Je hebt iemand nodig, stil en oprecht
die als het erop aankomt, voor je bidt en voor je vecht.
Pas als je iemand hebt die met je lacht en met je grient, dan kun je zeggen: ik heb een vriend.
Dit bekende gedichtje van Toon Hermans zal bij menigeen als tegeltje op de wc hangen. Het is heel populair en wordt ook in huwelijksvieringen vaak voorgelezen. Misschien is het ook wel de basis van alle liefde. Of het nu gaat om de liefde tussen man en vrouw, de liefde tussen broers of zussen, vrienden of andere relaties: in de liefde mag iedereen er zijn, precies zoals hij is. Met al zijn lief en leed, zijn goede en minder goede kanten.
Vandaag zitten we weer met Jezus aan tafel, zo vertelt het evangelie. En Jezus wil zijn leerlingen duidelijk maken wat voor hem zo belangrijk is: dat is zijn intieme verbondenheid met God, die hij zijn vader noemt. Die verbondenheid heeft hij ervaren als LIEFDE (met hoofdletters). En dat was zijn kracht, zijn inspiratie, maar tegelijk is die liefde ook in Jezus zelf zo sterk geworteld, dat hij ‘als God’ voor de mensen is geweest, dat hij de mensen heeft laten zien hoe God is en hoe wij voor elkaar die liefde kunnen doen. Hoe wij elkaar tot recht kunnen laten komen in de kleine en grote alledaagse dingen van het leven: een luisterend oor, een vriendelijk woord, de traan op iemands wang, een straatkrant van een zwerver, een kop koffie voor wie eenzaam is.
in het evangelie horen we wel 9x het woord ‘liefde’ of ‘liefhebben’. Johannes is dan ook een echte ‘liefdesschrijver’. Met als hoofdpersonen God en Jezus. In Jezus zien wij hoe God is en hoe God ons mensen bedoeld heeft.
In de viering voor de kinderen morgen, vertellen we het verhaal van het verloren schaap en de herder die op zoek gaat totdat hij het gevonden heeft. Zijn liefde beperkt zich niet tot ‘de meeste’, tot ‘de meerderheid’. De herder wil alle schapen thuis brengen. Dat wordt mooi verwoord in hun eerste lezing, een gedicht waarin telkens een refrein klinkt: jij mag er zijn, ook jij hoort erbij. Hoe je ook bent, je hoort erbij. Ik wil u dat gedicht graag voorlezen, omdat het ook eigenlijk hetzelfde zegt als Johannes in zijn evangelie bedoeld:
Hou je niet zoveel van praten, maar ben je eerder wat stil?
Zit je wat vaker te denken, weet je niet goed wat je wil?
Je mag er zijn, ook jij hoort erbij. Hoe je ook bent, je hoort erbij.
Kom je niet vlot uit je woorden, kom je heel vaak achteraan?
Hebben ze jou niet zo nodig, zien ze je meestal niet staan?
Je mag er zijn, ook jij hoort erbij. Hoe je ook bent, je hoort erbij.
Ben je te moe om te spelen, sta je alleen aan de kant?
Kun je gewoon niet goed meedoen, kom hier, ik geef je mijn hand.
Je mag er zijn, ook jij hoort erbij. Hoe je ook bent, je hoort erbij.
Ben je wat wiebelig en zit je nooit stil?
Altijd vol grapjes, is dat wat je wil?
Je mag er zijn, ook jij hoort erbij. Hoe je ook bent, je hoort erbij.
Het klinkt natuurlijk kinderlijk, maar de boodschap moge duidelijk zijn:
God houdt van ons, en daarom mogen ook wij elkaar liefhebben; niet als watjes of klef. Nee, echt elkaar zien staan en elkaar waarderen om wie hij of zij is. Ook al is zijn voordeur niet netjes geschilderd; ook al is de straat zijn slaapplaats; ook al is iemand wat traag van begrip in onze ogen; ook al zeurt iemand of vertelt mij voor de 10e keer hetzelfde verhaal. Ik mag me in Zijn Liefde (met een hoofdletter) koesteren, mag hier inspiratie opdoen, en daarna moet ik aan de slag: zorgen dat iedereen erbij mag horen, dat iedereen tot zijn recht komt, dat we doen wat we zeggen. Amen.