Hemelvaart – jaar B

B-cyclus · Paastijd · Olh hemelvaart · wit

Voor zondag 12 mei 2024, liturgie van de 7de Paaszondag-B, beschikken we niet over een homilie van Mgr. Romero. Dat komt omdat het feest van Hemelvaart in El Salvador traditiegetrouw niet op donderdag in de week gevierd wordt, maar pas op de zondag na de 6de Paaszondag. We beschikken ook niet over een andere commentaar van Mgr. Romero bij Joh 17, 11b-19 (evangelie van de 7de Paaszondag-B). Er is wel een homilie van Mgr. Romero beschikbaar voor het feest van Hemelvaart-B (dat dus in El Salvador op de 7de Paaszondag gevierd wordt). En daar zijn onderstaande Bouwstenen op gebaseerd.

Hemelvaart van de Heer-B 9 mei 2024

Evangelie: Marcus 16, 15-20

Wat zegt Mgr. Romero ons op deze feestdag?

Mgr. Romero geeft aan zijn preek de titel: ‘De Hemelvaart van de Heer, verkondiging van de menselijke transcendentie’. Voor het samenstellen van de Bouwstenen voor de homilie op deze feestdag kozen we een citaat uit zijn homilie, gelinkt aan de evangelietekst die ons vanuit de liturgische kalender wordt aangewezen.

“Laten we daarom nu de balans opmaken van onze concrete geschiedenis, van deze Kerk. Maar laten we daarbij de transcendente betekenis en de transcendente missie van de Kerk, en ook de Bron van die transcendentie, die de verrezen Christus is, niet vergeten. Ik zou graag willen dat het belangrijkste punt van mijn boodschap op zondag in de kathedraal - of in een andere kerk wanneer de kathedraal toevallig bezet is – altijd weer samenvalt met de boodschap die de Kerk moet brengen, een boodschap die niets anders is dan wat Christus haar in het evangelie van vandaag opdroeg te zeggen: ‘Ga de hele wereld in en verkondig het evangelie’. Laten we er alstublieft voor zorgen dat we ons daarbij niet van de wijs laten brengen! Als we bij onze verkondiging de trieste realiteiten van onze omgeving aanwijzen en aanraken - en het brandt in ons om dat telkens weer te doen – dan is dat niet omdat we die realiteiten zo graag hebben of ze zelf zouden willen uitlokken, maar omdat we ze willen doorlichten met de bedoeling dat ze zouden gezien en genezen worden. Wat ons bezielt en drijft is een bedoeling van bekering, met het oog op het Koninkrijk Gods, en in de hoop op eeuwig leven.”

Op het feest van Hemelvaart vieren we jaar na jaar en brengen we in herinnering de fundamentele opdracht die de Verrezene ons op deze dag geeft: ‘Trek de wereld rond en verkondig het goede nieuws aan alle schepselen’. (NBV21 - Mc 16, 15). De verkondiging van het Evangelie eist altijd en overal dat de getuigen en verkondigers de wonden van de historische realiteit, de wonden in het leven van mensen ‘aanraken’. Mgr. Romero zegt: “… Als we bij onze verkondiging de trieste realiteiten van onze omgeving aanwijzen en aanraken”. De angst, de honger, het lijden, de onderdrukking, de uitzichtloosheid, de armoede,… - dat alles met name noemen, behoort tot de kern van de verkondiging van het Evangelie. Uit ervaring weten we maar al te goed dat machthebbers (in politieke, economische, sociale, ideologische… kringen) niet verdragen dat wie dan ook de vinger op de actuele historische wonden legt. Zíj zijn immers de eigenaars van de waarheid van de geschiedenis, en zíj bepalen wat waar is en wat als leugen moet bestempeld worden. Vanuit het Evangelie mogen de Kerken, de getuigen en verkondigers van het Evangelie, niet in die val trappen, zich niet door de machten en machthebbers laten doen, en zich niet monddood laten maken. En dat … wat de prijs daarvoor ook moge zijn!

Mgr. Romero vraagt ons om “… de balans op te maken van onze concrete geschiedenis als Kerk”, om onder het licht van het Evangelie ons getuigenis permanent te evalueren en er de conclusies uit te trekken. In de hele kerkgeschiedenis vinden we in alle periodes getuigenissen van christenen die alles geriskeerd hebben om de wonden van mensen aan te raken, om die wonden te verzorgen en te werken aan genezing, en zo kernen te vormen van redding en bevrijding in de wereld. Daartoe moesten ze noodzakelijkerwijze ook het onrecht en het lijden dat door machthebbers aan mensen werd aangedaan publiekelijk aanklagen**. Ze konden niet zwijgen, zoals de grote Bijbelse profeten dat ook niet konden doen. De zending van de Kerk is namelijk geen andere dan de zending van Jezus zelf in onze mensengeschiedenis.** Soms lukken de machten er ook in de Kerk te muilbanden, haar het zwijgen op te leggen, bisschoppen, priesters, religieuzen en actieve leken gevangen te zetten, hen hun nationaliteit en eigendom te ontnemen, hun pastorale en educatieve centra in beslag te nemen,… Dat alles gebeurde op heel wat plaatsen in het verleden, en het gebeurt de laatste jaren met name heel open en brutaal in Nicaragua. En… we hebben bij dat alles de indruk dat bisschoppen, priesters en religieuzen daar ter plekke op dit moment inderdaad helemaal monddood gemaakt zijn. Ze beperken zich namelijk tot de officiële liturgie en de devotionele praktijken in de kerkgebouwen, zonder enige incarnatie van de evangelische opdracht. Dat lijkt ons de balans te zijn voor wat betreft het Nicaragua van vandaag. Maar in alle landen moeten Kerken telkens weer die balans opmaken.

Ondanks alle mogelijke bedreigingen en vormen van repressie hebben de Kerken toch de absolute opdracht, de transcendente missie om het Evangelie te verkondigen en daarin de wonden van de mensen en de gemeenschappen en volkeren aan te raken. Mgr. Romero heeft het zelf aan den lijve ondervonden: de wonden in de historische realiteit aanraken, dat veroorzaakt bij machthebbers een branderig gevoel. Ze beschuldigen de Kerk dan al snel van medeplichtigheid, van mee verantwoordelijk te zijn voor wat er gebeurt. ”… Als we bij onze verkondiging de trieste realiteiten van onze omgeving aanwijzen en aanraken - en het brandt in ons om dat telkens weer te doen – dan is dat niet omdat we die realiteiten zo graag hebben of ze zelf zouden willen uitlokken, maar omdat we ze willen doorlichten met de bedoeling dat ze zouden gezien en genezen worden.“ Machthebbers doen al het mogelijke om de problemen van hun volk in het duister te verbergen, er over te zwijgen, en hun eigen verhaal daarover als de enige heilige waarheid te verkondigen. De Kerk heeft de transcendente missie – in naam van Jezus – om de realiteit te doorlichten opdat die zichtbaar, hoorbaar en voelbaar zou worden, zodat er ook kan gewerkt worden aan genezing, aan bevrijding en verlossing. Daartoe zal de Kerk te allen tijde iedereen oproepen tot bekering, tot het maken van keuzes voor andere wegen, gericht naar de horizont van Gods Rijk. In elk continent, in elk land zal de Kerk – als ze trouw wil zijn aan het Evangelie – heel duidelijke keuzes moeten maken om bij de ‘armen’ te staan.

We vieren vandaag het feest van de Hemelvaart van de Heer – en ja, ‘hemelvaart’, dat is en blijft een merkwaardig woord. Het kan ons makkelijk op het verkeerde been zetten. Maar laat het duidelijk zijn: het gaat bij dit feest van Hemelvaart over de transcendente missionaire opdracht die Jezus op deze dag aan Zijn leerlingen - dus ook aan ons – geeft om het Evangelie te verkondigen aan alle mensen en alle volkeren, zowel dichtbij als veraf. Zonder deze profetische dimensie (het aanwijzen en aanraken van de wonden van de mensen), kan de Kerk geen Blijde Boodschap, geen Evangelie voor de wereld zijn. De catechese, de predicatie, de christelijke vorming, de theologie, de spiritualiteit,… ze moeten altijd vertrekken bij de ‘wonden’ van de gekwetste en kwetsbare mensen en volkeren. Het is dààr dat het Licht van het Evangelie zal oplichten en Blijde boodschap zal worden voor die mensen – of anders niet. We mogen daar niet in falen. En we mogen ons op dat vlak niet monddood laten maken. En ook in dat geval zullen ons concrete getuigenis en onze solidaire ‘praxis’ altijd de bron zijn, maar ook het ‘waar-merk’ en het ’keur-merk’ van onze verkondiging.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

Wat betekent die boodschap van Hemelvaart concreet voor ons: ‘Trek de wereld rond en verkondig het goede nieuws aan alle schepselen’? Wat doen we daar mee en hoe beginnen we er aan?

Waarin bestaat onze solidaire praxis met kwetsbare en gekwetste mensen? Hoe wijzen we en hoe raken we hun wonden aan?

Hoe laten we onze profetische stem horen die deze gekwetste mensen zichtbaar en hoorbaar maakt, en het lijden aanklaagt dat hen is aangedaan?

Ludo Van de Velde

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Voor zondag 12 mei 2024, liturgie van de 7de Paaszondag-B, beschikken we niet over een homilie van Mgr. Romero. Dat komt omdat het feest van Hemelvaart in El Salvador traditiegetrouw niet op donderdag in de week gevierd wordt, maar pas op de zondag na de 6de Paaszondag. We beschikken ook niet over een andere commentaar van Mgr. Romero bij Joh 17, 11b-19 (evangelie van de 7de Paaszondag-B). Er is wel een homilie van Mgr. Romero beschikbaar voor het feest van Hemelvaart-B (dat dus in El Salvador op de 7de Paaszondag gevierd wordt). En daar is de onderstaande Wekelijkse reflectie op gebaseerd.

Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr.8. Zevende Paaszondag-B – 12 mei 2024.

Het christelijk geloof wordt eerst gebruikt als een ladder, en dan wordt er vervolgens tegenaan geschopt…

“Degenen die belijden christenen te zijn en zichzelf ook als zodanig organiseren en profileren, hebben de plicht hun geloof in Christus te belijden, en in hun sociale en politieke activiteiten die methoden te gebruiken die met dat geloof in overeenstemming zijn. En ik ga verder met uit te leggen hoe politiek fanatisme, mede gevoed door de euforie voor sociale en politieke eisen, ons de eisen van het christelijk geloof zelf kan doen vergeten, en ons over het hoofd kan laten zien dat politiek niet de enige dimensie van de mens is en dat voor een christen het geloof altijd op de eerste plaats komt. En om deze reden beweer ik dat - als sommige christenen, aanvankelijk gemotiveerd door hun christelijk geloof om zich in te zetten ten gunste van de armen, dat geloof helaas hebben verloren en het nu als waardeloos beschouwen – het dan meestal gaat zoals we in het volk zo vaak over iets zeggen: ‘… het werd eerst gebruikt als een ladder en dan wordt er vervolgens tegenaan geschopt’… En dit kan al evenzeer gebeuren met de Kerk die men eerst gretig gebruikt voor politieke doelstellingen om dan, wanneer het de gebruikers niet langer van pas komt, diezelfde Kerk met grote vanzelfsprekendheid aan de kant te laten liggen. Het verwondert ons niet dat dit gebeurt! Ik wil u alleen dit vragen, beste politiekers in het land: wij dringen er bij u op aan om oprecht te zijn en niet een geloof dat u in feite niet meer heeft en dat u op geen enkele manier beleeft, onbeschaamd te blijven gebruiken en misbruiken om uw politieke doelstellingen te bereiken, hoe rechtvaardig en terecht die verder ook mogen zijn.”

Aartsbisschop Romero laat in bovenstaand citaat twee zeer duidelijke oproepen klinken. De ene is bedoeld voor de christenen die zich op basis van hun geloof inzetten voor de politieke dimensie van het leven. En de andere is gericht tot degenen die hun interesse in het christelijk geloof al lang hebben opgegeven, maar die omwille van politieke belangen toch continu de Kerk blijven gebruiken om hun doelstellingen te bereiken. Laten we nu even naar die eerste groep kijken.

Bij verschillende gelegenheden heeft Mgr. Romero zeer duidelijke oproepen gericht tot de gelovigen om zich te organiseren en hun politieke verantwoordelijkheid op zich te nemen, ten einde samen het bestaande onrechtvaardige systeem te ontwortelen en de doelstellingen van gerechtigheid, solidariteit, vrijheid, waarheid,… te kunnen verwezenlijken. Er bestaat geen twijfel over: Mgr. Romero was er van overtuigd dat men niet christelijk kan leven zonder een politiek engagement op zich te nemen. Hij zag echter ook hoeveel christenen hun geloof, de fundamentele waarden van het geloof in Jezus en Zijn droom over het Koninkrijk van God, heel vaak ondergeschikt hebben gemaakt aan de politieke missie. Hij verwees daarbij met name naar degenen die de politieke dimensie van het leven verabsoluteerden en daar alle andere dimensies van het menselijk leven voor opofferden, en ook naar degenen die op de knieën gingen voor de idolen van macht, ideologie en partijorganisatie die hun politieke opdracht moesten ondersteunen en legitimeren. Hij zag vooral hoe politieke strijdmethoden opgebouwd en toegepast werden zonder gevoed te worden vanuit enige christelijke inspiratie en zonder gelovig fundament.

Er was een tijd dat sommige auteurs allerlei concepten en adviezen ter bevordering van de persoonlijke ontwikkeling lanceerden, zoals: ‘First things first – de eerste dingen eerst’, waarbij mensen werden uitgedaagd om voor zichzelf te definiëren wat werkelijk op de eerste plaats komt in het leven en dan consequent te handelen volgens hun ‘eerste’ optie. Mgr. Romero vertelt ons in dit citaat van zijn preek dat voor christenen “… het geloof altijd op de eerste plaats komt”. Dat wil zeggen: voor degenen die er werkelijk van overtuigd zijn dat de weg van Jezus de basis van hun leven is, zullen alle dimensies van hun leven altijd op de eerste plaats in het licht van het Evangelie worden gezien: de relatie, het gezin, de buurt waar we wonen, de gemeenschap, de werk- of studieomgeving, de lokale, de vakbonds- en politieke organisatie…, maar ook ons ​​persoonlijke leven. En hij vraagt zich af: hoe doen christenen het in al die situaties met dat fameuze concept en advies van… ‘de eerste dingen eerst’?

De tweede groep waar Monseigneur Romero zich toe richt met deze oproep, zijn degenen die het geloof en de Kerk “… eerst gebruiken als een ladder en er vervolgens tegenaan schoppen”. Het is toch wel een sterke en zeer kritische formulering waarmee hij deze oproep tot uiting brengt. Hij zegt dat het hem niet verbaast dat er mensen zijn die de Kerk op een bepaald moment als iets heel nuttigs hebben beschouwd (maar wel om andere doelstellingen te bereiken dan waar die Kerk voor staat), om haar dan vervolgens al snel onbeschaamd achterwege te laten als hen dat beter uitkwam, als zijnde nutteloos voor de strijd (politiek, ideologisch)… De Aartsbisschop doet hier een kritische oproep aan hen en spoort hen krachtig aan “… om oprecht te zijn en niet een geloof dat zij in feite niet meer hebben en dat zij op geen enkele manier beleven, onbeschaamd te blijven gebruiken en misbruiken.” Het is in tal van machtsposities heel gebruikelijk om toespraken te beëindigen met zinnen als: ‘God zegene ons allen en ons land…’ Hierbij wordt duidelijk de taal van het geloof gebruikt en misbruikt voor politieke doeleinden. Geen enkele politicus mag zichzelf presenteren als een instrument van Gods zegen, of mag zich de vrijheid permitteren om religieuze uitdrukkingen, ruimtes of tradities te gebruiken voor zijn eigen politieke doeleinden. In Latijns-Amerikaanse landen waar de regering zich erop beroemt ‘christelijk’ te zijn, gebruikt en misbruikt het officiële discours nog altijd en voortdurend de christelijke taal; hij die de officiële stem van de regering vertolkt wordt na het innemen van zijn hoge positie al snel onbeschaamd uitgeroepen tot ‘profeet van de Goddelijke Voorzienigheid’, en men herhaalt ook constant dat de werken van de regering een niet mis te verstane uitdrukking zijn van haar liefde voor God. En ondertussen wordt al even onbeschaamd de stem van de Kerk op verschillende manieren het zwijgen opgelegd.

We eindigen met de terloopse opmerking dat in de omgang tussen mensen, ook in sommige sociale netwerken, tot op vandaag al evenzeer de ‘zegeningen’ opvallen die ze zo vlot uitspreken: ‘Wees gezegend!’… Zou het niet dringend nodig zijn ons af te vragen of onze manier van leven, van handelen en spreken werkelijk een ‘zegen’ is (een ‘goed’, een waarachtige bijdrage aan het leven) voor degenen die met en om ons heen leven? Laten we stoppen met praten over de ‘zegeningen’ waarvan we zo graag willen dat God deze over ons uitstort – en laten we er ons veeleer op toeleggen om echt en daadwerkelijk een ‘zegen’ te zijn voor elkaar. We hoeven niet bang te zijn.

Tere en Ludo Van de Velde

Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog een andere reflectie van onze hand, geschreven in 2015 en later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:

199 El Dios de Jesucristo:

https://www.facebook.com/watch?v=806718227154362

Dit is een reflectie die oorspronkelijk geschreven werd voor zondag 16 mei 2021, en nu herzien werd voor zondag 12 mei 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op het feest van de Hemelvaart van de Heer-B, in El Salvador gevierd op zondag 27 mei 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 487.

Zoeken in Preken Online