Meditatie bij psalm 116 (2009)

B-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars

WELKOM

Liturgie wordt in onze katholieke traditie beschouwd als het beklimmen van een berg die uitzicht biedt op een hemelse wereld. Ook al is het maar een glimp en slechts een flauwe afspiegeling, toch wil de liturgie ons meenemen in een beweging naar God toe. Zeker in de tijd voor Pasen, wil deze beweging ons door de duistere kanten van de mensheid en de moeilijkheden van onze samenleving heen, een nieuwe wereld tonen, waar Gods gerechtigheid zichtbaar wordt.
Terwijl er veel in de wereld ons daarvan af brengt en terwijl er veel in ons eigen leven en zelfs in ons eigen hart ons van God afhoudt, voert de liturgie ons als het ware opnieuw omhoog naar de ontmoeting met God. Als tegendeel van de woestijn die we vorige week voorgeschoteld kregen, neemt Jezus ons nu mee de berg op in navolging van Abraham.
Ook de psalm neemt ons mee de berg op. Daar kunnen we onze geloften met God vernieuwen, onze afspraken met Hem nieuw leven inblazen, opdat Hij ons nieuw leven zal geven, opdat het straks Pasen zal worden.\

HOMILIE

Als kind word je geleerd dankbaar te zijn, er wordt je geleerd “dank U wel” te zeggen. U kunt zich allemaal wel herinneren dat tegen U als kind werd gezegd als U iets had gekregen voor een verjaardag of een andere gelegenheid: “En wat zeg je dan?” Dankbaarheid hoort bij een goede opvoeding die van jongs af aan wordt gegeven.
De psalmist van psalm 116 spreekt ook van zijn dankbaarheid. Gaandeweg de psalm blijkt dat zijn dankbaarheid geen aangeleerde reactie is en niet het resultaat van een keurig opvoeding. Er is hier meer aan de hand. Bij de nauwkeurige lezing van de psalm afgelopen week blijken twee belangrijke elementen die deze dank inhoud geven.
Op de eerste plaats wordt de dankbaarheid ingegeven door een grote crisis, waarbij de psalmist zich vernederd en volkomen verlaten moet hebben gevoeld. Op de tweede plaats wil hij deze dankbaarheid uitzingen ten overstaan van heel het volk. Terwijl zijn crisis een eenzame weg was, krijgt zijn dankbaarheid een plaats in de gemeenschap. Midden op het tempelplein, te midden van het volk, wordt zijn dankbaarheid tot een offer dat aan God gebracht wordt.
De crisis van de psalmist wordt niet verder omschreven, maar het heeft hem bitter gestemd: heel het mensengeslacht is leugenachtig, niemand is meer te vertrouwen. Alsof de Prediker uit het Oude Testament aan het woord is, die slechts oog lijkt te hebben voor de duistere kanten van de mensheid: het is allemaal ijdelheid wat we zien en meemaken. Schone schijn en illusies van geluk. Het is een verleidelijke houding in sombere tijden, het is zelfs aanstekelijk om mensen in die negatieve houding mee te nemen. In een tijd van profiteren, van zoveel mogelijk materieel gewin, is er soms geen andere muziekje dat afgespeeld kan worden, dan de melodie van de neerwaartse spiraal.
Diezelfde neerwaartse spiraal heeft de psalmist ook in zijn greep gehad en het zijn niet zomaar economische tegenslagen die hem getroffen hebben. Nee, als door de dood bedreigd was hij, beklemmende doodsangst ontnam hem de levensadem, maakte de zin van het leven onmogelijk. Zijn ziel was onrustig, de onrust nam bezit van zijn innerlijk. Het is verleidelijk om je mee te laten slepen en daarin te blijven hangen in een deprimerende blik op de wereld waarin we leven.
Wanneer je dan die nood wilt klagen, kun je dan de juiste woorden vinden? Kun je dan ergens herkenning vinden voor wat je ervaren hebt? Je hebt woorden nodig die uitdrukking geven aan je innerlijke onrust en onzekerheid. Het kan bevrijdend zijn wanneer je je eigen angst niet meer hoeft te verstoppen maar uit mag spreken en uit mag zingen met de psalm. Het geeft ruimte en daarmee rust aan je ziel en aan je innerlijk. Bovendien komt er een uitweg uit de negatieve spiraal waar je je in bevindt.
Het tweede bijzondere aspect is dat de psalmist in zijn dankbaarheid voor zijn redding en voor zijn leven, de gemeenschap weer opzoekt. Zijn teleurstelling in de mensheid heeft hem niet verbitterd gemaakt en hem afgestompt tot een knorrige mopperaar, maar heeft hem doen realiseren dat er werkelijk maar één fundament is dat onwrikbaar is en dat is de gerechtigheid van God. Dat wil hij delen met heel het volk. Daarom is deze psalm deel gaan uitmaken van een reeks gebeden die gebruikt werden bij het dankoffer in de tempel. Als de beker wijn werd geheven, als God gedankt werd, kon deze psalm gezongen werden om diepte te geven aan de dankbaarheid van heel het volk, om te doen beseffen waar die dankbaarheid vandaan komt, uit de diepe dalen van menselijke verlatenheid.
Was het in psalm 25 de zondaar die op Gods gerechtigheid beroep deed, is het in psalm 116 de mens die door anderen geteisterd werd, die Gods hulp inroept en die beseft dat Gods naam hem bevrijdt. De Godsnaam is namelijk een belofte, een belofte aan de mens dat God er zal zijn dat de Heer trouw zal zijn. Deze psalm opent voor de mens die nog in die diepe verlatenheid zit, het gezicht op Gods nabijheid. De leerlingen die met Jezus de berg opgingen, en ook Abraham die Gods stem volgde en de berg besteeg, zij konden door het bestijgen van de berg het geweld van hun wereld overstijgen. Abraham kon zich losmaken van de verplichting om zijn zoon te offeren en de leerlingen kregen een visioen dat hen later geïnspireerd heeft om voorbij het lijden van de gekruisigde Christus te zien en Gods stem te blijven horen dit is mijn Zoon, de welbeminde.
Het vieren van liturgie helpt ons in die zin ook niet vast te blijven in de verleidelijke spiraal van het deprimerende negatieve denken, maar ons te laten meenemen door het visioen dat de leerlingen ontvangen. Als wij dit vasthouden in ons eigen leven, met alle moeilijkheden die er misschien kunnen spelen, kunnen we ons vertrouwen in God hervinden en nieuwe levensadem ontvangen die de Heer zelf ons toezendt in dit sacrament van de eucharistie, in deze ontmoeting tussen hemel en aarde, tussen God en mens, tussen ons en Christus.
Amen

Zoeken in Preken Online