2e zondag van de Veertigdagentijd – jaar B

B-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars

Tweede Zondag in de Veertigdagentijd - B 25 februari 2024

Evangelie: Marcus 9, 2-10

Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?

Mgr. Romero geeft aan de preek van vandaag de titel: ‘Veertigdagentijd, transfiguratie van het volk van God’. Voor het samenstellen van de bouwstenen voor deze zondag kiezen we enkele citaten uit zijn preek die gelinkt zijn aan een paar verzen uit het evangelie van deze zondag.

“Laten we kijken naar het evangelie van vandaag. (…) Mozes en Elia verschijnen daar als de twee kopstukken, de hoogste topfiguren van het volk van God. Mozes (…) zal de leider zijn op weg naar de bevrijding van dit volk, de profeet die door God wordt aangekondigd en die gehoord moet worden. (…) De nieuwe Mozes die hier op de berg Tabor wordt getransfigureerd is de geliefde Zoon, en er moet nu geluisterd worden naar Hem. Mozes is dus een hoogtepunt van het Oude Testament en daarom moest hij daar aanwezig zijn, daar waar de hele stroom van de beloften die God aan Abraham deed, opnieuw gaat stromen. (…) Elia verschijnt daar ook, en hij vormt het hoogtepunt van de profetie. Hij die geleefd heeft en profeteerde in een situatie die misschien wel gelijkt op die van ons vaderland El Salvador*: misdaden, verdraaiingen van de waarheid, onwaardige politieke machinaties, omkoping van justitie, misbruik van rijkdom en geld. Elia vluchtte de woestijn in, want hij zei op een bijna pessimistische toon: ‘Genoeg is genoeg, Heer!’ - zoals ons motto van de processie van priesters luidt: ‘Nu is het genoeg’. En hij begaf zich in de woestijn naar een kleine struik die nauwelijks schaduw geeft, om er te sterven.* Hij wilde eigenlijk al liever dood zijn, toen God hem liet ontwaken en hem toefluisterde: ‘Sta op, je hebt nog een lange weg te gaan”. (…) God bemoedigde hem: ‘Je hoeft niet te sterven, je moet doorgaan met werken…’”

Beste broeders en zusters, dit is het volk van God. Mensen die geloven, zoals de Bijbel over Abraham zegt: ‘Hij geloofde tegen alle hoop in’. Hoe noodzakelijk is dat voor ons nu hier in El Salvador: geloven tegen alle hoop in, zelfs als alle lichten uitgaan en als alle wegen gesloten zijn! Als Abrahams geloof (…) tot ons komt, laten we het dan navolgen. Als de moed van Mozes*, zelfs toen hij werd vervolgd door zijn eigen volk, hem toch deed gaan tot op het punt van de dood om trouw te zijn aan Gods plan voor zijn leven; als* de trouw van Elia, die toen hij, vol van pessimisme, zelfs waarachtig aan zelfmoord dacht, hem er toch toe bracht om op te staan en verder te werken - wat weerhoudt ons dan, Salvadoraanse zusters en broeders, Gods volk van 1979? Onze woestijn, onze vastentijd, ons bloed, dit alles kan tot bevrijding, tot licht, troost en hoop worden."

In deze preek spreekt de Aartsbisschop over de betekenis van de aanwezigheid van Mozes en Elia in het verhaal over de ervaring van de ‘gedaanteverandering’ van Jezus in aanwezigheid van enkele leerlingen op de berg Tabor. We verstaan die betekenis niet als we ons niet herinneren wie Mozes en Elia waren en hoe ze voortleefden in het collectieve religieuze geheugen van het volk van Palestina in de tijd van Jezus.

Mozes staat voor de bevrijding uit de slavernij en de onderdrukking, en dat vatte hij op als een opdracht van God. In de Bijbel wordt gezegd dat de Heer tot Mozes sprak opdat ze naar hem zouden luisteren en op hem als de bevrijder van Godswege zouden vertrouwen. (zie Ex 19,9). Jezus staat in deze zelfde traditie. God spreekt in Hem en roept de leerlingen op om naar Hem te luisteren. (Mc 9,7). De menswording van God in Jezus herneemt in alle sterkte het bevrijdingsgebeuren van 1200 jaar eerder. ‘Daarom zend Ik jou nu naar de farao: jij moet Mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’ (Ex 3,10) Op de berg Tabor wordt die opdracht, die zending in Jezus ineens heel actueel, heel persoonlijk en duidelijk. Het is Gods eigen engagement, dat vervat ligt in Zijn Naam: ‘Ik-ben-er-in-de-bevrijding’…

De andere sterke Bijbelse figuur waarvan hier sprake is, is Elia, het traditionele kopstuk van de gelovige profetie in het Oude Verbond. Mgr. Romero ziet een duidelijke parallel tussen het leven van het volk in de tijd van Elia en in zijn eigen tijd (1979, El Salvador). “… Misdaden, verdraaiingen van de waarheid, onwaardige politieke machinaties, omkoping van justitie, misbruik van rijkdom en geld.” Het blijft een meer dan actuele (zij het beperkte) samenvatting van wat er zich ook vandaag (2024) op vele plaatsten in de wereld afspeelt. Wie zou er niet ontgoocheld worden, net zoals Elia, wanneer de machtigen op geen enkele manier luisteren naar de profetische oproepen die hij doet? Is het ook vaak niet onze bekoring om het op te geven van te dromen van en te werken aan een ‘andere wereld’? Heel waarschijnlijk is dat dan ook misschien een van meest bedreigende bekoringen geweest voor Jezus zelf. Het oude Bijbelse verhaal vertelt dan over God zelf Die Elia aanstoot en hem zegt dat hij niet mag opgeven, dat hij moet opstaan en de weg verder moet gaan, dat er nog zoveel te doen staat, dat God van hem verwacht dat hij tot het einde zal doorgaan. Ook die woorden zullen in het hart en de ziel van Jezus geklonken hebben in tijden van bekoring om het op te geven. Het aanklagen van alle vormen van onrecht, leugen, corruptie,… en het oproepen tot andere manieren van leven, gesterkt door de hoop op Gods Rijk - dat is dan ook de profetische opdracht van ‘Gods geliefde Zoon’. De aanwezigheid van Elia bij de Taborervaring maakt het voor de leerlingen nog meer duidelijk wie Jezus is.

Vervolgens richt Mgr. Romero zich naar de luisterende gemeenschap, in de kathedraal van San Salvador zelf en op de vele plaatsen waar naar hem geluisterd wordt via de radio. Hij vertrekt bij Abraham die wegtrok uit zijn land omdat hij ondanks alles geloofde dat een rechtvaardige solidaire wereld toch mogelijk is. Hij zal zodoende de eerste stappen zetten om vader te worden van een volk dat van dat geloof getuigt. Alles lijkt hem tegen te gaan, maar toch doet hij het. Hij stond op en ging op weg: ‘Abram trok weg uit Charan, zoals de Heer hem had opgedragen.’ (Gen 12,4). Aartsbisschop Romero vraagt dan aan zijn toehoorders om te “… geloven tegen alle hoop in, zelfs als alle lichten uitgaan, als alle wegen gesloten zijn! Als Abrahams geloof (…) tot ons komt, laten we het dan navolgen*.”* Ook vandaag zijn er heel wat lichten uitgegaan in de wereld, met oorlogen die niet alleen lokaal zoveel lijden veroorzaken maar die ook dreigen uit te groeien tot brede wereldconflicten. In zulke tijden hebben we elkaar nodig om te geloven zoals Abraham, en het niet op te geven.

Vervolgens herinnert Mgr. Romero ons aan “… de moed van Mozes*, die hem, zelfs toen hij werd vervolgd door zijn eigen volk, deed gaan tot het punt van de dood om trouw te zijn aan Gods plan voor zijn leven”.* Ook wij hebben vandaag die moed nodig om het vol te houden op de barricaden. Ook vandaag lijkt de bevrijdende oproep van de Kerk te zwak tegenover de brutaliteit van onze wereld. Mogen ook wij trouw zijn aan onze opdracht om medewerk(st)ers te zijn aan God plan voor die nieuwe wereld.

Tenslotte verwijst Mgr. Romero naar de manier waarop “… de trouw van Elia, die toen hij, vol van pessimisme, zelfs waarachtig aan zelfmoord dacht, hem er toch toe bracht om op te staan en verder te werken.”. We horen vandaag misschien nog wel de stem van een aantal grote profeten van enkele decennia geleden, maar vandaag lijken de meeste christenen die profetische opdracht toch in een donkere schuif te bewaren. God roept ons op: sta op en werk verder!!!! Die drie Bijbelse figuren: Abraham, Mozes en Elia, komen dan in Romero’s preek samen in de figuur van Jezus, zoals Hij ten volle zal zijn (na Zijn weg door het kruis heen). Daarom durft hij zeggen aan zijn volk: “… wat weerhoudt ons, Salvadoraanse zusters en broeders, Gods volk van 1979 te zijn?” Met het geloof van Abraham, de moed van Mozes en de trouw van Elia staan we zij aan zij bij Jezus zelf, bij de profeten en de martelaren van alle tijden. Wie of wat zal ons weerhouden om op te staan?

We eindigen dan met de oproep van Mgr. Romero om deze veertigdagentijd te beleven als “… onze woestijn, onze vastentijd, ons bloed” die dan “… tot bevrijding, tot licht, troost en hoop kan worden". De veertigdagentijd is veel meer dan enkel maar een cultische voorbereiding op de liturgische viering van Pasen. We worden in deze periode verwezen naar de harde realiteit waarin de overgrote meerderheid van de mensen moeten leven, en naar de kruiswegen die zij moeten gaan. Op die wegen hebben we de opdracht ‘bevrijding’ mogelijk te maken, ‘licht’ te brengen in de duisternis van hun leven, ‘troost’ te betekenen voor wie uitgeput en geslagen is, ‘hoop’ te brengen voor wie het niet meer ziet zitten. Zo zullen ook wij van gedaante kunnen veranderen. Hij heeft ons de weg daartoe gewezen. Hij is de Weg ten leven.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

Hoe staat het met ons ‘Abrahamgeloof’? Welke stappen hebben we tot nu toe gezet om werkelijk op te staan en ons te riskeren aan een nieuwe wereld? Wat zijn daarbij de uitdagingen op vandaag?

Hoe staat het met onze ‘Mozesmoed’? Er is in de grote wereld en rondom ons zoveel onrecht en geweld. Welke stappen zetten we om moedig bij te dragen tot de bevrijding van mensen?

Hoe staat het met onze ‘Eliatrouw’? Herinneren we ons de momenten dat we moe waren en het beu werden, de momenten dat we dachten: ‘Het haalt toch allemaal niets uit’? Hoe hebben we dan gereageerd? Hoe kunnen we op vandaag toch trouw zijn aan onze opdracht en zending?

Ludo Van de Velde

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 143. Tweede Zondag in de Veertigdagentijd-B – 25 februari 2024.

De Kerk moet in de mensen een bewustzijn van waardigheid opwekken.

Mgr. Romero zegt in zijn homilie van vandaag: “De Kerk kan niet conformistisch zijn. De Kerk moet een bewustzijn van waardigheid opwekken. Dit wordt door sommigen ‘subversie’ genoemd, maar dit is geen subversie. De christelijke gewetenshouding die onze gemeenschappen in het licht van het Evangelie aannemen, met de gedachte dat een mens, ook al is hij een arbeider of dagloner, het beeld van God is, - dat is geen communisme, noch is het subversie. Het is het Woord van God dat de mens verlicht, en de mens moet zichzelf bevorderen. We willen geen massamensen meer. Daarom vertelde ik jullie dat ‘het volk’ onderscheiden wordt van wat geen volk is. Zelfs buiten het volk van God zijn er ontwikkelde volkeren die nog niet Gods volk zijn en toch wel een ‘volk’ kunnen genoemd worden; maar nog verder weg is er een immens volk dat niet eens een ‘volk’ genoemd kan worden en als ‘de massa’ bestempeld wordt. Wij willen echter geen ‘massa’s’. Wij willen het onderwijs dat verpersoonlijkt, wij willen het Evangelie dat ons laat voelen wat Johannes Paulus II zei: ‘De mens is een wonder van God, onherhaalbaar.’”

“Mijn oproep vanmorgen is een oproep aan ieder van u, en aan mijzelf - wij die lid zijn van Gods volk, om ons christendom niet alleen maar te beleven, maar om het ook uit te stralen, om anderen te redden, om een bron van eenheid te zijn voor anderen die uiteengevallen zijn, om een aanzet tot berouw te zijn voor anderen die zondige wegen bewandelen, om een aantrekkingskracht te zijn voor hen die afgedwaald zijn. Er is zoveel te doen in ons vaderland!”

In landen met een christelijke traditie, in landen waar de katholieke godsdienst de officiële staatsgodsdienst is geweest, in landen waar er een nauwe relatie is tussen de regering en de kerkelijke autoriteiten, in landen waar degenen die macht en rijkdom hebben de religie gebruiken om zichzelf te rechtvaardigen, om er zich achter te verschuilen en om zich in te dekken, in landen waarvan de regering beweert christelijk te zijn,… gedraagt de hiërarchie van de Kerken zich heel gemakkelijk als was ze doof, blind en stom. Om deze bevoorrechte relaties van afhankelijkheid van de Staat en hun rijkdom toch maar in stand te houden, zijn ze aanwezig bij inwijdingen en nationale politieke vieringen, ja bedienen ze de machthebbers zelfs met bepaalde speciale liturgieën (Te Deum en andere). De stem van het Evangelie van Jezus zal echter altijd een probleem zijn voor degenen die de politiek en de economie leiden.

In de tijd van Mgr. Romero ondervond de Kerk dit maar al te zeer. Daarom moest ze krachtige beslissingen nemen. Na de moord op Rutilio Grande en zijn twee metgezellen (maart 1977) kondigde de Aartsbisschop aan dat hij niet meer aanwezig zou zijn bij officiële staatsevenementen en dat politici niet meer uitgenodigd zouden worden voor het innemen van de ereplaatsen in de kathedraal. In het citaat waar we vandaag bij stilstaan, zegt hij: “De christelijke gewetenshouding die onze gemeenschappen in het licht van het Evangelie aannemen, met de gedachte dat een mens, ook al is hij een arbeider of dagloner, het beeld van God is, - dat is geen communisme, noch is het subversie. Het is het Woord van God dat de mens verlicht, en de mens moet zichzelf bevorderen.” De verkondiging van het Evangelie van Jezus omvat de verantwoordelijkheid van de Kerk om in de mensen een bewustzijn van menselijke waardigheid op te wekken. Het betreft echt een ‘ontwaken’ uit de verlammende slaap van een ‘massaal’ volk dat onderdrukt en uitgebuit leeft, dat dit lot lijdzaam verdraagt, en tenslotte sterft van angst (of door kogels). De alliantie van rijkdom en macht bestempelt dit gebeuren als ‘subversie’, en in die tijd werd het ook zondermeer als ‘communistische propaganda’ gecatalogeerd. Vandaag noemen ze het waarschijnlijk ‘terrorisme’, en de mensen die er aan meedoen zijn ‘verraders van het vaderland’…

In sommige Latijns-Amerikaanse landen hebben we te maken met situaties waarin regeringen de activiteiten en de stem van de Kerk sterk aan banden leggen. Ze zijn er niet langer in geïnteresseerd om er voordeel uit te halen, maar in tegendeel: ze doen alles om die stem monddood te maken. Ze controleren wat er wordt gezegd in catechetische bijeenkomsten, in eucharistievieringen, in homilieën, in wat er wordt gepubliceerd in gedrukte of andere media. Deze regeringen - zelfs regeringen die openlijk beweren ‘christelijk’ te zijn - verbieden openbare uitingen van de Kerken (processies, kruiswegstaties, altaren, devoties…) en aarzelen niet om priesters, bisschoppen en religieuzen te arresteren, gevangen te zetten, uit te wijzen en hun bezittingen en bankrekeningen af te nemen. In werkelijkheid passen ze het beleid toe van de VS - dankzij de Rockefeller-verklaringen uit de jaren ‘60 van de vorige eeuw - omdat men toen ook al van mening was dat de echte vijand van het Rijk de katholieke Kerk was – een vijand die bestreden, verdeeld en gemarginaliseerd moest worden.

De stem van Mgr. Romero die we vandaag in zijn homilie horen, herinnert er ons aan dat het de missie van de Kerk is om “… een bewustzijn van waardigheid op te wekken”, om historisch bewust te worden in het licht van het Evangelie, dat altijd leidt tot menselijke promotie en ontwikkeling, tot de erkenning van elke mens als een ‘kind van God’, onherhaalbaar, met het recht op alle respect en het recht om zichzelf te bevorderen, om te groeien in kwaliteit van leven. “… De Kerk kan niet conformistisch zijn” in haar prediking en in haar handelen. In plaats daarvan, zegt de Aartsbisschop, moet de Kerk de zuurdesem zijn van het bewustzijn van de mensen, zodat zij ophouden een ‘massa’ te zijn.

“… Wij willen echter geen massa’s”. De Kerk wil haar mensen aanmoedigen om hun ogen te openen, om na te denken over hun werkelijkheid in het licht van het Evangelie en om te handelen op zoek naar ware menselijke promotie, en naar bevrijding van overheersing (ideologisch, economisch, politiek, militair).

De Kerk moet, geleid door de Geest, de wonden in de samenleving blootleggen, ze werkelijk ‘ont-dekken,’ de bedekking wegnemen die deze wonden verbergt. Ze moet aanwijzen waar mensenrechten geschonden worden, waar de zwakste individuen en families aanwezig zijn, waar uitsluiting heerst. Maar het is niet genoeg van dat alles aan de kaak te stellen. De Kerk moet zich inzetten - zoals Jezus zelf deed - om een nieuw volk te creëren, om wonden te helen, om de hongerigen te voeden, om mensen aan te moedigen hun leven in eigen handen te nemen, en om zich te verenigen voor een toekomst van economische en sociale waardigheid. Vaak zal zij daarbij de officiële propaganda van regeringen moeten tegenspreken en de realiteit van onderaf aan hen moeten presenteren, vanuit de problemen waarmee mensen leven.

In dezelfde homilie herinnert Mgr. Romero er ons aan dat het niet genoeg is om het christendom persoonlijk of enkel binnen de Kerken te beleven. Dat christendom moet “… uitstralen, anderen redden, een bron van eenheid zijn voor anderen die uiteengevallen zijn, een aanzet tot berouw zijn voor anderen die zondige wegen bewandelen, een aantrekkingskracht zijn voor hen die afgedwaald zijn”. De Kerk moet haar ervaring van verlossing uitstralen die ze dankzij het Evangelie beleeft. In haar woorden en daden moet zij een aantrekkingskracht uitoefenen op anderen die ‘verloren zijn’, ‘in zonde verkeren’, ‘gedesintegreerd zijn’, d.w.z. de mensen die de hoop verloren hebben, die leven onder het juk van de partijoverheersing en haar ideologie, zij naar wie niet geluisterd wordt bij de uitvoering van regeringsplannen, zij die leven in angst om aangeklaagd te worden bij de autoriteiten, en zij die niet geloven in hun eigen capaciteiten om hun leven te ontwikkelen en te veranderen. De missie van de Kerk is ‘verlossing’ te brengen, wat niet alleen iets geestelijks is, niet alleen iets voor na de dood, maar een concreet en werkelijk iets voor het hier en nu in de historische realiteit waarin we leven.

Het gaat daarbij om verlossing van alle vormen van onderdrukking en controle, van alle vormen van economische uitbuiting, van alle vormen van sociale discriminatie. Verlossing heeft te maken met volledig respect voor de mens als beeld van God. Er is niets heiligers. “… Er is zoveel te doen in ons vaderland!” In alle landen, in datgene wat ze gemeen hebben zowel als in hun eigen specifieke geschiedenis, kan en mag de Kerk niet falen in deze missie om de zuurdesem te zijn van een nieuw kritisch bewustzijn van waardigheid. In elk land moet de kerkgemeenschap zich concentreren op de bijzonderheden van haar zending. Met de ‘synodale’ deelname van allen, op elk niveau, moet de Kerk haar profetische, stralende en aantrekkelijke zending realiseren.

Het is duidelijk dat deze evangelische boodschap niet goed valt (en niet goed kàn vallen) bij de machthebbers. Er zal geen gebrek zijn aan beschuldigingen, en we kennen de gevolgen daarvan voor hen die deze evangelisatiemissie werkelijk op zich nemen. Geloof in de God van het leven wordt geconfronteerd met de afgoderij van ideologie, macht en rijkdom. Dit gebeurde met Jezus van Nazareth zelf. Laten we bijvoorbeeld Joh 15,18-20 even lezen. Het is niet erg als de Kerk sociale, economische en politieke privileges verliest. Volgens het hart van het evangelie zal de Kerk altijd arm zijn, zoals de armen van haar volk. Ze zal daarbij ook ‘arm van geest’ en ‘zuiver van hart’ moeten zijn. Dat is haar plaats: bij de kruisen die gedragen worden door individuen en door het volk als geheel. Maar bondgenootschappen sluiten met de macht of zwijgen uit angst voor die macht zal altijd en onvermijdelijk leiden tot verraad van haar eigen evangelische zending.

Tere en Ludo Van de Velde

Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog enkele andere citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero op de Tweede Zondag in de Veertigdagentijd-B van 1979, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:

187 Medio ambiente:

https://www.facebook.com/watch?v=574796917495831

186 Conflictos:

https://www.facebook.com/watch?v=1641403892919644

185 La persecución:

https://www.facebook.com/watch?v=471302648132443

Overdenking voor zondag 25 februari 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Tweede Zondag in de Veertigdagentijd-B, 11 maart 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 275.277.

Zoeken in Preken Online