Paaszondag – jaar B

B-cyclus · Paastijd · Paaszondag · wit

Dag iedereen,

verleden week stuurde ik jullie die foto door uit de krant, met dat haast idyllische tafereel van een vader die op het strand in Blankenberge zijn zoontje de lucht in gooit en klaar staat om het op te vangen - en de moeder die daar een foto van neemt… (zie mailbericht hieronder)

Als bij toeval verscheen enkele dagen later in De Standaard een gelijkaardige foto - prachtig afgedrukt over de volle breedte van twee bladzijden - van een Syrische man die net hetzelfde doet met zijn dochtertje, maar dan in veel minder idyllische omstandigheden: in een vluchtelingenkamp in het zuiden van Turkije, niet ver van de grens met Syrië…

En ik zit ook al de hele tijd terug te denken aan ons bezoek van twee jaar geleden aan El Salvador, en de huiveringwekkende confrontatie aldaar met het gedenkteken van El Mozote, waar tijdens de burgeroorlog honderden burgers uit hetzelfde dorp werden vermoord. Daaronder waren heel wat kinderen… Roger Ponseele, priester van het bisdom Brugge die ons daar gidste, vertelde dat men enkele kinderen voor de ogen van hun ouders in de lucht had gegooid en ze zo had neergeschoten, ‘om zich te amuseren’…

Van idylle (Blankenberge) tot verschrikking (El Mozote), en die foto uit dat vluchtelingenkamp daar ergens tussenin. De hele Goede Week in enkele beelden samengebald. Goede Vrijdag (El Mozote), Witte Donderdag (vluchtelingenkamp) en Pasen (Blankenberge aan zee…) Maar de foto in het vluchtelingenkamp zou ook op Stille Zaterdag kunnen genomen zijn, denk ik.

Ik stuur jullie al dat materiaal nog even door. Misschien heb je nog wat tijd om er even bij stil te staan.

Zelf moet ik mijn ‘paaspreek’ nog definitief op papier zetten. Maar de basisideeën liggen vast voor dit jaar. Met dank aan de kranten en de fotografen van de laatste dagen… De krant en de Schrift: meer heb je niet nodig om goed te kunnen preken…

Met hartelijke groet, wensen voor een zinvolle liturgie van de Goede Week, en een Zalig Paasfeest, straks…

geert dedecker

Hallo iedereen,

ik zag toevallig op de website van Het Laatste Nieuws (waar ik soms even op ga kijken om wat meer sportnieuws te zien) deze prachtige foto (zie bijlage) gisteren dinsdag genomen aan zee, van een gezinnetje profiterend van het uitbundige lenteweer op het strand van Blankenberge…

En ik moest meteen denken aan het al even prachtige gedicht van Remco Emmers: ‘Foto’ - een gedicht dat ik haast van buiten ken.

Met mijn zeer gebrekkig technisch vernuft heb ik van die twee snel een kleine collage gemaakt. Een heuse preek, een geloofsbelijdenis op klein formaat: de gazet van de dag en wat poëzie, om te zeggen wat niet te zeggen is… Het titeltje er boven is uiteraard door mij bijgevoegd. Zo ‘bezinnend’ is Het Laatste Nieuws helaas ook weer niet…

Misschien zoekt de Godelieveparochie nog een stukje om door te sturen als dagelijkse vastenbezinning..? Dan liefst zo snel mogelijk door te sturen, natuurlijk! Want volgende week zijn we wellicht deze uitbundige lentesfeer alweer vergeten…

Zie maar wat mogelijk is…

Met hartelijke, uitbundige lentegroet,

geert dedecker


Het bezoek aan El Mozote, waar de massamoord plaatsvond, met het indrukwekkend monument zullen we niet vlug vergeten.

En daarbij de ‘Tuin der onschuldige kinderen’ tegen de zijgevel van de kerk in El Mozote, het nieuwe kinderkerkhof vol kleuren, bloemen, symbolen en hoop. De mooie Paastuin die daar door een vrouw, een zuster, is aangelegd vlakbij de plaats waar zoveel kinderen weerloos zijn afgeslacht. Beneden op de muur zijn alle namen geschreven van de vermoorde kinderen. Het is de plek waar ik zo ongelofelijk ontroerd was, en voorgoed wist: verrijzenis is wààr - dit kan niet anders…

Ongelovig tasten wij aarzelend het spoor af van de diepe wonden van het Salvadoreense volk. Maar de tuin die vlakbij het gedenktekenpijn is aangelegd, blijft verwijzen naar de weg uit de doden die zij vanuit hun solidariteit hebben gevonden; niet die van goden die herrijzen uit hun marmeren graven ongeschonden, maar van mensen die trouw de wegen gaan waartoe ze zijn gezonden, met veel vallen en soms even opstaan. Terwijl wij fluisterend de namen van de kinderen lezen, raken wij in hen de Geest aan van Romero en van Jezus van Nazareth. Wij neuriën stilletjes van ‘Basta ya’ en van ‘No mataras’ – met daardoorheen een onweerstaanbaar Alleluja, omwille van de liefde en het recht, die sterker zijn dan alle dood…

Dit was voor ons ‘een ervaring die onvoorwaardelijk waar is’ – dit is een omschrijving van Piet Declercq voor elke ervaring waarvan je voelt: ‘Hierover gaat het in het leven, dit is wezenlijk…’

Dit ‘weten voorgoed’ zal wel weer vervagen, maar als ik het goed bewaar op de zachtste plek van mijn geheugen, dan kan ik er altijd weer naar terugkeren als het geweld, de dood en de onzin mij overvallen…

Het bloedbad van El Mozote. Het getuigenis van de waarheid.

Monument voor de slachtoffers van El Mozote

Het Bloedbad van El Mozote werd aangericht door het regeringsleger van in de dorpen en in het departement op 10, 11 en 12 december . Zowat 900 burgers werden er door militairen van het Bataljon Atlácatl vermoord, waarmee het waarschijnlijk het grootste bloedbad is uit de moderne geschiedenis van en in ieder geval uit de .

Het bloedbad vond plaats tijdens de Salvadoraanse burgeroorlog, tussen de Salvadoraanse militaire regering gesteund door aan de ene kant en linkse guerrillagroepen, met als voornaamste het (FMLN), aan de andere kant. Het Bataljon Atlácatl viel op 10 december El Mozote binnen op zoek naar guerrillastrijders. De aanwezigen, inwoners van het dorp maar ook boeren van het omringende platteland die het oorlogsgeweld waren ontvlucht, werden gedwongen zich te verzamelen op het hoofdplein, op de grond te liggen en werden ondervraagd. Aan het eind van de dag werden zij gedwongen zich in hun huizen op te sluiten.

De volgende morgen werden de bewoners weer verzameld op het plein en de mannen gescheiden van de vrouwen en kinderen. De mannen werden een voor een ondervraagd, gemarteld en vervolgens geëxecuteerd. Na het middaguur werden oudere meisjes en vrouwen meegenomen en neergeschoten met het , na eerst verkracht te zijn. Sommigen waren niet ouder dan 12 jaar, en werden verkracht omdat zij de guerrillastrijders zouden steunen. Vervolgens werden de kinderen vermoord. Een deel van de kinderen werd opgesloten in de kerk en vervolgens door de ramen doodgeschoten. Nadat de gehele bevolking was uitgemoord staken de soldaten het dorp in brand.

Voor het bloedbad is nooit iemand veroordeeld, hoewel sinds de is begonnen met het verzamelen van documentatie in de hoop op ooit een rechtszaak.

Deze mooie gevel ligt aan een zijkant van de kerk van El Mozote, en mondt uit in de zogenaamde “tuin van de onschuldige kinderen”. De gevel brengt hulde aan alle kinderen die daar tijdens de dagen van december 1981 werden vermoord. Aan de basis van de muur zijn hun namen geschreven.

De tuin van El Mozote

‘Waarom zoekt u

de levende onder de doden?

Hij is niet hier;

hij is uit de dood opgewekt.’

(Lucas 24, 6a)

De tuin van El Mozote is

en blijft een kerkhof,

maar op Paasmorgen

is dat kerkhof als bij wonder

een speeltuin geworden,

de Hof van Eden en van Heden.

Hier is iets beslissends gebeurd.

Iets revolutionairs,

Iets eschatologisch.

Hier is van boven-

en van buitenaf

voorgoed ingegrepen in de dood.

Spelende kinderen begroeten er

dag na dag de Verrezene

met deze woorden:

Welkom

lieve Levende,

welkom in onze tuin.

Zo lang hebben wij gewacht

maar nu wordt alles licht

en groen en bont.

De doden wortelen hier

en zullen opstaan.

Zij zullen naar de hemel groeien

en leven in Jouw spoor.

Ik zag

een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,

want de eerste hemel en de eerste aarde

zijn voorbij

en ook de zee is er niet meer –

en de heilige stad, Nieuw-Jeruzalem,

zag ik, neerdalend uit de hemel van Godswege

als een vrouw in bruidstooi,

bereid om tot haar man te gaan.

En ik hoorde

een machtige stem, vanaf de troon,

zeggende:

Zie, de tent van God bij de mensen,

Hij zal wonen in hun midden,

en zij zullen zijn volkeren zijn,

en Hij zal God zijn in hun midden.

En Hij zal wegwissen

iedere traan uit hun ogen

en de dood zal niet meer zijn.

(Openbaring 21, 1-4)

‘Wie vergeet, is gedoemd om te

herhalen…’ (Elie Wiesel)

Opgave

Aan de ene kant hebben mensen de oersterke behoefte om het heden niet door het verleden te laten verlammen. En aan de andere kant voelen ze toch telkens weer de noodzaak om nooit te vergeten tot wat mensen in staat zijn geweest. Dat is de dubbele opgave waar wij voor staan: stille voortdoen – en tegelijk nooit vergeten… Wij moeten ‘wijstenen’ oprichten, gedenkplaatsen creëren, memorials houden. Dit doen is een zeer belangrijke gebedsoefening.

Dat is ook de waarheid van het joodse besef dat verwaarlozing van wat gezegd en gedaan is, de zo gaarne nagestreefde vergetelheid en onverschilligheid voor wat gebeurd is aan lijden en onrecht, ons ontmenselijkt. Maar ook omgekeerd, dat de traditie, het blijven ‘gedenken’ en de herinnering aan wie voor ons gestreden hebben en hun leven hebben gegeven voor het volk, ons pas écht maakt tot wie wij zijn: mensen aan mensen toevertrouwd…

Onze reis naar El Salvador begin dit jaar, was voor mij een aaneenrijging van ontmoetingen met mensen, van gebeurtenissen, van plaatsen die levende getuigen zijn van keuzes die gericht zijn op bevrijding.

Zo ontmoette ik een jonge Salvadoreen. We keken samen naar enkele foto’s van vroegere Romeroherdenkingen, hier in Brugge.

“Kijk”, zei ik: “zo beleven wij onze solidariteit met jouw land.”

Die man vroeg of wij ook “martelaren” hebben. Toen ik hem vertelde dat wij eigenlijk geen martelarencultuur kennen, was hij enigszins verbaasd. “Jullie hebben toch ook oorlogen gekend, en er moeten toch ook mensen geweest zijn die tégen die oorlogen waren?

Jullie kunnen daar toch nooit onverschillig voor worden..?”

(Marijke Deconinck in de homilie op de Romerodag 2010 – Kathedraal Brugge)

Dit is een litteken in het landschap van El Salvador. Het heilig waarmerk van al het leed dat dit volk geleden heeft.

Laat mij de sporen van Zijn lijden zien, zei Thomas, mijn hand in Zijn doorboorde zijde leggen. Want anders kan ik niet geloven. Dan is Hij mijn Messias niet die alle leed en onrecht kan genezen. Dan is Hij niet Verrezen…

Nog altijd zeggen mensen, vanuit de oude Thomastwijfel: als ik persoonlijk niet kan ervaren hoe christenen omgaan met lijden, onrecht en dood, hoe zij ertegen vechten en het aangedane leed verwerken tot nieuwe levensmoed, dan kan ik niet geloven dat die man van Nazareth iets in hun leven doet.

Zo kan elke christen in de loop der tijden een stukje levend ‘gedenkteken’ zijn. De sporen van het zelf geleden leed nog slechts een donkere schaduw in de ogen. Terwijl de diepe vreugde van het samenhorig vechten tegen alle dood, onverwoestbaar en aanstekelijk het heilige waarmerk blijft dat Hij waarachtig is verrezen.

Zo plaatsen mensen een monument op alle plaatsen waar zoveel mensen hebben afgezien. In de kampen van de Holocaust, op de slagvelden en in de platgebombardeerde steden. Een ‘memoriaal’ als blijvend teken van geleden leed. Een gedenkteken dat zegt: ‘Alleen voor de liefde buig ik…’

wat is dit voor een stem

die zo duidelijk klinken blijft

in het verstrijken van de tijd

welke stem is dit

die zo gedurfd

en opwekkend spreekt

een engel met vuur

van verzwegen verhalen

dat durend herinneringen

van uitzichtlozen doorgloeit

ik heb je lang

gehoord op aarde

helder klaar en ook nu

tussen hees geschreeuw en

het voortrazen van de dagen

wat ons rest is het licht

van het helder weten

en de stem van een hart

als een hemelse wind

die stenen van uitzichtloosheid

uit verloren zielen wegrolt

Geert Tuerlinckx

Zoeken in Preken Online