Hoogfeest van Pasen Cyclus B 2009 Joh 20 1-18
\
- De ochtend die goede vrijdag verjaagt -
Beste vrienden,
******De droeve duisternis van Goede vrijdag behoort tot het verleden – Vandaag verkondigt de kalender “het is Pasen!!”. Sinds deze nacht zingen we terug het Alleluja.
Maar wat als ik niet mee kan zingen? Wat als die jubelende melodie in mijn hart geen weerklank vindt omdat het daar nog altijd goede vrijdag is? Een donkere, zwaar bewolkte goede vrijdag die zoals een Atlantische depressie op mij drukt en maar niet verder wil trekken? Dat soms niet samenvallen van gebeurtenissen en onze eigen persoonlijke stemming maakt het ons soms verschrikkelijk moeilijk. Terwijl de ene nog het Hosanna van Palmzondag roept, beleeft een andere reeds het verraad van goede vrijdag; terwijl de ene nog geroerd is door het breken van het brood, voelt een andere de leegte van de stille zaterdag aan en nog een andere vermoedt reeds het gloren van de Paasmorgen. De goede week met al haar hoogten en laagten, die vinden we ook in ons eigen leven terug – maar dan meestal wel in een totaal andere volgorde.
Daarbij is het belangrijk dat we die gevoelens van de goede week niet alleen kennen, maar dat we ze ook binnen in ons toelaten. Het is nooit alleen Pasen, dat zeker niet!!! Maar het is ook nooit alleen maar goede vrijdag. Omdat we de ganse week kennen kunnen we ook veel dragen: de kankeraars en de spotters langs de weg, al diegenen die echt meevoelen en mee lijden maar ook de echte ramptoeristen.
Uit onze kennis van de ganse goede week kunnen we erop vertrouwen dat God de Heer van alle dagen is. Dan is er ook geen enkele dag zonder Hem en dan moeten wij Hem ook geen enkele dag missen – zij het op onze goede vrijdag of op onze Pasen.
Goede vrienden, ik ben er mij uiteraard zeer goed van bewust dat er tussen die twee dagen een oneindig gamma van pijn en ontsteltenis ligt. Pasen komt pas na goede vrijdag; Pasen wordt het pas na de duisternis van de nacht. En het is juist nu in het ochtendgloren na die verschrikkelijke nacht van goede vrijdag en na de langste sabbat van haar hele leven, dat Maria Magdalena buiten komt. Zij wil naar het graf van Jezus, naar het graf van haar hoop, van haar liefde en zeker ook van haar geloof. Voor haar, die onder het kruis had gestaan en tot op het allerlaatste bij Hem was gebleven, voor haar was nu werkelijk alles voorbij. Haar weg op deze ochtend van Pasen kon werkelijk niets anders zijn dan een voortzetting van die goede vrijdag die haar zo abrupt en vol onheil was overkomen. Ja, zij wilde het werk van goede vrijdag voortzetten, Jezus’ lijk zalven en afscheid nemen van alles wat ze aan hoop, aan liefde en geloof in Hem had geïnvesteerd. En nu? Nu hebben ze ook nog zijn dode lichaam weggenomen. En dan volgt na die eerste ontgoocheling nog een volgende katastrofe.
Want, wat eerst werd afgedaan als een hysterische reactie van een vrouw met overbelaste zenuwen, ontpopt zich onder de scherpziende mannenogen van Johannes en Petrus al gauw tot een onweerlegbaar feit: het graf is open, de steen waarmee men het gesloten en verzegeld had is weggerold. Het graf, dat tot laatste rustplaats voor hun dode vriend en meester moest dienen, is leeg. En alles is verdacht mooi opgeruimd. Dieven zouden dat zeker nooit zo hebben gedaan. Wordt die dag van vandaag dan gewoon een voortzetting van die verschrikkelijke vrijdag, of is er al een spoor van licht in het duister? Uiteindelijk kunt ge het niet van de hand wijzen: De ochtend gloort en verjaagt de duisternis van goede vrijdag.
En hoe voelen wij ons op deze ochtend van Pasen als wij aan dat open lege graf denken? Ik kan me voorstellen dat velen onder ons zich misschien ook zullen voelen zoals Petrus, Maria Magdalena en Johannes. We zien en horen wel, maar toch kunnen we niet vatten wat er gebeurt – we kunnen het gebeuren niet plaatsen. We nemen zintuiglijk wel waar wat er is gebeurd, maar we stellen ons voortdurend vragen naar wat het betekent. En zo doen we net als de drie mensen uit het evangelie: we gaan gewoon verder met de grote vraag van goede vrijdag: Waarom? Waarom moest dat allemaal gebeuren? waarom zo en niet anders?
En op al die vragen kan er toch maar één enkel antwoord zijn: Pasen! Goede vrijdag is gebeurd opdat het Pasen zou kunnen worden! Jezus is gestorven opdat met hem het nieuwe leven zou kunnen beginnen. Pas nu is het oude echt verleden tijd – het is nieuw geworden. En daarom is Pasen ook een antwoord op de goede vrijdagen van mijn eigen leven: geen enkel van de duistere uren die iemand in zijn leven doormaakt – al zijn ze nog zo donker, geen enkel van die uren werd om niets doorgemaakt. Geen enkel van die duistere uren, ook al zijn ze nog zo lang is reeds een eeuwigheid. Geen enkele van de uren die men omwille van de pijn, de ontgoochelingen of de liefdeloosheid van zich zou willen afschudden of ze op zijn minst zou willen kunnen vergeten, is het laatste van mijn leven. Want net zoals na goede vrijdag de ochtend van Pasen gloort, zo schijnt er ook voor mij reeds een licht, ook al kan ik het omwille van de duisternis in mijn hart nog niet zien. Sinds die eerste paasmorgen bestaat het zogenaamde “nooit meer” niet meer. Dat “nooit meer” is in beginsel omgebogen en veranderd in een “nog niet”. En dat is nu juist de stap die wij als mensen van de hoop, die zich van Pasen bewust zijn, zetten. De beslissende stap die ons in het „nog niet“ binnenbrengt. Voor mij is dat dezelfde stap die Maria Magdalena tot bij het graf van Jezus heeft gebracht. Het is dezelfde stap die de beide mannen, Petrus en Johannes, om ter snelst deed lopen. Alle drie “zagen” ze wel, maar tot geloof konden ze nog niet komen. Maar ze waren er toch al op weg ernaar toe. Waarschijnlijk werden hun harten slechts geleidelijk aan verlicht zo in de aard van: “Als goede vrijdag nu toch eens niet het einde van alles zou zijn”?
Beste vrienden, Hij is het ook niet! De terneergedrukten en ontgoochelden, wier blik altijd maar op het vergankelijke was gericht, krijgen nu een dieper inzicht. Zij krijgen inzage in het wezen en meer nog in het werken van God: Hij wil de dood niet, Hij is een God van levenden. Hij wil de ondergang niet, en ook niet de berusting en de rouw, Hij wil nieuwe schepping, hoop en vreugde.
Hij wil geen angst en geen depressie, maar vrijheid en toekomst. In het ochtendgloren van Pasen, op zoek naar de dood, ontmoeten Maria Magdalena, Johannes en Petrus het leven. Bij het graf van hun vriend hadden ze dat niet vermoed en daarom ook niet gezocht. Maar juist daar hebben ze het gevonden.
Daar werd bewaarheid dat Jezus meer is dan alleen maar een goede vriend – Hij is de zoon van God.
En hoe zit dat nu met het graf van onze hoop? Wie geeft ons het recht om te beweren dat daar nu werkelijk alles begraven ligt wat we maar kunnen begraven? Ik ben ervan overtuigd dat ook wij deze morgen onderweg zijn, net zoals de drie uit het evangelie en daarbij voelen wij dat ons wankel geloof niet alle spoken van de nacht kan wegjagen. Ons klein Paasgeloof wordt steeds weer ingehaald en overschaduwd door de kleine en grote kruisen waaraan wij gehecht en genageld zijn. Maar daarom kan en hoef ik toch nog niet over de realiteit van het leven na de dood heen te kijken. Ook na, en ondanks Pasen blijven ziekte en oorlog, vijandschap en conflicten, ongevallen en katastrofen, nijd, haat en afgunst onder de mensen voortbestaan. De verrezen Heer brengt geen goedkope oplossing van onze problemen. Hij verandert niet alles na het drukken van een knop. Neen, maar Hij nodigt ons uit om niet in onze problemen en in al wat ons naar het graf neerdrukt te blijven steken of ons daarin zelfs huiselijk in te richten.
Hij nodigt ons veeleer uit om ruimte te geven aan onze hoop. Om de nieuwe dag een kans te geven. Want: In het midden van de nacht begint de nieuwe dag. Na elke goede vrijdag komt ook een Pasen. En ik wens ons, U en mij, dat wij niet alleen vandaag die ommekeer uit de duisternis terug naar het Licht zouden aanvoelen, maar ook altijd weer dan wanneer we het licht van het leven uit het oog hebben verloren of op zijn minst gevaar lopen om het te verliezen. Want Pasen zegt ons: het leven overwint – altijd!! – Alleluia.
Amen.