Pinksteren (2009)

B-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood

De oorsprong van de meeste Joodse en Christelijke feestdagen zijn de oude oogstfeesten. Zo was het Pinksterfeest in de lente het feest van de eerstelingen in het nieuwe land. Het volk was weggetrokken uit het slavenland, de lange woestijntocht was volbracht, de eerstelingen van de oogst in het nieuwe land werden binnengehaald.
Maar bij dat feest ging het natuurlijk niet zozeer om tarwe en gerst en gierst, maar steeds meer om de samenleving in dat nieuwe land, om de eerste vruchten van bevrijding. Want precies daarom immers had de Eeuwige zijn volk uit angst en slavernij weggehaald: om ze te maken tot een volk van eerstelingen in menswaardig leven. Het wilde wonen in hun hart en in hun midden en hen maken tot moedige mensen die de eerste stappen zetten, omdat ze weten: iemand moet er toch mee beginnen. Tot krachtige eenlingen en kleine groepen die vóórleven waar de meeste mensen bij lange na nog niet aan toe zijn. Zoals u weet is dat een lange geschiedenis geworden, een leerschool van eeuwen, - schade en schande, vooruitgang en terugval, vuur dat aangloeit en uitdooft en opeens weer oplaait, tot in onze dagen toe. De mensen van toen hebben in Jezus zo’n unieke eersteling gezien. Zij zagen dat de Geest, dat vuur van Gods aanwezigheid, zijn ziel veroverde en Hem maakte tot een nieuwe mens, die boven zichzelf uitsteeg, boven zijn eigen angsten en zorgen, wensen en verlangens. Die Geest droeg Hem op wieken, deed Hem hoger vliegen en bepaalde heel zijn levensvisie. Zijn werkelijkheid werd groter en wijder en rijker. Hij leefde niet vanuit en voor zichzelf, maar steeds meer vanuit de ander en verbonden met de grote stroom van leven door alle tijden heen. In Hem kwam de oude droom van Gods volk weer tot leven: een mateloze liefde voor al wat leeft. Natuurlijk kwamen de heersende machten tegen Hem in het geweer: het werd uiteindelijk zijn dood. Hij zag dat zelf aankomen en zei: Alleen als het zaad in de grond valt komt er een nieuwe oogst. En dat gebeurde dan ook: Hij stierf maar er werd Pasen gevierd, opstanding uit de dood. En vijftig dagen daarna het nieuwe Pinksteren: de eerste oogst. Want die goddelijke Geestkracht, die bevlogenheid van Jezus leven, sloeg over op een groep volgelingen, eerstelingen die verwijzen naar allen. Ze waren met twaalf en ze stonden voor de twaalf stammen, voor heel het volk dus. En in de voorbij eeuwen is die Geest van Gods aanwezigheid over miljoenen mensen gekomen. En zo zijn er overal groepen ontstaan, parochies, gemeenten, kerken, doodgewone mensen die de stem van de Eeuwige verstaan en die spreken en handelen vanuit de Goddelijke Geest die hen bezielt. Ze zijn uitgegroeid tot een wereldwijde beweging. Ze verstaan dezelfde taal van de liefde en recht en van mededogen met mens en wereld. Zij leven niet langer opgesloten, zorgend voor zichzelf alleen. Nee, die Geest van God richt ze op de ander en doet ze omzien naar elkaar en naar het grote geheel van leven, waarvan God het hart is. Zo is in en buiten de kerken de kracht van Gods aanwezigheid werkzaam in moedige mensen. Voordat wij wisten dat God wil wonen in het hart en het midden van ons mensen, zijn er dus eerstelingen, Pinksterlingen geweest , die samen met Jezus in hun diepste wezen ruimte hebben geboden aan de levendmakende Geest van God en niets meer hebben ondernomen zonder Hem. Voordat wij wisten dat het in het mensenbestaan uiteindelijk gaat om het grote geheel van leven door alle tijd en ruimte heen, vormden zij kleine groepen die daar al oog voor hadden. Voordat we wisten dat het voedsel en de grondstoffen er zijn voor iedereen en dus rechtvaardig verdeeld moeten worden, zijn er enkelingen geweest die, door God bezield, anderen daar attent op hebben gemaakt en er zelf voor hebben gevochten. Voordat we ons ervan bewust werden dat mensenrechten één en ondeelbaar zijn, zijn er bezielde eerstelingen opgestaan die moedig van die waarheid hebben getuigd, soms met inzet van hun leven. Voordat vreemdelingenhaat een thema werd dat aandacht kreeg op de politieke agenda, waren er eerstelingen die zich over de vreemde ontfermden en hem opnamen in hun huis. En hetzelfde geldt voor al die strijders tegen de kinderarbeid, tegen kolonialisme of racisme, tegen genocide in de wereld, tegen godsdienstoorlogen, armoede, consumentisme, milieuverwoesting en allerlei indrukwekkende kwesties die ons samenleven betreffen. Altijd gaan eenlingen en bezielde kleine groepen vooraf aan oplossingen die voor het grote geheel gelden. En als het over de Kerk gaat is het niet anders: ook nu nog komen eerstelingen, Pinksterlingen, op voor democratisering in de kerk; voor de toelating van vrouwen in het ambt; voor acceptatie en waardering van homofilie… noem maar op. Soms worden die mensen gesteund door hun eigen volk en door de religieuze gemeenschap waartoe ze behoren. Maar even vaak worden ze buitengesloten en moeten ze in Gods naam een eenzame strijd voeren voor de meest wezenlijke menselijke waarden. Onderling verstaan ze elkaar maar al te goed, omdat ze dezelfde taal spreken en getuigen van dezelfde levendmakende Geest die hen bezielt. Maar heel vaak hebben die eerstelingen van hun leidinggevenden, van de omstanders en hun familie moeten horen dat ze dronken waren, naïef, links, dromers, communisten, dwarsliggers, ongelovigen die ontrouw zijn aan het leergezag..!
Op het eerste Pinksterfeest reageerde Petrus daarop met te zeggen dat het bepaald geen dronkenschap of naïviteit is, maar vervulling van een oude profetie: Dan, zegt de Onuitsprekelijke God, zal ik mijn Geest uitstorten over allen. De jongeren onder u zullen begeesterd van nieuwe toekomst spreken, de ouderen zullen zich wagen aan dromen over morgen en zelfs over slaven en slavinnen zal in die dagen mijn Geest vaardig worden! Het Pinksterfeest van vandaag is een prima dag om na te gaan hoe met onze eigen christelijke begeestering gesteld is. Of de Geest van de Eeuwige God ook voluit mag wonen in ons hier op ’t Zand als een oplaaiend vuur van visioenen, dat het aanschijn van de aarde vernieuwt. Want dat wezen van God in ons verborgen, doet ons gaan in tranen, maar ongebroken door de nacht van de schepping naar een nieuwe geboorte, een leven waar - om zo te zeggen - blinde muren zacht licht water worden, waar aan de oever roze steden verrijzen en waar de zang van de lijster klinkt.

Zingt u mee?

Zoeken in Preken Online