Hoogfeest van Pinksteren Cyclus B 2006 Hand. 2,1-11
Joh 20,19-23
- Laat een frisse wind binnenkomen-
Beste vrienden,
Het volgende verhaal heeft u misschien al wel eens gehoord. maar luister er toch maar goed naar want het nodigt altijd weer uit tot nadenken.
Zekere dag lazen de parochianen in hun plaatselijke krant: Met grote droefheid delen wij u het overlijden van onze parochiegemeenschap mee. De uitvaartplechtigheid heeft plaats de volgende zondag om 11h. Je kan wel denken dat op die zondag elke beschikbare plaats in het kerkgebouw bezet was. Iedereen wachtte met spanning op wat er zou gaan gebeuren.
De pastoor begon de dienst met de woorden: “Na jarenlang vergeefs vechten tegen de bierkaai zie ik het echt niet meer zitten. Ik heb geen hoop meer om onze parochiegemeenschap nog te kunnen laten herleven. Daarom doe ik vandaag deze laatste poging. Ik vraag u dan ook allemaal om bij de offergang één voor één de overledene in de kist goed te willen bekijken en hem te groeten. Daarna verlaat u de kerk door de zijingang. Als u achteraf toch nog een gebed voor de overledene zou willen zeggen kan u door het hoofdportaal terug binnenkomen. Moesten er dan, buiten verwachting, toch een voldoende aantal mensen opdagen, ben ik graag bereid om een gebedsviering voor de overledene te houden”.
Dan ging de priester naar de kist en opende haar. Wie zou er toch in liggen? Iedereen ging naar voren om de overledene zien. Eén voor één bogen ze zich over de kist en zagen… zichzelf in een spiegel.
Goede vrienden, ik weet, het is een luguber verhaal vol bitterheid en gelatenheid. Maar is de situatie in vele van onze parochies niet net zo? We komen wel samen voor de viering, maar we morren toch ook voortdurend over onze toch zo onbeweeglijke en dikwijls zo levenloze Kerk, die op de brandende vragen van het leven in onze tijd toch zo weinig antwoorden heeft. We klagen er over dat de hoop die het tweedeVaticaanse Concilie had gewekt zo spoedig weggeëbd lijkt en dat vele ambtsdragers veel eerder geneigd zijn om terug naar het verleden te gaan dan om een moedige stap in de toekomst te zetten. Overvalt ons hierbij niet allemaal een gevoel van onmachtige hulpeloosheid? Doorgaans wordt ook geen haar heel gelaten aan de Paus en de Bischoppen, aan de ambtsdragers, de pastoraal werkenden en zelfs de aan vrijwilligers.
Kunnen die nu niet eindelijk eens met nieuwe ideeën komen in plaats van die miserie zo maar op zijn beloop te laten? En wat doen ze? Helemaal niets! Zelf kunnen we er ook niets aan doen want alles wordt in Rome op hoger vlak over onze hoofden heen bedisseld. Zo klinkt het als maar meer!
Beste vrienden, die houding en die redenering wordt vandaag door de teksten van de heilige schrift radicaal tegengesproken!! We kunnen ze als volgt samenvatten: De Kerk, onze Kerk, is even levend als ieder van ons , die er deel van uitmaakt, levend is; en ze is even dood als ieder van ons, die er deel van uitmaakt, dood is.
Goede vrienden, waarom vertel ik u dit allemaal nu juist op het pinksterfeest, en wat heeft dat allemaal met de Heilige Geest te maken? Wel, het Pinksterfeest is eigenlijk de verjaardag van onze Kerk. Pinksteren houdt namelijk in, dat de verrezen en naar de Vader weergekeerde Jezus ons niet alleen laat, maar in de Heilige Geest midden onder ons is.
En daarmee worden we geconfronteerd met het volgende probleem. De Heilige Geest is nu eenmaal de Goddelijke Persoon waar we het minst voeling mee hebben. De Vader en de Zoon, die kunnen we ons doorgaans concreet voorstellen. De Heilige Geest daarentegen blijft onbegrijpelijk, iets wat we weliswaar in beelden kunnen omschrijven, maar dat toch steeds ongrijpbaar blijft. Het werken van de Geest kunnen we slechts ervaren door Mensen die in naam van God en in naam van Jezus handelen. Ieder van ons is uniek en heeft van God zijn eigen talenten en begaafdheden gekregen – maar niet zo maar als geschenk en opdracht voor zichzelf alleen, maar als bouwsteen voor het geheel, als bouwsteen voor datgene wat wij Kerk noemen.
Daarom beschrijft de apostel Paulus onze Kerk in het volgende beeld: Hij noemt haar „het lichaam van Christus“ – een lichaam dat, zoals het menselijk lichaam, uit veel verschillende organen en ledematen bestaat. Daarin heeft elk orgaan, en elk lidmaat, zijn eigen unieke en onmisbare taak. Wat zouden wij zijn als we alleen maar handen hadden, maar geen ogen die kunnen zien waar we moeten aanpakken? Wat zouden wij zijn als we alleen maar oren hadden, en geen hart om te begrijpen wat we horen? Wat helpt het me als ik kan rennen als een wereldkampioen, maar geen doel voor ogen heb?
De omzetting van dit beeld van het lichaam op de Kerk dringt zich gewoon op.
Wat baten goed voorbereide verzorgde vieringen als de stoelen leeg blijven en er niemand mee viert? Wat baten de meest fantastische aanbiedingen wanneer niemand er gebruik van wil maken? Wat helpt het als vrouwen zich willen engageren in de Kerk, maar het niet mogen, omdat het hun in naam van vastgesjorde mannelijke voorrechten wordt geweigerd?
Ieder van ons is, elk op zijn manier, belangrijk en moet ernstig worden genomen. Kerk wil zeggen dat elk lid zich met zijn talenten en begaafdheden inbrengt en zich niet laat ontmoedigen; ook niet als zijn of haar voorstelling van het geheel het niet haalt, ook niet als er soms gediscuteerd wordt over de juiste te volgen weg naar de toekomst. Want dat bewijst toch alleen maar dat wij, als “lichaam van Christus”, samen onderweg zijn. Wij allemaal maken deel uit van dat lichaam – hoe meer wij ons uit dat lichaam terugtrekken, des te meer wordt onze Kerk herleid tot een vormloze romp van het vroegere geheel. Of als we in dat beeld van het menselijk lichaam willen blijven: des te meer wordt dat lichaam gewoon herleid tot een skelet, en een skelet is nu eenmaal dood en niet levend.
Binnen enkele weken begint het door sommigen zo lang verbeide Europese voetbalkampioenschap. En bij alle discussies over de samenstelling en de mogelijkheden van de ploegen moet ge u toch steeds voor ogen houden: Wanneer kan een ploeg winnen en succes boeken? Toch niet wanneer ze wel een fantastische keeper, maar allemaal knoeiers van spelers heeft. Het helpt ook niets als de spelers in het middenveld zich kapot rennen en wroeten, maar de verdediging steken laat vallen en er gaten ontstaan zoals in een gruyèrekaas. Zeker, de prestatie van elke speler afzonderlijk blijft van het grootste belang, maar alleen een goede ploegwerking kan uiteindelijk het succes brengen.
Voor alles, en daarom mijn vergelijking met het voetbal, is er begeestering nodig. Alleen wanneer we zelf “begeesterd” zijn van wat we doen, kunnen we ook anderen in onze begeestering meesleuren. Niet voor niets worden in de Bijbel voor de Heilige Geest de beelden van storm en vuur gebruikt. Leven en dynamiek, dat is het wat we vandaag voor onze Kerk nodig hebben. Op de vraag, wat hij dacht wat voor onze Kerk het noodzakelijkste was antwoordde Johannes XXIII: “Opent de vensters en laat frisse lucht naar binnen”!! We moeten ons niet altijd blind staren op de vensters van het Vaticaan of op die van onze bisdommen. Laten we veeleer de vensters van onze eigen parochies, waar wij zelf in leven, open zetten en laten we op die manier Gods Geest de nodige ruimte geven voor een echt nieuw Pinksterfeest. Laten we ons door zijn adem beroeren en voor zijn zaak begeesteren, dan hebben wij, voor onze Kerk, geen kist meer nodig; Amen.