Paaszondag – jaar B

B-cyclus · Paastijd · Paaszondag · wit

4e na pasen bloemenveld 2012

Het herdersberoep zoals in Jezus’ tijd kennen we bij ons al lang niet meer. Er zijn nog wel mensen die schapen hebben, maar dan blijven die schapen thuis in de weide of op stal. Er is gras genoeg en af en toe krijgen ze nog wat extra eten erbij. In Jezus’ tijd trokken de herders rond met hun schapen, want thuis was er niet voldoende voedsel. Ze trokken rond in de natuur om te zoeken naar wat gras of heide waar de schapen konden grazen. En zo trokken ze dag na dag verder. Het was een zwaar leven: twee derden van het jaar trokken ze rond door weer en wind, gingen nagenoeg die ganse tijd niet naar huis, maar bleven bij hun schapen. ’s Avonds maakten ze een kraal, een soort geïmproviseerde omheining, waar herders tussen hun schapen de nacht doorbrachten. Die kraal was meestal niet voor één herder, maar voor verschillende herders samen. En om de eigen schapen terug te herkennen, moest de herder maar roepen en zijn schapen herkenden zijn stem en kwamen naar hem toe. Vandaar dat Jezus in het evangelie ook zegt: “ Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen Mij, ze zullen luisteren naar mijn stem”. In die kraal waren de schapen wat beschut tegen de wind, en aangezien ze dicht tegen mekaar stonden was het warm, maar vooral ook veiliger voor hen tegen de wolven en andere roofdieren, want als de schapen rond lopen dan is het voor roofdieren veel gemakkelijker er één te pakken te krijgen. Kortom: de herder zorgde ervoor dat zijn schapen voldoende eten konden vinden en zo goed mogelijk tegen gevaren beschermd waren. Onder die herders had je ook huurlingen, mensen die geen eigenaar van de schapen waren, maar die tegen betaling de schapen van een ander weidden. Die huurlingen ‘klopten’ maar hun uren, om het zo te zeggen, ze hadden weinig hart voor de schapen. Als er gevaar dreigde, als er een bende wolven kwam of als er rovers kwamen, liepen ze weg om hun eigen leven te beschermen en lieten de schapen in de steek.. Daarom zegt Jezus in het evangelie: “Ik ben de Goede Herder. Ik geef dan ook mijn leven voor mijn schapen.” Dat heeft Jezus dan ook gedaan: Hij schrok er niet voor terug het onrecht aan de kaak te stellen en het te bestrijden en wat goed was voor mensen ook te doen. Dat heeft Hij met zijn leven bekocht. Een goede herder zorgde er ook voor dat wanneer de schapen door de hele nauwe ingang van de kraal naar binnen kwamen, dat hij aan die ingang stond en ze één voor één betaste, om te zien of ze nergens gekwetst waren en ook om ze te tellen, om zeker te zijn dat ze er allemaal waren en zeker te zijn dat er niet eentje verloren gelopen was. Zo ja, dan ging hij het nog zoeken, want als het ergens vast geraakt was of verloren gelopen, dan zou het zeker door wolven verscheurd worden.

Jezus de Goede Herder: hij zorgt ervoor dat ze voldoende te eten krijgen, dat ze verzorgd worden als ze zorg nodig hebben, dat ze veilig zijn tegen gevaren, kortom: hij doet er alles aan opdat zijn schapen ten volle zouden kunnen leven. Hij zelfs bereid zijn leven op het spel te zetten om een schaap dat in gevaar verkeert te redden.” Daarom”, zegt Jezus, “heeft de Vader mij lief, omdat ik hart heb voor Mijn en Zijn schapen, omdat ik hen leven wil geven ten volle.”

Als wij tot zijn schapen behoren, dan mogen we ons gelukkig prijzen dat zo iemand ons door het leven wil leiden, dat zo iemand ons wil herderen. Dit is de relatie van : de herder en wij zijn schapen.

Maar Jezus roept ons ook op tot die andere relatie, waarin WIJ de herder zijn. Jezus heeft ons getoond hoe Zijn manier van leven mensen gelukkig maakt. Hij vraagt ons dat wij zijn voorbeeld zouden volgen, dat wij herder zouden zijn voor mekaar. Hij vraagt dat wij elkaar helpen, bezorgd zijn om mekaar : zoals bezorgd zijn om mensen die ziek zijn en lijden, bezorgd om mensen die bang zijn, om mensen die zich zorgen maken om iets, om mensen met diep verdriet, om mensen die zich uit het leven terugtrekken omdat ze door het leven gekwetst zijn, en zo zijn er nog voorbeelden van situaties waarin wij mensen wat verlichting en vreugde kunnen brengen. In dit huis wordt op materieel vlak veel gedaan opdat de mensen het goed zouden hebben, op dat vlak wordt er al veel geherderd. Maar wij allen kunnen op een ander vlak ook nog veel doen opdat mensen hier ook wat meer tot leven kunnen komen ,vreugde en geluk kunnen vinden.

Herder zijn, herderen…..het is dubbel: het werkt in twee richtingen.

Soms mogen -of moeten we- schaap zijn…. en zorg en aandacht ontvangen,

Soms kunnen we herder zijn en zorg en aandacht aan anderen geven.

Zoeken in Preken Online