1e zondag van de Veertigdagentijd – jaar B

B-cyclus · Vasten · 1e zondag van de Vasten · paars

Homilie op de eerste zondag van de veertigdagentijd: de “wilde dieren” in

ons leven ontmaskeren en temmen (Mc. 1, 12-15)

Tielt 22 februari 2015

Als Marcus vertelt dat Gods Geest Jezus naar de woestijn dreef, is er één zinnetje waarover je niet heen mag schaatsen, namelijk: “Hij verbleef bij de “wilde dieren”. Nu is de woestijn niet de plaats waar je veel wilde dieren tegenkomt, zeker geen grote. Marcus bedoelt dat dan ook niet letterlijk. “Wilde dieren” roept ideeën op van gevaar, angst, bedreiging, onveiligheid, onzekerheid, verplichte voorzichtigheid. Ze zijn gevaarlijk en moeilijk te temmen.

Bij het begin van deze veertigdagentijd moeten we ons de vraag stellen: Hoe staat het met onze, met mijn “wilde dieren”? Het is tevens een uitnodiging om er iets aan te doen. Een eerste stap kan zijn: mijn “wilde dieren” zien, ze leren kennen, ze recht in de ogen durven kijken. Geloof me: ze camoufleren zich heel sluw.

Marcus geeft daarbij geen uitleg. Hij zegt enkel: “De Geest dreef Jezus naar de woestijn. Veertig dagen bracht Hij in de woestijn door, terwijl Hij door de satan op de proef werd gesteld.” De woestijn betekent in de Bijbel chaos en leegte, maar ook de plek waar je jezelf tegenkomt, een plek om overtollige ballast kwijt te raken, een plek waar je keuzes moet maken, kortom, een plek waar je inziet door welke “wilde dieren” je leven verscheurd is en voor welke bekoringen je dreigt te bezwijken. Die bekoringen, waarover Matteüs en Lucas uitvoerig spreken, zijn nog altijd actueel.

Want “wat verdien ik ermee?” is dikwijls de eerste vraag die in de mens opkomt. Verenigingsmensen klagen erover dat mensen niet meer bereid zijn iets gratis te doen. Onze maatschappij is onleefbaar omdat mensen enkel leven voor eigen profijt en eigen plezier, veelal ten koste van de anderen. Afkomst, bekwaamheid en ervaring worden aangewend puur tot eigen profijt, zonder hart voor de anderen dichtbij en de vele misdeelden in zoveel straatarme landen. Mensen werken zich kapot, ondermijnen hun gezondheid om meer te verdienen. Geld blijft voor mensen zo verleidelijk dat ze ervoor blijvend in onmin leven met hun ouders, hun broers en zusters, dat ze hun beste vrienden ervoor in de steek zouden laten. Maar, wie altijd op geld uit is, maakt van het leven geen paradijs, maar een woestijn, een echte chaos.

Dat doen ook degenen die enkel werken om gezien en geëerd te worden, geacht en onderscheiden. Ze doen het om het applaus. Hun invloed en prestige zijn middelen geworden om anderen te overheersen, te onderdrukken, te misbruiken; om altijd de eerste plaats in te nemen en het laatste woord te hebben. Reeds de Romeinen zeiden het: “Potestas corrumpit” (De macht bederft de mens). Het is nog altijd zo. Kijk maar naar sommige machthebbers in bedrijven, in de vakbonden, in de nationale en internationale politiek, zelfs in de Kerk. Paus Franciscus heeft in de laatste tijd zelfs de Romeinse Curie meermaals daarvoor gewaarschuwd.

Net als de Joden in Jezus’ tijd worden we verleid allerlei afgoden te vereren. We worden overspoeld door mensen en meningen die ons het geluk voorspiegelen waar het niet te vinden is en waarbij we vergeten af en toe te knielen voor God en ons te laten leiden door zijn Geest.

De vasten is een gunstige tijd om keuzes te maken.

Daarom moeten we doen wat Jezus veertig dagen deed in de woestijn: af en toe de stilte opzoeken, even nadenken hoe, waarvan en waarvoor we leven, wat tijd maken voor bezinning, een beetje soberheid en het ik niet alles gunnen waarop het recht meent te hebben, de anderen, vooral de minder bedeelden, laten delen in onze overvloed aan talenten en middelen, tijd vrijmaken om weer of meer te bidden en te luisteren naar wat God ons te zeggen heeft. Misschien kunnen we in ons hart een kleine ruimte vrijmaken van de bric-à-brac, van de rommel die erin staat en ze open maken voor de komst van de verrezen Heer op Pasen.

Het is niet veel, maar we zijn ook maar beginnelingen.

De vasten is de gunstige tijd om de verleidelijke “wilde dieren” in ons leven te ontmaskeren en te temmen. Een hele opgave!

Best dat we daarvoor veertig dagen krijgen!

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online