Eerste Zondag in de Veertigdagentijd - B 18 februari 2024
Evangelie: Marcus 1, 12-15
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan deze preek de titel: “Veertigdagentijd, de hernieuwing van ons verbond met God”. Voor het samenstellen van de bouwstenen voor deze dag, kiezen we enkele citaten uit zijn preek, gelinkt aan een paar verzen uit het evangelie van deze zondag.
“En in het centrum van dit alles staat natuurlijk de Verrezen Christus, die de Christus is van wie Marcus ons nu zegt: ‘Hij werd door de Geest de woestijn in gedreven’. Laten we dan met Hem, in de stuwkracht van diezelfde vernieuwende Geest, de woestijn ingaan. Figuurlijk gesproken is de woestijntijd een seizoen van gebed, een periode van soberheid, een tijd van vernieuwing. En als er één land is dat een woestijntijd nodig heeft, en nood heeft aan gebed en aan vernieuwing, dan is het wel het onze. Hoe mooi zou het zijn als alle Salvadoranen hun vastentijd zouden benutten voor introspectie! We zijn immers allemaal verantwoordelijk voor het kwaad waaronder het land lijdt. We willen daar echter telkens weer zo graag alleen aan anderen de schuld voor geven, en we kijken niet naar onszelf. De vastentijd is een uitnodiging om, samen met Christus, over onszelf na te denken. (…) De veertigdagentijd ingaan alleen maar om te vasten op de klassieke manier en de kerkelijke wetten van de vastentijd materieel na te leven – dat heeft geen zin. Ja, de Kerk zelf kan een belemmering zijn voor het échte vasten, wanneer we ons, net als de Farizeeën, alleen aan de uiterlijke schijn houden. (…) Hoe sober mensen ook zijn en hoezeer ze zichzelf ook een strenge discipline en allerlei straffen opleggen, vasten en op hun knieën naar de heiligdommen lopen, terwijl ze ondertussen haat in hun hart dragen, of ruzie met zich meedragen - dat heeft allemaal geen zin. De vernieuwing van Christus begint bij de liefde, bij de trouw aan de Heer. Dit is wat de ware religie inhoudt!”
Mgr. Romero vertrekt bij het korte citaat uit het Marcusevangelie van vandaag: ‘De Geest dreef Hem de woestijn in” (Mc 1,12 - NVB21), en hij roept op om ons door diezelfde Geest ook vandaag de woestijn in te laten drijven. Hij legt dan uit dat ‘woestijn’ hier betekent: een tijd “… van gebed, van soberheid, van vernieuwing”. **Het is de noodzakelijke tijd voor “**introspectie”, **om “**naar onszelf te kijken”, **om “**over onszelf na te denken”, om onze persoonlijke verantwoordelijkheid bij alles wat gebeurt in het leven en in de geschiedenis te ‘onderscheiden’. We mogen niet langer alle schuld bij de anderen leggen. ‘Woestijntijd doorbrengen’ is die zo belangrijke oefening aandurven om samen met Christus de weg te gaan van bidden, sober leven en vernieuwen. Dat kan alleen maar als we ons laten leiden door Zijn Geest.
De uitdrukking : ‘De Geest dreef Hem de woestijn in’ geeft in zekere zin aan dat hier sprake is van een extra duw in de rug om die stap te zetten. Mensen in het algemeen, en dus ook christenen, hebben blijkbaar zo’n duw in de rug nodig om het aan te durven van in de woestijn te gaan staan. De gewone gang van zaken, onze routines, ons doen en laten, onze gewoonten, onze welvaart, onze comfortzone… - ze kijken geen van alle uit naar introspectie en naar vragen stellen over onszelf. Nee, dat maakt mij allemaal zo ongemakkelijk en het voelt zo onwennig. Dus: laat me maar liever met rust… Is het misschien juist daarom dat we in de Kerk jaarlijks opgeroepen worden om tijdens de veertigdagentijd toch halt te houden en ons doen en laten extra te bekijken onder het licht van het Evangelie, naar het voorbeeld van Jezus zelf?
Wat Mgr. Romero in 1979 zegt over El Salvador, “… Als er één land is dat een woestijntijd nodig heeft, en nood heeft aan gebed en aan vernieuwing, dan is het wel het onze” – dat geldt natuurlijk ook voor ons eigen land op vandaag. Als we kijken hoeveel mensen, jong en oud, heden ten dage door de mazen van het welvaartsnet vallen, dan zien we dat het echt wel vijf voor twaalf is. Wanneer we zien hoe in Europa extreemrechtse partijen steeds meer stemmen krijgen en daardoor ook meer beslissingsrecht verwerven, dan weten we dat er iets grondig scheef zit in onze samenleving. Wanneer we zien dat onze regeringen stilzwijgend de ogen dicht doen bij gevallen van ware uitsluiting, van onterechte opsluiting, bij het uitmoorden van bepaalde etnische bevolkingsgroepen, bij de vernietiging van hun taal en cultuur, zoals dat ook vandaag gebeurt op zoveel plaatsen in de wereld, dan weten we dat zulke etterbuil vroeg of laat met geweld zal openbarsten. Wanneer onze Europese samenleving meer belang hecht aan winstgevende internationale economische relaties dan aan het fundamentele respect voor de basisrechten van mensen en voor het behoud van de natuur, dan weten we dat het heel ernstig misloopt. Wat hebben we ook vandaag hier en nu nood aan die ruggensteun van de Geest om naar de ‘woestijn’ gezonden te worden!
Dat alles geldt natuurlijk ook voor de Kerk(en) zelf. Instituties en structuren van zoveel eeuwen oud lukken er niet zomaar in om kritisch te staan tegenover hun eigen doen en laten, hun afspraken en normen, hun gewoonten en tradities. Het ’Zie ik maar alles nieuw’ uit Openbaring 21,5 lijkt voor vele kerkmensen eerder een bedreiging te zijn dan een oproep vanwege de Geest tot introspectie en vernieuwing. Het oude blijven denken en doen is veiliger en biedt meer comfort. Vaticanum II was wel zo’n duidelijke oase in de ‘woestijn’. In Latijns-Amerika werd dat nog klaarder bij de Bisschoppenconferenties van Medellín (1968) en Puebla (1979). Maar er volgde daarop ook meteen wel heel wat tegenwind, en die lentetijd werd al snel door een ‘kerkelijke winter’ uit het landschap verdreven. Zijn op vandaag de gesprekken en zoektochten bij ‘het synodaal proces’ in de Roomse Kerk opnieuw te beschouwen als een opstoot van de Geest, of zullen de conservatieve krachten in de kerkstructuur het (nog een keer) halen en alle grondige vernieuwing afremmen of blokkeren?
Mgr. Romero zegt ons vandaag dat ‘woestijn’ betekent: bidden, sober leven en vernieuwen. De veertigdagentijd is dan ook in christelijke gemeenschappen jaarlijks de uitnodiging om ons te laten leiden door de Geest van Jezus en kritisch stil te staan bij de huidige realiteit in ons eigen leven, in ons eigen land en regio, in onze Kerk. Het is daarbij heel merkwaardig dat een extra inspanning om sober en eenvoudig te leven een voorwaarde lijkt te zijn om authentiek te kunnen bidden (luisteren naar wat de Heer ons te zeggen heeft) en om ons antwoord op Zijn Woord in ver-antwoord-elijkheid te kunnen vernieuwen. De kritiek van Aartsbisschop Romero op bepaalde traditioneel-devotionele praktijken die doorgaan als typisch voor de ‘vasten’, lijkt misschien niet meer zo eigentijds, maar de oproep om bewust sober te gaan leven, eenvoudiger en meer ‘onthecht’, is en blijft meer dan ooit actueel. Ook dan moeten we weten dat zo’n vasten helemaal geen zin heeft wanneer we “haat en ruzie” meedragen in ons hart. De jaarlijks terugkerende periodieke oefening in het ‘onthechten’, het ons losmaken van zogezegde evidenties in een comfortabel leven, lijkt noodzakelijk om naar de Geest te kunnen luisteren en ons te kunnen vernieuwen. We staan zo ver af van die oude (en toch blijvend actuele) droom van God dat ooit ‘alles goed zal zijn’ voor alle mensen en alle volkeren en alle generaties: een wereld vol gerechtigheid, solidariteit, vrijheid, waarheid, goedheid, barmhartigheid, broederlijkheid,…
“Laten we dan met Hem, in de stuwkracht van diezelfde vernieuwende Geest, de woestijn ingaan.” En eenmaal in de woestijn binnengegaan (sober, luisterend naar Gods Woord, openstaand voor vernieuwing) zullen we het, met Jezus, opnemen tegen de demonen die ons willen verleiden en ontmoedigen. Dezelfde Geest die Jezus de woestijn instuurde en Hem daarin sterkte, zal ook ons Licht zijn, ons Brood, onze ondersteuning.
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
In welke mate zijn we bereid ons door de Geest te laten stuwen naar de ‘woestijn’? Wat zullen we doen opdat dit werkelijk zou kunnen gebeuren?
We vragen met de leerlingen aan Jezus: ‘Heer, leer ons bidden’. Wat is dat ‘bidden’ concreet voor ons? Hoe maken we tijd om naar Hem te luisteren en ons leven in Zijn handen te leggen?
Wat kunnen we in deze veertigdagentijd meer ‘sober’ gaan doen, waar kunnen we ons van onthechten en losmaken?
Welke ‘vernieuwing’ hopen we dat er ter gelegenheid van deze veertigdagentijd zou mogen geboren worden? Welke nieuwe stappen hebben we nodig - individueel en als Kerkgemeenschap - om dienstbaar te kunnen zijn in Gods Rijk?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 142. Eerste Zondag in de Veertigdagentijd-B – 18 februari 2024.
Christus volgen in de geest van een authentiek-evangelische Kerk.
“In het liturgische jaar is deze periode, die begint op Aswoensdag, de belangrijkste van allemaal. Ik zou jullie willen smeken om dit ‘seizoen’ te beleven met het verlangen om Christus te volgen in de geest van een authentiek-evangelische Kerk. De essentie van de vastentijd is: dat het een voorbereidingstijd is op het vieren van Pasen. En het paasmysterie betreft de dood en de verrijzenis van Christus. (…) Om deelgenoot te worden aan de verdiensten van het kruis en aan het leven van de verrijzenis, is het nodig om onze menselijke ingesteldheid daartoe voor te bereiden, om bekeerd te worden, zoals Christus zegt in het evangeliefragment van vandaag: ‘Bekeert u en gelooft in de goede boodschap.’ (Mc 1,15)
Daarom is de vastentijd een tijd van bekering en van geloof in het evangelie. Het Paasfeest is geen feest van Christus alleen, maar van Christus als het Hoofd van ons allen die de mensheid vormen. Tegen het komende Paasfeest van 1979 moeten we het Lichaam van Christus geworden zijn: Zijn vlees, Zijn leven in onze concrete situatie. Het gedoopte volk van El Salvador moet zijn als de incarnatie van de Christus Die levend en glorieus verschijnt op Pasen. Laten we eer bewijzen aan onze Verlosser, in Wie we geloven en op Wie hopen. Laten we ons voorbereiden om geen dode cel te zijn in het levende organisme van Christus, maar om eer te bewijzen aan alle cellen die bekleed zijn met een nieuwe lentegloed, met een grote hoop, met een goddelijk leven.”
De titel van deze overdenking drukt al meteen duidelijk een fundamentele eis uit voor wat betreft het leven van degenen die er voor kiezen om christen te zijn. Misschien is een eerste vraag die we onszelf in deze veertigdagentijd moeten stellen deze: hoe staat het met ons verlangen om Jezus te volgen? Waar verlangen we ècht naar? Hoe komt dit verlangen tot uitdrukking? Nadat we hier iets over hebben opgemerkt en er ons van bewust zijn geworden, worden we uitgedaagd om Jezus te volgen ‘in de geest van een authentiek-evangelische Kerk’. Volgen deze woorden van Aartsbisschop Romero misschien uit het feit dat hij zich realiseert dat we soms vervallen in een soort van ‘Kerk-light’, een ‘Kerk-zero’, een manier van Kerk-zijn die zich voornamelijk uitdrukt in religieus-culturele praktijken, in het volgen van allerlei tradities en het beoefenen van devoties, zonder de ware geest van het Evangelie van Jezus te beleven?
De Braziliaanse aartsbisschop Helder Camara sprak altijd weer over ‘Abrahamitische minderheden’. Hij bedoelde daarmee een Kerk van kleine gemeenschappen van mensen die erkennen dat het zo niet verder kan of moet, die de weg naar een nieuwe horizon durven inslaan, die hun ogen op Jezus gericht hebben en die individueel, in gezin en gemeenschap een sacrament (teken en instrument) willen zijn van het Koninkrijk van God, zoals Jezus het heeft aangekondigd en heeft beleefd. Zonder deze levende gemeenschappen aan de basis kan de Kerk (op haar verschillende niveaus) niet ‘authentiek-evangelisch’ leven, vond hij. Grotere (kerkelijke) structuren hechten als vanzelf meer belang aan de wet (wettigheid), aan gezag (macht), aan het uiterlijke (rijkdom),… De theoloog Victor Godina schreef een boek met als titel: ‘De Geest van de Heer werkt van onderaf’.
Wij geloven dat, om Jezus te volgen, het nodig is om naar de Geest te luisteren in de stem van de mensen, voornamelijk in die van de armen, en in de christelijke gemeenschappen (die altijd Abrahamitisch zullen zijn). Van onderaf kunnen we Gods handelen in de geschiedenis begrijpen. Van onderaf – daar waar de Geest van de Heer waait - zullen we een Kerk kunnen zijn die aandacht heeft voor de kreten van de kwetsbaren in de geschiedenis. Diegenen onder ons die de roeping en zending hebben om de Stem van de Geest van Jezus te zijn, moeten een echte aanwezigheid beleven dicht bij de armen onder de mensen en in de Kerk. Zij die hogerop staan in de hiërarchie en in de structuren van de Kerk zullen zich in het vervolg meer moeten inspannen om voortdurend naar beneden te gaan, naar de basis, naar ‘de wonden’ en naar ‘de gewonden’. Alleen daar zullen ze de adem van de Geest van de Heer kunnen ervaren en Zijn inspiratie kunnen opvangen.
Aartsbisschop Romero merkt op dat er kerkelijke eenheden zijn die meer zijn als “… dode cellen in het levende organisme van Christus” en veel minder als “… cellen die bekleed zijn met een nieuwe lentegloed, met een grote hoop, met een goddelijk leven.” Hij waarschuwt ons en roept ons op om onze rol in de Kerk te herzien. Het is een zeer sterke uitdrukking die hij daarvoor gebruikt: we moeten ons dringend bekeren om “… geen dode cel te zijn”. Let wel: we horen hier de stem van een bisschop die spreekt tot de gemeenschap van gelovigen die aanwezig is in zijn kathedraal en tot degenen die naar hem luisteren op de radio. Deze tijd van bekering nodigt ons uit, ja verplicht ons om ons ook op vandaag af te vragen waar onze kerkelijke cel van leeft, waar ze zich mee voedt en wat haar resultaten zijn, wat ze oogst.
Aartsbisschop Romero somt drie beelden op van die oogst die stuk voor stuk een geweldige missie uitdrukken:
(1) “Een kerkelijke cel zijn die gekleed is in een nieuwe lentegloed.” Na wat veel theologen ‘de kerkelijke winter’ hebben genoemd, een seizoen in de recente kerkgeschiedenis dat gekenmerkt was door stagnatie en achteruitgang, zijn er nu gelukkig nieuwe lentewinden te bespeuren in de Kerk. De tien jaren van het pontificaat van Paus Franciscus en de impact ervan op de Kerk als geheel openen nieuwe perspectieven. Maar het zijn de kleine kerkelijke cellen, de gemeenschapsbasis van de Kerk - daar waar de Geest van de Heer waait - die geroepen zijn om deze nieuwe lente, dit ontwaken, deze wedergeboorte te beleven en concreet gestalte te geven.
(2) “Een kerkelijke cel zijn gekleed in grote hoop.” De wereld zoals we die nu beleven bevindt zich in verschillende processen van zelfvernietiging. Het neoliberale kapitalisme is ondertussen geglobaliseerd en miljarden mensen worden in de marge en in de ellende gedreven. De afgoden van macht en rijkdom lijken in veel landen te zegevieren. De natuur bereikt een kritiek niveau van ‘no return’, door de manier waarop we ermee omgaan. Hoe zullen we dan ‘cellen van hoop’ zijn, kerkelijke gemeenschappen die hoop uitstralen, ondanks alles en tegen alle wanhoop in? Hoe zullen we echte hoop betekenen voor migranten, voor hen die niet worden opgevangen door solidariteitsnetwerken, voor daklozen, voor kinderen en jongeren, voor zovelen…? En wat betekent het om concreet hoop uit te stralen voor anderen?
(3) “Een kerkelijke cel zijn die bekleed is met een goddelijk leven*.”* Dit heeft te maken met een leven als zijnde kinderen van God, als mensen naar Zijn beeld. Het heeft te maken met transparant zijn, zodat in ons spreken en handelen de God van Jezus, Moeder-Vader van de mensheid, zichtbaar en voelbaar is. De ‘zorg’ voor het leven in al zijn aspecten en voor iedereen, is fundamenteel voor ons opdat wij zouden kunnen handelen en spreken zoals Jezus ons heeft geleerd door zijn daden. In Hem zien we God als mens. Door zo te leven bekleden we ons met een goddelijk leven.
De sterke oproep tot bekering vraagt van ons als eerste stap om lid te worden van een kerkelijke gemeenschap, een kerkelijke cel, een ‘Abrahamitische gemeenschap’. Geloof in Jezus is geen individuele zaak. Het kan alleen authentiek-evangelisch zijn als het in gemeenschap wordt beleefd. Wel kunnen er vele vormen en uitdrukkingen van die gemeenschap zijn, elk met zijn eigen accent, ieder met zijn eigen bijzondere mystiek. Maar zonder binnen één van deze kerkelijke cellen te vertoeven, zijn we verloren. En dan hebben die verscheidene gemeenschappen zelf ook nog vele verschillende taken. In deze overdenking hebben we er drie opgenomen.
Deze bekering zal ons er toe brengen “het Lichaam van Christus te zijn” in de geschiedenis, in onze omgeving, in de omstandigheden waarin we ons bewegen. Als we in de Eucharistie gevoed worden met Zijn leven, “Zijn lichaam en zijn bloed”, nemen we de verantwoordelijkheid op ons om ook daadwerkelijk Zijn Lichaam te zijn, om zijn Woord concreet gestalte te geven. Bij de communie kunnen we dan terecht zeggen: “Neem, eet en wees het Lichaam van Christus”. Laten we gemeenschappen zijn die onze naam ‘christen’ waardig zijn. Kunnen mensen waarachtig in ons het gezicht van Christus zien? We hoeven niet bang te zijn.
Tere en Ludo Van de Velde
Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog enkele andere citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero op de Eerste Zondag in de Veertigdagentijd-B van 1979, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:
184 Iglesia de los pobres:
https://www.facebook.com/watch?v=385188413676145
183 La sociedad de consumo:
https://www.facebook.com/watch?v=1413974755789321
182 La misa dominical:
https://www.facebook.com/MonsOscarARomero/videos/1405905369883614
Overdenking voor zondag 18 februari 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Eerste Zondag in de Veertigdagentijd-B, 4 maart 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 243-244.