Pinksteren (1997)

B-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood

Mga kapatid.
At silang lahat ay napuspos ng Espiritu Santo at nagsalita ng iba’t wika, ayon sa ipinagkaloob sa kanila ng Espitu. May mga Judiong buhat sa iba’t ibang bansa, na naninirahan noon sa Jerusalem, mga taong palasamba sa Diyos. Pagkarinig sa ugong na ito, nagkatipon ang maraming tao. At namangha sila sapagka’t sinasalita ng mga alagad ang mga wika nila.

Als u mij niet verstaan hebt dan is de heilige Geest hier niet aan het werk zoals toen in Jerusalem. Wat ik u in het Tagalog, een Philippijnse taal, heb voorgelezen, is een stukje van de eerste lezing waarin iedereen de apostelen hoort preken en, dat is het bijzondere, ondanks alle taalverschillen hen verstaat.
Nu is het al te simpel om te stellen dat je door de heilige Geest opeens vreemde talen gaat verstaan. En je kunt natuurlijk nooit stellen: als je geen vreemde talen verstaat, dan heb je dus de heilige Geest niet in je. Het verstaan van Pinksteren heeft niets te maken met het verstaan van een andere taal, maar wel alles met het verstaan van mensen, mensen die spreken met of zonder woorden, mensen die je op de een of andere manier aanspreken.
Het gaat om een goede verstandhouding, en dat is altijd een wederzijdse houding, een wederzijdse mentaliteit waarin je elkaar goed verstaan kunt. Het gaat aan de ene kant om de verstaanbaarheid van de spreker, hoe hij of zij zich uit, zich uitspreekt, zijn gedachten en gevoelens vertolkt, en aan de anderen kant bij de toehoorder de openheid om te willen verstaan, te willen begrijpen, om echt en onbevangen te kunnen luisteren. En goed kunnen luisteren is een verschrikkelijke moeilijke opgave. Men spreekt wel eens van naar anderen kijken door een gekleurde bril waardoor je geen objectief beeld van anderen krijgt maar een vertekend. Precies hetzelfde geldt ook voor ons luisteren naar elkaar.
Met Pinksteren moet ik altijd denken aan het verhaal van de toren van Babel uit het Oude Testament. Volgens het oude verhaal spraken tot dan toe alle mensen dezelfde taal, maar omdat ze hoger en hoger op wilden, een toren wilden bouwen, die tot de hemel reikte, symbool van macht, van meer willen zijn dan anderen, daardoor ontstaat er een mentaliteit van tweedracht en onenigheid, haat en nijd. Medemensen worden dan ervaren als rivalen, en dan sta je heel anders tegenover elkaar. Dan ontstaat er een hokjesgeest, dan gaat men zich afschermen van anderen, en dan sta je niet meer open voor elkaar. Waar mensen torens van eigenwaan en muren van eigenbelang bouwen, daar ontstaat een mentaliteit waarin mensen elkaar niet meer kunnen verstaan, ook al spreken ze precies dezelfde taal. Dan is de goede verstandhouding zoek. Dan spreken mensen zich niet meer eerlijk uit, dan kunnen mensen niet meer eerlijk luisteren naar elkaar. En dan staat de deur wagenwijd open voor allerlei misverstanden.
Ik denk dat we allemaal wel voorbeelden te over kunnen aanhalen, waarin wij zelf anderen verkeerd begrepen hebben, waarbij we achteraf, soms met rooie ooortjes van schaamte moesten bekennen dat wij fout zaten, dat wij dingen verkeerd geïnterpreteerd hadden. En we hebben allemaal wel situaties meegemaakt waarin anderen ons niet begrepen hebben, dat we het gevoel hadden dat anderen ons niet wilden verstaan. Het gebeurt in allerlei variaties ontelbare keren. Soms kun je er mee lachen, maar het kan ook heel pijnlijk zijn. Het kunnen slepende zaken zijn waar mensen generaties lang aan vast zitten.
Maar waar de Geest waait, de Geest van God, de Geest van Jezus, je kunt ook zeggen: de Geest van de liefde, van welwillendheid, daar blaast die Geest hokjesgeest weg, en ruimt hij muren van onbegrip op, daar schept Hij een mentaliteit van respect en openheid naar elkaar toe daar roept Hij een sfeer op van welwillendheid en verdraagzaamheid jegens elkaar, daar beweegt hij mensen op een positieve manier naar elkaar toe. Moge die geest van Pinksteren ook ons bewegen.

Zoeken in Preken Online