Vanmorgen wilde ik eens met u stilstaan bij de eerste lezing: de zgn. Tien Geboden. De Joden spreken niet van Geboden, maar van Woorden - de Tien Woorden. Dat klinkt al prettiger. Geboden heeft zoiets van: als ik het niet doe, dan zwaait er wat. Woorden klinkt veel uitnodigender.
Er is zeker een reden waarom je beter van Tien Woorden dan van Tien Geboden kunt spreken. Er bestaat geen enkele wet in Nederland, die de mensen aanspreekt met U of gij. Gij zult op de snelweg niet harder dan 120 km rijden. Dat klinkt voor geen meter - zou je haast zeggen. Toch staat onze tekst helemaal in deze vorm: Gij zult……..Dat betekent, dat de Woorden worden gesproken binnen een relatie: de God die Israël bevrijd heeft uit Egypte richt zich hier tot zijn volk. Het zijn geen voorschriften uit een wetboek, maar woorden van een Verbond; Woorden die het doel hebben een relatie in stand te houden en vorm te geven. En dat moeten we ons voortdurend voor ogen houden als we deze woorden horen. Wie zich dus aan deze Tien Woorden probeert te houden, doet dat niet omdat hij anders denkt te worden gestraft, maar omdat hij/zij het persoonlijk appèl dat op hem/haar gedaan wordt heeft verstaan en wil gehoorzamen.
En die indruk van persoonlijke aanspraak wordt nog versterkt als we helemaal aan het begin kunnen lezen: In die tijd sprak God al de woorden die hier volgen. Ik ben de HEER uw God, die u heeft weggeleid uit Egypte . Het staat er als allereerste regel van die zgn. Tien Geboden. Er staat niet: Ik ben Heer en Meester over hemel en aarde. Je moet dus doen wat ik je zeg; en dit is het lijstje van geboden waar je je aan te houden hebt. Nee, er staat heel iets anders: Ik heb jullie bevrijd uit Egypte, staat er. Ik heb jullie ellendig lot mij aangetrokken; Ik heb mijn nek voor jullie uitgestoken. Ik heb er voor gezorgd, dat je staat waar je nu bent: vrij van onderdrukking. En nu nodig ik jullie uit - zo zou je het kunnen verstaan - nu nodig Ik jullie uit om die bevrijding die Ik voor jullie heb bewerkt samen in stand te houden en niet te verspelen. Met andere woorden: laat je jezelf niet weer onvrij maken door achter vreemde goden aan te lopen. En vreemde goden zijn er in menigte! Geld, macht, bezit of prestige. En als je eenmaal hebt mogen ervaren wat het is om bevrijd te zijn, dan ga je je naaste toch niet bedriegen of beschadigen? Want daar komt het wel op neer: niet moorden, niet echtbreken, niet roven. Elkaar niet beschadigen. Wie zelf bevrijd is zal ook de ander het leven gunnen - zo eenvoudig is dat.
De Tien Woorden staan dus in een heel bepaald licht: het licht van de relatie tot God, met de bedoeling dat wij elkaar respecteren en voor elkaar een menswaardig leven leiden.
Als er Iemand tot in het diepst van zijn wezen doordrongen was, dat de relatie met God het meest essentiële is in een mensenleven, dan was het wel Jezus uit Nazareth. Als Jood kende Hij natuurlijk deze Tien Woorden van buiten. En Hij zal zeker heel diep van binnen geweten hebben, dat het in deze Woorden gaat om het vormgeven aan de relatie. Ze zijn een hulpmiddel, een richtsnoer.
Deze Jezus uit Nazareth komt bij gelegenheid van het Paasfeest in Jeruzalem. Het Paasfeest nog wel: het feest waarop heel Israël viert en gedenkt, dat God hen indertijd bevrijd had uit het slavenhuis van Egypte. En als Hij dan naar de tempel gaat om te bidden en te vieren, ziet Hij dat het daar om heel andere dingen draait dan om de dienst aan God. De tempel is een markthal geworden. Niet God wordt er gediend, maar de Mammon. Woede stijgt in Hem op en hij gooit de zweep erover. De heilige plaats moet gezuiverd worden. En zo veegt Jezus de tempel schoon. En Hij gaat nog verder. Hij zegt: breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen. Daarmee doelt Hij op de tempel die Hijzelf was, zegt het evangelie. Dat betekent: er is een tempel van steen, en die moet je niet laten verloederen. Maar elke mens die leeft van de Tien Woorden is een tempel van vlees en bloed, levend lichaam, woonplaats voor de Geest van God. En wie door God zelf wordt bewoond, die zal door Hem bewaard worden in het eeuwige leven. Dat vieren wij met Pasen: Leven over de dood. Maar er is al leven vóór de dood, als wij leven van de Tien Woorden. Amen.