6e zondag van Pasen – jaar B

B-cyclus · Paastijd · 6e zondag van Pasen · wit

Homilie op Moederdag (13 mei 2012): een lach en een traan!

Vandaag is het moederdag. En op deze feestelijke dag zou ik mijn homilie toch willen beginnen met een lugubere middeleeuwse legende. Een onhandelbare jongen was zo opgejaagd, was zichzelf niet meer, rende in allerijl naar zijn moeder, overmeesterde haar, haalde het hart uit haar borst en liep er ijlings mee weg. In al zijn haast struikelde hij en viel op de grond. Naast de gewonde kop van de jongen lag het hart van de moeder. En midden al de pijn hoorde de jongen zijn moeders hart nog stilletjes vragen: “Jongen, heb je je geen pijn gedaan?”

Waarschijnlijk is dat ook zo bij jou, als je T.V. kijkt en onschuldige kinderen ziet die sneuvelen in het oorlogsgeweld, als je diep ontroerd op de beeldbuis ellendige kinderen ziet die ziek zijn of gewond, huilen van eenzaamheid, van pijn, van honger, dorst of angst…, dan denk je spontaan aan de moeder van dat kind, aan het verdriet dat bij elke moeder die haar kind ziet lijden, nog veel groter is dan het verdriet dat haar overkomt. Als je het kind ziet, ga je aan de moeder denken.

“De traan van een moeder, waar dient die voor?” vroeg een engel aan God..

Dat zouden de moeders in de kerk beter kunnen vertellen dan ik het zeggen kan.

Er zijn moeders met in hun ogen veel tranen van verdriet, o.a. bij het overlijden van een kind. Want, als ouders sterven, blijven de kinderen meestal achter met heel veel deugddoende herinneringen. Maar als een kind sterft, blijven de ouders achter met levenslang verdriet: ze staan ermee op, ze gaan ermee slapen en ’s nachts liggen ze er wakker van. We hebben het een paar maanden geleden gezien in de afscheidsplechtigheden van de 22 kinderen uit een school in Lommel en Heverlee die op 13 maart gestorven zijn in het busongeval in het Zwitserse Sierre: onuitsprekelijke droefheid in de ogen van de moeders en, naast de ontroostbare moeders, de vaders die nauwelijks hun pijn konden verbergen. Een jongetje van 12 jaar vroeg me eens: “Wat is voor u de triestige uitvaartdienst waarin u moet voorgaan?” Ik heb geantwoord: “Die van een kind of van een jong meisje of een opgroeiende jongen.”

Verdriet in de ogen van die moeder uit een groot welvarend gezin dat ik goed heb gekend. De tweede van haar zeven kinderen raakte op het slechte pad: verslaafd aan drugs en alcohol, flirtend van de ene relatie naar de andere, niet in staat en niet bereid tot werken, onderhouden door het O.C.M.W. Die moeder zei me: “Ik moet hem nooit meer zien. Hij heeft de sfeer in ons gezin compleet verpest en mijn hart kapot gemaakt.” Enkele maanden later vond men hem letterlijk in de goot en werd hij naar het ziekenhuis overgebracht. Wie ging er hem het eerst bezoeken? Zijn moeder! Wie zorgde voor vers slaap- en toiletgerief, dat hij niet had? Zijn moeder! Hij had geen ziekte- of ongevallenverzekering. Wie betaalde de factuur van het ziekenhuis? De moeder! Want, zoals die moeder in die akelige middeleeuwse legende, was ze de eerste die vol medelijden vroeg: “Jongen, heb je je geen pijn gedaan?”

Er is de traan van verdriet in de ogen van de moeder als ze ziet dat het huwelijk van haar zoon of dochter op de klippen loopt: met een dikke traan van bezorgdheid vraagt ze zich af hoe het nu verder moet en wat er met haar kleinkinderen zal gebeuren en of ze hen nog af en toe zal zien.

Er is de trieste traan van eenzaamheid in de ogen van de oude moeder in het rusthuis, van wie de kinderen zo weinig op bezoek komen: zelfs op Moederdag kreeg ze geen bloem, zelfs geen kaartje of telefoontje.

Moeders met tranen van verdriet in de ogen, we mogen ze op Moederdag niet vergeten.

Maar gelukkig zijn er ook de vele moeders, in wier ogen een traan van vreugde pinkelt. We zagen het onlangs in de ogen van de moeders van de vormelingen: tranen van geluk omdat ze zagen dat hun twaalfjarige jongen of meisje er zo flink uitzag. Bij de eerste-communievieringen merk je die moedervreugde niet alleen in de mooie kleren van de moeders, maar ook in hun ontroerde blik bij het zien van die ongerepte ontvankelijkheid van hun kind. Je ziet de vreugde tintelen in de ogen van de mama en de oma bij het huwelijk van hun zoon of dochter, kleinzoon of kleindochter, of bij de geboorte van een kleinkind of achterkleinkind. Ontroering en blijdschap bij de oudere moeder als ze van haar kinderen en kleinkinderen met nieuwjaar, op een hoogdag of op Moederdag, een ruiker bloemen en een dikke zoen van dankbaarheid krijgt. Ongekunstelde moedervreugde!

Zoveel moeders, groot in hun kleine dienstbaarheid, sterke vrouwen uit het zwakke geslacht, moeders met een traan van droefheid of een lach van vreugde in hun ogen, die de spil zijn en de pijlers van onze maatschappij, we mogen ze vandaag op Moederdag in de bloemetjes zetten.

Gemeend zeg ik vandaag aan elke moeder: van harte bedankt om wie en wat je bent!

Gab. Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online