Wanneer wij elkaar de hand reiken doen we dat met de rechterhand.
Geef eens netjes een handje, met de goede hand, leren we onze kinderen.
Jezus zit aan de rechterhand van God hoorden we zojuist in het evangelie.
En in de geloofsbelijdenis staat het ook, hij zit aan de rechterhand van de Vader.
Elke zondag zeggen we die tekst.
Jezus zit na zijn hemelvaart in de hemel aan de rechterhand van de Vader. Begrijpen we die tekst?
Het is wel erg menselijk gezegd, Jezus zit, en God heeft een rechterhand.
Letterlijk moeten we het dus niet nemen deze tekst.
Want hoe het bij God in de hemel is, we weten het niet.
Maar stoelen zullen er wel niet zijn, die zullen we niet meer nodig hebben.
En die rechterhand, moeten we ook symbolisch zien:
dat is de goede kant van God in de ogen van de schrijver van het evangelie.
In die zin is een linkerhand van God dus niet voorstelbaar:
God is immers het al goede, God is liefde.
God heeft alleen maar rechterhanden, niet een, niet twee, maar voor elk mens een!
Jezus is aan de rechterhand van God dichter bij God dan wie dan ook.
Jezus hoort bij God.
Zo eindigt Marcus hier zijn evangelie zoals hij het ook begon:
Begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.
Het hele verhaal over Jezus begint en eindigt bij God,
het hele evangelie is dus een verhaal over God.
Wil je weten wie of wat God is,
dan hebben we als christenen maar één antwoord: kijk naar Jezus.
Hij wordt Zoon van God genoemd,
hij is in de hemel heel dicht bij God, aan zijn rechterhand.
Het zijn de laatste woorden van het Marcus evangelie dat we lezen.
Een slot, dat een einde is als het gaat over het aardse leven van Jezus.
Maar een nieuw begin ook:
de leerlingen worden erop uitgestuurd om te doen als Hij:
de blijde boodschap verkondigen.
En dan gebeuren er dingen die je niet voor mogelijk houdt,
dan komen mensen tot leven.
We hoorden in het evangelie ook over dopen.
De leerlingen van Jezus krijgen de opdracht ieder schepsel op de hele wereld te dopen.
Ook hier weer is er een verband met het begin van het evangelie,
waar Jezus zelf gedoopt wordt.
Met de doop begin je een nieuw leven: het oude is voorbij - het oude leven sterft in het water en een nieuw leven stijgt op uit het water.
Een nieuw leven, dat weet van de blijde boodschap van Jezus:
er is blijvend leven, ondanks alle dood die we om ons heen zien.
Het is een ander leven.
Net als voor de leerlingen, die zonder Jezus verder moeten.
Zij weten zich geen raad horen we in de eerste lezing,
ze vragen Jezus of hij nu eindelijk een nieuw koninkrijk in Israel zal stichten. Maar nee - ze verliezen Jezus uit het oog:
een wolk maakt hem onzichtbaar.
Verbluft staren ze nog naar de hemel,
maar dan zijn er mensen die hen erop wijzen dat zij Jezus niet meer kunnen aanraken, hij is weg.
Ze moeten hem niet nastaren,
nee ze moeten hun blik van omhoog terug brengen naar een blik op aarde.
Daar is hun taak.
Vertellen over Jezus in Jeruzalem, in de omstreken Judea en Samaria, en nog verder over de hele wereld!
De leerlingen zien nog niet hoe dat allemaal moet.
Ze blijven nog even in Jeruzalem,
bijkomen van de gebeurtenissen van de laatste dagen.
Want het is niet niks wat ze allemaal mee hebben gemaakt.
Maar - dat weten we uit het vervolg,
al voelen ze zich nu nog als weeskinderen nu Jezus weg is -
het wordt Pinksteren.
Dan worden ze gedoopt met het vuur van de Geest en dan begint het pas echt.
Wat betekenen nu die teksten voor ons?
Ik denk dat zij allereerst laten zien, dat er hoop op leven is,
ook al is er verdriet in ons - om onze eenzaamheid,
door ziekte of pijn van onszelf of iemand die ons lief is.
Of een lege stoel in huis van een partner die al een hemelvaart gemaakt heeft.
Maar toch: Hemelvaart is de laatste dag van Pasen,
feest van leven - door de dood, door de leegte heen.
Maar ook worden we met onze ogen weer terug gestuurd naar de aarde,
deze, onze wereld.
Blijf niet staren naar wat vroeger was.
Er is in deze wereld nog veel werk te doen.
Net als Jezus leven van liefde en zorg om elkaar waarmaken.
Dat is niet eenvoudig.
Ook wij kunnen ons machteloos voelen, net als de leerlingen.
Daarom bidden we de komende negen dagen om de Geest,
waarvan we de komst met Pinksteren hopen te vieren.
Want die Geest, die kracht, dat vuur, die energie hebben we hard, heel hard nodig.
Om opnieuw te kunnen leven.