3e Zondag Vasten B (2006)

B-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars

Bent U wel goed verzekerd? Hebt U het aanbod van de verschillende “zorgverzekeraars” wel goed naast elkaar gelegd? En hebt U wel de verschillende prijzen die voor de verschillende pakketten van “zorg” worden gevraagd wel goed met elkaar vergeleken? Bent U misschien overgestapt van de éne zorgverzekeraar naar de andere? Is de oude verzekering dan wel vóór 1 maart/april (?) opgezegd? Hebt U reeds vanwege de oude verzekering betaalde premie dan wel terugontvangen ook? Kijk het even na! Hebt U zorgtoeslag aangevraagd?

Misschien, veelgeliefden, kunt U op al deze vragen wel met een gerust hart “ja” antwoorden … U hebt er misschien alle vertrouwen in. Misschien denkt U wel: “Après nous la déluge”. “Na ons, na mij de zondvloed!” Nou, veelgeliefden, als U dát denkt (dat laatste) dan zou U wel eens “van een kouwe kermis” thuis kunnen komen zoals ze in Noord- Holland zeggen. Want het kan zijn dát in uw leven inderdaad “de zondvloed” losbreekt en dat dan blijken zal dat de polsstok van de verzekering toch niet voldoende is om U over dat water van die zondvloed heen te helpen … Want: die zondvloed wat wás dat nou precies? Of misschien kunnen we beter vragen: wat ís dat nou precies? Is er inderdaad, zoals de bijbel het beschrijft, ooit een geweldige overstroming geweest, een super-tsunami, die de hele bewoonde wereld heeft verzwolgen zodat geen sterveling het er levend afbracht - behalve dan Noach met z’n sibbe, z’n clan en z’n have, die hele beestenboel met name? Is, wat wij vandaag uit de Heilige Schrift gehoord hebben, inderdaad “echt zo gebeurd” zoals men zegt? Moeten we het verhaal met andere woorden létterlijk nemen, moeten we het op de letter geloven? Nou, van mij mag U hoor. U gaat uw gang maar … Alleen vraag ik mij dan wel af: Wat zou ’t dan voor zin hebben dat wij ons er vandaag mee bezighouden, met die geschiedenis? Zou het in dat geval méér zijn dan “een stuk informatie” over een grijs verleden; uiterst dubieuze en ongeloofwaardige, niet te bewijzen informatie bovendien? Ik denk: als zogenaamde historische informatie hoeven we dit bijbelverhaal niet te nemen. Dat verhaal over de zondvloed en over Noach gaat niet over het verleden, het gaat over nú. Van de week heeft tot mij door kunnen dringen, tot mijn streng bewaakte studieafzondering, de kleinzoon van één van onze parochianen zaliger gedachtenis. Ik herinner mij de oma van die jongen nog zeer goed: Een prachtig mens, uit ’t goede hout gesneden: een heel godvruchtige, vrome vrouw, zéér bescheiden en nederig en ook zéér liefderijk. Een engel van een vrouw, in mijn ogen een heilige - al zou ze zéér geschokt en verontwaardigd geweest zijn misschien als ze zoiets over zich had horen zeggen - hetgeen de zaak, de vermeende heiligheid, dan nog weer versterkt …

Welnu, veelgeliefden, haar kleinzoon, begin twintig, houdt van surfen. Op een dag, op de dag van zijn zondvloed zeg maar, krijgt hij daarbij een ongeluk. Hij dreigt te verzuipen. Hij heeft al water binnengekregen - maar klampt zich toch op de één of andere manier vast aan de surfplank … en hij wordt gered. En hij is er heilig van overtuigd, deze jongen, dat ’t z’n oma is die over hem gewaakt heeft en die hem voor de verdrinking heeft behoed - z’n oma die al jaren dood is … ‘T heeft hem wel één oog gekost dat ongeluk, maar goed, hij lééft nog …Ik moest meteen denken aan wat Jezus ergens in ’t evangelie zegt: “Als je oog je aanstoot geeft (wat we moeten vertalen, denk ik, in de zin van: als je je ogen richt (of: te véél richt op wat je uiteindelijk niet gelukkig maakt) ruk ’t dan uit. Want het is beter om met één oog het leven binnen te gaan, dan in het bezit van twee ogen in de hel terecht te komen …”[16] Wat ís dat eigenlijk “de hel”. Ik denk: dat is een leven zonder God, dat is: geen weet hebben van die diepste bron en diepste reden van ons bestaan die Liefde is. Daar aan voorbijleven … Ik weet niet of die kleinzoon dat eerder deed: aan God voorbijleven - zo goed ken ik hem niet. Hij is niet gedoopt. Zijn ouders hebben hem destijds “vrij willen laten” zoals dat heet - een keuze van ouders, zo denk ik, die zeker te respecteren is als ze tenminste maar wèl hun geloof aan hun kinderen doorgeven. Iets belangrijkers kun je aan een kind namelijk niet geven dan dat: geloof; geloof in het leven, geloof in jezelf, geloof in andere mensen, in álle mensen, niemand uitgezonderd; geloof ook, ten diepste, in God. Hoe dit allemaal bij die jongen, de nu éénogige surfer, zit - dat weet ik niet. Wat ik wel weet is dit: Het zou kunnen zijn dat het ongeluk met de surfplank, dat hij bijna niet had na kunnen vertellen; het zou kunnen zijn dat hij daardoor meer oog, OOG, heeft gekregen voor de Onzienlijke in wie zijn oma zo vast en heilig, met heel haar hart en heel haar ziel heeft geloofd … Ik hoor het haar nóg zeggen, zijn oma: “Maria heeft mij altijd geholpen …”. U weet veelgeliefden: Maria wijst ons de weg naar haar Zoon, zij is de Moeder van God, die het goddelijk Licht van Jezus op volmaakte wijze weerspiegelt … Geloven in Maria ís derhalve geloof in God.

Die kleine ark temidden van die geweldige watervloed. Veelgeliefden, wat of wie is de ark van óns behoud? Wie of wat maakt jouw veiligheid uit in dit leven? Bij wie of door wat ben jij ten diepste geborgen? Is het de zorgverzekeraar? - Zoals gezegd, veelgeliefden: ik ben bang dat je dan nog wel eens van een kouwe kermis thuis zou kunnen komen … De zorgverzekeraar is ver weg hoor als je daar in het koude water ligt … En “je dierbaren” en je eigen warme huisje zijn het dan ook … ver weg … Wie kun je nog aanspreken in zulke omstandigheden? Ik hoop, veelgeliefden, dat Gód voor mij nog aanspreekbaar zal zijn als ik in grote nood zal zijn …

In het evangelie van deze dag horen we hoe Jezus de tempel schoonveegt. De heilige ruimte van God dreigt dicht te slibben met van alles en nog wat: negotie, handel, economische activiteit … We weten het: de mensen maken van geld hun God. Dat is nog altijd zo. Jezus laat zich gaan in heilige toorn mogen we wel zeggen: “Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!” Veelgeliefden, het is van levensbelang dat wij de heilige ruimte van God in ons leven openhouden. Het kerkgebouw representeert, symboliseert, verbééldt en ís ook die ruimte. Maar veel belangrijker is nog dat wij die ruimte openhouden in de tempel die wij zelf in persoon zijn; dat wij de heilige ruimte in onszelf zíen en respecteren, vrij houden voor God alléén. Want God is de zorgverzekeraar die óók bij je is als je met een surfplank hevig bloedend aan één oog op zee ronddobbert. Het is belangrijk voor een mens om daar weet van te hebben, om dat te gelóven, om erop te vertrouwen - met hart en ziel.

Twee weken terug hebben wij op De Tribune een nieuwe tentoonstelling geopend onder de titel “Vlammen van verlangen”. Er worden tekeningen tentoongesteld van Thom Breukel, tekeningen die geïnspireerd zijn op de mystieke geschriften van de heilige Johannes van het Kruis, een kloosterling die leefde in het Spanje van de zestiende eeuw. Thom Breukel heeft in dat werk getracht om, op zijn manier, de godservaring van Johannes van het Kruis te verbeelden. Dus gaat U zodadelijk na afloop van deze viering zéker kijken als U ’t nog niet gezien hebt … In één van zijn geschriften, het “Geestelijk Hooglied”, schrijft Johannes van het Kruis óók over de ark van Noach. Hij heeft het over de duif die Noach uitzendt om te zien of het al droog is op aarde. Die duif, een witte duif, zegt Johannes van het Kruis, dat is het beeld van de ziel die God schouwt. De duif, zo schrijft hij, is “niet alleen eenvoudig en zachtaardig, zonder kwaadaardigheid; zij heeft ook heldere en verliefde ogen”. En die duif, die ziel, laat “de voet van haar verlangen niet rusten op de groene tak van een of ander genot en wil niet drinken van het water van om het even welke wereldse eer en glorie, ze ziet af van de frisse teug van om het even welke tijdelijke verkwikking en troost. Zij wil ook niet de schaduw opzoeken van om het even welke gunst en beschutting van de schepselen. Zij wil volstrekt nergens steun zoeken en wenst geen gezelschap van andere genegenheden. Zij blijft liever in zuchten, eenzaam en ver van alles, totdat zij haar Bruidegom (God zelf) vindt en volkomen bevredigd wordt.[17]” Tot zover de heilige Johannes van het Kruis. Mogen wij, veelgeliefden, de heilige ruimte van God, die de Bruidegom van onze ziel, onze Beminde wil zijn; mogen wij die heilige ruimte in ons leven waar Hij wil wonen; mogen wij die koesteren en verdedigen. De kerkvaders zeiden: het hout van Christus’ kruis was gemaakt van het hout van de ark van Noach. Christus kruis is óns behoud. Het kruis wijst de weg naar het Licht, het kruis is de sleutel tót dat Licht. Dat het in ons leven schijnen en stralen mag. Amen.

Zoeken in Preken Online