Met Christus ten leven gewekt (2009)

B-cyclus · Paastijd · Paaszondag · wit

* Het Pasen van dit Sint-Paulusjaar nodigt ons uit om even vanuit Paulus het verrijzenismysterie opnieuw te bekijken, en het met hem te beleven. Paulus heeft de aardse Jezus zelf niet gekend. Toen nog christenvervolger op weg naar Damascus heeft hij onverwacht in een bliksemlicht Hem als de verrezen Heer ontmoet. Het is zijn grote ommekeer geweest. Het werd zijn grote zekerheid.

1. Luidop getuigt Paulus: “Als Christus niet verrezen is, is ons geloof ijdel” (1 Kor 13,14).

  • Driemaal lezen wij het relaas van zijn ontmoeting met de verrezen Christus. Zijn secretaris Lucas bewaarde het voor ons in zijn boek “Handelingen”. Saulus, overtuigd Farizeeër, toog woedend naar Damascus om de volgelingen van Jezus te arresteren. Toen werd hij plots omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel neer en hoorde een stem: “Saul, Saul, waarom vervolgt ge Mij ?… Ik ben de Jezus die gij vervolgt” (Hand 9,4-5). Hij die Christus niet kende moest eerst nog in die stad de leerling Ananias ontmoeten, die hem de handen oplegde. Daarop gaf Saulus zich gewonnen en liet hij zich dopen (Hand 9, 17-18). Deze ervaring heeft Paulus later publiek bevestigd voor zijn volk (Hand 22,1-15.) . Nog later gevangen in Cesarea getuigde hij ervan voor de koning Agrippa. Zij was voor hem het bewijs dat de Heer leefde, en het bewijs van zijn zending tot heil van Joden en heidenen (Hand 26,13-18). Voor een Jood betekende een visioen altijd een roeping en een zending. In zijn brief aan de Galaten - een van Paulus’ oudste brieven geschreven ongeveer 25 ,jaar na Jezus’ dood en opstanding - wijst Paulus zterug op deze ontmoeting en hij voegt eraan toe dat hij zijn overtuiging van Jezus’ verrijzenis nergens elders moest halen. Die had hij aan den lijve ondervonden: “Ik ben geen ogenblik te rade geweest bij vlees en bloed, bij geen enkele menselijke instantie”. Doch hij had drie jaar nodig om deze evaring in de eenzaamheid te verwerken. Daarna trok hij naar Jeruzalem om Kefas (Petrus) en Jacobus de Mindere te ontmoeten, en hij leerde de christengemeenten kennen in Syrië en Cilicië. Pas veertien jaar later trok hij weer naar Jeruzalem om bij de christelijke oergemeente aldaar de echtheid van zijn verkondiging te toetsen. Wat hij in die christengemeenten vernam over de eucharistie en over het huwelijk, over Jezus’ prediking, dood en verrijzenis, duikt op gespreid doorheen al zijn brieven. Deze informatie is ouder dan die we vinden in de evangeliën. Ze vormde het kader waarin hij zijn onvergetelijke Damascuservaring kon plaatsen en waarmee hij zijn reeds ingestorte kennis mocht verrijken (Gal 1,15 - 2,10).\
  • Daarom zegt hij verder: “Ik heb u overgeleverd wat ik zelf als overlevering heb ontvangen: dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, dat Hij begraven is en opgewekt op de derde dag volgens de Schriften, en dat Hij verschenen is aan Kefas (Petrus) en daarna aan de twaalf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk van wie de meesten nog in leven zijn… Vervolgens is Hij verschenen aan Jacobus en aan alle apostelen, en het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte…” (1 Kor 15, 3-8). Die wolk van Christuservaringen is de samenvatting van de diverse verschijningen genoteerd in de evangeliën.

2. Maar het bijzondere bij Paulus is niet dat hij ooit de verrezen Heer heeft ontmoet, maar dat hij van de verrezen Heer blijvend is vervuld. De Heer werd zijn leven.

  • De verrezen Christus was niet iemand die buiten Paulus leefde. Hij leefde in hem. Paulus roept hij uit tot de Galaten: “Niet ik maar Christus leeft in mij” (Gal 2,20). Heel de brief aan de Galaten gaat over het nieuwe leven dat we in Christus ontvangen. De oproep: “Bekleed u met Christus” (Rom 13,14) wordt vervuld in het doopsel: “Gij hebt u in met Christus bekleed” (Gal 3,27). De uitdrukkingen “Christus in ons” en vooral “wij in Christus” komen nagenoeg 200 maal voor in Paulus’ brieven. Deze aanwezigheid van Christus in hem en zijn bestaan in Christus is niet een egocentrische zelfbeschouwing of steriel bezit. Het is een dynamiek die hem voortdurend beweegt. Paulus was als door de verrezen Christus bezeten: “De liefde van Christus dwingt ons” (2 Kor 5,14). Vandaar zijn uitroep in de tweede lezing: “Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoek wat boven is… Zin op het hemelse, niet op het aardse. Gij zijt immers gestorven en uw leven is nu met Christus verborgen in God. Christus is uw leven…” (Kol 3,1-4). De H. Frans van Sales spreekt over “L’ extase de la vie” (de extase van het leven). Het gaat om een stuwing naar buiten veroorzaakt door Christus’ levende aanwezigheid in ons. Ware mystiek drijft altijd naar de anderen.\
  • Christus’ verrijzenis is dus niet het gebeuren van één moment in de geschiedenis. Maar het is een blijvende toestand waarin wij mogen leven. De verrezen Heer leeft in zijn Kerk, in ons, in de verkondiging en heel bijzonder in de H. Eucharistie. Hij woont in ons en wil ons gelijk maken aan Hem. De West-Europese maatschappij beperkt het christendom veelal tot een aantal waarden, gekoppeld aan een stel geboden en verbodsbepalingen: een zaak van moeten en niet mogen. Christen zijn is heel wat anders. Het is leven in en met Christus. Wij gelijken vaak op keien in een rivierbedding; ze baden in het water zonder binnenin ooit nat te worden. We mochten eerder zijn als sponsen in zee, die met water worden volgezogen en ermee doordrongen zijn. Zo moesten wij vol zijn van de verrezen Heer die ons gelijk wil maken aan Hem om Christus voor de wereld te zijn.

Zoeken in Preken Online