Pinksteren-B 19 mei 2024
Evangelie: Johannes 20, 19-23
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan deze preek de titel: “Pinksteren, komst van de Geest die leven geeft aan het nieuwe verbond”. Voor het samenstellen van de Bouwstenen voor de homilie van deze Hoogdag van Pinksteren kiezen we uit zijn preek een citaat dat gelinkt is aan de evangelietekst van vandaag.
“De tijden na Christus waarin we leven, worden vanouds ‘de tijden van de Geest’ genoemd. Het zijn de tijden waarin de Kerk tot het teken wordt, de kiem en de groeikracht die mensen verenigt in de kracht van God. En het Concilie zegt daarover: ‘Weest niet bang als het voor wat de Kerk betreft om een kleine groep gaat, in vergelijking met de overgrote meerderheid van de mensheid.’ ‘Weest niet bang, kleine kudde’, zei Christus zelf al, ‘want jullie hebben het Koninkrijk van God ontvangen.’ We mogen en moeten een heilige trots voelen omdat we in onze Kerk de kiem bezitten van een nieuwe wereld, de kracht van de hoop, en het heldere licht dat alle duisternis en vaagheid verheldert. De Kerk is het teken van de aanwezigheid in de wereld, van God Die begonnen is met het maken van de nieuwe schepping, vanuit de Adem van de opgestane Christus: ‘Ontvangt de nieuwe Geest.’”
Wat Mgr. Romero vandaag, op Pinksteren, over de Kerk verkondigt moeten we misschien wel verstaan als een spiegel die ons wordt voorgehouden om de waarheid over onze hedendaagse Kerk onder ogen te zien. Tegelijkertijd willen we de opdracht van de Kerk ‘in de tijden van de Geest’ die hij hier formuleert, begrijpen als een oproep en een uitdaging, maar al evenzeer als een horizont en kompas voor de weg die wij als Kerk moeten gaan. Laat ons even stilstaan bij de verschillende aspecten die de Aartsbisschop ons vandaag aanbiedt ter evaluatie van het verleden, en als oriëntatie naar de toekomst toe.
“… De Kerk wordt tot het teken, de kiem en de groeikracht die mensen verenigt in de kracht van God.” Eerst en vooral moet gezegd worden dat we altijd goed moeten opletten bij het hanteren van begrippen als ‘de kracht van God’. We verstaan dat meestal in de zin van de namen die we van God kennen uit het Eerste Testament (en die nog altijd terugkomen in onze hedendaagse officiële liturgie!): de ‘Almachtige God’, bijvoorbeeld. Spreken over God in termen van ‘macht’ (almacht, supermacht, totale macht…) is en blijft heel gevaarlijk, en het staat heel ver af van de barmhartige en goede God, Vader-Moeder van alle mensen. De macht en de kracht van God hebben niets te maken met gelijk welke wereldse kracht of macht. Dat werd meer dan duidelijk toen Jezus aan het kruis hing. Toch hoor je af en toe mensen nog zeggen dat ze niet langer in God geloven omdat Hij, hoewel Hij almachtig is, toch niet tussenkomt opdat er vrede zou zijn, gerechtigheid, goed leven, gezondheid voor iedereen; omdat Hij geen ongelukken voorkomt, geen rampen en geen oorlogen tegenhoudt… De kracht van God – in de zin waarin Mgr. Romero die term gebruikt – komt echter tot uiting zowel in de totale ‘onmacht’ (naar wereldse maatstaven) op het kruis, als in de ‘macht’ waarmee het leven het uiteindelijk haalt op de dood in de verrijzenis van Jezus, en in de nieuwe tijd van de Geest.
Mgr. Romero stelt ons vandaag voor de evangelische uitdaging om als Kerk de leven gevende kiem te zijn van de liefdevolle verbondenheid van de mensen met de God van Leven. Het is de oproep om mensen samen te brengen en hen uit te nodigen om open te staan voor de God van Leven die in Jezus menselijk geworden is en ons tastbaar nabij kwam. In Jezus, en in zoveel van Zijn authentieke volgelingen, is de Kracht van die God aantrekkelijk geworden, uitnodigend, bemoedigend en hoopgevend.
Mgr. Romero gaat dan verder: “… in onze Kerk bezitten we de kiem van een nieuwe wereld, de kracht van de hoop, en het heldere licht dat alle duisternis en vaagheid verheldert.” De Aartsbisschop zelf, en ook wij, zijn natuurlijk niet blind en doof voor die vele periodes waarin de Kerk helemaal geen kiem van een nieuwe wereld geweest is. Ze heeft bijvoorbeeld eeuwenlang de meest brutale slavernij niet veroordeeld. Ze heeft de zegen gegeven over de zo onrechtvaardige en brutale kolonisatie van de zuidelijke continenten. Ze heeft profeten - vooral profetische vrouwen - op de brandstapel gezet. Om maar enkele van de meest opvallende voorbeelden te geven van haar falen en mislukken bij momenten. Maar doorheen de kerkgeschiedenis vinden we ook sterke getuigenissen van wat Mgr. Romero die ‘kiem van een nieuwe wereld’ noemt, die kracht van hoop en licht in de duisternis. Misschien hebben we op vandaag juist een heel grote nood aan een herlezing van de kerkgeschiedenis waarin vooral ook die getuigenissen terug tot leven komen. Want dat is zeker ook op vandaag een enorme opdracht die alles te maken heeft met de waarheid van het getuigenis van de Kerk: als we geen kiem zijn voor een nieuwe wereld, zij het misschien nog maar op klein en lokaal vlak, maar liefst ook ruimer natuurlijk, dan slaan we de bal totaal mis en wordt onze verkondiging leeg en onze liturgie zinloos en zonder betekenis. Als onze concrete praxis geen hoop betekent voor de meerderheid van de mensen (kwetsbaar en gekwetst als ze zijn), dan betekenen we niets. Als we te midden van de duisternis (van armoede, uitbuiting, onderdrukking, geweld, oorlog, uitsluiting, lijden, eenzaamheid,…) geen licht brengen bij de mensen rondom ons, dan brengen we alleen maar schone schijn, zonder waarde, ja, het is dan zelfs een grove vorm van schijnheiligheid. Zo is dat: het Pinksterfeest verplicht ons in de spiegel te kijken en ons af te vragen waar we staan op vandaag.
“… De Kerk is het teken van de aanwezigheid in de wereld, van God Die begonnen is met het maken van de nieuwe schepping, vanuit de Adem van de opgestane Christus: ‘Ontvangt de nieuwe Geest.’” Sinds het opkomen van allerlei charismatische bewegingen in en buiten de katholieke Kerken, loopt Pinksteren het gevaar van te worden gereduceerd tot een enorm emotioneel feest met vurige vlammen, met een raar en onbegrijpelijk spreken in tongen, met handgeklap en volop wiegen en dansen,… maar zonder dat mensen daarbij de nieuwe Geest écht zouden ontvangen. Wie door die Geest ‘begeesterd’ is, wie die nieuwe Geest écht ontvangen heeft, die zal in het dagdagelijkse leven (het familiale leven, het beroepsleven, op sociaal en politiek vlak,…) getuigen van een nieuwe praxis, een nieuwe manier van leven waarin Gods nieuwe schepping zichtbaar wordt. Daar waar dat gebeurt, daar voel je die nieuwe Geest levendig aanwezig. Daar zie je mensen die het niet opgeven van te kiezen voor kleine mensen; je ziet mensen die mee op de barricaden gaan staan met migranten, asielzoekers en vluchtelingen, mensen zonder papieren en zonder woning,… Daar zie je mensen die tegen de bestaande individualistische mentaliteit in, vrijwilligerswerk doen op zoveel domeinen. Daar zie je mensen die het lijden en de eenzaamheid van anderen meedragen en dit alles mee dragelijk helpen maken. Daar zie je mensen die het niet opgeven om te strijden voor een leefbare planeet, voor gerechtigheid en vrede. Uiteraard zie je op al die plaatsen ook mensen bezig die niet verbonden zijn met de Kerken of met godsdiensten - gelukkig maar. Maar hoe dan ook: overal waar (mee)gewerkt wordt aan ‘de nieuwe schepping’, aan de nieuwe geschiedenis, daar is Zijn Geest aan het werk. Als christenen mogen we dat ook geregeld vieren en er ons zo nog meer van bewust worden. Dat geeft dan telkens weer extra kracht om vol te houden en het nooit op te geven. ‘Van U is de toekomst - kome wat komt!’… Dat is dan Pinksteren, ook vandaag.
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
Hoe vieren en beleven wij op vandaag Pinksteren? En wat heeft dat pinkstergebeuren met ons leven te maken?
Als Kerk moet zijn: “… de kiem bezitten van een nieuwe wereld, de kracht van de hoop en het heldere licht dat alle duisternis en vaagheid verheldert…”, hoe wordt dat dan concreet zichtbaar in ons leven en in onze gemeenschap?
Wat is mijn aanbreng in de nieuwe schepping en de nieuwe geschiedenis? Hoe wordt in mijn / in onze concrete praxis iets zichtbaar van ‘… de groeikracht die mensen verenigt in de kracht van God…’?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 9. Pinksteren-B – 19 mei 2024.
De Kerk heeft altijd een woord van hoop.
“Tegenover de wanhoop van velen heeft de Kerk altijd een woord van hoop. Het is niet het geweld van sociaal onrecht of repressie, noch het geweld van sociale eisen die gebaseerd zijn op trots, wraak of wrok die de oplossing zullen bieden voor de duidelijke en voortschrijdende sociaal-politieke ontbinding van het land. Alleen de oprechte terugkeer naar gerechtigheid en liefde kan die oplossing bieden, wanneer ze vertaald wordt in het wederzijds respect voor de mensenrechten en het wederkerig begrip van alle Salvadoranen onderling, die zonder partijdigheid toegelaten worden tot een echte dialoog, op basis van een herwonnen geloofwaardigheid, en gestaafd met feiten die erin slagen het verloren vertrouwen te herwinnen. En aan u, christenen, vraag ik in het bijzonder om de kracht van uw gebed in praktijk te brengen, dat vertrouwt op de God die alle dingen nieuw kan maken.”
Vanuit de situatie van het jaar 1979 wil Mgr. Romero ons voor vandaag hoop geven te midden van de moeilijkheden die we meemaken. Degenen die geen hoop verkondigen zijn geen christenen, hoe sterk en actief ze als analisten of politici ook mogen zijn of beweren te zijn. Diegenen die een toekomst van hopeloosheid prediken, schaden het volk en demobiliseren het. Aan het einde van het citaat waar we hier commentaar op geven, vraagt Mgr. Romero ons om “… de kracht van ons gebed, dat vertrouwt op de God die alle dingen nieuw kan maken, in praktijk te brengen.” Natuurlijk weten we goed genoeg – we hebben het immers zo vaak gezongen: ‘No basta rezar’ (bidden is niet genoeg). We moeten de kracht van het gebed in de praktijk brengen, we moeten het vertrouwen in de God van het leven voor iedereen zichtbaar en tastbaar maken, we moeten ons geloof in de God van Jezus, Die alle dingen nieuw maakt, materialiseren en concretiseren. Christen zijn, een Kerk van de armen zijn, dat betekent het in praktijk brengen van datgene waar we voor bidden (onze diepste verlangens) en wat we in dankbaarheid vieren. Deze praktijk zal altijd een duidelijke uiting van hoop zijn.
Mgr. Romero geeft in bovenstaand citaat uit zijn homilie ook enkele richtlijnen mee om samen naar oplossingen te zoeken in ons land, in de regio en in de wereld. Hij somt voor ons op: “… de oprechte terugkeer naar gerechtigheid en liefde, vertaald in het wederzijds respect voor de mensenrechten en het wederkerig begrip van alle Salvadoranen onderling, die zonder partijdigheid toegelaten worden tot een echte dialoog, op basis van een herwonnen geloofwaardigheid, en gestaafd met feiten die erin slagen het verloren vertrouwen te herwinnen.” Het fundamentele pad dat naar vrede en gerechtigheid leidt, is het opbouwen van eerlijke structuren en het beleven van liefdevolle relaties. Dàt is wat heet: oprecht wandelen naar de toekomst samen met de God van het leven. En het begint op het kleinste niveau: persoonlijk, familiaal en in gemeenschap.
Uiteraard zal moeten gewerkt worden aan het fundamentele respect voor de mensenrechten op alle gebied. Maar op deze weg zullen we altijd absolute prioriteit moeten geven aan de mensenrechten van de kleinsten, de armsten en de meest uitgeslotenen. Drie jaar geleden was er in België, midden in de Covid-epidemie, een demonstratie van ongeveer duizend mensen die, op een hoop lopend en zonder mondmaskers, het einde eisten van de dictatuur van de pandemie, en de vrijheid opeisten voor zichzelf om te doen wat ze maar wilden. Ze wilden ontmoeten wie ze maar wilden, samen gaan eten en vieren waar en wanneer het hen beter uitkwam, in groep gaan wandelen, enz… Het spreekt echter voor zichzelf dat in tijden van crisis (zoals Covid) de persoonlijke vrijheid (van beweging, van vergadering, etc.) ondergeschikt moet worden gemaakt aan ieders recht op gezondheid en aan de menselijke plicht om zichzelf en anderen tegen besmetting te beschermen.
Aartsbisschop Romero doet verder een krachtige oproep om “… het wederkerig begrip van alle Salvadoranen onderling, die zonder partijdigheid toegelaten worden tot een echte dialoog**” te bevorderen en te faciliteren.** In onze landen zijn we in de concrete ervaring en in de politieke praktijk nog steeds ver verwijderd van het adequaat reageren op deze oproep van Gods profeet. Nochtans: geen bestuur (gemeenschap, vakbond, coöperatie), geen gemeenteraad, geen ministerie, geen regering, geen wetgevende vergadering… kan goed werk verrichten voor het welzijn van het volk, met rechtvaardigheid en in liefde, als er niet veel moeite gedaan wordt om er iedereen bij te betrekken, zodat men er in zou slagen om authentieke ruimtes voor echte dialoog te creëren. Uiteraard moet het daarbij altijd gaan om het algemeen belang, en mag het niet openlijk of heimelijk toch draaien om persoonlijke, familiale of zakelijke belangen. Bij elke serieuze poging om een dialoog aan te gaan en iedereen erbij te betrekken, zullen er vroeg of laat altijd idolen van rijkdom en macht op het toneel verschijnen die in dat proces willen tussenkomen en er op uit zijn om ons af te leiden van het eigenlijke doel. Een regering die eigen landgenoten het land uit zet omdat ze de officiële partijideologie niet delen en een andere kijk hebben op de samenleving, kan onmogelijk bijdragen tot gerechtigheid en vrede.
Mgr. Romero eist van ons dat we alle berichten die we doorgeven goed nalezen en ze eventueel herformuleren, zodat we niemand bedriegen. We moeten dat doen met de bedoeling dat we de geloofwaardigheid terugkrijgen en concrete feiten kunnen aandragen die het verloren vertrouwen helpen terugwinnen. Veel politieke (en helaas ook kerkelijke) toespraken zijn niet geloofwaardig omdat er geen feiten mee gepaard gaan, omdat er geen sociale, economische, politieke (of kerkelijke) praktijk aan verbonden is die vertrouwen genereert en geloofwaardigheid wekt ten opzichte van de leiders. Wij christenen zouden daarin specialisten moeten zijn, mensen met de meest inclusieve praktijk, met het kenmerk van betrouwbaarheid en geloofwaardigheid. Het is aan ons om daarin het voorbeeld te geven. Jammer genoeg komen we daar zo veel en zo vaak in te kort. We hoeven niet bang te zijn om het risico te nemen van een nieuwe samenleving op te bouwen.
Tere en Ludo Van de Velde
Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog een andere reflectie op basis van citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero op het feest van Pinksteren-B van 1979, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:
- Idolatria:
https://www.facebook.com/MonsOscarARome
Dit is een reflectie die oorspronkelijk geschreven werd voor zondag 23 mei 2021, en nu herzien werd voor het feest van Pinksteren-B van dit jaar, op zondag 19 mei 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op het feest van Pinksteren-B, 3 juni 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 509-510.