Als je in oudere naoorlogse stadswijken komt, lijken alle huizen op elkaar. Het zijn vaak heel eentonige wijken met weinig variatie. Je moet goed naar de straatnamen kijken anders bel je bij het verkeerde huis aan. In nieuwere stadswijken is juist veel meer variatie te vinden, met huizen en straten die allemaal wel iets eigens hebben. Dat maakt zo’n wijk veel prettiger om in te wonen.
Vroeger vond je dat ook in de kerkelijke vieringen. Overal waar je kwam werd de mis in het Latijn gedaan, overal op dezelfde manier, met dezelfde gebaren. Of je in Nederland of in Spanje naar de kerk ging, de viering was in wezen hetzelfde. Tegenwoordig kom je veel verschillen tegen in kerkelijke vieringen en dat niet alleen omdat nu de volkstaal gebruikt wordt.
In het evangelie van vandaag hoorden we hoe Jezus bad om eenheid onder zijn leerlingen. Eenheid, hechte verbondenheid vond hij heel belangrijk maar hij heeft niet gebeden om uniformiteit, om gelijkvormigheid. Hij heeft niet gebeden dat die eenheid zichtbaar zou worden in gelijkheid van leer en regels en handelingen Eenheid en uniformiteit zijn twee verschillende begrippen die jammer genoeg in de kerken nogal eens aan elkaar gekoppeld worden.
Als het gilde of de fanfare optreedt, dan is het natuurlijk prachtig als dat in uniform gebeurt, als alle leden op dezelfde wijze gekleed zijn. Maar als het gaat om gelovig zijn, om levensbeschouwelijke zaken, dan kan niet alles en iedereen hetzelfde zijn in doen en denken. Als men toch steeds weer een soort uniformiteit benadrukt dan komt de echte eenheid juist meer en meer in de knel.
Onze R.K. Kerk heeft er nog al een handje van om veel belang te hechten aan een soort uniformiteit in leer en regels. Iedereen moet zich aan dezelfde regels houden en het hetzelfde geloven, anders hoor je er niet bij. Maar deze opstelling werkt tegenwoordig meestal averechts als het gaat om eenheid en verbondenheid. Hoe meer de kerkleiders op wetten en leerstellingen hameren, in hun ogen bedoeld om de eenheid te bevorderen, hoe minder mensen aan de basis ernaar luisteren en gaan ze hun eigen gang in hun gelovig zijn.
In het verleden was die uniformiteit er veel meer en er zijn wel gelovigen die met heimwee terugkijken naar die tijd. Toen leek geloven veel gemakkelijker, je deed gewoon met de anderen mee. Iedereen deed toch hetzelfde. Maar achteraf bleek die uniformiteit heel vaak een grote leegte te verbergen, een leegte aan persoonlijk en overtuigd gelovig zijn, een leegte aan kennis, waar het echt om gaat in Jezus’ boodschap. Achter een mooie façade ging vaak een bouwvallig geloof schuil. En toen zo’n 40/50 jaar geleden die uniformiteit ging afbrokkelen, bleven velen met een leegte zitten en wisten ze niet meer hoe zij hun gelovig zijn inhoud konden geven.
Jezus bad om eenheid, niet om uniformiteit. Hij bad dat zijn volgelingen zich echt verbonden zouden voelen met Hem en evenzeer met elkaar, en die verbondenheid kun je niet in hokjes zetten, zodat het overal en altijd precies hetzelfde is. Die verbondenheid wordt pas echt en levend als er ook ruimte is voor allerlei verschillen. Een bloementuin wordt pas echt mooi als er allerlei soorten bloemen in staan. Maar één soort bloemen in een tuin is toch maar heel eenzijdig en eentonig. Maar je moet er samen in dezelfde tuin staan, willen staan, anders is er van verbondenheid en eenheid geen sprake.
Daarom is het van wezenlijk belang dat in elke gemeenschap gelovige mensen zich verbonden voelen met elkaar, en dat die eenheid daar ter plaatse concrete gestalte krijgt. Dat kan voor een deel in de kerkelijke vieringen, maar veel belangrijker is het dat die saamhorigheid zichtbaar wordt in het leven van alle dag, op al die raakpunten die onze levens met elkaar hebben.
En daar hoort ook bij dat we samen zoeken naar een goed verstaan van Jezus’ boodschap, want het gaat ook om eenheid met Hem, we zijn immers geen moslims of boeddhisten maar christenen, en als christenen moeten we zoeken naar eenheid en verbondenheid.
Zevende zondag van Pasen (2009)
B-cyclus · Paastijd · 7e zondag van Pasen · wit