Wij zijn allemaal heel goede brave mensen. In zijn algemeenheid kun je dat zeker zeggen. Niemand is volmaakt, wij dus ook niet, maar we gedragen ons meestal keurig volgens de regels. We zijn gewoon goede mensen, maar wel heel saaie Pieten. Het is natuurlijk niet leuk als ik dat zo zeg, en toch in de ogen van velen zijn we saaie mensen die samenkomen voor saaie vieringen. Er zit geen beweging in, niet in de vieringen, niet in de kerkgangers.
U hebt vast wel eens beelden gezien van een viering in Afrika. Daar swingen en zingen de kerkgangers dat het een lieve lust is, daar is heel zo’n kerk in beweging, en een viering duurt soms uren.
U zou verbijsterd staan als ik u zou uitnodigen om hier in de kerk een soort polonaise te lopen, om in beweging te komen. Dan zou u zeggen: hij heeft blijkbaar al een borrel te veel op.
Nee, wij houden meer van vastigheid, en we hebben zo onze eigen vastigheid. Sommige hebben het vaste patroon om elk weekend naar de kerk te gaan, anderen gaan alleen op hoge feestdagen of als bepaalde overledenen herdacht worden.
Velen hebben zo hun vaste plaatsen in de kerk, waar ze altijd zitten ook al zit er niemand in de buurt. Gezellig bij elkaar gaan zitten lijkt niet te horen in de kerk.
Men verwacht ook een viering volgens een vast patroon. Dat wordt ook van boven af opgelegd. Zo moet het. Een viering op zijn kop zetten, kan wel eens een keer, bij bijzondere gelegenheden, maar voor de rest: laat het zijn zoals we dat gewend zijn.
Het gevolg is wel dat er niet echt beweging zit in de vieringen, dat mensen niet in beweging te krijgen zijn. Maar waar geen beweging is, wordt niet echt geleefd. Daar wordt het een dooie boel.
Ik weet natuurlijk ook wel dat het niet gaat om letterlijk bewegen, en je kunt onze vieringen echt niet vergelijken met die in Afrika, onze volksaard is totaal anders, wij zijn niet zo geestdriftig en uitbundig.
Toch blijft de vraag: zou er niet wat meer beweging moeten zijn? Zouden onze vieringen niet levendiger moeten zijn, doordat iedereen wat meer bij elkaar gaat zitten, doordat iedereen echt uit volle borst zou meezingen.
Maar het gaat om veel meer dan alleen om vieringen. Het gaat om ons leven als volgelingen van Jezus van Nazaret, dat zijn we toch door ons doopsel, en daarom komen we toch regelmatig samen om dat te vieren. Maar waar is ons enthousiasme voor zijn idealen? Waar is dat te zien, in onze vieringen, in ons dagelijkse leven?
Ja, we zijn allemaal heel brave burgers, we doen geen vlieg kwaad. En we hebben best veel voor elkaar over, maar het moet wel allemaal een beetje volgens vaste patronen zijn, op manieren waarop we het gewend zijn, daar voelen we ons het prettigste bij. Dat is het gemakkelijkst. We lopen wel mee, maar verwacht niet van ons dat we voorop lopen.
We vieren pinksteren. We vieren dat dat stelletje bange uitgebluste apostelen in beweging komt in de geest van hun Jezus. Ze zaten in zak en as, de fut was eruit, een dooie boel. En dan gaan zij zich realiseren dat ze in beweging moeten komen dat ze die boodschap van Jezus naar buiten toe moeten uitdragen.
Ze worden enthousiast, geestdriftig. Dat wordt symbolisch heel mooi weergegeven in het verhaal van de stormwind die door het huis waaide en de vurige tongen die op ieder neerdaalde. De bangerikken die eerst achter gesloten deuren zaten gaan de straat op om iedereen te vertellen over Jezus. En iedereen verstond hen. Een wonderlijke gebeurtenis.
In hoeverre het een talenwonder is geweest, weet ik niet, maar de taal van de liefde verstaat iedereen, de taal van het enthousiasme verstaat iedereen. Bezielde mensen begrijpen elkaar ook zonder woorden. En als je nu in de kerk zoveel misverstanden en wederzijds onbegrip tegenkomt, ligt de oorzaak dan niet in het feit dat het enthousiasme van het begin plaats gemaakt heeft voor de drang tot vastigheid, dat het vuur van het begin geblust is door de sleur van het leven.
Zouden we niet eens wat meer moeten nadenken over de zin van ons christen zijn? Zouden we niet wat geestdriftiger moeten zijn in onze beleving van ons christen zijn? Zouden we niet wat meer in beweging moeten komen, in heel ons leven, en ook in onze vieringen?
Pinksteren (2003)
B-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood