Elk jaar beginnen we de Veertigdagentijd met de start van het volwassen
leven van Jezus als hij na zijn doop veertig dagen doorbrengt in de
woestijn en daar beproefd wordt. Zo horen we op de tweede zondag ook
altijd de verheerlijking op de berg.
Een week na de start krijgen we zicht op de bestemming, op wie hij is.
Dit gebeurt in de kring van zijn naaste leerlingen, ook al zijn Petrus
en de anderen nog niet in staat om dit doorkijkje naar Pasen te
verstaan.
In alle drie lezingen gaat het vandaag over een vader en zijn zoon, de
veelgeliefde, de eniggeboren zoon van de vader, over de dood van de
zoon of minstens de dreiging daarvan, en hoe de vader én de zoon
hiermee omgaan.
Het gaat om Abraham die bijna Isaak doodt, de geliefde zoon van de
belofte, en de leerlingen van Jezus leren dat Jezus moet sterven
omwille van God, zijn vader, die niet ingrijpt om dit te verhinderen,
maar hem hierin bevestigt. Deze verhalen zijn ingrijpend en grijpen in
elkaar. Steeds verder spitst het zich toe en het hart krimpt ineen als
steeds duidelijker, onontkoombaar duidelijk wordt dat het inderdaad om
dit kind gaat, de zoon van de belofte. “Jouw zoon … je enige … je
veelgeliefde … Isaak” “Dit is mijn zoon … de welbeminde … luister
naar hem” en hij zegt: “Weet dat de Messias, de Mensenzoon moet
sterven.”
Is die dood onafwendbaar, onvermijdelijk? Stemt de vader hiermee in,
berust die of staat die machteloos? En de zoon zelf, is die machteloos
of vertrouwt die blind op zijn vader?
In onze dagen horen we te vaak van een vader die zijn eigen kinderen
doodt, in een verwarde toestand na moeilijkheden in de relatie of een
scheiding. Ik moet ook aan mijn eigen vader denken die het afgelopen
jaar zijn zoon verloor en nu op deze zondag ook wordt geconfronteerd
met die vader van wie de zoon moest sterven.
Dit soort gedachten gaan door mijn hoofd, en u heeft misschien ook uw eigen associaties en verdriet.
En ik hoor bij de aangrijpende bijbelse verhalen van vandaag ook de theologie van later jaren meeklinken.
Abraham vertrouwde zo op God dat hij bereid was Isaak te offeren, en
dit geloof werd hem als gerechtigheid aangerekend. Wil God dan dat we
alles opgeven, zelfs onze kinderen? Moeten we zo Gods liefde verdienen?
En “God die zijn eigen zoon voor ons allen heeft overgeleverd” gaat dan
betekenen dat God de dood van Jezus eist om onze zondige wereld weer
lief te kunnen hebben.
Staat dit er ook? Dat God wil, ja tevoren heeft gepland en voorbeschikt
dat zulke wreedheden in Gods naam zouden geschieden? Nee, het staat er
niet, en ik geloof het ook niet. Als dit wel zo zou zijn, zouden we
deze god mogen of zelfs moeten afwijzen. Wat staat er dan wel? Wat
staat er echt?
Ik moet bij het eerste verhaal dat wij kennen als “de beproeving of het
offer van Abraham” altijd denken aan de Joodse benaming: “de binding
van Isaak”. Het volk Israël herkent zichzelf in de geliefde zoon, die
ondanks de liefde van de vader gebonden wordt en bijna geofferd. Hierin
herkent Israël heel de eigen geschiedenis van ellende, vervolging en
onderdrukking en van een telkens weer dreigende definitieve
vernietiging en ondergang die soms inderdaad pas op het allerlaatste
moment wordt afgewend.
Mogen we dit er ook in lezen? Dat God de dood niet wil, maar het leven.
De dood hoort onvermijdelijk bij het leven. God wil niet dat wij de
dood kiezen of veroorzaken. Maar in elk mensenleven en in elke
gemeenschap - zelfs in het volk van God - is de dood aanwezig, soms zo
overweldigend dat alles lijkt op te houden. En toch … God plant dit
niet en wil dit niet. En als het dan toch - ondanks onszelf of ook door
onze menselijke fouten en tekorten - gebeurt dan mogen we met de ogen
van het geloof leren zien (vaak pas achteraf terugkijkend) leren
vertrouwen dat God ons niet alleen laat, dat de dood niet het laatste
woord heeft, dat het leven overwint en aan het einde als bestemming
straalt als eeuwig licht van Gods heerlijkheid.
Dit neemt alle vragen niet weg, het bagatelliseert of verheerlijkt het
lijden volstrekt niet, maar kan wel houvast geven om onze weg door het
leven te gaan zoals Jezus met zijn leerlingen verder ging … naar
Jeruzalem, naar Getsemane en Golgota.
Ook wij mogen onze levensweg verder gaan, met alle vragen die daar
onvermijdelijk bij horen. Dat mogen we doen onder begeleiding van het
Woord van God, waarmee we in gesprek blijven en steeds weer vragen
blijven stellen over wat het betekent, hier en nu in dit leven: de
opstanding uit de dood.
Het christelijk geloof zegt - veel meer dan een of ander gevoel - dat
God in Jezus ons leven heeft gedeeld, die gestorven en tot leven gewekt
is, en dat wij daardoor nu leven en sterven met Christus. Daarom ook
kunnen wij zingen:
“Gij zijt in glans verschenen.
Hoe ook in dood verdwenen, ons straalt uw heerlijkheid.
Gij wilt uw kruis ons lenen … als licht van eeuwigheid.”
Gij zijt in glans verschenen (2006)
B-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars