Met vertrouwen de toekomst tegemoet. God houdt ons vast (2006)

B-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars

Er zijn veel dingen waarover we ons zorgen kunnen maken: onze gezondheid, ons voorkomen, onze aandelen, onze goede naam, de ontwikkeling van onze kinderen, onze conditie, ons pensioen, etcetera, etcetera. Maar zorgen maken is niet christelijk. Ik heb laatst gehoord dat elke zorg om onszelf en elke angst een gebrek is aan vertrouwen op God. Omdat ik van natura toch ook wel een bezorgd en angstig type ben, heeft die uitspraak me de afgelopen maanden sterk beziggehouden. En inderdaad, als ik ergens tegen opzag, een les op school, een gesprek, een vergadering, dan moest ik bij mezelf constateren dat ik dan bang was voor mijn goede naam, bang om ongelijk te krijgen, bang om te verliezen, bang dat ik mijn zelf gestelde doelen niet zou halen, bang het leven niet meer in eigen hand te hebben.
We voldoen vaak niet aan onze eigen verwachtingen, aan een ideaalbeeld van ons menszijn, man of vrouw zijn, een ideaalbeeld dat we zelf ontworpen hebben. Daardoor worden we overspannen, kribbig, teleurgesteld in onszelf en beschuldigend naar anderen toe.
Als we er in slagen onze zorgen los te laten en op God te vertrouwen, dan zullen we een nieuwe vrijheid en blijheid in ons leven ontdekken. Als we onszelf uit handen geven en alleen bezorgd zijn om de komst van het Rijk Gods, dan zal al het andere ons er bij gegeven worden. God houdt ons vast. Jezus is de enige die ons houvast geeft. Met Hem bij ons kunnen met vertrouwen de toekomst tegemoet gaan. Geef je zorgen aan God en laat ze los. Dan komt alles goed.

Wat heeft dat alles met het evangelie van vandaag te maken? Om dat te begrijpen moeten we eerst de context kennen waarin de wonderlijke gebeurtenis van de gedaanteverandering zich afspeelt. Jezus had namelijk net voor het eerst aan de apostelen zijn lijden voorspeld. De aanleiding daartoe was dat het verzet tegen Hem onder de Farizeeën groeide. (Marcus 8) Toen Hij zijn lijden voorspelde kwam Petrus in verzet. Toen zei Jezus: “Wie mijn volgeling wil zijn moet zijn kruis op zich nemen en zichzelf verloochenen. Wie zijn leven verliest omwille van Mij en het evangelie zal het winnen. Wat voor nut heeft het voor de mens heel de wereld te winnen als dit ten koste gaat van eigen leven?”. De apostelen waren zich hierover natuurlijk grote zorgen gaan maken. Ieder normaal mens verzet zich tegen lijden. Zo ook de apostelen. Ze waren juist met Jezus meegegaan in de verwachting een nieuwe politieke verzetsbeweging op gang te brengen, de Romeinse overheersers te kunnen verdrijven, een nieuw vrij Joods koninkrijk te kunnen stichten, met Jezus als koning, opvolger van David en zijzelf als de nieuwe machthebbers.

Jezus weet dat het anders zal lopen. Hij weet dat zijn koninkrijk niet van deze aarde is, maar van de hemel. Hij weet dat Hij uit de dood zal verrijzen, maar eerst een lijdensweg moet doorstaan. Hij neemt nu de drie apostelen mee die Hem in het lijden het meest nabij moeten blijven: Petrus, Johannes en Jacobus. Zij zullen in de Hof van Olijven bij Jezus moeten blijven om te bidden en te waken. Zij mochten daarom ook al getuigen zijn van de opwekking van het dochtertje van Jaïrus (Mc.5,21-43). Petrus en Johannes zouden ook het eerst bij het lege graf gaan kijken. Jacobus zou als eerste apostel de marteldood sterven.
Om hen hierop voor te bereiden, mogen zij Jezus even zien in zijn hemelse verheerlijkte gestalte.

Waarom verscheen Elia? Van hem werd verteld dat hij ten hemel was opgenomen en eens zou terugkeren op aarde. Mozes was de wetgever van de 10 geboden, de leider die de joden naar het beloofde land had geleid. Door hun verschijning moet duidelijk worden dat Jezus de nieuwe profeet en wetgever is.
De wolk die verscheen was een teken van God aanwezigheid. Dit evangelie zit vol verwijzingen naar het oude testament: God leidde het volk overdag door een wolk door de woestijn naar het beloofde land. Op de Sinai klonk Gods stem ook uit een wolk tot Mozes. Petrus wil drie tenten bouwen. Dat verwijst naar de verbondstent waarin in een tabernakel de tien geboden werden meegenomen door de woestijn. Maar het verleden kun je niet vasthouden en de toekomst is er nog niet. Mozes en Elia verdwijnen weer en wat ze met Jezus besproken hebben is niet bekend. Toen ze rondkeken was er niemand meer dan alleen Jezus. Met Hem moeten ze het doen en leven in het nu. Ze moesten met Hem mee, de berg af, het gewone leven weer in. Carnaval was voorbij. Het is niet altijd feest in het leven. We zijn niet altijd in de wolken. Integendeel, ze moesten met Jezus mee, het lijden tegemoet.

Maar één ding hebben ze niet vergeten: die stem die uit de wolk klonk: “Dit is mijn Zoon, de welbeminde, luistert naar Hem”. Dat hadden ze al eerder gehoord: bij de doop van Jezus.

Als we naar Hem luisteren kunnen we ook de maatschappelijke problemen oplossen. Jezus zou zich niet verkiesbaar hebben gesteld voor gemeenteraad- of kamerverkiezingen, want Hij wilde dat wij zelf onze problemen oplossen. Een regering kan ook niets doen als de burgers niet een humane en christelijke levensinstelling hebben. Maar Hij zou wel tegen alle politici en burgers gezegd hebben: “Luister naar Mij, dan komt alles goed”. Zijn geloof, moraal en sociale houding geven een duidelijke weg aan.

Daarbij hoeven we niet prekend door het leven te gaan. Integendeel. Jezus verbood zijn apostelen zelfs over de gedaanteverandering te spreken voordat Hij uit de doden zou zijn opgestaan. Dat is inmiddels gebeurd, dus we mogen er over spreken. Maar net als de apostelen, moeten we op de eerste plaats door onze levenshouding getuigen. En die levenshouding is onder andere: onze zorgen aan God toe vertrouwen, vertrouwen op Hem, mee gaan met lijdende mensen, trouw zijn in moeilijke levensmomenten, met vertrouwen de toekomst tegemoet gaan.

We hebben nu weer een nieuwe gemeenteraad gekozen. Maar we mogen niet verwachten dat zij nu wel alle problemen van onze wereld oplossen. We zullen allemaal onze eigen verantwoordelijkheid op ons moeten nemen, luisteren naar Jezus en vertrouwen op God.

Zoeken in Preken Online