Saddam Hoessein gebruikte bruut geweld om zijn zin door te drijven.
George Bush gebruikt geweld om zijn wil op te leggen.
Jezus Christus, die profeet van Nazaret, gebruikte geweld
om zijn ongenoegen met de bestaande situatie weer te geven.
Velen van u zullen denken: het slaat nergens op
om Jezus in hetzelfde rijtje te zetten als Bush en Saddam Hoesein.
Het geweld dat Jezus gebruikt staat in geen verhouding
tot het geweld dat de hoofdrolspelers van de oorlog van nu gebruiken.
Dat klopt helemaal maar toch blijven er best vragen over.
Je kunt zeggen: of geweld groot is of heel klein, het blijft geweld
en de vraag is: kan geweld in welke vorm ook ooit geoorloofd zijn?
Jezus gebruikte geweld en volgens Johannes ligt de rechtvaardiging ervan
in het feit dat de ijver voor het huis van God hem verteerde.
Hij kon het niet aanzien dat er handel gedreven werd in de tempel.
Daar moest in zijn ogen een eind aan komen,
en dus maakte hij een gesel en sloeg hij erop los.
Maar als je Bush hoort praten, dan hoor je haast hetzelfde.
Hij kon het niet langer aanzien dat Irak gevaarlijke wapens had,
hij vond dat daar een eind aan moest komen en dus begon hij de oorlog.
Ook deze vergelijking slaat nergens op, zullen velen zeggen
en ze hebben gelijk en toch blijven er vragen over.
Zowel Bush als Saddam Hoessein schermen graag met God en Allah:
ze presenteren zich haast als een soort gezondenen van God
om het erfgoed van de wereld of van de Islam veilig te stellen.
En misschien zijn ze allebei hiervan overtuigd. Maar er klopt iets niet.
Ze lijken zo wel godsdienstig te zijn, maar hun godsdienstigheid is een leugen.
Ze spannen God en Allah voor hun karretje
maar wat ze doen is onmenselijk, mensonterend,
ze dienen de mensheid niet en dus dienen ze God niet.
God wil niet dat mensen geweld gebruiken tegen elkaar,
niet in het groot en niet in het klein.
Hij wil zeker niet dat mensen elkaar doden.
Gij zult niet doden, is wel het bekendste van de tien geboden.
Over de vraag of geweld in bepaalde omstandigheden geoorloofd is
kun je uren en uren discussiëren.
Je kunt allerlei situaties bedenken waarin bepaalde vormen van geweld
misschien geoorloofd zouden zijn, of misschien juist niet.
Ik denk echter dat het belangrijker is
om na te denken hoe we geweld kunnen voorkomen,
wat er veranderen moet in ons denken om geweld en oorlog te voorkomen.
Dat wordt heel mooi uitgedrukt in een kort verhaaltje:
Toen er een oorlog dreigde uit te breken tussen twee buurlanden,
stuurden de generaals van beide vijandelijke staten
spionnen om na te gaan waar men het buurland het best kon binnenvallen.
Toen deze terugkeerden vertelden zij aan beide kanten hetzelfde:
er was maar één plek aan de grens die daarvoor geschikt was.
Maar, zeiden ze, daar woont een kleine boer in een klein huis
met zijn lieve vrouw. Ze houden van elkaar en men zegt
dat ze de gelukkigste mensen van de wereld zijn.
En ze hebben een kind waar ze zielsveel van houden.
Als we over hun erf marcheren, verstoren we dat geluk,
Dus kan er geen oorlog komen.
De generaals begrepen dat en de oorlog bleef uit zoals iedereen begrijpen zal.
Een absurd verhaaltje, onwerkelijk, ondenkbaar onmogelijk,
maar het is wel een feit: als men wat meer eerbied zou hebben
voor het welzijn en het geluk van mensen
dan zou het een stuk minder geweld in de wereld zijn.
Als we menselijk geluk nooit ondergeschikt zouden maken
aan macht en machtszucht, aan bezit en hebzucht, aan invloed of roem,
dan zou geweld voor een groot deel uitgebannen kunnen worden.
We verlangen allemaal naar een wereld vol vrede, een wereld zonder oorlog.
we hopen allemaal dat onze kinderen in zo’n wereld mogen opgroeien.
Die zal alleen dan een beetje werkelijkheid kunnen worden
als wij nu oog en hart hebben voor het geluk van de ander.
3e zondag van de veertigdagentijd (2003)
B-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars