Dag iedereen,
zoals ik eerder al even heb gemeld, verstuur ik nu reeds meer dan drie maanden lang voor een aantal mensen uit mijn dichtste netwerk een dagelijks ‘kattebelletje uit de Kattenstraat’ – een wat uit de hand gelopen hobby van nu al meer dan honderd afleveringen met een poging om dag na dag wat ‘courage’ uit te delen en wat zachte moed aan te bieden aan mijn lezers om voort te doen in deze barre en bizarre tijden.
De eerste lezing in de liturgie van komende zondag (morgen over acht dagen) gaat over de zonvloed, de Ark van Noach, de regenboog en het hernieuwde Verbond dat God na de zondvloed (in het zo verhoopte ’nieuwe normaal’ dus!) aangaat met Zijn mensen. Helaas krijgen we in de liturgie (zoals zo vaak) maar een piepklein stukje te horen uit dat prachtige verhaal dat in de Bijbel zelf drie hoofdstukken beslaat.
Toevallig ging het verleden week in mijn ‘kattebelletje’ vier keer na mekaar over de zondvloed, de Ark van Noach en de regenboog. Ik stuur die vier afleveringen even door - wie weet zit er hier of daar bruikbaar materiaal tussen voor de viering, de power-point, de homilie van deze zondag…
Met hartelijke groet - ‘We blijven - zeker in tijden van corona en lockdown - meer dan ooit investeren in verbondenheid!’
geert dedecker
Leren samen-leven met verschillen
in het ‘nieuwe normaal’… - 1
vanuit het bijbelse verhaal over Noach en de zondvloed (Gen. 6,5-9,17)

Het verhaal van Noach en de zondvloed is, na het kerstverhaal, wellicht het meest populaire bijbelverhaal voor kleuters en kinderen uit de basisschool. Meestal wordt de originele versie daarbij gereduceerd tot een vrolijke beestenboel op een gezellige boot, met een kapitein-met-baard die het stuurwiel stevig in de hand houdt en tegelijk met een grote ouderwetse verrekijker op de uitkijk staat om te zien of er in de toekomst misschien nog meer ‘nattigheid’ te verwachten valt. Van de ondergang en mogelijke verdrinkingsdood die de rest van de opvarenden angstig tegemoet hebben gezien vóór ze in de Ark belandden, en van de immense opdracht die hen daarna wachtte om het daar in die boot veertig dagen lang met zijn allen samen uit te houden, is geen spoor meer te bekennen. En eenmaal de dagen en nachten van regen en ontij voorbij zijn, verschijnt er in onze versie-op-kindermaat een brede regenboog over het land, en iedereen stapt welgezind van boord, ‘… en ze leefden daarna nog lang en gelukkig, en hadden vele kindertjes…’ Een heus sprookje dus, voor onschuldige kinderen en klein gebleven grote mensen.
Met verhalen uit de Bijbel waar nogal wat geweld en treurnis in vervat zijn, springen we tegenwoordig heel voorzichtig om. Een stuk behoedzamer alleszins dan met allerlei games, speelgoedwapens, clips en strips die we kinderen en jonge mensen argeloos in de handen stoppen of zomaar laten bekijken. Maar we willen die verhalen uit onze bijbelse traditie toch wél nog altijd op één of andere manier tot bij de volgende generatie brengen – en dus weken we ze eerst voorzichtig los uit de moeilijke realiteit waaruit ze ontstaan zijn, doen er maar gauw een leuk hedendaags cadeaupapiertje en een vrolijk strikje rond, en zetten ze verder nog vlug even naar onze hand en lichtvoetige tongval, alsof het zomaar wat ‘zoethoudertjes’ zijn, leuke verhaaltjes om te vertellen voor het slapengaan, speciaal gemaakt op de maat van hedendaagse ‘softe’ kinderen. We willen alleszins liever niet dat God en godsdienst al te snel geassocieerd zouden worden met geweld, lijden en pijn. We willen de kinderen ook niet te vlug en te massief blootstellen aan die moeilijke ingewikkelde, soms gruwelijke feitelijkheden waar deze bijbelverhalen het eigenlijk over hebben – omdat we er zelf zo mee in de maag zitten. En dus hebben we de neiging om overal de scherpe kantjes af te halen. De rafelranden, de pijnpunten, de tragische omstandigheden van ontstaan en telkens weer her-vertellen: we gaan ze liefst uit de weg. Voor het gemak van onszelf (het vertelt zo veel leuker), én voor de ziele- en gewetensrust van onze kinderen (ze zijn zo kwetsbaar en nog zo jong) doen we maar even alsof die moeilijke zaken allemaal niet bestaan – of toch niet hièr en nù, voor ons vandaag… En wat erger is, want fataler voor de kinderen als gelovigen-in-spe én voor ons als volwassen gelovigen: we gaan dat laatste op de duur nog zèlf voor waar aannemen ook…
We moeten oppassen voor de ‘verkleutering’ van bijbelverhalen zoals bijvoorbeeld het verhaal van de zondvloed. De Bijbel is in de eerste plaats een boek voor volwassenen, en pas in tweede instantie hangt er (ook) hier en daar soms een leuke versie van het verhaal aan vast voor de kinderen. Dat zijn twee verschillende niveaus en manieren van omgaan met zulke verhalen, en we moeten die duidelijk uit mekaar blijven houden. Anders loopt het fundamenteel fout.

‘De zondvloed’ – wat is dat? En… is dat allemaal écht gebeurd?
De Bijbel is een boek dat niet van gisteren is, maar altijd òòk (en zelfs in de eerste plaats!) over vandaag en morgen gaat. De zondvloed is tegelijk die catastrofale overstroming uit de oertijd die er ooit wel ergens zal geweest zijn – maar het is vooral ook die oceaan van moord en doodslag, onderdrukking, knechting, verderf, milieuvervuilende rotzooi… die de mensheid overspoelt en dreigt te vernietigen, telkens weer. Er lijkt ook vandaag een soort van zondvloed op ons af te komen, een tsunami van crisissen die elkaar opvolgen in de wereld: de corona-pandemie natuurlijk allereerst. Maar ook de klimaatchaos; de economische, financiële en sociale ongelijkheid; oorlog om olie en drinkbaar water, om ertsen en bronnen, conflicten over grondgebied en grenzen, een groeiende armoedekloof in Zuid en Noord…
De zondvloed betekent: alles wat als een ‘zee van ellende’ over mensen heen spoelt. Wat zij moeten ondergaan en waar zij dreigen in onder te gaan. De Ark van Noach in die zondvloed, dat zijn in de eerste plaats bange mensen opeengepakt in een vluchtelingenbootje; onschuldige mensen bedreigd door geweld van man en macht; kwetsbare mensen die moeten vechten om te overleven. ‘De aarde was vol van bederf en gevuld met geweld’, zegt de verteller niet voor niets in het begin van het verhaal (Gen. 6,11).

Met de zeggingskracht die mensen van weleer eigen is, en de verbeelding van een grote ramp die in zoveel culturen en tradities al eerder voorhanden was, wordt een mensenervaring van alle tijden onder woorden gebracht. Het verhaal zelf is ooit wie weet waar en hoe tot stand gekomen vanuit de volkse fantasie – maar het wortelt in de pijnlijke ervaring dat de ‘goede aarde’ verdorven was/is en vol van levensbedreigend geweld. Hetzelfde verhaal is daarna telkens weer herkend en op eigen-wijze manier doorverteld vanuit de ervaring van weer andere mensen in oorlog, in armoede, in ballingschap, uitgeput door honger en dorst. Slaven behandeld als koopwaar en tegen een hoge prijs verhandeld door mensensmokkelaars. Hun stemmen klinken door in de Stem van de Ene: ‘Kijk toch mèt ons naar de samenleving vandaag. Die wereld van ons, ooit bedoeld als een paradijs, een tuin, een stukje goede aarde waar mensen samenleven in vrede met elkaar – zie toch wat er van geworden is…’
Het verhaal van Noach en de zondvloed is in feite een zeer realistisch verhaal. Er is geen sprake van zomaar een gril van God Die even op een morgen niet met Zijn beste been uit bed was gestapt, en dan maar in willekeur tot het besluit gekomen was om een keer helemaal opnieuw met de wereld te beginnen. Integendeel. Met ontzetting ziet God elke morgen weer hoe het er met Zijn Schepping aan toe gaat: het leven en samenleven op aarde is bij momenten keihard en onmenselijk, en wie kan overleven heeft geluk – of is aan de goeie kant van de wereldbol geboren.
Zo wordt dit verhaal dan ook ingeleid: het is met de grootste bewogenheid en uit complete onmacht dat God besluit: zo’n aarde wil Ik niet, dit moet gedaan zijn, ter wille van de toekomst, ter wille van Mijn eigen droom, ter wille van de mensen zèlf…

Is het verhaal van de zondvloed écht gebeurd? Heel zeker niet zoals het in de Bijbel verteld wordt. Maar is het wààr en geloof-waardig, dat verhaal? Ja natuurlijk! Zo waar als er natuurrampen, vernietigende krachten en tsunami’s van onrecht tot op vandaag op weerloze mensen blijven afkomen, en duistere donkere machten in de wereld aan het werk zijn die heelder volkeren in de greep houden en de ellende injagen. Is het een historisch verhaal? Nee, dat is het zeker niet. We kunnen de zoektocht naar de Ark, ergens op de berg Ararat, dus maar beter stopzetten, beste naïeve Amerikanen-van-het-ware-geloof, en het eventueel hiervoor voorziene budget aan betere projecten besteden. Maar daarmee is het verhaal niet minder wààr. Het gaat over ònze samenleving, over dèze wereld, dèze ‘goede aarde’, steeds weer balancerend aan de rand van de el-lende en de ver-niet-iging…
Ja, dàt zijn goede woorden als vertaling voor ‘de zonvloed’ in onze Nederlandse taal: ‘el-lende’ – dat betekent letterlijk ‘uit-het-land-zijn’… En ‘ver-niet-iging’: het herleiden tot het ‘niets’, het ‘tohuwabohu’ van vóór de Schepping. En wat zou de ‘Ark van Noach’, zwalpend op de wereldzee, vandaag anders kunnen zijn dan bijvoorbeeld een rubberbootje vol vluchtelingen, ronddobberend op de Middellandse Zee? Wanneer ik naar die oude Ark van Noach in de Bijbel kijk, zie ik telkens weer een wankel vluchtelingenbootje vlak vóór de kust van Italië of Griekenland, beladen met een bonte mensenlast, uitpuilend van leven, maar wel met leven dat niet gewenst is en zelfs niet eens toegelaten wordt in ‘Fort Europa’.
En of dat een realiteit is vandaag. Lees maar:
VN-Vluchtelingenorganisatie telt 65,6 miljoen vluchtelingen
Jaar na jaar neemt het aantal mensen toe dat gedwongen wordt huis en haard te verlaten. Elke minuut vertrekken ergens ter wereld twintig mensen onvrijwillig uit hun woonplaats. De overgrote meerderheid wordt opgevangen in het Zuiden. Er is meer aandacht nodig voor vluchtelingen en ontheemden in Afrika.
- MO - 19 juni 2017*
Het nieuwe rapport van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR (Global trends. Forced Displacement in 2016) dat vanochtend verschijnt vat de toestand van vluchtelingen, ontheemden en asielzoekers op de wereld samen op zeventig bladzijden cijfers en statistieken. Dat geeft de beleidsverantwoordelijken een indringend overzicht van de noodzaak om meer en beter te doen, ook al dreigen de miljoenen menselijke drama’s te verdrinken in de cijfervloed.

‘In totaal veroorzaken oorlogen en vervolging een enorme menselijke kost: 65,6 miljoen mensen die verdreven zijn van huis en haard. Dat is 1 op elke 113 mensen op aarde die vandaag op de vlucht of ontheemd is, en het is meer dan het totaal aantal inwoners van het Verenigd Koninkrijk’, zegt de Hoog Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN, Filippo Grandi.
‘Dit zijn onaanvaardbare getallen die meer dan ooit de noodzaak uitschreeuwen van solidariteit en gezamenlijk handelen om deze crisissen te voorkomen en op te lossen. Intussen moeten we er samen voor zorgen dat vluchtelingen, ontheemden en asielzoekers degelijke bescherming en zorg krijgen.’
Grandi besluit: ‘We moeten het beter doen voor deze mensen. Wat we nodig hebben in deze wereld vol conflicten, is vastberadenheid en moed, niet angst.’

Syrische, Afghaanse en Afrikaanse vluchtelingen
komen in een gammele rubberboot
vanuit Turkije in Griekenland aan.
Leren samen-leven met verschillen
straks, in het ‘nieuwe normaal’… - 4
Tien geboden uit de Ark van Noach.
Een nieuw huisreglement
met een aantal werkpunten voor onze samenleving (vervolg)

DE “NOACHS” VAN VANDAAG BEMOEDIGEN EN ONDERSTEUNEN.
Noach heeft een mooie naam, die een lang verhaal vertelt van sterkte, troost en rust. De sterkte om weer op te bouwen. De troost waardoor je bij het lijden van anderen kunt gaan staan. En de rust die alle stormen stilt. Troost is in de Bijbel geen pijnstiller, niet snel, snel, snel een pilletje tegen de zeeziekte voor de schipbreukelingen die wij zo vaak zijn…Troost is een woord dat ons komt aangevlogen als een vogel van hierboven. De kapitein van de Ark, de schipper-naast-God heet echt niet toevallig Noach! In zijn naam ligt de hele blijde boodschap vervat. Als een gave van God én een opgave voor de mensen. Noachs naam spellen is toekomen aan je roeping als mens. Met hem van wal steken is koers zetten naar het Land waar ieder van zijn heimwee zal genezen. En daarom wordt er de hele geschiedenis van Noach door een woordenspel met die naam, dat woord bedreven. Door heel het zondvloedverhaal kan je horen hoe er overal in de wereld wordt gehunkerd naar rust, kan je zien hoe mensen ten allen tijde op de uitkijk staan of ergens al de nieuwe wereld daagt.
Noach is: ‘Hij/Zij die al dat verlangen verzamelt, die de hoop behoedt en be-waar-t, die niet uitsluit maar insluit, die niet exclusief denkt en handelt, maar inclusief. Een verzamelaar van kostbaar-kwetsbaar leven, een verbinder en heel-meester, een ‘mensenvisser’ kortom…
DRINGEND WERK MAKEN VAN MEER “ARKEN VAN NOACH” OVERAL TE LANDE, IN ALLE MOGELIJKE CONSTRUCTIES, VORMEN EN FORMATEN…
De Ark is een symbool van hoopvol leven, met het oog op een ge-heel-de aarde, waar wolf en lam zich neerleggen bij elkaar; de panter zich bij het bokje vlijt, de koe en de berin elkaar in vrede te grazen nemen, en waar een kind eindelijk weer veilig kan spelen bij het hol van de slang (naar het visioen van vredesactivist Jesaja).
De Ark van Noach is ook een schuilplaats in deze chaotische wereld, een toevlucht voor al wie uit de boot dreigt te vallen; een eerlijke kans voor de verliezers die anders door de zondvloed genadeloos worden weggespoeld. Het fameuze gebod ‘Gij zult niet doden’ betekent vandaag vooral: gun elkaar de nodige levensruimte - en maak daar als het kan democratisch beleid van. En ‘Gij zult niet stelen’ komt tenslotte op niets anders neer dan: geef ieder levend wezen royaal waar hij of zij recht op heeft – en tref voldoende sociale, financiële en economische maatregelen om alle grondrechten voor elke mens en elk gezin te garanderen.
We hebben gemeenschappen nodig die functioneren zoals de Ark van Noach, om te behoeden en te beschutten wat ons heilig is: dieren, planten, bossen, zuiver water, vruchtbare grond. En mensen vooral die elkaar niet bijten en verscheuren, maar die samen-scholen, geduldig oefenen voor een nieuw begin, voor een andere tijd, een nieuwe vorm van veilig samenleven. De Kerk kan en moet in de samenleving aanwezig zijn als een model van zo’n Ark van Noach, een reddingspost voor de drenkelingen in deze maatschappij. Een moeilijke maar boeiende opdracht – een roeping van alle tijden. En aan het roer van die Ark/die Kerk: een aantal er-varen en recht-vaar-dige kapiteins: vrouwen en mannen, al of niet gewijd, leken en priesters en alle soorten pastores; mensen die integer zijn, die recht en gerechtigheid zoeken, die authentiek blijven onder alle geweld en midden alle el-lende.
Wij spreken klassiek over ‘onze moeder de heilige, katholieke Kerk’. Soms vind ik onze Kerk nog te weinig ‘katholiek’, omdat zij teveel op zichzelf terugplooit en niet genoeg bezig is met de zorg voor de samenhang van alle mensen, de bekommernis om allen in leven te houden en in hun waardigheid als mens te respecteren, en niemand uit te sluiten. Soms is er in die Kerk nog niet genoeg van dat ‘moederlijke’ te ervaren, van dat samen-horen, dat familie-zijn-zonder-grenzen. Te weinig van dat hartelijk kunnen rusten in veiligheid en verbondenheid, met respect voor diversiteit en ieders identiteit, om zo samen-te-scholen tegen de zondvloed buiten.
Soms vind ik die Kerk nog te weinig ‘heilig’, omdat ze niet genoeg bewogen is en in beweging komt voor dat heilige in elke mens, van welke origine, ras, cultuur, taal, religie ook. Oefenen in ‘heilig-worden’ is: samen leren leven met verschillen…

DE ‘TEKENEN DES TIJDS’ LEREN ONTCIJFEREN. DAARBIJ IS ER VOORAL NOOD AAN GOED EN VREDEVOL, BELOFTEVOL NIEUWS.
Hoe krijgt Noach na veertig dagen en nachten van ellende weer wat zicht op een mogelijk ‘nieuw normaal’? Via twee van zijn vogels in de Ark gaat hij op zoek naar informatie over de toestand in de wereld. Eerst stuurt hij een raaf op verkenning uit. Die ‘vogel des doods’ komt echter niet terug van zijn missie – wat voor Noach meteen genoeg zegt: die voelt zich in zijn element in de el-lende; al die rotzooi in de wereld is nu eenmaal zijn natuurlijke biotoop. Zo’n vogel is een soort van lijkenpikker, die zich maar al te graag voedt met restafval van op de vuilnisbelt…
Moeten wij niet een gelijkaardige argwaan koesteren jegens de media in al hun vele vormen? Zijn ook die niet ‘van nature’ ingesteld op dood en negativiteit, altijd weer uit op sensatie, op conflict, op oppositie en harde confrontatie? Voeden zij zichzelf en hun lezers/kijkers niet dag na dag maar al te graag met moord en doodslag, en het uitvergroten van verschillen? Houden zij er niet van om altijd weer de indruk te geven dat samenleven met die verschillen totaal onmogelijk is?
Let op de drie volgende pogingen die Noach doet, dit keer met een witte vredesduif. En let op de verhouding drie-op-één. De eerste keer komt die duif onverrichterzake terug; de tweede keer brengt zij een schuchter tekentje van vrede aan – een hoopvol takje groen van de olijfboom. En pas de derde keer kiest zij opnieuw ten volle voor de vrije vlucht naar buiten en voor het leven op de nieuwe aarde.
Welke zijn de boodschappers en informanten die wij vertrouwen bij berichten over een terreuraanslag, een tsunami, een natuurramp, een nieuw signaal van de opwarming van de aarde..? Hoe informeren wij ons over het peil van de wanhoop en de moedeloosheid van onze samenleving, veraf en dichtbij? Welke analyse durven wij te maken; wie helpt ons aan een haalbaar stappenplan, wie helpt ons vrij te worden en beschikbaar in daadkracht voor het ‘nieuwe normaal’ waar wij op hopen..?
Best is alleszins niet enkel maar “raven” uit te sturen om de stand van zaken op te meten en verslag uit te brengen over de situatie in de wereld. Ook liefst niet te veel getwitter en getweet dat zomaar lukraak en op goed valle het uit wordt rondgestuurd. Beter is het geregeld “vredesduiven” uit te sturen, en de takjes groen die zij af en toe van hun verkenningsvluchten voor ons meebrengen, te koesteren en te waarderen. En er op tijd en stond (op zondag bijvoorbeeld, in onze vieringen wanneer dit weer kan) met elkaar over uitwisselen: ‘Hoe heb je ge-varen in de voorbije week, welke deugddoende er-varingen heb je in je logboek ingeschreven?) We hebben die berichten van “good practices” zo nodig om het uit te houden en voort te doen… Zelf spring ik zoals Noach op de voorplecht van zijn boot telkens weer een gat in de lucht wanneer ik zulke positieve berichten mag ontvangen! En het helpt me telkens ineens weer een stuk vooruit in het achterlaten van berusting en cynisme…

Pablo Picasso - Vredesduif
STRUCTURELE MAATREGELEN AFDWINGEN EN ZE MEE HELPEN REALISEREN WAAR HET KAN.
Stel dat je Noach nu zou kunnen interviewen. Zou hij dan niet zeggen: ‘In feite deden wij toen zelf elkaar de zondvloed aan, en dat doen jullie ook nu. Jullie willen een einde maken aan de overbevolking, maar niet aan de overconsumptie! Jullie zoeken naar maatregelen tegen de oprukkende criminaliteit, maar van maatregelen tegen de schrikbarende armoede willen jullie niet horen! Jullie verarmen de armen en willen tegelijk nog vrede ook! Jullie willen een gezuiverd milieu, en ondertussen blijven jullie maar vervuilen… Jullie moeten eens en voorgoed weten: de zondvloed heeft oorzaken, en die moeten grondig worden aangepakt.
Die regenboog in het verhaal van de zondvloed … het is een teken van God dacht u? God die beloofd zou hebben dat zoiets verschrikkelijks nooit meer mag gebeuren? Jawel, een teken van God is het wel degelijk, maar dan als een dringende en permanente opdracht in onze richting. Want die boog zullen wìj moeten blijven spannen en Gods belofte zullen wij onder elkaar in onze samenleving moeten waarmaken. En we moeten ze mettertijd steeds steviger vasthechten aan regels en rechten, aan afspraken en wederzijdse verplichtingen. En dat liefst wereldwijd.
Onder het teken van de regenboog wordt sinds de dag dat Noach voet aan wal zette, alle aandacht gevraagd voor de tien woorden en voor de mensenrechten, voor het wereldwijd delen van brood en ademtocht, voor het toeleven naar een schepping die eindelijk weer levensruimte kan zijn voor een menswaardig en hoopvol bestaan.
Tot slot: RESPECT is het sleutelwoord dat alle deuren gastvrij openmaakt.
Er was eens..
een eekhoorn die in een boom woonde.
Op zekere dag werd er op de deur geklopt.
De eekhoorn deed open
en tot zijn grote verbazing zag hij een … snoek.
“Wat moet die hier?” vroeg de eekhoorn zich verbaasd af,
“die hoort hier toch niet thuis?”
Eigenlijk voelde de eekhoorn
zich heel ongemakkelijk,
wist hij niet goed hoe te reageren
en was hij zelfs een beetje bang.
Toch dacht hij na over hoe hij
de snoek het best kon ontvangen.
En om alvast maar
met de gastvrijheid een begin te maken,
liet hij zijn bad vol lopen.
Zo zou die vreemde snoek zich
vast en zeker meteen in zijn element voelen…
Nog een tekst van Stef Bos over “Ontmoeting’:
Ontmoeting – Stef Bos
Je moet van twee kanten komen om elkaar te ontmoeten. Je moet eigenlijk toevallig onderweg zijn. Je moet geen doel voor ogen hebben en je moet laten gebeuren waarvoor je bang bent.
Je moet niet alles willen verklaren. Voor je het weet verklaar je elkaar de oorlog.
Je moet van twee kanten komen om elkaar te ontmoeten. Je moet jezelf in de ander durven zien zonder in die ander te verdwijnen.
Het kan opeens zomaar voor je staan. Het lijkt op iets om uit de weg te gaan.
Dat is het vreemde van geluk:
je maakt het waar of je maakt het stuk. Het kan jou bedreigen, het kan jou behoeden. Maar je moet van twee kanten komen om elkaar te ontmoeten.
