MOZES EN HAMMOERABI
Dat de Hebreeën een grondwet van God in ontvangst nemen, geschreven op stenen platen, is op zichzelf niet bijzonder. Ook de Babylonische koning Hammoerabi kreeg van zijn god een wetszuil die zeker 300 jaar ouder is. Wetten hadden rechtskracht als ze voor iedereen leesbaar in steen gegrift waren. De zuil van Hammoerabi is ruim twee meter en in het Louvre te bezichtigen. Sommige wetten komen erg overeen met de tien geboden. Maar juist de verschillen zijn interessant. Zo schrijft Hammoerabi: “Als iemand de tanden uitslaat van iemand die hoger is gesteld dan hij, zullen ook hem de tanden worden uitgeslagen.” De wet van Mozes maakt dat onderscheid niet tussen heren en ondergeschikten. Hammoerabi schrijft: “Voor een gedode broeder zullen zeven anderen sterven”, maar Mozes begrenst die bloedwraak. Het meest bijzonder in de grondwet van de Hebreeën is echter hun visie op God. Die verschilt hemelsbreed van Babylon en Egypte.\
GOD OF WENSBEELD
“Ik ben jullie God, waar je ook woont of zwerft.” Israël laat de idee los, dat goden thuis zijn in een bepaalde streek. God is er voor zijn volk. Hij is er als de bevrijder uit slavernij. De idee God is verbonden met ons vermogen om vrij te zijn en geschiedenis te maken. Het woord God staat voor de mogelijkheid van een mens om de noodlottigheid van een situatie te overstijgen. Daarom mag je God niet verkleinen tot een beeld. Je moet niet denken dat je God in je zak hebt, want dan is Hij je God niet maar je wensbeeld. Je moet Hem niet manipuleren; niet te gauw in Zijn naam anderen met de vingen na wijzen. Sterker: nooit iemand in Zijn naam nawijzen of veroordelen. Nooit in Zijn naam wapens zegenen of banieren. In het oosten heerste het gevoel dat je macht krijgt over iemand van wie je een beeld maakt. Geen beeld van God maken betekent inderdaad: je moet niet over God willen beschikken. Je moet tegen je kind dat jou teleurstelt, niet zeggen: “Nou is God boos”. Want ook de opstandigheid van het boze kind kan Gods instrument zijn. Zelfs diens ongeloof!\
DE KLEERMAKER EN DE BROEK
Omdat vrijheid zo centraal staat in het beeld van Israëls God, daarom vieren de joden met grote toewijding de sabbat. Slaven werken. Wie geen slaaf meer is kan het zich permitteren om niet te werken. Daarom is “niet werken” het symbool van vrijheid. De moderne slaven zijn de mensen die geen tijd meer hebben. Anderen beheersen hun ziel en hun agenda. Zij zien af van hun vrijheid. Ze maken geen keuze. Ze zeggen: “Ik kan niet, ik zit vol.” De sabbat demonstreert tegen die houding. “Heilig één dag in de week! Maak tijd waarover je zelf beschikt.” In alle tijden is deze optie bedriegt door de commercie, nu meer dan ooit. Kushner vertelt een joodse grap. Een kleermaker verontschuldigt zich bij zijn klant: “Sorry, uw broek is niet klaar, het wordt volgende week.” De klant neemt dat niet: “Waarom duurt het zo lang; God had maar zes dagen nodig om de hele wereld te scheppen” Daarop zegt de kleermaker: “Kijk dan eens wat voor rotzooi het in de wereld is, en kijk dan eens hoe mooi uw broek wordt!” Het ritme van werken is rusten, van je in dienst stellen van een systeem en jezelf zijn, dat werd door Israël gezien in de verhouding 6 op 1. In onze eeuw is er meer vrije tijd gekomen, maar we vieren die helaas niet meer gezamenlijk, waardoor de symbolische waarde ervan verdwijnt.\
RESPECT VOOR GOD EN MENSEN
Vervolgens worden de fundamentele menselijke betrekkingen aan de orde gesteld. Respect tussen ouders en kinderen, respect voor het leven, trouw aan elkaar; respect voort andermans eigendom, eerbied voor de waarheid, en een oproep om je niet jaloers te zijn op wat een ander heeft; je bent zelf genoeg om gelukkig te zijn. Door deze regels te onderhouden en te bestuderen, toonde de gelovige zijn aanhankelijkheid aan God. Het onzegbare mysterie God was aanwezig als mensen zich hielden aan zijn wetten. God woonde in de rituelen die men in stand hield. Dat is een interessante gedachte. God woont niet in gebouwen. God woont niet in de natuur. God woont niet in woorden en wetten. God woont in mensen die met een bepaalde intentie leven.\
DE KERK OOK EEN TEMPEL?
Als goede Jood bezoekt Jezus de tempel. De tempel is belangrijk voor hem, zo belangrijk, dat hij zich opwindt over de handel in kleinvee en allerlei religieuze prullaria. Hij wordt boos en gooit de tafels van de wisselaars omver. Dit pikken de hogepriesters niet. En Jezus zegt: “Breek deze tempel af en in drie dagen bouw ik hem op.” Dat betekent: deze tempel mag dan belangrijk zijn. Je kunt hem zien als Gods woning, maar de mens, ikzelf, ik ben nog veel meer een tempel van God. God woont in mensen. Je vindt hem in je diepste zelf, en als je hem daar vermoeden kunt, kom dan naar de tempel van steen om ook samen te zingen voor Hem. Zekere anti-semitische tendensen in de kerkgeschiedenis hebben misschien ook wel gediend om niet te hoeven erkennen dat, als Jezus de tempel kritiseert, die kritiek evengoed op de kerk slaat. Ook de kerk mag niet tegenspreken dat God woont in het hart van elke individuele gelovige en daar spreekt. De tien geboden, het zijn de woorden van de eerbied die leven in ons hart, voor God en voor de mensen.\
HET NIEUWE BED VAN BERT
Lieve kinderen. Ik was in de klas van de kinderen die de eerste communie zouden doen. Ik vroeg aan de kinderen: Wat wilde Jezus eigenlijk? Een meisje zie: Jezus wilde dat we de wereld een beetje liever zouden maken. Ik zou het niet beter kunnen zeggen. Dat wilde Jezus! Maar hoe kun je de wereld beter maken? vroeg ik. Nou, daar wisten ze wel antwoord op. Door een eind aan ruzie te maken, door zieken te genezen, door armen brood te geven… jawel, ze wisten er alles van. Dus, zei ik, dus moeten we met elkaar delen wat we hebben. We moeten arme kinderen niet vergeten als we de communie doen. De les was uit en ik wilde de klas verlaten. Toen rende Bert naar me toe. Hij wilde me nog iets zachtjes zeggen. “Ik krijg een nieuw bed met de eerste communie” vertrouwde hij me toe. “en dan laat ik daar andere kinderen ook in slapen..” Hij keek met een voldaan gezicht aan. Jij hebt het begrepen, zei ik, tenminste dat denk ik.