Niet
elk moment is een gezegend moment om de Heer te herkennen.
Dat
mag nu eigenaardig klinken,
maar
dat is precies wat de twee leerlingen
op
weg naar Emmaüs overkwam!
Ze
zagen die man wel die onderweg plots met hen wou
meestappen
en
zelfs zonder te weten wie hun tochtgenoot was,
gaven
ze hun gevoelens prijs:
hun
twijfels, hun verbittering, hun verbazing ook
dat
iemand in de streek blijkbaar niet eens wist wat er gebeurd
was!
Het
moment was nog niet rijp om Jezus te herkennen.
Hun
hart was er nog niet klaar voor:
het
was te veel bezwaard met droefheid en ontgoocheling.
Stap
voor stap zorgde Jezus voor een juiste kijk op de zaken
en
zo maakte Hij de twee klaar voor een vernieuwende
ontmoeting.
Zo
gingen de twee een trage weg,
op
weg met Hem die de weg wijst, met Hem die zelf de WEG is!
Tot
Jezus hen de ogen gaf
waarmee
ze Hem konden herkennen,
tot
Jezus het teken stelde
dat
Hij nog maar één keer voordien had gesteld,
maar
het teken is waardoor Hij wil herkend worden:
het
moment waarop Hij zich breekt voor en geeft aan
anderen.
Mochten
we Jezus dikwijls onverwacht in zulke tekenen tegenkomen:
in
een tochtgenoot van wie we mogen ervaren
dat
die geduldig een eind met ons op weg gaat
tot
we in hem of haar een flits herkennen van wie een ‘Jezusmens'
is!