Uw rijk Kome!

B-cyclus · Vasten · 1e zondag van de Vasten · paars

‘De tijd is vervuld en het rijk Gods nabij.’ Met die twee zinnetjes voert Marcus - of eigenlijk Jezus, die de woorden spreekt - in onze wereld een spanning binnen, die nog steeds niet uitgewerkt is.

Alles is er dus en toch is dit alles alleen nog maar nabij. Het heeft natuurlijk te maken met koninkrijk Gods dat er al is en dat er nog niet is. Dat ‘er nog niet zijn’ wordt dan door dat woordje ‘nabij’ zo dicht mogelijk bij het ‘er al zijn’ gebracht. Het is er allemaal al, en we staan op het punt dat we het gaan zien. Het is er dus al, en het is er nog niet, omdat het nog niet bewust ervaren en beleefd wordt.

Het is moeilijk om dit ‘er zijn’, ‘er nog niet zijn’, en ‘het er bijna zijn’ duidelijk te maken. Misschien kan het aan de hand van een voorbeeld van iets als radiogolven verhelderd worden. Ze zijn er, maar als we niet op de een of andere manier met een radio of televisie erop afgestemd zijn, zijn zij er tegelijkertijd ook nog niet. En als ik op het punt sta de knop in te drukken zodat er dat contact wel is, zijn ze ‘nabij’. Een ander voorbeeld kan gevonden worden in ontdekkingen. Wat ontdekt wordt is er al, en toch was het er tot nu toe voor mij nog niet. In feite is een situatie die we ons hele leven lang tegenkomen. Hoe vaak zeggen we niet: ‘Dat heb ik nog nooit geweten. Als ik dat maar eerder geweten had. Hoe jammer dat ik dat nu pas weet.'

Voordat Jezus verschijnt is het rijk Gods er al, maar in Jezus wordt het zichtbaar. Het is een spanning die door Jezus op andere manieren uitgedrukt wordt, als hij het heeft over het zaadje dat de hele plant al in zich heeft, maar dat nog uit moet groeien; of over het feest dat al aan de gang is - de plaatsen voor de gasten aan tafel zijn gedekt, de muziek speelt, de os is gebarbecued - maar de uitgenodigde gasten zijn nog niet aangekomen.

‘De tijd is vervuld, en het rijk Gods is nabij; bekeer u en geloof in de goede boodschap.'

Dat werkwoord ‘geloven’ heeft ook iets van diezelfde spanning. Je ‘gelooft’ in iets, als je het bestaan aanneemt van iets dat je nog niet hebt kunnen verifiëren.

Ik heb een pakje bij me. In dat pakje zit een parelsnoer. Ik zeg tegen een kennis: ‘Er zit een parelsnoer in dit pakje. Zou je er voor mij op kunnen letten?’ Zolang mijn vriendin het snoer niet gezien heeft kan ze dat alleen maar geloven. Maar als ze het gelooft houdt ze er natuurlijk wel rekening mee in de manier waarop ze het pakje behandelt en er op let.

‘De tijd is vervuld, en het rijk Gods is nabij; bekeert u en geloof in de goede boodschap.’ Als je dat gelooft, als je gelooft dat het rijk Gods inderdaad aangebroken is, dan wordt het ook werkzaam in jezelf. Maarjuist zoals in het geval van dat pakje met dat snoer zou het natuurlijk wel helpen als we er minstens een glimp, en liefst zelfs zoveel mogelijk van op zouden kunnen vangen. Als het er over iets mysterieus als het rijk Gods gaat is dat nog meer het geval. Misschien dat we dat zinnetje ‘het koninkrijk is nabij’ op een andere manier uit kunnen leggen.

Het koninkrijk is nabij omdat Jezus bij ons is, en omdat hij geleidelijk aan in zijn leven de glorie onthult die hem en ons, als van God komende menselijke schepselen, gegeven is. Het is nabij omdat het in het leven van Jezus duidelijk wordt wat het betekent en inhoudt. In hem zal de oorspronkelijke en eigenlijke glorie die met iedere mens meegeschapen en om zo als het ware ingebakken is, zichtbaar worden.

In het evangelie volgens Marcus keert Jezus zich vierkant tegen alles wat die menselijke glorie, die natuurlijk ook tegelijkertijd de glorie van God is, in de weg staat. Johannes de doper, die bij het begin van onze tekst het gevang ingaat en van het toneel verdwijnt gaf toe dat hij dat gevecht niet aankon. Hij was er niet sterk genoeg voor. Jezus zou later van hem zeggen, dat hij in een andere tijd leefde.

Johannes had voorzegd dat er iemand zou komen sterker dan hij. Hij voegde er aan toe, dat niet alleen die nieuwkomer sterker zou zijn. Hij zou allen dopen met vuur. Dat dopen betekent niet dat ons dat vuur gegeven wordt. Het is ons al meegegeven. We dienen er nog op in te schakelen, we moeten er nog in geïnitieerd worden. Jezus demonstreert ons de krachten die er in ieder van ons schuilen, maar die nog uit moeten komen. ‘Uw rijk kome!'

Zoeken in Preken Online