2e zondag van de Veertigdagentijd – jaar B

B-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars

‘Abraham’.

‘Hier ben ik’, antwoordde hij.

Zo begon de eerste lezing.

Zo begon een nieuw hoofdstuk in het levensverhaal van Abraham.

Zeggen ‘hier ben ik’ houdt een risico in.

‘Ja’ zeggen aan God is springen in het ongewisse. En je weet vooraf niet waar je uitkomt. Maar je mag er wel op vertrouwen dat je opgevangen wordt. Ook al lijkt het eerst helemaal anders. Een God die vraagt dat je je enige zoon offert - om het woord uit de lezing te gebruiken - welke God kan dat zijn? Zou daar iets van nagalmen in onze uitspraken: Het is Gods wil, het heeft de Heer behaagd?

En toch. Uit het vervolg van het verhaal blijkt dat dat geen echt gemeende vraag van God was, dat God Abraham eigenlijk op de proef wilde stellen. Dat was immers al duidelijk in de eerste zin. Ik geef toe: een beetje bevreemdend. Het lijkt wel alsof God het nodig had even te toetsen of Abraham wel genoeg in Hem geloofde, wel genoeg van Hem hield.

Laat mij toe te zeggen: God krijgt hier een heel menselijk trekje. Want willen ook wij soms niet eens van de ander horen of hij nog wel van ons houdt; willen we ook zelf niet af en toe nog een ‘bewijs’ in onze vriendschap- en liefdesrelaties dat we geliefd zijn, de moeite waard blijven om bemind te worden? En als de mens beeld van God is, dan mogen we vermoeden dat God daar ook wel eens nood aan heeft en deugd van heeft…

Wie goed naar het verhaal geluisterd heeft, zal merken dat er tot twee keer toe een engel uit de hemel spreekt. Twee keer een woord van bemoediging, twee keer een woord dat een belofte inhoudt. Misschien is dit wel de belangrijkste boodschap uit de lezingen van vandaag: vertrouw je toe, en je leven gaat open, je leven wordt vervuld. Je zal gezegend worden. En je zal ‘van gedaante veranderen’.

Als je wegtrekt, de berg op, dan kan er veel gebeuren, dan wordt er veel mogelijk. De berg is in de bijbel steeds de plaats van de Godsontmoeting. Elk kan dit voor zichzelf invullen: wat in beide lezingen een berg is, kan voor ons de zee, een bos, je tuin, - en waarom niet- de strijkplank, de kookpotten, … zijn. Daar waar je in je leven ruimte schept voor God, naar Hem luistert, daar verander je. Daar word je meer jezelf en ga je stralen. Dat zijn momenten die je zou willen vasthouden: ‘Laat ons hier drie tenten bouwen’, zei Petrus.

Maar dat is blijkbaar niet de bedoeling. Het gaat er niet om deze momenten vast te houden. Want op dat moment klinkt een stem uit de wolken: ‘luister naar Hem’.

En dat luisteren leidt er ook toe dat we uitgenodigd worden weer bergafwaarts te gaan – letterlijk: terug naar de vlakte, terug naar het alledaagse. Zoals we het gemakkelijk zeggen: het kan niet alle dagen feest zijn.

Eigenlijk zijn deze zaterdagse (zondagse) vieringen, zoals alle eucharistievieringen en andere gebedsmomenten, ook wel een beetje zo: even wegtrekken uit de drukte, de berg op. Stilvallen en woorden horen klinken, woorden die je soms in vuur en vlam zetten of woorden die er voor zorgen dat het vuur onder de as niet dooft. Een lied van hoop, woorden van bemoediging waardoor je misschien een beetje anders naar de vlakte, naar huis terugkeert. Anders want opnieuw gezegend, tot zegen voor anderen. Amen.

Zoeken in Preken Online