Vijfde Paaszondag-B 28 april 2024
Evangelie: Johannes 15, 1-8
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan deze preek de titel: ‘De genade, de goddelijke gave van Pasen die de Kerk het volk aanreikt’. Voor het samenstellen van deze Bouwstenen kiezen we uit zijn preek een citaat dat gelinkt is aan de evangelietekst van vandaag.
“De genade, wat is dat? Voor wat de theologische inhoud betreft is de genade de samenvatting van een geheel van schatten en waarden, een rijkdom die Christus in zijn Evangelie heeft uitgegoten en met gulle hand aan ons heeft uitgedeeld. (…) In het evangelie van vandaag (Joh 15, 1-8) komt het woord ‘genade’ niet letterlijk voor, en toch kunnen we deze evangelietekst beschouwen als een prachtige omschrijving en definitie van wat genade is. (…) Wat is genade dan? In de evangelietekst van vandaag vind ik in de eerste plaats als inhoud van de genade deze belangrijke waardevolle gave aangegeven: de vergeving van zonden. Het grote wonder van de genade leidt allereerst tot de bekering en de ommekeer van de mens die tot nog toe zijn plezier en zijn smaak vond in de dingen van de aarde, in de genoegens van de ondeugden van het vlees, in de afgoderij van het geld; of hij vertrouwde alleen maar op de kracht van politieke beïnvloeding of op de macht van kapitaal en bezit. Maar er komt een moment waarop de waarheid van God hem de ijdelheid van al deze dingen openbaart, en hij de schoonheid ontdekt van het leven waarin hij door de genade en door de liefde met Christus verenigd is. (…) Wanneer we misdaden en onrecht aan de kaak blijven stellen, zijn we niet uit op wraak of haat, maar willen we de bekering van de zondaar bewerkstelligen. (…) Gezegend is de mens die het Woord aanhoort met de oprechte wil tot bekering! En dit is dan het effect van de genade: wanneer de mens voelt dat er een enorm gewicht van hem is afgenomen, het gewicht dat hem zo benauwde, het gewicht van de zonde*. (…) Laten we niet liefhebben in woorden alleen of enkel maar met de mond, maar laten we het doen in daden en in waarheid. (…)* De genade van Pasen is verder ook iets positiefs; het neemt niet alleen de zonde weg, maar het geeft de mens iets nieuws dat hij of zij eerder nog niet had – een geschenk dat met name uit twee dingen bestaat: de liefde en de waarheid.”
‘Genade’ is een woord dat in onze samenleving nauwelijks of niet meer te horen is. In de theologie en de gebedstaal van de officiële kerkelijke instanties en in hun geschriften komt het nog wel voor, maar voor de meeste gelovigen zegt dat woord zo goed als niets meer. Ook in meer actuele gelovige taal is het zelden nog aanwezig.
De Nederlandse leken-dominicaan en theoloog Erik Borgman schrijft, verwijzend naar K. Rahner: ‘Het dagelijks leven van de gelovige is de geschiedenis van Gods genade voor haar of hem. ‘Goed leven’ betekent in deze visie: gericht staan op God zoals Hij zich in Zijn genadige presentie in het dagelijks leven openbaart. (…) Gelovigen moeten in hun leven gedurig ontdekken wat het betekent in antwoord op Gods genadige aanwezigheid te leven en hoe zij, door deze houding in te oefenen, steeds meer bedreven kunnen raken in het antwoorden op de goddelijke aanwezigheid. Het alledaagse gelovige leven is een leven dat bereid is zichzelf steeds weer los te laten, omdat alleen wie zonder reserve ingaat op wat zich aandient waar zij of hij is, de zin kan ontvangen die in dat leven daar gegeven blijkt te worden. (…) In de kleine, schijnbaar triviale handelingen die het gewone leven uitmaken, wordt God verwacht en welkom geheten – of niet.’
Wanneer ik zelf in mijn leven achterom kijk, dan is het niet moeilijk om daar een aantal ware ‘genademomenten’ te herkennen: een gebeurtenis waarin een belangrijke wending ten goede plaatsvond; momenten, situaties, ervaringen… waarin ik die genadige presentie van de God van Jezus heel sterk mocht ervaren. Meestal was het pas achteraf dat ik dit duidelijker mocht zien en verstaan. Het gebeurde haast altijd in de nabije en vertrouwvolle ontmoeting met medemensen (vooral ‘arme’ mensen dan), bij het lezen van grote verhalen uit de Bijbel, en speciaal bij die teksten die mij opriepen tot de permanente ‘terugkeer naar Jezus’. Het gebeurde midden de concrete gebeurtenissen in mijn eigen leven (en dat van mijn familie), en ook midden de concrete geschiedenis van volkeren en van de Kerk in Centraal-Amerika. Het waren goede en dikwijls onverwachte geschenken die ik mocht ontvangen. Het ‘gebeurde’ dan ‘zomaar’, en het werd zo indringend dat ik niet anders kon dan me er heel dankbaar aan riskeren. ‘Genade’ is dan in de christelijke geloofstaal die presentie van God te midden van de mensen, uitgedrukt als gave, en tegelijk ook als oproep en met de verwachting dat daar een antwoord op zal komen. Je kan er niet aan weerstaan. Zo mogen we dan in de genade staan en genade (‘goed leven’) zijn voor elkaar.
In het citaat uit zijn preek waar we ons vandaag in deze Bouwstenen op richten, spreekt Mgr. Romero over drie soorten manifestaties van de genade van het Paasgebeuren: de vergeving, de liefde en de waarheid. In deze korte reflectie beperken we ons tot ‘de vergeving’.
Wanneer “… een mens die tot nog toe zijn plezier en zijn smaak vond in de dingen van de aarde, in de genoegens van de ondeugden van het vlees, in de afgoderij van het geld; of hij vertrouwde alleen maar op de kracht van politieke beïnvloeding of op de macht van kapitaal en bezit…”, dan is het mogelijk dat hij/zij ineens terechtkomt in een genademoment “… waarop de waarheid van God hem de ijdelheid van al deze dingen openbaart en hij de schoonheid ontdekt van het leven waarin hij door de genade en door de liefde met Christus verenigd is…” Wanneer dan iemand via getuigenissen in woord en daad dat verlossende aanbod van Godswege aanhoort of mag ervaren, dan kan het zijn dat hij/zij “… gezegend wordt met de oprechte wil tot bekering.” De genade-ervaring is dan iets dat aan ons gebeurt, iets dat ons gegeven wordt, de ervaring van ‘vergeving’ ontvangen te hebben gratis, om niets…
Ik meen dat het de e , en Edward Schillebeeckx was die ooit schreef dat de basiservaring van de leerlingen na de dood van Jezus precies deze was: ze ervaarden dat Jezus hen vergiffenis geschonken had. Inderdaad, ze hadden Hem ontkend en in de steek gelaten, ze waren gevlucht op het meest kritische moment van Zijn leven, en ze waren al teruggekeerd naar hun vroegere leven, ondanks het feit dat ze vanuit Zijn heilbrengende woorden en daden zoveel van Hem geleerd hadden. Welnu, alleen een Levende schenkt vergiffenis. Het is de droevige menselijke ervaring dat een overledene soms wel schuldgevoelens kan opwekken. Maar Hij deed dat niet - Hij rekende hen het verraad niet aan. Waarschijnlijk verstond Hij hun zwak geloof wel. En zij mochten dank zij de ontmoeting met Hem en de woorden die Hij tot hen sprak totale vergeving ervaren. Daarna riep Hij hen op om de draad van hun leven weer op te nemen. Wat een vreugde moet dat voor hen geweest zijn. Toch waren er in dat gebeuren ook duidelijke richtlijnen aangegeven om Hem in dat leven van alledag te blijven herkennen: (1) in het aanraken van de wonden van de medemensen, bij armen, bij gekwetste en kwetsbare mensen; (2) in het herlezen van en het zich laten raken door de Schrift, dat grote verhaal van God met de mensen, speciaal dan het verhaal dat vertelt over het leven van Jezus; (3) in het blijven op weg gaan, Zijn Weg gaan, te midden van de beproevingen, ook als (en zèker als) het moeilijk wordt. Deze drie aspecten van de herkenning van de Verrezene (zie ook Lc 24, 36-49) blijven ook vandaag heel actueel. Wie zich daar aan riskeert mag blijvend in de genadestroom leven, ook met zijn sterkere en zwakkere momenten.
We vergeten niet het getuigenis van Monseigneur Romero in maart 1980, kort voor hij vermoord werd, toen hij zei: “Het martelaarschap is een genade van God die ik volgens mij niet verdien. Maar als God het offer van mijn leven aanvaardt, moge mijn bloed dan het zaad van de vrijheid zijn en het teken dat onze hoop spoedig werkelijkheid zal worden”. Voor hem was het martelaarschap als totale identificatie met het leven van Jezus een genade die ook de ervaring van definitieve vergeving betekende. In zijn martelaarschap ontving hij de genade van vergeving, en zo stond hij met Christus op om voor altijd te leven. Hij was een echte heilige.
Wanneer we het zo kunnen begrijpen en beleven, dan wordt de Paaservaring een heel sterke genade-ervaring die ons bijzonder dankbaar maakt. De Verrezene komt op ons toe in dankbaarheid. Bij D A N K! verwijst de letter D naar de opdracht om DIENSTBAAR te zijn, heel en al dienstbaar (vooral aan ‘kleine’ mensen). En de Verrezene gaat ons vóór in gebed. De letter A verwijst daarom ook naar AANBIDDING, naar ons bidden, ons stilstaan en luisteren naar Zijn Woord, er op vertrouwend dat ons leven in Zijn Handen ligt. De Verrezene vraagt ons verder om NEDERIG te zijn. We moeten niet uitpakken met wat we toch allemaal doen. We doen immers alleen maar wat Hij van ons vraagt, en niet zelden schieten we daarin ook tekort. We hoeven het ook niet uit te bazuinen op sociale media opdat anderen ons een ‘like’ zouden geven en nog eens met wierook naar ons zouden zwaaien. En tenslotte roept de Verrezen ons op om KANSEN te zoeken en mogelijkheden te zien om de vorige punten waar te maken. Wie blijft zitten waar hij of zij zit; wie alleen op zijn of haar mogelijkheden en beperktheden rekent, of alleen naar zichzelf kijkt, laat die kansen onherroepelijk voorbijgaan. Meestal ‘gebeuren’ ze aan ons en worden we er toe ‘geroepen’, zoals dat heet. We mogen / we moeten op weg gaan, Zijn Weg gaan. Want Hij is de WEG.
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
Waar denken we spontaan aan bij het woord ‘genade’? Hebben we in ons leven reeds ‘genade-ervaringen’ meegemaakt? Zo ja, wat heeft dat dan teweeggebracht in ons? Of misschien zegt het woord ‘genade’ ons helemaal niets (meer). Hoe zou dat komen?
Hebben we het al eens meegemaakt dat anderen ons ten volle vergeven hebben, onze schuld niet langer aanwijzen en ons omarmen om verder te gaan? Wat heeft dat in ons leven teweeggebracht?
Naar het einde toe van de Paastijd 2024: welke nieuwe stappen durven we zetten (of op welke wegen durven we verder gaan) om (1) de wonden van medemensen aan te raken, (2) opnieuw of nog meer ‘terug te keren naar Jezus, in de Schrift’, (3) het niet op te geven en telkens te herbeginnen?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 6. Vijfde Paaszondag-B – 28 april 2024.
Dit is de Kerk zoals ik ze droom.
“Het is geen Kerk die, om trouw te blijven aan de Heer en onder de impuls van de Geest, afstand gaat doen van de realiteit van de aarde. Dat zou een soort van ‘des-incarnatie’ zijn, een uittreding uit het tijdelijke en uit de wereld. Zo een Kerk zou opium voor het volk zijn. Ze zou de religiositeit vervreemden van het dagelijkse bestaan en van de werkelijkheid hier en nu waarin wij leven. En helaas zijn er velen die bij het geloven en het Kerk-zijn nog steeds aan zulke vroomheid denken, zonder daar het minste engagement aan te verbinden. Maar laten we er over waken dat wij zouden blijven weten hoe we dit volk in evenwicht kunnen brengen. Bovenal moet dit volk van ons, zo gekweld, in een zo problematische situatie, met zoveel behoeften voor het tegemoetkomen aan rechtvaardige eisen, en moeten binnen dat volk allereerst de christenen in de gisting van het Evangelie de kracht vinden die het leven hervormt. Maar de christen die zich in de politiek begeeft, zal slechts naar dit niveau getransformeerd worden, in de mate hij trouw is aan de Heer en onder de impuls blijft van de Heilige Geest. Vanuit zijn eigen specifieke roeping moet ieder mens een boodschapper zijn van de Geest en van de Heer, om de samenleving waarin hij leeft te transformeren.”
Monseigneur Romero had een droom over de Kerk, en wat zij zou moeten zijn om goed en adequaat te reageren op het getuigenis van Jezus en om te beantwoorden aan de eisen van het Koninkrijk van God: een Kerk zijn waarvan de leden “… boodschappers zijn van de Geest en van de Heer, om de samenleving waarin zij leven te transformeren.” Vandaar de preken van de Aartsbisschop, waarin hij week na week als in een vorm van zondagscatechese de vrouwen en mannen die deze preken beluisterden steeds meer en sterker wilde vormen. Vandaar ook dat hij door zijn eigen voorbeeld de mensen begeleidde in hun beproevingen, in hun pijn, hun verdriet en hun hoop, als een trouwe herder.
In de Kerken ervaart men voortdurend de grote verleiding om zich op te sluiten in het religieuze, in het liturgische, in het vrome, in het traditioneel religieus-culturele, of in de dagelijkse cultus (zelfs met luidsprekers op straat en in de woonwijken), denkend dat men, door het christendom zo te beleven, op de juiste en de enige weg staat van de navolging van Jezus. Aartsbisschop Romero aarzelt niet om te zeggen: “… Zo een Kerk zou opium voor het volk zijn**.” Het betekent een totale ‘des-incarnatie’, terwijl we in het grote goddelijke mysterie juist zien dat het de incarnatie in de historische en menselijke werkelijkheid is en wil zijn.** Wanneer religies tot (grote) economische bedrijven evolueren, wanneer religieuze boodschappen fundamentalistisch, racistisch, homofoob en exclusief worden, wanneer Kerken zich binnen in hun religieuze ruimtes volledig gaan identificeren met de aanwezigheid van het Koninkrijk van God, dan bevinden we ons in een erge vorm van religieus verval, en in een compleet verraad aan het Evangelie van Jezus. Het is niet verrassend dat veel mensen, eenmaal zij zich bewust worden van wat er écht gebeurt, de Kerken verlaten wanneer die zo zijn afgedwaald van hun eigenlijke bedoeling, van hun opdracht en hun missie.
Mgr. Romero doet hierbij een krachtige oproep aan christenen om hun politieke missie voor de transformatie van de samenleving op zich te nemen, om onrechtvaardige systemen uit te roeien, en om nieuwe structuren op te bouwen die het leven van de meerderheid van de mensen in stand houden, versterken en doen groeien - ook in kwaliteit. Maar tegelijkertijd waarschuwt de Aartsbisschop ons om niet in de valkuilen van de afgoderij van ideologie of organisatie te trappen, en eist hij dat “… we trouw zijn aan de Heer en onder de impuls blijven van de Heilige Geest**.”** Misschien is het één van de fouten van de Kerken, ook in onze tijd, dat er vanuit het spreken en handelen van politici op geen enkele manier kan worden opgemerkt wie van hen christenen zijn en wie niet. Wat ze zeggen en doen is op geen enkele manier transparant voor het leven van Jezus, noch leven ze onder de Impuls van de Geest. Persoonlijke interesses en partijdige en ideologische loyaliteiten zijn voor hen veel sterker motiverend en veel meer overweldigend dan dat ze een evangelisch levensgetuigenis zouden geven dat vertaald wordt in politieke daden en woorden. In Latijns-Amerika dient het steevast beëindigen van politieke toespraken met verwijzingen naar Gods zegen alleen maar om snel nog even een religieuze saus te gieten over bepaalde (meestal duistere) particuliere (economische en politieke) belangen, die in feite de enige inhoud vormen van alles wat er is gezegd.
De Kerk waar Monseigneur Romero van droomde is een Kerk waarin een permanente wisselwerking gebeurt tussen de religieuze dimensie en de politieke, economische en sociale dimensies; een Kerk die waarlijk de gist is van een ander leven (in solidariteit, broederlijk, rechtvaardig, barmhartig); een Kerk die op weg gaat met Jezus van Nazareth; een Kerk die - in samenspraak met de armen - de tekenen van het Koninkrijk van God weet te onderscheiden; een Kerk die zich permanent laat transformeren door de Heilige Geest om zelf de historische werkelijkheid te kunnen transformeren.
Monseigneur Romero leed ook, omdat hij zich er van bewust was dat “… er helaas velen zijn die bij het geloven en het Kerk-zijn nog steeds aan zulke vroomheid denken, zonder daar het minste engagement aan te verbinden.” Meebouwen aan de Kerk zoals hij ze droomt houdt grote uitdagingen in voor al het pastorale werk, voor de processen in de catechese en de zondagsscholen, voor de prediking, voor de evangelisatie, voor kritische reflecties in elke christelijke gemeenschap. De evangelische dimensie van het leven verweeft de religieuze dimensie met de sociaal-politieke dimensie samen tot één geheel. God spreekt tot ons vanuit de realiteit (bij uitstek die van de armen en van alle uitgesloten mensen). God spreekt tot ons in de bijeenkomst, in de reflectie en in de gemeenschapsuitwisseling. God spreekt tot ons in de viering van het geloof. En dat alles roept ons altijd weer op om te leven en te handelen zoals Jezus deed.
Laten we ons herinneren hoe de profeet Micha droomde van de échte religiositeit (Mi 6,8): ‘Jullie is al verteld, mannen en vrouwen, wat goed is en wat de Heer van jullie verlangt: alleen dat jullie gerechtigheid beoefenen, dat jullie teder liefhebben en nederig op weg gaan met jullie God.’ We hoeven niet bang te zijn. Laten we in alles altijd vertrouwen op de bevrijdende aanwezigheid van de God van Jezus in ons midden.
Tere en Ludo Van de Velde
Dit is een reflectie die oorspronkelijk geschreven werd voor de Vijfde Zondag van Pasen-B op 2 mei 2021, en nu herzien werd voor de Vijfde Zondag van Pasen-B van dit jaar, op 28 april 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Vijfde Paaszondag-B, 13 mei 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 446.