3e zondag van Pasen (2009)

B-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

WELKOM

De vreugde van Pasen duurt voort en brengt ons iedere keer opnieuw samen rond het licht dat in de nacht ontstoken is: het licht van Christus dat onze weg verlicht. Dit licht helpt ons onze traditie te verstaan die ons tot getuigen maakt van de verrijzenis van Christus. Die richting wijst de paastijd ons: de richting van Pinksteren wanneer de voorzichtige en aarzelende leerlingen, bevangen door de Geest getuigenis afleggen van Christus, de lijdende dienaar die door de Vader is opgewekt ten leven, een leven voorbij lijden en dood, maar een leven dat de sporen daarvan nog in zich draagt. Hoe kun je getuige zijn als je er niet bij geweest bent? Hoe kun je getuige zijn als je niet zoals Thomas de wonden in de handen en voeten van de verrezen Heer gezien hebt? Hoe kun je getuige zijn als je hem niet een stuk vis hebt zien eten zoals de leerlingen van vandaag?
De eucharistie wil ontmoeting zijn met Hem, die aanwezig wil zijn in zijn Woord en in Brood en Wijn.

HOMILIE

De boodschap van de verrezen Heer dringt steeds dieper door bij steeds meer leerlingen. Het evangelie van Lucas voert ons mee en doet ons groeien in ons vertrouwen in het getuigenis van de leerlingen. Het eerste bericht dat de gestorven Jezus van Nazareth weer leeft, wordt door engelen aan een aantal vrouwen verteld. De leerlingen geloven er niets van, alleen Petrus gaat op onderzoek uit naar het graf dat inderdaad leeg blijkt te zijn. Lucas schrijft dat Petrus een ontmoeting heeft gehad die verder niet wordt verteld. Vervolgens zijn er twee leerlingen die Hem bij het breken van het brood herkennen in Emmaüs. Zij gaan weer terug naar Jeruzalem om zich weer bij de anderen te voegen en zij spreken over en weer van hun ervaringen met de verrezen Heer. Vandaag horen we het getuigenis van de elf leerlingen die Hem aarzelend en voorzichtig herkennen. Ook nu wordt er gegeten. Het getuigenis van de verrijzenis is geen hallucinatie, het is geen droom, geen symbolische uitleg van een dramatisch gebeuren. De kring van getuigen wordt steeds groter.

Geloven betekent niet dat de mens zich afwendt van de realiteit en zich terugtrekt in een wereld van dromen en symboliek. Geloven is groeien en verdiepen en doordringen tot de kern van het bestaan zelf. Wie zien dit in de eerste hoofdstukken van Lucas vanaf Paasmorgen: als in een sneltreinvaart gaat dit groeiproces de wereld veranderen en dat zet zich door in het tweede boek van Lucas, de Handelingen, waar de boodschap uiteindelijk in die andere stad terecht komt, Rome, als uitvalsbasis voor de verkondiging aan heel de wereld.

Maar nu nog staan we in Lucas aan een voorzichtig en aarzelend begin. Wat moeten we ervan denken: een verschijning, een geest, een spook misschien? Tot drie keer toe staat geschreven dat de leerlingen het niet kunnen geloven. Ze mogen Hem aanraken, ze zien Hem eten, en toch kunnen ze het niet vatten. Doorslaggevend is echter het begrijpen van de Schriften. Wat er met Jezus is gebeurd is niet een losstaand wonder, maar past in de boodschap die God steeds weer opnieuw gegeven heeft aan zijn volk: “Mijn verbond - zegt God - is uiteindelijk een verbond van leven en geen enkele duistere macht, geen kracht ten dode is in staat dit verbond ten leven te niet te doen.” Via de Schrift dringen de leerlingen door tot de kern van het bestaan. Via de Schrift worden zij getuigen tot de einden der aarde.

Wie langs deze weg doordringt tot deze kern, moet ook een weg gaan waarin het lijden zich opdringt. Het lijden wordt door Jezus niet weggeduwd, maar het wordt juist meer zichtbaar gemaakt. Dat maakt de boodschap van het evangelie tot een paradoxale boodschap die voor velen moeilijk te volgen is: het wendt je niet af van de harde realiteit van het menselijke bestaan maar drukt je met de neus op de feiten. In zijn leven heeft Jezus steeds weer gebrekkige mensen binnen de gemeenschap gehaald: zieken, blinden, kreupelen, en zondaars, overspeligen en tollenaars. Buitengesloten waren deze mensen omdat de gemeenschap rein moest blijven, veilig voor onheil en onreinheid. Maar zij werden door Jezus aangesproken, zij ontvingen vergeving van zonden en genezing. Zij mochten weer mens zijn.

Daar worden de leerlingen getuigen van: in die realiteit van het lijden van de mens spreken zij een woord van hoop, spreken zij van de waardigheid van de mens die niet afgenomen kan worden, niet afgenomen mág worden door mensonwaardige omstandigheden, door mensonwaardige gebeurtenissen. De getuigen hebben de opdracht de mens te herinneren aan die waardigheid die we aan Gods Schepping ontlenen.

Wij realiseren ons vandaag dat geloven niet betekent dat we ons onttrekken aan de wereld met al haar zorgen en problemen, we wenden ons niet af van de mens in nood, integendeel. We hebben zelfs meer te bieden dan alleen maar financiële en materiële ondersteuning: in het evangelie, in de boodschap van de verrijzenis van Christus bieden we hoop voor de mensen.

Getuigen van de verrijzenis betekent ook mensen ondersteuning bieden bij hun eigen opstanding, mensen nabij zijn wanneer zij zich door iedereen verlaten voelen, de stilte van het gebed brengen daar waar geen woorden meer zijn, Gods aanwezigheid present stellen, daar waar mensen onwaardig behandeld en bejegend worden. Net als Thomas vorige week, net als de leerlingen van het verhaal van vandaag gaan we niet voorbij aan het lijden van de mens, maar gaan we naast die mens staan. Dat is de kern van de paasboodschap waarvan wij getuigen zijn.

Moge de Geest van de verrezen Heer ons daartoe inspireren.

Amen

Zoeken in Preken Online