4e zondag van de Veertigdagentijd – jaar B

B-cyclus · Vasten · 4e zondag van de Vasten · roze

Homilie op de 4e zondag in de veertigdagentijd: “Zien met het hart en met de ogen van Jezus” (2 Kron. 36, 14-16.19-23 en Jo. 3, 14-21)

Tielt, 15 maart 2015

De eerste lezing lijkt wel een omgekeerd scheppingsverhaal, waarin heel in het begin verteld wordt dat God op de eerste dag het licht schiep. De oudtestamentische schrijver vertelt vandaag in de eerste lezing dat de voornaamste priesters en het volk zich herhaaldelijk schuldig maakten aan gruweldaden en de tempel van Jeruzalem ontheiligden door hun verwerpelijk gedrag. Het lijkt wel de duistere nacht van het kwaad. Helaas is dat nog steeds geen verleden tijd, maar nog altijd actueel.

De duisternis van het kwaad was er gisteren. Het is er vandaag en het zal er wellicht morgen ook zijn. Want het licht werd gedoofd voor de vrouw die verkracht werd of als koopwaar verhandeld. Het licht werd gedoofd voor het kind dat werd aangereden door een dronken chauffeur of dat slachtoffer werd van een pedofiel. Het licht werd gedoofd voor de vier kleine kinderen van wie de vader vermoord werd op een kasteel in Wingene. Het licht werd gedoofd voor de nabestaanden van de 28 volwassenen en kinderen die omkwamen in de busramp in Zwitserland. Het licht werd gedoofd voor de moeder die haar kind in haar armen van honger zag sterven. Het licht werd gedoofd voor de kindsoldaten die werden weggeroofd van hun familie. Het licht werd gedoofd voor de soldaten die het slachtoffer werden van het zinloze geweld in zoveel landen in Afrika en Azië en voor de onschuldige burgers die gedood werden door terroristen bij een aanslag in Parijs of Verviers. Het licht werd gedoofd voor hen die stierven van honger of door gebrek aan medicijnen. Die wraakroepende duisternis kun je elke dag zien op T.V.

Ik vrees dat velen onder ons er onverschillig bij blijven, dat ze het niet meer zien of niet willen zien. Waarom niet?

Dat heb ik geleerd in dat fameuze sprookje van de Franse schrijver Saint-Exupéry, “Le Petit Prince” (Het Prinsje). Je kent wellicht het verhaaltje. Het prinsje komt gevlogen uit een planeet B 612 (la planète bien sise et douce) en komt terecht op aarde. Het gaat op zoek naar vrienden, maar het vindt er geen omdat er op aarde geen winkel van vrienden is. En op deze aarde moet je alles kopen. Maar op een bepaalde dag ontmoet het prinsje de vos, een heel slim beest. Die zal hem het geheim van de vriendschap, van wat blijvende waarde heeft in het leven, onthullen. De vos zegt o.a. in dat fameuze 21e hoofdstuk van het sprookje: “Je kent de dingen slechts als je er een band mee hebt.” En wat verder zegt de vos: “Voici mon secret. Ik est très simple. On ne voit bien qu’avec le coeur.” Vertaald wil dat zeggen: “Dit is mijn geheim. Het is heel eenvoudig. Je ziet pas goed met je hart.”

Naar dat hart is Nikodemus op zoek in het evangelieverhaal, dat we zopas beluisterd hebben. ’s Nachts, zo vertelt de evangelist Johannes, gaat hij bij Jezus op zoek naar het licht, omdat hij niet wilde dat de duisternis van kwaad en onrecht het laatste woord hebben in de wereld.

Met dat verlangen moeten ook wij naar Jezus gaan. Maar daarvoor moeten we onze ogen en vooral ons hart openen. Doen wat de vos aan het prinsje zei: zich verbonden voelen met de mensen die honger lijden, die als slaven verhandeld en behandeld worden, die ontberen wat levensnoodzakelijk is, aan wie alle rechten ontzegd worden.

Is je hart dan zo versteend dat je erbij onverschillig blijft? Durf je naar al die ellende, die gruwel van de duisternis, kijken met de ogen van Jezus? Juist daar waar het heilig licht is gedoofd, waar mensen vertrapt, vernederd en alle elementaire rechten ontzegd worden, juist op die plekken brengt Jezus het licht. Hij doet het door mensen die een lichtend voorbeeld zijn van heldhaftige naastenliefde: een pater Damiaan, de zusters van Mother Teresa, een zuster als Jeanne Devos en die miljoenen barmhartige mensen doorheen de tijden.

Dat licht moeten ook wij brengen. Daartoe worden we speciaal tijdens de veertigdagentijd opgeroepen. Vergeet niet dat het licht pas ontstoken wordt als wij ons het lot van de misdeelden op de wereld aantrekken.

Voel je, zoals de vos het zei aan het prinsje in het sprookje van Saint-Exupéry, je verbonden met al die mensen die in ellende leven? Kijk naar hen niet alleen als je onverschillig voor je T.V. zit: dat heilig tabernakel in de living waarnaast een lichtje brandt?

Kijk naar hen vooral met de ogen van je hart en denk aan hen als je voor Jezus’ tabernakel zit in de kerk. Daarnaast brandt ook een lichtje: dat van de godslamp, die verwijst naar Jezus met zijn lichtende boodschap.

Het lampje naast je T. V. en dat van de godslamp: de boodschap is erg verschillend!

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online