allemaal doen… als we besluiten om het individueel en collectief te doen.’ (geschreven door Padre Pedro uit Ecuador)
Op deze manier begrijpen we beter de boodschap die Monseigneur Romero naar de Kerk toe richt, wanneer hij haar vraagt om "… een lichtgevende fakkel te zijn die de paden van het land verlicht", als ware mensen van God. De Kerk moet "… een heilbrengende kracht zijn voor heel ons volk". Als gelovigen op de weg van Jezus moeten wij de eersten zijn om te doen wat als mensen gedaan moet worden, om ‘iets te doen’ in het weerstaan van het kwaad en het bevorderen van het goede. Het is aan ons om experts te zijn in menselijke solidariteit en om ‘te doen wat gedaan moet worden’, zelfs zonder daarbij na te denken over de risico’s voor het eigen leven. We moeten het doen om een fakkel van licht en een brokje zuurdesem te zijn in de geschiedenis, op de paden van de mensen, een voorbeeld van ethische opstandigheid. Niet zozeer kerkelijke toespraken zullen onszelf en de mensen redden, maar nieuwe opstandige daden: een andere wereld is mogelijk! Jezus was in staat om op deze manier te leven. En dit maakt de dynamiek uit van het Koninkrijk van God. We hoeven niet bang te zijn.
Tere en Ludo Van de Velde
Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog enkele andere citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero op de Vierde Zondag in de Veertigdagentijd-B van 1979, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:
190 Los no creyentes:
https://www.facebook.com/watch?v=1610905109291733
Overdenking voor zondag 10 maart 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Vierde Zondag in de Veertigdagentijd-B, 25 maart 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p 318.319.320.