Er zijn veel dingen waarover we ons zorgen kunnen maken: onze
gezondheid, ons voorkomen, onze aandelen, onze goede naam, de
ontwikkeling van onze kinderen, onze conditie, ons pensioen, etcetera,
etcetera. Maar zorgen maken is niet christelijk. Ik heb laatst gehoord
dat elke zorg om onszelf en elke angst een gebrek is aan vertrouwen op
God. Omdat ik van natura toch ook wel een bezorgd en angstig type ben,
heeft die uitspraak me de afgelopen maanden sterk beziggehouden. En
inderdaad, als ik ergens tegen opzag, een les op school, een gesprek,
een vergadering, dan moest ik bij mezelf constateren dat ik dan bang
was voor mijn goede naam, bang om ongelijk te krijgen, bang om te
verliezen, bang dat ik mijn zelf gestelde doelen niet zou halen, bang
het leven niet meer in eigen hand te hebben.
We voldoen vaak niet
aan onze eigen verwachtingen, aan een ideaalbeeld van ons menszijn, man
of vrouw zijn, een ideaalbeeld dat we zelf ontworpen hebben. Daardoor
worden we overspannen, kribbig, teleurgesteld in onszelf en
beschuldigend naar anderen toe.
Als we er in slagen onze zorgen los
te laten en op God te vertrouwen, dan zullen we een nieuwe vrijheid en
blijheid in ons leven ontdekken. Als we onszelf uit handen geven en
alleen bezorgd zijn om de komst van het Rijk Gods, dan zal al het
andere ons er bij gegeven worden. God houdt ons vast. Jezus is de enige
die ons houvast geeft. Met Hem bij ons kunnen met vertrouwen de
toekomst tegemoet gaan. Geef je zorgen aan God en laat ze los. Dan komt
alles goed.
Wat heeft dat alles met het evangelie van vandaag te
maken? Om dat te begrijpen moeten we eerst de context kennen waarin de
wonderlijke gebeurtenis van de gedaanteverandering zich afspeelt. Jezus
had namelijk net voor het eerst aan de apostelen zijn lijden voorspeld.
De aanleiding daartoe was dat het verzet tegen Hem onder de Farizeeën
groeide. (Marcus 8) Toen Hij zijn lijden voorspelde kwam Petrus in
verzet. Toen zei Jezus: “Wie mijn volgeling wil zijn moet zijn kruis op
zich nemen en zichzelf verloochenen. Wie zijn leven verliest omwille
van Mij en het evangelie zal het winnen. Wat voor nut heeft het voor de
mens heel de wereld te winnen als dit ten koste gaat van eigen leven?”.
De apostelen waren zich hierover natuurlijk grote zorgen gaan maken.
Ieder normaal mens verzet zich tegen lijden. Zo ook de apostelen. Ze
waren juist met Jezus meegegaan in de verwachting een nieuwe politieke
verzetsbeweging op gang te brengen, de Romeinse overheersers te kunnen
verdrijven, een nieuw vrij Joods koninkrijk te kunnen stichten, met
Jezus als koning, opvolger van David en zijzelf als de nieuwe
machthebbers.
Jezus weet dat het anders zal lopen. Hij weet dat
zijn koninkrijk niet van deze aarde is, maar van de hemel. Hij weet dat
Hij uit de dood zal verrijzen, maar eerst een lijdensweg moet
doorstaan. Hij neemt nu de drie apostelen mee die Hem in het lijden het
meest nabij moeten blijven: Petrus, Johannes en Jacobus. Zij zullen in
de Hof van Olijven bij Jezus moeten blijven om te bidden en te waken.
Zij mochten daarom ook al getuigen zijn van de opwekking van het
dochtertje van Jaïrus (Mc.5,21-43). Petrus en Johannes zouden ook het
eerst bij het lege graf gaan kijken. Jacobus zou als eerste apostel de
marteldood sterven.
Om hen hierop voor te bereiden, mogen zij Jezus even zien in zijn hemelse verheerlijkte gestalte.
Waarom
verscheen Elia? Van hem werd verteld dat hij ten hemel was opgenomen en
eens zou terugkeren op aarde. Mozes was de wetgever van de 10 geboden,
de leider die de joden naar het beloofde land had geleid. Door hun
verschijning moet duidelijk worden dat Jezus de nieuwe profeet en
wetgever is.
De wolk die verscheen was een teken van God
aanwezigheid. Dit evangelie zit vol verwijzingen naar het oude
testament: God leidde het volk overdag door een wolk door de woestijn
naar het beloofde land. Op de Sinai klonk Gods stem ook uit een wolk
tot Mozes. Petrus wil drie tenten bouwen. Dat verwijst naar de
verbondstent waarin in een tabernakel de tien geboden werden meegenomen
door de woestijn. Maar het verleden kun je niet vasthouden en de
toekomst is er nog niet. Mozes en Elia verdwijnen weer en wat ze met
Jezus besproken hebben is niet bekend. Toen ze rondkeken was er niemand
meer dan alleen Jezus. Met Hem moeten ze het doen en leven in het nu.
Ze moesten met Hem mee, de berg af, het gewone leven weer in. Carnaval
was voorbij. Het is niet altijd feest in het leven. We zijn niet altijd
in de wolken. Integendeel, ze moesten met Jezus mee, het lijden
tegemoet.
Maar één ding hebben ze niet vergeten: die stem die
uit de wolk klonk: “Dit is mijn Zoon, de welbeminde, luistert naar
Hem”. Dat hadden ze al eerder gehoord: bij de doop van Jezus.
Als
we naar Hem luisteren kunnen we ook de maatschappelijke problemen
oplossen. Jezus zou zich niet verkiesbaar hebben gesteld voor
gemeenteraad- of kamerverkiezingen, want Hij wilde dat wij zelf onze
problemen oplossen. Een regering kan ook niets doen als de burgers niet
een humane en christelijke levensinstelling hebben. Maar Hij zou wel
tegen alle politici en burgers gezegd hebben: “Luister naar Mij, dan
komt alles goed”. Zijn geloof, moraal en sociale houding geven een
duidelijke weg aan.
Daarbij hoeven we niet prekend door het
leven te gaan. Integendeel. Jezus verbood zijn apostelen zelfs over de
gedaanteverandering te spreken voordat Hij uit de doden zou zijn
opgestaan. Dat is inmiddels gebeurd, dus we mogen er over spreken. Maar
net als de apostelen, moeten we op de eerste plaats door onze
levenshouding getuigen. En die levenshouding is onder andere: onze
zorgen aan God toe vertrouwen, vertrouwen op Hem, mee gaan met lijdende
mensen, trouw zijn in moeilijke levensmomenten, met vertrouwen de
toekomst tegemoet gaan.
We hebben nu weer een nieuwe
gemeenteraad gekozen. Maar we mogen niet verwachten dat zij nu wel alle
problemen van onze wereld oplossen. We zullen allemaal onze eigen
verantwoordelijkheid op ons moeten nemen, luisteren naar Jezus en
vertrouwen op God.
Met vertrouwen de toekomst tegemoet. God houdt ons vast (2006)
B-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars