Zesde zondag van Pasen (1997)

B-cyclus · Paastijd · 6e zondag van Pasen · wit

Wij horen bij de Rooms-Katholieke kerk, maar ik denk dat de meesten van ons niet weten wat dat eigenlijk betekent: rooms-katholiek. Het griekse woord katholikos betekent: algemeen. En hier betreft het de algemene, wereldomvattende, kerk van Christus en wel de roomse/romeinse tak ervan.
In de eerste eeuwen van het christendom kende men vijf grote takken van de algemene kerk. Die van Constantinopel was er een van, nu spreken we daar van de Grieks-orthodoxe kerk. De tak van Rome was een ander, en deze tak heeft zich het meest uitgebreid over West-Europa en over heel de wereld. Daarom spreken we nog steeds van de Rooms-Katholieke Kerk.
Nu heeft deze tak van de algemene kerk altijd de neiging gehad om haar inzichten, haar regels en wetten op te leggen aan alle katholieken. En ook nu moet je zeggen dat de officiële kerk weinig ruimte geeft aan andersdenkenden.
Nu is dat niets nieuws. Datzelfde probleem heeft zich ook afgespeeld in de begintijd van de kerk. De allereerste christenen waren allemaal joden en ze meenden dat iedereen die zich bij hen aansloot jood moest zijn of jood moest worden en zich dus aan alle joodse regels en wetten moest onderwerpen. In hun beleving was er geen ruimte voor andersdenkenden.
De eerste lezing van vandaag vertelde hoe Petrus een heiden doopt, zonder te eisen dat hij eerst jood werd. Petrus onderkende de werking van de geest en gaf ruimte aan die heiden. Paulus is later de grote apostel onder de heidenen geworden. Maar er bestond grote weerstand tegen onder de leiders in Jerusalem. Het werd zelfs een hele ruzie. Er was een sterke stroming die toch vond dat de heidenen jood moesten worden.
Bij het eerste concilie werd uitgemaakt dat de kerk van Christus katholiek, algemeen moest zijn en dus open voor iedereen ongeacht zijn afkomst en cultuur.
De kerk van Christus is wereldwijd, staat open voor alle mensen, niemand uitgezonderd. Die stelling heeft natuurlijk nogal wat konsekwenties: als alle mensen welkom zijn in de algemene kerk, dan moeten ze ook welkom zijn met hun eigen gewoonten en tradities, met hun cultuur en volksaard.
Mensen moeten op hun eigen manier hun geloof kunnen beleven en vieren. En heel de geschiedenis door heeft hier een knelpunt gelegen. Kerkleiders hebben er altijd moeite mee gehad om echt katholiek, algemeen te zijn, om ruimte te maken voor andersdenkenden. Altijd was er de neiging om wetten en regels en zienswijzen aan iedereen op te leggen, zonder ruimte voor eigenheid, voor een eigen invulling. En laten we wel bedenken: zij deden dat om het welzijn en het recht in de leer zijn van de kerk te behartigen en te bewaren.
In het evangelie van vandaag ging het over de liefde, niet zomaar wat liefde maar die liefde, die ons bindt aan de persoon van Jezus en aan elkaar. Die liefde is de ziel van de algemene kerk van Christus, als die liefde wegvalt dan is de kerk dood. Liefde, in welke vorm van gemeenschap en verbondenheid ook, kun je op vele manieren invullen maar altijd heeft het te doen met ruimte maken voor een ander, of anderen, om een houding van welwillendheid naar anderen toe, vaak ook in de vorm van verdraagzaamheid.
En in elke gemeenschap kun je een spanningsveld zien tussen een structuur, organisatie, met regels en wetten die onontbeerlijk zijn en die houding van liefdevolle verbondenheid en openheid. Dat geldt voor een burgelijke gemeenschap, dat geldt nog veel meer voor de kerkgemeenschap. In naam van de wet kunnen mensen soms heel liefdeloos zijn, en dan klopt er iets niet.
Nu is het heel gemakkelijk om een vingertje omhoog te steken naar de kerkleiders en tegen hun te zeggen: jullie zijn niet katholiek genoeg, niet algemeen genoeg, jullie geven te weinig ruimte voor verbondenheid in liefde. We moeten ook onszelf durven bevragen: ben ik katholiek genoeg: sta ik open voor mensen met andere iedeeën, binnen of buiten de kerk? Ben ik verdraagzaam genoeg om niet mijn regels en normen zonder meer aan anderen op te leggen? Ben ik ruimdenkend genoeg om anderen te accepteren in hun anders zijn?
Is mijn christen zijn, mijn katholiek zijn een overtuiging, iets waar ik regelmatig over nadenk, iets dat meer is dan regels en wetten die ik vroeger misschien heb meegekregen, iets dat gedragen wordt door de liefde voor Jezus en voor de medemens? M.a.w. ben ik echt een katholiek?

Zoeken in Preken Online