Help God herderen B (2012)

B-cyclus · Paastijd · 4e zondag van Pasen · wit

De zondag van de goede herder zoals die ieder jaar weer terugkomt

moet hoog nodig van zijn zoetigheid worden ontdaan.

De herder uit het evangelie is geen goeierd op de hei

maar een man die in de wildernis opkomt voor de zijnen;

iemand die met leeuwen en beren vecht.

Als er in de Bijbel over een herder gesproken wordt

gaat het altijd om iemand die opkomt voor de weerloze,

iemand die verenigt en beschermt

en die de strijd met de wolven aandurft..

in geestelijke zin: iemand die de strijd aandurft

en de macht van het kwaad ontmaskert.

Een van de oudste bijbelverhalen leert ons

hoe wij mensen allemaal geschapen zijn

om elkaars herders te zijn.

Het is het beroemde verhaal van Kaïn en Abel.

Abel is de zwakste en Kaïn is de sterke.

Maar in plaats van dat Kaïn zijn kracht gebruikt

om zijn broeder te beschermen en te bewaren

gebruikt hij zijn kracht om zijn broeder te doden.

Jaloezie en gekwetste eerzucht zijn Kains motieven

voor de eerste moord op aarde,

je zou dat eigenlijk de echte erfzonde kunnen noemen.

Dat laat God niet zo maar passeren.

HIJ is zelf immers de goede Herder die opkomt voor de zijnen

en is de mens niet naar zijn beeld geschapen en om op Hem te lijken?

En God roept Kaïn ter verantwoording:

hoe is het met je zwakke broeder?

Wat heb je voor hem betekend?

En dat stelt Kaïn de vreselijk domme vraag:

‘ben ik soms de herder van mijn broer?’

En God weer:

‘In plaats van voor hem te zorgen

heb je hem gedood en de aarde

die jij hebt gedrenkt met zijn bloed roept naar mij.

Kaïn waar is je broeder. '

Kaïn vroeg:

'ben ik dan soms de herder van mijn broer?'

Het antwoord is JA NATUURLIJK,

geschapen naar mijn beeld als jij bent

ben je geroepen de hoeder van de broeder te zijn.

Dat geldt voor ons allen.

Wij zijn allen geroepen

herders van onze broeders en zusters te zijn,

wij zijn geschapen om elkaar te sterken en te bewaren:

dat geldt voor alle eeuwen, dat geldt voor iedereen.

In de oud christelijke catacomben

werd Jesus als DE goede herder afgebeeld:

een stoere man met een schaap op de schouders

iemand die het zwakke zou verdedigen;

later worden de schilderijen zoetelijker

en beelden ze minder goed uit

wat Johannes de evangelist ons

over Jesus wil melden.

Het evangelie van de Goede Herder Jesus

heeft voor het eerst geklonken in de winter in Jeruzalem

rond het wijdingsfeest van de tempel….

vergelijkbaar met het jaarfeest van de wijding van onze kerk

deze maand heel bescheiden vierden:

dit keer de 114e verjaardag.

In het Jeruzalem van Jesus’ dagen

-toen Jeruzalem zuchtte onder de Romeinse bezetting,

(vergelijkbaar met de Duitse bezetting van ons land)

was de viering van dat feest een gelegenheid tot protest.

Tallozen dromden samen en velen hadden

hooggespannen verwachtingen van een naderende revolutie.

Jesus werd geacht

leiding te kunnen geven aan een verzetsbeweging:

'Hoe lang nog houdt u ons in spanning'

hadden ze hem gevraagd.

En dan gaat Jesus spreken.

Over schapen die wel of niet luisteren naar zijn stem.

Hij spreekt over een nieuw volk dat zich verzamelt rondom Hem.

‘Niemand kan ze van mij wegroven.’

Hij heeft het over een hecht verband dat wordt gesmeed rond Hem.

Want Hij is niet zomaar een verzetsheld

maar de door God gezonden aanvoerder van een heel nieuw mensenvolk

dat heel de mensheid omvatten zal:

mensen van Azië en Europa

Afrika en Amerika,

de herder van alle soorten mensen:

joden en heidenen, mensen van goede wil.

Het is wellicht een naïeve en kinderlijke vraag,

maar als Jesus de Christus, hier op aarde zou terugkomen,

zou hij dan alleen maar even naar de Paus van Rome gaan ?

Een ding is zeker:

Hij zou beginnen bij de rabbijnen in Jeruzalem.

En daarna de Paus.

Maar Hij zou zeker ook even

naar de secretaris van de Wereldraad van kerken in Genève gaan

en even langs gaan bij de patriarch van Constantinopel.

Hij is toch herder van allen,

zou Hij een Ashram in India over kunnen slaan

of een moskee waar in alle eerbied en ootmoed

de Vader aanbeden wordt.

Hij wil herder zijn van allen

en dat heeft voor ons de konsekwenties

dat het koesteren van ieder eigen gelijk moet worden uitgebannen

en ieder groepsgelijk moet worden toevertrouwd

aan de hoede van Zijn herdersstaf.

Terug naar Johannes:

Het evangelie van de goede Herder

gaat over een nieuw mensenvolk dat zich vormen zal,

een grote familie van alle stammen en naties en talen

zoals Johannes dat al voor zich zag in zijn apokalyps.

Hij zag een nieuwe mensheid die zich verzamelt

rond de solidaire herder,

zo solidair met de weerlozen

dat deze goede herder zelf

plotseling vergeleken wordt met een lam.

Luisteren naar deze verhalen over de herder en het lam

betekent uitzien naar dat nieuwe

dat al bijna 2000 geleden is aangekondigd

en dan zelf je leven veranderen.

Als wij het evangelie over de goede herder horen

worden we daardoor opgewekt ons eigen leven open te stellen

voor zijn geest van bevrijding en vernieuwing.

Het betekent dat voor ons, net als voor Jesus,

solidariteit en weerloze liefde voor

mensen het allerbelangrijkste zijn.

Om dat goed te doen heb je anderen nodig:

thuis waar je elkaars herder bent

maar ook hier in dit gebouw,

in deze schaapskooi.

Vandaag vieren wij hier roepingenzondag.

Daar is dan vooral mee bedoeld

de roeping tot het ambt, het priesterschap, het diaconaat,

de religieuze staat of het pastorale werkerschap in de kerk.

Er is veel discussie over al deze kerkelijke ambten:

vooral over wat een ieder wel of niet mag.

Dat is erg jammer, zonde van de tijd

want allemaal zijn wij nodig,

ieder op zijn of haar eigen plek.

We mogen ons naar mijn idee nooit er toe laten verleiden

mensen met verschillende roepingen

tegen elkaar uit te spelen.

De een is niet beter dan de ander.

De priester is nodig en belangrijk

maar hoeft niet apart op een voetstuk te worden geplaatst,

de diaken is nodig voor de sociale activiteiten

die de kerk moet ontwikkelen,

de pastorale werkers, mannen of vrouwen,

voor opbouwwerk en inspiratie van groepen.

Maar ook alle andere leden van het priesterlijke volk van God zijn nodig;

organisten, koorzangers en zangeressen,

vrijwilligers in het pastoraat..

maar ook gewoon vaders en moeders, milieuactivisten en verpleegkundigen

en allen die hun zieken thuis verplegen

en alle andere ijverige en lieve mensen

die hun leven als een roeping zien.

Wat zou het een verarming zijn

als er geen mensen waren die hun leven

niet meer als een opdracht van God, een roeping

willen en durven beleven.

Voor ieder mens geldt dat hij of zij er mag zijn en nodig is.

En dan vooral om te doen wat Kaïn weigerde:

om de herder van de ander te zijn.

Zoeken in Preken Online