Broeders en zusters,
Wat mij ditmaal opgevallen is bij het lezen
van de 10 geboden is dat ze in het enkelvoud staan in de tweede
persoon, in de directe rede. Er staat niet: Men mag niet doden maar: “Gij zult niet doden”. Er staat niet: men mag geen echtbreuk plegen, maar: “Gij zult geen echtbreuk plegen.” Niet: men mag niet stelen, maar: “Gij
zult niet stelen.” Zo zijn alle tien geboden in de tweede persoon
enkelvoud. En ook de inleidende woorden zijn persoonlijk gericht: ”Ik
ben de Heer uw God”. Er staat dus niet “Ik ben jullie God”of: “Ik ben
de almachtige, de schepper van alle mensen”, maar: “Ik ben uw God, die
ú uit Egypte heb weggeleid”.
Dat is heel opmerkelijk. Want
eigenlijk zijn de 10 geboden bedoeld als grondwet voor de nieuwe staat
die het volk gaat vormen in het beloofde land. Israel was tot dan toe
een nomadenvolk van 12 stammen geweest, zonder koningen. Maar onder
leiding van Mozes trekken ze door de woestijn naar het beloofde land en
daar zullen ze zich vast gaan vestigen. Dan moeten ze net als Egypte
onder de Farao en alle ontwikkelde en gevestigde omringende volken met
een koning een wet hebben. De boeken Numeri, Levitcus en Deuteronomium
die na het boek Exodus volgen, zijn dan ook bedoeld als staatswetten.
De namen zeggen het al: Numeri betekent nummers: genummerde
wetsartikelen; Leviticus betekent letterlijk ‘wetboek’ en Deuteronomium
betekent: ’ de tweede verwoording’, met andere woorden “een herzien
wetboek”.
Maar de tien geboden in Exodus zijn dus anders
geformuleerd. Wat betekent dat? Dat betekent dat God met ieder
persoonlijk een verbond aangaat. Niet met een stam of volk.
Wij
zijn zo gewend om het uitvaardigen van wetgeving over te laten aan
politici, dat we ons er niet persoonlijk verantwoordelijk voor voelen.
We ervaren wetten als opgelegde leefregels. We vinden ze lastig en
proberen allerlei excuses te vinden om er onder uit te komen en voor
onszelf uitzonderingen toe te staan. Neem maar het simpele voorbeeld
van het rookverbod of verkeersregels. Het is ongelofelijk hoeveel
autorijders de maximumsnelheden overtreden. Zondigen we daarmee niet
tegen het 5e gebod: “Gij zult niet doden”? En de media helpen ons
daarbij ook nog door flitsapparaten op de radio door te geven. Pas als
er iemand verongelukt spreken we schande over een hardrijder. Maar
hebben we dan geen boter op ons hoofd?
De Israëlieten die de
tien geboden kregen, waren allemaal zelf uit Egypte bevrijd. Daarom
voelden ze zich heel persoonlijk aan de 10 geboden gebonden. Iedere
jood in die tijd voelde zich verantwoordelijk tegenover God. Ieder
voelde zich verantwoordelijk voor een solidaire en hechte maatschappij.
Dat
de 10 geboden zo in directe aanspreekvorm geformuleerd zijn betekent
ook dat ze niet bedoeld zijn om over anderen te oordelen. Want dat doen
we ook zo gemakkelijk. Jezus wijst ons er op in de bergrede, een soort
vernieuwing of aanscherping van de 10 geboden. In de bergrede zegt
Jezus: “Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met het
oordeel dat gij velt zult gij geoordeeld worden. … Waarom kijkt gij
naar de splinter in het oog van uw broeder en merkt gij de balk niet in
uw eigen oog?”
De goddelijke, bijbelse, burgerlijke en kerkelijke
wetten zijn geen stok om anderen mee te slaan maar een stok om zelf op
te steunen.
Waar het om gaat in de 10 geboden is, dat ieder
persoonlijk en welbewust leeft in verbondenheid met God oftewe: deel
heeft aan Gods verbond. Dat ieder Gods wil doet en Gods liefde
uitdraagt.
Jezus pleit voor de rechten van God. We spreken
tegenwoordig veel over de rechten van de mens. Prima. 7 Van de 10
geboden gaan ook over de rechten van de mens. Maar drie gaan er over de
rechten van God.
God heeft het recht erkend te worden als de enige
God. God heeft er recht op dat zijn naam niet misbruikt wordt. God
heeft recht op één dag in de week die we voor Hem vrijmaken, om Hem te
danken voor alles wat in die zes andere dagen ons gegeven is. Maak van
de zondag geen marktdag, geen koopzondag. Jezus zou er, denk ik, de
gesel doorheen halen, zoals Hij deed in Jeruzalem in de tempel.
Pleegde
Jezus dan geen geweld met die tempelreiniging? In zekere zin wel, in
zekere zin niet. Hij doodde niemand. Hij herstelde met harde hand de
rust en de heiligheid van de tempel. En Jezus mocht dat doen als Zoon
van God. Hij mocht wel oordelen. Hij was er kind aan huis. Hij was daar
in het huis van zijn Vader.
Maar veelbetekenend staat er aan het
begin van dit evangelie dat het paasfeest der Joden nabij was. Weet u
nog wat de joden met pasen vierden? Juist: de uittocht uit Egypte, de
exodus en dus de sluiting van dat Verbond waar ieder persoonlijk toe
geroepen is.
Johannes vermeldt dit ook uitdrukkelijk omdat hij
achteraf wist wat er op dit paasfeest was gebeurd: Jezus had geen
anderen gedood maar was zelf slachtoffer geworden van dodelijk geweld.
De tempelreiniging was het voorspel op Jezus’ lijdensweg, kruisdood en
verrijzenis. Johannes plaatst dit verhaal al in het 2e hoofdstuk van
zijn evangelie omdat zijn evangelie in tegenstelling tot dat van
Matteus, Marcus en Lucas, eigenlijk één lang lijdensverhaal is. Van het
begin af aan ondervindt Jezus verzet, haat en tegenwerking.
Als
de Joden Jezus vragen waar Hij het recht vandaan haalt om de handelaren
de tempel uit te jagen, dan antwoordt Hij: “Breek deze tempel af en in
drie dagen zal Ik hem doen verrijzen.” Hij spreekt dan over de tempel
van zijn lichaam. Want ons lichaam is de plaats waar God wil wonen.
Uiteindelijk gaan gebouwen ten gronde, zelfs gewijde kerken, zoals deze
kerk die na bijna 46 jaar weer afgebroken zal worden. Gods aanwezigheid
is niet beperkt tot de tempel. Geen huis van steen kan God geheel
bevatten.
God wil wonen in de mens. Dat is het mysterie van de
incarnatie, het wezen van het christendom. Een prachtig Marialied
brengt dat onder woorden: “God wil een tempel bouwen, om ons nabij te
zijn. En boven alle vrouwen, zal zij gezegend zij, die Hij zich heeft
verkoren. Maria is haar naam.”. Maria was een zuivere, reine tempel
voor Gods Geest.
God is aanwezig in de mens. Daarom moeten mensen
eerbiedig met elkaar omgaan. Eer je vader en moeder; gij zult niet
doden; gij zult geen echtbreuk plegen; gij zult uw zinnen niet zetten
op de vrouw van uw naaste. De medemens is een tempel van God. Vrouwen
net zo goed als mannen, vreemdelingen net zo goed als volksgenoten, de
oude zieke mens evengoed als het ongeboren kind, een foetus en een
embryo. De mens is een tempel van God. Daarom heeft de mens het eeuwig
leven. Het lichaam is de tempel van Gods Geest.
De tien geboden
zijn er om die aanwezigheid van God in de mens te beschermen. Laten we
de tien geboden daarom eerbiedigen en bidden dat regeringen en
presidenten dat ook zullen doen.
Wij zijn Gods tempel (2009)
B-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars