3e zondag van de Veertigdagentijd – jaar B

B-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars

Derde Zondag in de Veertigdagentijd - B 3 maart 2024

Evangelie: Johannes 2, 13-25

Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?

Mgr. Romero geeft aan zijn preek van vandaag de titel: “Veertigdagentijd, terugkeer naar de wet van God”. Voor het samenstellen van de bouwstenen voor deze zondag kiezen we enkele citaten uit die gelinkt zijn aan verzen uit het evangelie van vandaag.

“Waar gaat het evangelie van vandaag over? Het gaat over Christus die met touwen een gesel vormde om diegenen uit de tempel te verwijderen die van de wet van Mozes een zaak van handeldrijven hadden gemaakt, zij die van de tempel - het teken bij uitstek van de vereniging met God - een marktplaats, een rovershol hadden gemaakt. En Hij deed dat om het heilige teken dat de tempel was en de plaats die daar was voorbehouden voor het offer en de cultus, te geselen en te zuiveren. Want het was een teken dat met het instellen van zoveel wetten tot louter legalisme was geworden en heel ver stond van de geest*. Het Johannesevangelie is zeer schilderachtig in zijn verzameling van al die tekenen van de Joden. In de evangelielezing van vandaag treffen we bijvoorbeeld het teken aan van de feesten, het teken van de tempel, het teken van de offerinstelling. Dit alles was echter geworden tot niet meer dan een geheel van uitgeholde tekenen zonder betekenis, het was gekenmerkt door* de letter van de wet; maar legalisme is niet de geest. En wat God bovenal wil is de geest*. (…) De evangelist Johannes herinnert ons vanmorgen aan het moedige gebaar van Christus om degenen die dat teken ontheiligden uit de tempel te verdrijven.* Hij presenteert daarmee ook Zichzelf als de eigenlijke tempel, als het terrein bij uitstek waar God de mens ontmoet*, en* als de volmaakte aanbidder van God en de redder van de mensheid".

Misschien is dit uit al de verhalen van het evangelie een scène die velen zich nog heel goed herinneren: die van de ‘tempelreiniging’. Het gaat hier uiteraard niet alleen om een ‘pittoreske’ beschrijving die ook altijd weer breed uitgeschilderd terugkomt in de films over de Jezusfiguur, maar het is vooral een ‘theologisch’ gebeuren dat hier in scène wordt gezet. Het gaat over de vraag waar de God van Abraham, van Mozes, van de profeten te vinden is, en waar dat zeker niet het geval is. Wat gedurende vele eeuwen gebeurde en steeds maar verder aangroeide in het jodendom, is ook gebeurd (en gebeurt nog altijd) in de christelijke Kerken: de oorspronkelijke gelovige ervaring en inspiratie werd (en wordt) via een groot aantal wetten, voorschriften, gedragscodes, tradities en vastgelegde riten… langzaamaan gekanaliseerd en tenslotte definitief vastgelegd. Ook de oorspronkelijk eerder charismatische christelijke gemeenschappen (Kerken) groeiden stap voor stap uit tot een institutionele organisatie, eerst onder invloed van de Romeinse cultuur ten tijde van de Romeinse keizerrijken, daarna verder ingepland en ingeperkt via verplichte voorschriften die werden opgelegd in de hele wereldkerk, ook in niet-westerse culturen. De scheiding (en de wederzijdse veroordeling) tussen de Westerse (Roomse) Kerk en de Oosterse Kerk (van Constantinopel), en later de breuk tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de Reformatorische Kerken, veroorzaakten wel het leggen van andere accenten en het maken van andere keuzes in de wettelijk vastgelegde institutionalisering van de christelijke godsdienst – maar het verschijnsel van ‘kanalisering’ en ‘inperking’ deed zich wel overal en telkens weer voor. Ook vandaag zien we nog hoe de toenmalige Romeinse cultuur, de wetgeving, de rechtspraak en de tradities hun stempel op de Kerken gedrukt hebben. Blijkbaar werd in al die tijd de uniformiteit van de kerkelijke traditie veel belangrijker geacht dan de inculturatie in de verschillende volkeren en hun culturen. Vandaar de vraag die we hier stellen: wat zou die ‘tempelreiniging’ vandaag betekenen in onze Kerken? Wat zou Jezus op vandaag allemaal meteen uit ‘onze tempel’ buiten zetten? Wat zou Hij te zeggen hebben aan diegenen die vandaag de kerkelijke autoriteit uitmaken? Welke ‘tekens’, tradities, wetten en voorschriften zou Hij vandaag resoluut achter Zich laten, om open te komen voor de Geest?

Heel waarschijnlijk zouden de kwesties die Jezus hierbij aanpakt een aantal vragen oproepen die we in onze Kerken niet zo graag horen. De meest conservatieve tendensen in de Kerken van vandaag zweren bijvoorbeeld bij de liturgische riten en tradities die ooit uitgewerkt werden vanuit het Concilie van Trente (dat is: halverwege de XVI eeuw – meer dan vijf eeuwen geleden dus!!!!) Allerlei ordeningen en verordeningen die in wetten zijn vastgelegd beogen alles in goede banen te leiden, maar ze kunnen op de duur ook grote obstakels worden om het door de Geest gedreven christelijk geloof goed te kunnen beleven. In de Kerken in Latijns-Amerika zien we nog altijd veel restanten van de culturele katholieke tradities uit de tijd van de Spaanse en Portugese koloniale overheersing. In de Rooms-Katholieke Kerk blijft het verplichte celibaat voor priesters zelfs tot op vandaag nog altijd onbespreekbaar. Het diaconaat voor vrouwen wordt ondertussen wel ‘bestudeerd’, naar men (voorzichtig) zegt. We mogen dus uiteraard niet doen alsof de Geest helemaal niet gewerkt heeft gedurende de laatste vijf eeuwen!! Mgr. Romero zegt dat het legalisme niet de geest is, terwijl datgene “… wat God bovenal wil is: de geest”. De Kerken hebben blijkbaar veel meer angst om de uit totaal andere tijden overgeërfde tradities en de wetgeving dienaangaande te bevragen en indien nodig te veranderen of te verlaten – veel meer dan dat ze zouden openstaan voor de Geest die alles nieuw maakt. De versnelde evolutie van de culturen, de nieuwe inzichten van de verschillende (mens-) wetenschappen, de grote uitdagingen die leven op deze planeet,… ze vragen dat de Kerken echt prioriteit zouden geven aan de actieve werking van de Geest die ons uitnodigt naar nieuwe horizonten (die meestal wel haaks staan op de mens- en natuur-vernielende processen die continu aan de gang zijn).

De belangrijkste commentaar van Mgr. Romero bij de tekst over de ‘tempelreiniging’ is misschien wel de uitdrukking die hij formuleert dat “… Jezus Zichzelf presenteert als de eigenlijke tempel, als het terrein waar God de mens ontmoet”. Het is in die Jezus, Die op die manier geleefd en gesproken heeft, Die vermoord werd en in God verrezen is, dat God mensen ontmoet. Jezus zelf heeft ons toch zo duidelijk aangegeven waar Hij ons in de ogen wil kijken, waar wij naar Hem kunnen luisteren, waar Hij ons wil aanraken, waar Hij zichzelf wil geven als voedsel voor de tocht naar Gods Rijk. We vinden dit terug bij het antwoord dat Hij geeft aan de leerlingen van Johannes: Mt 11,4-5. Daar waar blinden zien, doven horen, verlamden rechtstaan, zieken genezen, doden opstaan, waar armen de Blijde boodschap horen… dààr is Jezus aan het werk, dààr gebeurt de ontmoeting tussen God en de mensen. In het Eerste Testament spreekt men steevast over ‘weduwen, wezen, vreemdelingen…’ die God uitverkiest om Zijn volk aan te spreken en de weg te wijzen. Het is alsof bij een examen de vragen met de correcte antwoorden al vooraf duidelijk zouden gegeven worden. Mt 25, 31-45 zegt het overduidelijk: ‘Ik had honger en dorst; ik was ziek; ik was in de gevangenis; ik was bij u een vreemdeling op zoek naar een woning; ik had geen kleren…’ Met deze evangelische beschrijving van mensen in nood wordt duidelijk aangegeven waar en hoe de Geest werkzaam is, waar Jezus ons aanspreekt en oproept, waar God zelf ons, mensen ontmoet. Hetzelfde toont ons ook het teken van de voetwassing bij het laatste avondmaal, zoals Johannes ervan getuigt: wij zijn geroepen om dienstbaar te zijn. Dat alles moet in de Kerken onvoorwaardelijke prioriteit krijgen boven alle vormen van legalisme, wetten en tradities.

De veertigdagentijd als ‘… terugkeer naar de wet van God’ verwijst niet alleen naar de actualiteit van de tien geboden, de tien fundamentele richtlijnen, de ‘basisregel’ om gelovig te zijn, maar verwijst vooral naar de persoon van Jezus, Zijn leven, Zijn brutale dood en verrijzenis. In Hem komt God ons tegemoet. Hij is de ‘wet van God’ geworden.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

Welke stappen kunnen we in deze veertigdagentijd zetten om vrij te komen van aloude cultuurgebonden tradities en zo te kunnen open staan voor het nieuwe van de Geest?

Wat zijn voor mij de consequenties van mijn geloof dat Jezus het terrein bij uitstek is waar God de mensen ontmoet – zoals Mgr. Romero het zegt?

Zouden we voor onszelf (persoonlijk, in familie, in gemeenschap) een ‘nieuwe regel voor christenen vandaag’ kunnen opmaken, een regel die ten volle beantwoordt aan het waaien van de Geest vandaag?

Ludo Van de Velde

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 144. Derde Zondag in de Veertigdagentijd-B – 3 maart 2024.

We zijn de wet van God vergeten.

“Hier raken we aan het fundament van zoveel wanorde in ons sociale leven*. Als we vragen waarom de stakingen er zijn, waarom de ontvoeringen, waarom de verdeeldheid, waarom het geweld, waarom zoveel misdaad, waarom zoveel verdwijningen, waarom de martelingen,… dan is er maar één antwoord:* de mensen zijn de wet van God vergeten*. En op een dag, beste broeders en zusters, zal ik wijzen op* de verrotting van ons systeem. Ik zal wijzen op het machtsmisbruik dat steeds meer een dief wordt. We kunnen beschamende situaties beschrijven van mensen die ons vanop hun regeringsposten het voorbeeld van eerlijkheid zouden moeten geven in hun bedrijven en in de omgang met hun geld. En waar gebruiken ze deze posten, deze begunstigde situaties voor? Niets kan meer gedaan worden voor het algemeen welzijn! Het wordt enkel gedaan vanuit en voor het egoïsme! Ach, als er maar veel rekeningen werden gecontroleerd! Ach, als er maar veel openbare werken publiekelijk werden verantwoord! De wet van God wordt niet nageleefd door hen die het voorbeeld zouden moeten geven: de wetgevers, zij die regeren. En onder de mensen is er dan, in navolging van degenen aan de top, natuurlijk ook al snel twijfel, onzekerheid en ontstaat ook daar de gretigheid om te profiteren. En zo hebben we een natie die van boven tot onder corrupt is, omdat iedereen vergeten is waar het écht op aan komt, omdat we Gods wet vergeten zijn. (…) En ik herinnerde er u al in het eerste punt van mijn preek van vandaag aan, dat het volk van God een wet heeft, die hun werd gegeven op de plechtige dag van de Sinaï en die tot ons reikt en ons nu, in deze veertigdagentijd van 1979, vraagt om ons leven te herzien als gemeenschap, als land, als regeringsleiders, als geregeerden, als volk, als christenen. Alleen zo kan de veertigdagentijd zijn grote taak van vernieuwing vervullen: als we de spiegel voor ons willen houden, waarin ons gezicht zo lelijk zal lijken omdat we er niet voor gezorgd hebben om in ons leven de wet van de Heer te leren kennen en die grondig na te leven.”

In zijn preek met als titel: ‘Veertigdagentijd, terugkeer naar de wet van God’, legt Mgr. Romero trefzeker de vinger op de wonden van de Salvadoraanse samenleving (en dat doet hij op vandaag nog steeds). Het was een tijd van verschrikkelijk geweld, zowel van de kant van de zogenaamde politie en de militaire autoriteiten als van de kant van de volksorganisaties (vakbonden, gewapende verzetsgroepen, enz.). Toen kwam de explosie van geweld in de vorm van twaalf jaar oorlog (met de immense militaire en financiële steun van de VS en met duizenden doden en verdwenen mensen tot gevolg). En na de oorlog kwam de kanker van de bendes met hun afpersingen, aanrandingen, berovingen en moorden… In de afgelopen jaren zijn, op basis van een uitzonderingsregime, duizenden mensen gevangen gezet die (naar men vermoedde) verbonden waren met of verantwoordelijk waren voor de grote misdaden van de bendes. Mensen die niets te maken hebben met het geweld zijn ook gearresteerd, en het kan niet worden uitgesloten dat door familiale conflicten anderen (al of niet onschuldig) werden aangeklaagd. Mensenrechtenorganisaties klagen schendingen van mensenrechten aan zowel in het gerecht als in de overvolle gevangenissen. Dit ‘uitzonderingsregime’ staat sterk onder druk. Het aantal moorden en afpersingen is ondertussen aanzienlijk afgenomen. Dat heeft beslist enorme invloed gehad bij de verkiezingsoverwinning van de huidige president Nayib Bukele op 4 februari 2024. Toch staat het geweld nog altijd niet buiten de Salvadoraanse samenleving. En zo is het ook op vele andere plaatsen in de wereld. Elk land kan de golven van geweld opnoemen waaronder het lijdt. En dezelfde vraag kan telkens weer gesteld worden: Waarom zoveel geweld? Monseigneur Romero vertelt ons dat dit komt omdat "… de mensen de wet van God vergeten zijn”.

Vervolgens verwijst hij naar "… de verrotting van ons systeem": misbruik van politieke macht en misbruik van economische macht, op zo’n manier dat degenen die "… ons vanop hun regeringsposten het voorbeeld van eerlijkheid zouden moeten geven in hun bedrijven en in de omgang met hun geld” precies het tegenovergestelde doen. Politici maken misbruik van hun positie om zichzelf te verrijken. Ze aarzelen niet om rekeningen te vervalsen, om van het volk te stelen door zichzelf te verrijken met allerlei bezittingen en vele luxeartikelen. Er is een ongebreidelde zucht naar macht, zodat ze naar hartenlust kunnen profiteren van de ‘publieke koek’. En aan de andere kant, zegt aartsbisschop Romero, volgen de mensen het voorbeeld van degenen aan de top, “… er is twijfel, onzekerheid en de gretigheid om ook te profiteren". Als de groten stelen, waarom ik dan niet..? Als gevolg daarvan leven we in een corrupte samenleving. Waarom? Dat is duidelijk: “… we zijn de wet van God vergeten".

Doorheen de geschiedenis van het Bijbelse volk Israël en ook van de Kerken hebben we de tien geboden uit het hoofd geleerd: geen afgoden (valse goden, idolen) aanbidden, geen misbruik maken van de Naam van God, er zijn fundamentele verboden zoals doden, stelen, liegen, aangevuld met de verplichting om vader en moeder te respecteren en te eren, en een fatsoenlijk persoonlijk leven te leiden. Jezus radicaliseert die wet en vat alles samen in: ‘God liefhebben staat gelijk aan je naaste liefhebben (inclusief je vijand)’. Toen het christendom de staatsgodsdienst werd, werden ‘de wetten van de wereld’ (liegen, stelen, doden, verraden, domineren, uitbuiten,…) gaandeweg veel belangrijker als leidraad in het doen en laten van de machthebbers (en dus ook van het ‘gewone volk’) dan de basiswet van God: de tien geboden, de fundamentele afspraken voor Gods Volk onderweg. We hebben het zien gebeuren met de katholieke keizers en koningen, in de opeenvolgende christelijke koninkrijken in Europa, en ook in de kolonisatieprocessen (bezetting, uitbuiting, genocide,…) buiten Europa. We beschuldigen anderen heel gemakkelijk en comfortabel van allerlei zaken (de moslims, de Chinezen, de Russen, de VS,…), terwijl in de historische realiteit onze eigen regeringen in dezelfde richting blijven handelen. We blijven steeds dodelijker wapens produceren (en dus van op afstand doden), we blijven minderheden uitsluiten, we blijven ons recht verdedigen om grondstoffen en mineralen in zuidelijke landen te exploiteren, de rijke klasse blijft profiteren,…

Tenminste in landen met een culturele traditie die geworteld is in het christendom zouden we toch zeker een andere politieke en economische dynamiek hebben verwacht. Vandaag de dag zien we zelfs hoe de Kerk in een aantal landen wordt vervolgd en gedomineerd, hoe haar profetische evangelisatiemissie wordt verhinderd in naam van een regering die beweert ‘christelijk’ te zijn (met name het huidige Nicaragua). In Rusland is de Russisch-Orthodoxe Kerk één van de sterke bondgenoten en een rechtvaardigende instantie van Poetins oorlog tegen Oekraïne. Conservatisme en christelijk-religieus fundamentalisme op het Amerikaanse continent uiten zich politiek in steun aan doodsprojecten zoals die van Trump, Bolsonaro, Milei,… We zien hoe de Staat en de regering van Israël al 75 jaar de geleidelijke (en nu versnelde) eliminatie en vernietiging van het Palestijnse volk uitvoeren. En ook daar, in de Staat Israël, maken een aantal religieuze leiders en gemeenschappen fundamentalistische lezingen van ‘de Schriften’, die hun oorlogszuchtige acties moeten rechtvaardigen. Het lijkt er op dat de meerderheid van de Joodse bevolking gedurende deze 75 jaar hun eigen lijden tijdens de Holocaust vergeten is, en dus zwijgen ze tegenover de groeiende pijn van de Palestijnse families, totdat ze tenslotte instemmen met de totale vernietiging van de bevolking van Gaza.

Monseigneur Romero vraagt ons om tijdens deze vastentijd ‘de wet van God’ te gedenken, te beginnen met de tien geboden. Natuurlijk hoeven we niet op de machthebbers te wachten om de confrontatie en de herziening in de spiegel van Gods wet die Mgr. Romero ons voorstelt, ook daadwerkelijk in praktijk te brengen,. Want we kunnen het doen in ons eigen leven, in ons gezin, in de gemeenschap, in de Kerk. Maar het is wel heel moeilijk om het alleen te doen. We hebben elkaar nodig om duidelijker te zien in hoeverre Jezus’ manier van leven weerspiegeld wordt in onze manier van leven en waar en wanneer we het hart van het evangelie ‘vergeten’.

Misschien is het goed om te onthouden dat wanneer veel kleine en eenvoudige mensen kleine stappen zetten naar een nieuw leven, er dan grote dingen kunnen gebeuren. We hoeven niet bang te zijn.

Tere en Ludo Van de Velde

Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog enkele andere citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero op de Derde Zondag in de Veertigdagentijd-B van 1979, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:

189 No robarás:

https://www.facebook.com/watch?v=369434498506470

188 La corrupción:

https://www.facebook.com/watch?v=519439393311133

Overdenking voor zondag 3 maart 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Derde Zondag in de Veertigdagentijd-B, 18 maart 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p 291.292.

Zoeken in Preken Online