2e zondag van de Veertigdagentijd – jaar B

B-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars

Homilie op de tweede zondag van de vasten: Heel even op de berg

( Gen. 22, 1-2.9a10-13.15-18) en Mc. 9, 2-10)

Tielt, 1 maart 2015

Mensen hunkeren naar topervaringen. Ouders die een kindje verwachten, jonge mensen die dromen van een gelukkig huwelijk, sommige mensen die uitzien naar hun pensioen om met hun kleinkinderen op hun schoot zalige en kommerloze momenten te beleven, de jonge seminarist die uitziet naar zijn priesterwijding en de dag waarop hij herder en voorganger zal kunnen zijn met nog de illusie dat elkeen hem daarvoor zal prijzen en waarderen. Het mag en het is mooi.

Zo waren ook de leerlingen van Jezus. Hun verwachtingen waren hooggespannen. Doorheen het dal waren ze met Jezus op weg naar Jeruzalem. Daar zou het gebeuren: de triomfantelijke komst van het Godsrijk. Maar stilaan ondervonden ze een groeiende tegenstand van de overheden, van de politieke en religieuze gezagsdragers. Stilaan begonnen ze te twijfelen en vroegen ze zich af of ze wel op het goede spoor zaten, of ze niet te naïef waren. Ze raakten in verwarring, voelden zich ontredderd. Crisissituatie! Ze maakten een inzinking mee. Ze moesten door een dal.

Hetzelfde overkwam de eerste christenen. Ze raakten in verlegenheid door vervolgingen, door onderlinge verdeeldheid, door het optreden van valse profeten, door verschillende visies waarmee ze zelfs in eigen kring geconfronteerd werden.

Vandaag zijn er niet minder redenen die mensen aan het twijfelen brengen. De 20e eeuw kondigde zich groots aan dankzij de spectaculaire vooruitgang van de wetenschap en de techniek. In de eerste overdekte winkelgalerijen van de grootsteden prijkte goed zichtbaar de godin Fortuna met de hoorn van de overvloed met daaronder in grote letters: “Omnia omnibus”, m.a.w. van nu af alles voor iedereen. Maar in de 21e eeuw worden we wakker geschud uit onze droom. De bankencrisis en de financiële crisis in de meeste landen van de eurozone; ontstellende armoedecijfers in de wereld, zelfs bij ons, cijfers waarachter levende mensen schuilen; tientallen miljoenen HIV-besmette mensen wereldwijd; ellende in zoveel landen, ook in Europa…

Ook de christenen voelen zich ontredderd. Er is polarisatie, zoals in de laatste bisschoppensynode in Rome, tussen conservatieven en progressisten, tussen wat Rome voorhoudt en wat leeft aan de basis. Ze zien dat de kerk het moet stellen met bijzonder weinig en overvraagde priesters. De oproep van de bisschoppen om aan elke priester een vrije dag per week te gunnen lijkt onhaalbaar. Vragen worden gesteld of de personeelsleden in het katholiek onderwijs en in onze caritasinstellingen hun taak nog vervullen vanuit een christelijke inspiratie. Misschien wel, maar je ziet er alleszins maar weinig in de kerk. Er is veel ontgoocheling bij onze goed menende christenen. Velen gaan door een dal.

Daarom neemt Jezus zijn leerlingen en ook ons mee naar een hoge berg, in afzondering. Van daaruit krijgen we meer zicht op de realiteit, zien we beter waar de verschillende wegen naartoe leiden.

Een bergervaring is iets heel bijzonders. Een wondere ervaring! Daar heb je een verbondenheid met de natuur en met het heelal. Van op een berg heb je ook een andere kijk op de dingen: een zware camion in de vlakte lijkt een speelgoedautootje en de mensen een stipje. Voeg daaraan toe dat in het oude wereldbeeld de hemel boven gesignaleerd werd en dan begrijp je dat in de bijbelse taal de berg opgaan zoveel betekent als naar God opgaan. Wie een tijdje bij God verblijft, gaat anders leven.

Dat ondervonden Petrus, Jacobus en Johannes als ze met Jezus alleen waren op die hoge Taborberg en getroffen werden door het glanzend licht dat uit Jezus straalde en waardoor ze zelf van inzicht en uitzicht veranderden. Een bemoedigend verhaal, dat ons uitnodigt om ons gelovig vertrouwen in God vol te houden ook als de omstandigheden van het leven ons het mes op de keel zetten: als we ontgoocheld zijn of bedroefd, als we diep in de put zitten door schandalen in de Kerk, door ziekte of tegenslagen allerhande.

Tot dat bestijgen van de berg Tabor, tot die gedaanteverandering nodigt Jezus ons vandaag uit. Manu Verhulst heeft dat mooi verwoord:

“Vandaag de Tabor bestijgen is loskomen van de banaliteit: de soapserie van de T.V.-reeks even vergeten en de voetbaluitslagen niet meer de moeite waard vinden. Het is het overbodige achterwege laten, de ballast afwerpen samen met alles wat we doen zonder geestdrift en zonder ziel. Vandaag de Tabor bestijgen is toch zijn verdriet meedragen: de pijnlijke last waarmee we opstaan en waarmee we gaan slapen. In de schaduw van Jezus wordt dat verdriet kleiner, minder beangstigend.

Vandaag de Tabor bestijgen is kijken naar de grauwe wolken van het kwaad rondom: de oorlog en de ziekten, de falingen en de mislukkingen, de scheidingen en de ruzies, de verslavingen en de zelfmoorden, de grote verdwazing…

De Tabor bestijgen is met Jezus verder kijken dan de grauwe wolken van het kwaad en de lichtpunten zien van zoveel goede wil, van zoveel belangeloze inzet en zoveel trouw onder kleine en gewone mensen…

Vandaag de Tabor bestijgen is… God zelf naderbij komen…

God betrekken in ons leven is weer van de Tabor afdalen, terugkeren naar de vlakke bedoening van elke dag maar met een hart dat geen angst meer kent…”

Een mooie opdracht voor elk van ons in deze vastentijd!

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online