4e Zondag van Pasen 2012 Cyclus B Hand 4, 8-12
Joh 10, 11-18
- Goede herders en betaalde knechten -
Beste vrienden,
Kent ge dit verhaal ? een merel lag op zijn rug en strekte zijn pootjes stijf omhoog naar de hemel. “Wat ben je daar toch aan het doen?” vroeg een andere merel. “Ben je ziek misschien?”
“Laat me met rust” zei de merel bars “Ik stut de hemel met mijn voeten!”
Op datzelfde moment viel er een blad van een boom ritselend op de grond. Verschrikt vloog de merel op – en zie daar, de hemel stortte helemaal niet in.
Dat beeld van de merel kennen we in onze kerk weliswaar nog niet sinds tweeduizend jaar, maar we kennen maar al te goed het beeld van de Herder en zijn kudde.
En nu vraag ik me toch wel af: Wordt met die beide beelden niet hetzelfde bedoeld? Aan de ene kant is daar de merel die zich inbeeldt onmisbaar te zijn en de Hemel te stutten en aan de andere kant onze Kerk met haar beeld van de goede Herder voor haar priesters en diakens en het feit dat deze de “Hemel” hier op aarde vertegenwoordigen.
Eigenlijk toch wel merkwaardig dat men het onze moeder de heilige kerk al die tijd vergeven heeft dat ze haar leken - gelovigen weliswaar niet als schapen betitelt, maar hen toch wel de status van deze dieren toemeet. Want als onze priesters en diakens zich “Herders”, en onze Bisschoppen zich zelfs “opperherders” mogen noemen, dan moeten de gelovige leken toch wel de schapen zijn. Waar komt die zienswijze toch vandaan? Duidelijk vanuit het evangelie van vandaag. Als Jezus zich hier de “goede Herder” noemt, dan, zo zegt de kerk, mogen zijn plaatsvervangers op aarde dat ook!
Herders weten waar de kudde naartoe moet. Zij zijn de leiders en de schapen moeten zich maar laten leiden zonder van de weg af te wijken. Maar is het werkelijk dat wat Jezus heeft bedoeld? Gaan we er gerust van uit dat Jezus, als zoon van God, weliswaar helemaal mens was, maar dat Hij steeds in Gods zin geleefd, gesproken en gehandeld heeft. Dan kunnen we toch ook aan hem zien en beleven hoe God is: Liefdevol, mensvriendelijk, bezorgd om ons heil, juist zoals de eigenaar van de kudde zich om zijn dieren bekommert. Reeds in het oude testament komt deze vergelijking steeds weer voor en wie van ons kent niet Psalm 23 waar staat: Gij, Heer, zijt mijn Herder, Gij voert mij naar grazige weiden, leidt mij naar fris water en geeft me nieuwe kracht. Langs veilige wegen leidt Gij mij en ik hoef niet bang te zijn. Gij beschermt en leidt mij, dat geeft me moed.
Zoals gezegd: Jezus toont ons hoe God is – en juist daarom roept deze vergelijking van de Herder met zijn schapen ook bij mij geen negatieve gevoelens op, maar eerder gevoelens van geborgenheid en van graag gezien worden.
Maar wie de geschiedenis van onze kerk kent, die weet ook dat niet alle herders “goede Herders” zijn geweest. Deze gevaarlijke types, die wolven in schapenvacht, noemt Jezus “betaalde knechten”. Zij maken weliswaar, net zoals Jezus, aanspraak op de titel Herder, maar hun motieven liggen op een heel ander vlak.
Waaraan kunt ge nu herkennen tot welke categorie een herder behoort? Het antwoord daarop vinden we in twee woorden die Jezus heeft uitgesproken: het woord “toebehoren” en het woord “horen”. Taalkundig zijn die woorden nauw verwant; Toebehoren heeft iets met horen te maken. Twee mensen die elkaar gehoor schenken en ook bij elkaar gehoor vinden, die horen uiteindelijk ook bij elkaar.
In onze moderne tijd zijn we echter eerder geneigd om het woord toebehoren te verbinden met bezitten. Bezitten heeft echter met zitten te maken, dus eerder zoals een gierigaard op zijn zak met geld gaat zitten opdat deze niet gestolen zou kunnen worden. Maar daarin ligt nu juist de oorzaak van het mislukken van zoveel relaties: We willen elkaar bezitten, willen bepalen wat de ander te doen en te laten heeft; met één woord: we willen macht over de ander uitoefenen en het voor het zeggen hebben.
Als we dat “toebehoren” echter zien als een naar elkaar luisteren en een begripvol op elkaar ingaan, dan ontstaat er een heel andere relatie. Jezus toont ons dat God vol begrip op ons ingaat; Hij kent ons, Hij begrijpt ons, ja, Hij kent me zelfs beter dan ik mezelf ken. Als ik naar Hem luister en Hem volg dan leer ik mezelf steeds beter kennen. Voelt u het verschil? “Bezitten” zet ons mensen op het niveau van een “zaak”: “toebehoren” daarentegen is de weergave van een vrijwillige, wederzijdse overgave en relatie.
Begrijpen jullie nu dat het idyllische beeld van de Herder en zijn kudde ook een zeer gevaarlijke explosieve kracht in zich heeft? Als namelijk alleen diegene een goede Herder is die naar zijn schapen luistert en naar wie ook zijn schapen luisteren, dan volgt daar voor mij uit dat al diegenen die het anders zien, betaalde knechten, en dus slechte Herders zijn.
Wanneer we ons dat beeld van de herder en zijn schapen voor ogen houden dan kunnen we ook het huidige pastorale handelen van onze Kerk bekijken en beoordelen.
Overal ontbreken Herders! Priesters, diakens en pastorale werkers worden zeer schaars, waardoor steeds meer parochies moeten worden samengevoegd om met het nog aanwezige “grondpersoneel” toe te kunnen komen.
Aan de gelovige leken wordt dan ook meer en meer gevraagd om ook actief aan het parochieleven deel te nemen en de nodige verantwoordelijkheid op zich te nemen. Alleen: We mogen wel allemaal iets zeggen, zowel de vrijwilligers als de Pastores, maar de belangrijke beslissingen worden doorgaans hogerop genomen zonder al te veel inspraak van onderen uit. En daar merk ik toch nog te veel “merel gedrag” – Streven naar macht, beperken van de vrijheid van anderen en eisen van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. Daarbij is het toch zonneklaar dat het in pastoraal niet om zaken gaat maar om een voortdurend inschatten van de noden van anderen,om het luisteren naar elkaar en om saamhorigheid.
In de eerste christene gemeenten zien we dat er, telkens er nieuwe behoeften ontstonden en de beschikbare personen al de taken niet meer aankonden, nieuwe mensen in de pastorale dienst werden gekozen en aangesteld.
Zo ontstond b.v. het ambt van Diaken, en ik ben er vast van overtuigd dat één van de antwoorden op de huidige malaise in onze kerk erin zou kunnen bestaan vrouwelijke Diakens te wijden. Want zonder de bijzonder grote inzet van de vrouwen zou onze parochiewerking op de meeste plaatsen nu al niet meer mogelijk zijn.
Ook de priesterlijke taken zouden nog kunnen worden gewaarborgd als men consequent ook getrouwde mannen zou wijden.
Ik bedoel daarmee dat het doorgeven van het geloof in elk geval een grotere prioriteit zou moeten hebben dan de levensstatus, het al dan niet getrouwd zijn van diegenen de voor het vieren van de Eucharistie en voor het toedienen van de sacramenten verantwoordelijk zijn. De herderlijke dienst en het ambt kunnen daarbij ook geen schade ondervinden zo lang er tussen de zielzorgers, mannen en vrouwen, een “communio” bestaat, een gemeenschap onder elkaar, samen met de verantwoordelijke Bisschop en met de verrezen Heer.
Pas wanneer prestige, nijd en macht het in die samenwerking voor het zeggen hebben, dan zijn we ver verwijderd van wat het Evangelie ons voorhoudt. Herders moeten niet zichzelf weiden en bewieroken, maar wel diegenen die op hun hulp en hun dienst aangewezen zijn.
“aan hun vruchten zult ge ze herkennen”, zegt Jezus. Of anders uitgedrukt: Het zijn niet onze mooie woorden die de mensen ertoe aanzetten om te geloven, maar wel onze daden en onze houding tegenover elkaar en tegenover hen. Dat geldt voor diegenen die deel uitmaken van de kudde maar ook, en vooral voor de herders. Amen